donderdag 28 september 2017

HET KUNNEN NIET ALLEMAAL JOVIALE KAMPEERNEDERLANDERS ZIJN...

Op de terugweg naar het noorden, hadden wij ons op de camping te Tournus, al een plaatsje voor één nacht mogen uitzoeken, inschrijven zou na de lunch gebeuren. Toen ik ons later aan de campingreceptie aanmeldde, kwam er een volgende caravan de camping opgedraaid. Een ventenkop-haartooi- vrouw kwam de receptie binnengestoven, duwde me bijna omver en kwetterde in het Hollands-Frans: ‘Amplasemant ici, oké amplasemant?’, terwijl ze druk met haar arm naar hun caravan zwaaide.  De man achter de receptie bleef heel kalm en zei dat ze eventjes moest afwachten want dat hij nog met een vorige cliënt bezig was, maar dat zij straks aan de beurt was. Ik vermoedde dat ze niets van het Frans verstaan had, maar ze draaide zich hevig zuchtend om en haar mond vertrok in een grimmig ontevreden streepje. Ik dacht nog: ‘Wat lijkt me dit een kreng, je moet er maar mee op vakantie en in het zelfde caravanbed moeten slapen’. Ik had nog niet het hele verhaal aan manlief vertelt en zat nog net niet naast hem in het zonnetje voor onze caravan, toen de Nederlandse sleurhut juist naast onze caravan tot stilstand kwam. Het ‘amplasemantkreng’ kwam op ons af en vroeg of wij onze caravan niet ergens anders konden neerzetten. Wij bekeken elkaar, vroegen ons af of we dit wel juist gehoord hadden en negeerden de nieuwkomers een beetje. Op de ganse camping waren er op de kop af vier plaatsen bezet en zo’n honderd kampeerplaatsen vrij. ‘Nou,  hoe lang blijven jullie hier staan?’’ Wij staan hier voor één nachtje en gaan morgen weer verder noordwaarts’. ‘Wel, wij staan elk jaar steeds een paar nachtjes op deze camping en wij staan altijd op dit plekje!’ “Wel, zei manlief, dan zal U deze keer eens op een ander plekje moeten gaan staan, keuze genoeg, kijk maar,  alles vrij” “Maar wij hebben een goede rede om altijd op deze plaats te staan!” Mijn fantasiehoofd sloeg op hol. Ik kon wel duizend redenen bedenken waarom dit zeurvrouwtje juist op onze plaats wou staan. Misschien had één van beiden een prikkelbare darm of de ziekte van Crohn en moesten ze om de haverklap naar de toiletten lopen? Maar we stonden helemaal niet zo dicht bij het sanitair er waren er minstens tien veel dichter! Misschien had één van beiden pleinvrees en kon de camping niet diagonaal richting douches overgestoken worden? Was er misschien sprake van een milde vorm van claustrofobie omdat er onder een boom moest gekampeerd worden?  Hadden zij, ergens in het verleden, de as van hun overleden hond juist op kampeerplaatje 46 uitgestrooid? Of  stonden ’s nachts op deze plek de sterren in de juiste verhouding tot elkaar, zodat mevrouw met haar overleden zuster kon communiceren…Ik kon nog wel duizend fantasieverhalen bedenken, maar hield wijselijk mijn klep dicht, want het caravanwijf begon, omdat ze zag dat wij totaal niet reageerden, met een verbitterde streepjesmond opnieuw hoog van de Hollandse toren te blazen: ‘Nou Gerrit, wij staan altijd op deze plek,niet, zeg het ze dan! Steeds wanneer wij op deze camping overnachten, staan wij altijd op deze plaats, nummer 46, al jaren!’ Gerrit knikte heel overtuigend.
Manlief bleef heel rustig onder het Nederlandse offensief, haalde zijn schouders op en reageerde wat korzeliger: ‘En wat is dan die goede rede waarom U steeds op plaatsje 46 moet staan Mijnheer?’ Hierop riep Gerrit: ‘Nou Mijnheer, dat ga ik dus niet aan Uw neus hangen, dat ben ik helemaal niet aan U verplicht!’ Manlief zijn stemgeluid ging nu ook een beetje de hoogte in.‘Hebt U dan een reservatie gemaakt? Neen? Bent U eigenaar van dit stukje campinggrond, neen, spijtig dan..maar wij stonden er eerst en blijven hier staan. Het was al verwonderlijk dat deze nare Hollander ook Gerrit heette, want de Gerrit die wij kenden, was een uiterst fantastische Nederlander. Ook begon ik al een beetje nieuwsgierig en met andere ogen naar ons plaatsje 46 te kijken. Wat kon hier nu zo speciaal aan zijn. Het was gewoon een plekje als alle andere kampeerplaatsen.
Nu kunnen wij aannemen dat wanneer je al jaren een ganse vakantie doorbrengt op één en dezelfde camping, je heel graag steeds op datzelfde kampeerplaatje wilt staan, waar je elk jaar je terugkerende vakantievrienden opnieuw aantreft. Dat ene vertrouwde kampeerplekje, op een mooi horizontaal grasperkje, waar je in het zonnetje of bij hitte lekker onder een boompje in de schaduw kan kruipen, kortom het ideale caravanplekje waar je je thuis voelt. Zulke plaats reserveer je dan ook ruim op voorhand! Dat je zulke trammelant gaat maken op een transitcamping, waar je hoogstens één, twee of maximaal drie nachtjes onder zeil gaat, dat is voor ons onbegrijpelijk. Manlief ontplofte bijna en riep: ‘Mijnheer U bent een echte zeikerd, de camping is nagenoeg leeg, kijk, alles vrij, kies een andere plaats, wij blijven staan, punt’. De Nederlanders, die juist naast ons kampeerden en die de discussie grinnikend gevolgd hadden, maakten met hun wijsvingers het universele ‘die- zijn- zot- gebaar’. Ik kon het verbitterde Hollandse zeikvrouwtje bijna niet meer aanhoren en deed een paar passen in haar richting. Eventjes zag ik haar ogen oplichten, toen ze dacht dat ik haar alsnog het verlossende antwoord kwam brengen, dat we dan toch zouden verkassen, maar het enige wat ik zei, was: ‘Hopelijk hebt U, nu U op zo’n wereldvreemde plek moet kamperen, alsnog een goede nachtrust!’ Gerrit kroop mokkend terug in zijn auto en trok zijn caravan vier plaatsen verder. Maar zijn halve trouwboekvrouwtje wist van geen ophouden en krijste nog naar manlief: ‘Nou, U bent een typische asociale Belgische hufter, ga op de markt wat staan roepen’! Dat is weer wat nieuw. Nu is manlief door Nederlanders al met Tom Jones vergeleken en vinden sommigen dat hij met dezelfde humor en met hetzelfde stemtimbre van Urbanus praat. De meeste Nederlanders, die wij kennen, vinden ons echte gezellige sociale Bourgondiërs. Ook hebben wij aan onze meeste verre reizen en kampeervakanties een hele leuke bende Nederlandse vrienden overgehouden. Maar dit hadden we nog niet op het palmares staan;  Manlief is een typische asociale Belgische hufter…! Mogen wij dit als een racistische uitroep betitelen? Dit kutkampeervrouwtje viseerde met haar uitroep wel een ganse Belgische gemeenschap! Een hoop Belgen zullen zich hierdoor vreselijk gekrenkt voelen. Moest de Antwerpse burgemeester De Wever zo’n uitspraak doen, dan stond gans België en de ganse politiek op stelten!
Toen wij de volgende ochtend, in de dikke mist, met aangekoppelde caravan vertrekkens klaar stonden, moest ik toch de neiging onderdrukken om niet eventjes op hun caravandeurtje te gaan aankloppen met de vraag of ze de nacht alsnog goed doorgekomen waren.
Ik hoop dat de mist, als een dikke erwtensoep, minstens drie dagen en nachten boven Tournus blijft hangen, dat ze op plaatsje 50 opgevreten worden door de muggen, dat ze diezelfde dag nog omringd zouden worden door tien gigantische  caravans en megacampers, met de meest luidruchtige Belgen, dat ze op weg naar huis, vanaf het moment dat ze de Belgische grens overgaan, bumper aan bumper oeverloos moeten aanschuiven tot aan de Nederlandse grens. Voor deze laatste toverbezwering zal ik niet heel erg mijn best moeten doen, want iedereen die langs Wallonië het land binnenrijdt, staat uren stil aan wegwerkzaamheden waar je drie man ziet werken!

Sim, echtgenote van de typisch asociale Belgische hufter,  Liverdun 27/9/2017

                                                                                              

maandag 18 september 2017

KWAK KWAK, DIE EEND IS DOEIT!

I
Iedereen die fan was van Toon Hermans, kent zeker nog zijn fameuze zinnetje: ‘Die duif is doeit!’ Wel hier, in Grau du Roi in de Langedoc, is het van: ‘Die eend is doeit!’ En niet alleen de eend, maar ook het warme zomerse septemberweer is volledig dood! De twee laatste weken van augustus waren in de Ardèche zo loeiheet, dat je speeksel in je mond verdampte. Je haardos verschroeide en je mond riep constant om water. Met 38 graden in de schaduw en 48.8 graden in de zon, kon je amper je ene voet voor de andere zetten zonder blaren op je voetzolen te krijgen. De enige optie was je in de rivier onderdompelen, die als warm badwater aanvoelde. Maar hoe meer de dagen vorderden hoe meer ook in de Ardèche de herfst voelbaar werd en de bomen vroegtijdig verkleurden. De eerste week van september werden we na een paar zonnige dagen aan de Middellandse zeekust al na een paar dagen getrakteerd door de Tramontan, de koelere wind die zich in de Pyreneeën opbouwde en die nu over de stranden raasde. Eens die wind tot rust kwam, dreven er sombere grijze wolken over het normale door de zon overspoelde toeristenstrand en was er nu en dan een wolkje dat persé het vakantiegevoel moest weg pissen. Zoals in de meeste streken van Europa, was ook hier in mei en juni het toerisme veel te vroeg verzomerd. In juli en augustus was de natuur door de regenloze hitte in recordtempo gewoestijniseerd. Volgens de niet tevreden lokale horeca waren de Franse en Europese toeristen verder richting Spanje getrokken. Dat was natuurlijk niet alleen te wijten door de extreme hitte maar tevens door de in de horeca tot afpershoogte aangepaste drankconsumptieprijzen. Het was tot hiertoe het eerste jaar dat september in zuid Frankrijk niet meer het eeuwige zomerse seizoen was, er een extra dekentje op het bed gelegd moest worden en wij ’s nachts de pyjama moesten uitgraven. Gedaan de zwoele zomeravonden en terwijl er deze ochtend met amper een 15 a 17 graden een zeikregentje op de caravan neer druppelde, leek het er meer op dat we in de Ardennen kampeerden in plaats van aan de Middellandse zee. Een langebroeken- en fleecetruitjes-wandeling op de promenade in het mondaine La Grande Motte had meer weg van een winterse Noordzee dijkwandeling in Knokke. Misschien dat de uitlopers van de Amerikaanse tornado’s wereldwijd zo’n luchtveranderingen teweeg brachten, dat men ook hier van een degelijke klimaatwijziging kan spreken. En daardoor zijn de eenden er misschien vroegtijdig van door gegaan, gone with the wind! In het zuiden van Frankrijk is het jachtseizoen al enkele dagen geopend. Regelmatig horen wij heel vroeg in de ochtend geweerschoten. Waar die jagers nog achteraan gaan is ons een raadsel, want buiten een paar meeuwen, mussen, flamingo’s en kraaien hebben wij hier in de directe buurt van de camping nog geen enkel opjaagbaar diertje kunnen spotten. De eendenpopulatie heeft waarschijnlijk een vakbond opgericht en onder impuls van een paar heethoofden het zuidelijk Franse halfrond voortijdig verlaten. Noch in de lucht, noch in de vijvers en al helemaal niet in blik ‘Les saveurs du territoir’, bij de Lidl supermarkt, is er nog een eend te zien, laat staan een ingeblikte eendenbil te vinden. Alle nabije kustfilialen van de desbetreffende supermarkt hebben wij bezocht,met een arendsblik en met een vergrootglas als een echte Sherlock Holmes de rekken afgeschuimd,  maar nergens was nog een goedkope versie van ‘confits de canard’in de schabben te vinden. Duurdere blikken in super dure supermarkten deden ons nog wel eventjes twijfelen, maar voor die prijs kan je ze rond kerst ook bij ons in België in de betere detailhandel vinden. Alle vorige septembervakanties namen wij, neen dat is totaal niet het juiste werkwoord, sleurden wij een grote voorraad ‘eendenbilletjesblikken’ voor etentjes met de ganse familie en vriendenkring in onze caravan mee de grens over. Lekker makkelijk klaar te maken. Blik opendraaien, eendenvet verwarmen, afgieten en bijhouden, de confits in de microgolfoven opwarmen, kleine aardappeltjes in het vrijgekomen eendenvet bakken, wat champignons of rode kool erbij of lekkere knapperige Belgische frietjes en taddaa, je fabriceerde à la minute een menu met Likoké, Oud Sluis, The Jane of Fornuis allures. De thuisblijvers zullen nu wreed teleurgesteld zijn! Deze keer hebben wij onze wagen volgeladen…met vissoep, olijven met ansjovissmaak, nougat de Montelimar en oude wijven…als ze aan de markt kwamen, begonnen ze te kijven van…geen confit meer te vinden!
Ach ik heb er begrip voor dat die eenden elkaar er zo snel mogelijk kwak, kwak van op de hoogte brengen om er als de bliksem van vanonder uit te muizen. Ze worden massaal zij aan zij in een schuur opgehokt, hun lever zodanig opgepimpt zodat wij die als een foi gras-crème, met een uiencompôtje of een veenbessenconfituurtje als delicatesse op onze toastjes kunnen smeren. Ofwel belanden hun lijfjes als magrêts in de koeltoog (ook lekker met warme mango schijfjes in wijnsaus met honing) of  duwt men hun billen, met hun eigen vet, in een blik. Maar zoals reeds eender gezegd, is het aanbod drastisch teruggeschroefd.  Geen goedkope ‘confits de canard’ meer te vinden. Ofwel werden de eenden de voorbije jaren door een jagersbende compleet uitgemoord, ofwel hebben ze voor het jachtseizoen het hazenpad, sorry eendenpad,  gekozen. Misschien is de Lidl supermarkt er nu eindelijk na jaren achtergekomen, dat deze 6 Euro kostende blikken met een inhoud van 4 billen, massaal buiten gesleurd werden door de restaurants in de buurt, waar ze als locale superlekkernij aan 15/20 Euro per bil op het menu werden gezet. De grootste afzetters, en jullie mogen dat woord ook letterlijk nemen, waren voornamelijk de marktkramers. Deze laatste weekten de etiketten er af, plakten er dan een fotokopielabeltje met een Donald Duck-achtig tekeningentje en hun eigen naam op en gingen dan aan E 25 per blik op één of andere artisanale markt hun frauduleus verkregen ‘confits’ als hun persoonlijke klaargemaakte eendenbillen verkopen.  Dus nu, moeten wij, arme caravantoeristen, niet alleen de wind, wolken en miezerregen er bij nemen maar tevens met lede ogen aanzien hoe de ‘smaken van de streek’-schabben’ leeg blijven. Kwak, kwak, die eend is weg, die eend is doeit! Morsdood!


Sim, 18 september 2017

vrijdag 15 september 2017

SATELLIET TELEVISIE OP REIS

Het is niet omdat wij hier in Zuid Frankrijk in de zon liggen te braden, soms wandelen of nu al een paar dagen door de Tramontan wind van onze fiets geblazen worden, dat wij niet graag op de hoogte blijven wat er allemaal in de rest van de wereld en ons thuisland is gebeurd. Via de satelliet halen wij, in onze caravan, om zeven uur het Vlaamse VRT nieuws binnen. Ergernis troef! Zo zagen wij op het journaal de beelden, hoe de politie in Borgerocco weer door de lieverdjes uitgejouwd, geduwd, aangevallen en met eieren bekogeld werden.
Ik kan me niet inbeelden hoe dat dan in zijn werk gaat. Ik veronderstel dat de Borgerhoutse hooligans niet constant met een vol rugzakje eieren rondlummelen tot er misschien eens een politieteam in hun Turnhoutsebaan- buurt komt patrouilleren. Bellen dan die Marokkaanse haantjes naar elkaar: ‘Kom vlug, de politie ‘onze’ vriend is in onze straat een arrestatie aan het verrichten, ’t is weer het moment om ons nog eens negatief in de Antwerpse kijker te zetten! Breng snel allemaal jullie bakje eieren mee, liefst bruine!’  Het ergste van al is het feit dat die kleine crimineeltjes, die een ganse gemeenschap in een slecht daglicht zetten, steeds bij het gerecht bekend zijn en zogezegd opgevolgd worden. Als dan de burgemeester van Antwerpen in een interview, na de terreuraanslagen in Barcelona, opmerkt dat er in Antwerpen in de omgeving van de Turnhoutsebaan ook zo’n duizend soort vriendelijke jongens rondhangen, waarvan men ook  niet, net zoals in Spanje, kan vermoeden dat deze lieve jongens in een mum van tijd geradicaliseerd zouden kunnen worden, dan zijn de linkse journalisten er als de kippen bij om deze uitspraak uit zijn context te rukken en er juist deze ene zin van te maken: “De Wever zegt: Op de Turnhoutsebaan lopen er duizend mogelijke terroristen rond!”  Wie het schoentje past, trekke het aan, maar het zullen heel grote schoenen moeten zijn, want deze probleembuurtmannetjes hebben daar heel lange tenen. In plaats dat deze gemeenschap hun crapuuljongeren bij de oren trekt, hun vertelt dat zulk gedrag in onze cultuur en in hun gemeenschap niet getolereerd wordt en zich voor hun gedrag verontschuldigt, organiseren ze samen met een rood groene linkse wollegeitesokkenachterban een mini-optochtje om aan te tonen hoe mooi en liefelijk het is om in de buurt van de Turnhoutsebaan te wonen. Ze laten geen enkel moment onbenut om regerende partijen pootjelap te zetten en aan te tonen hoe verkeerd de Antwerpse Burgemeester, van een in hun ogen verwerpelijke partij, wel weer geweest is. Met op kop Mita Van der Maat, in een vroeger tijdperk, een redelijke gekende toneelspeelster, die waarschijnlijk nog eens graag voor de camera’s stond, maar die daar in Borgerhout in feite niets te zoeken had, want ze woont zelf in een mooie bel-étage woning in een residentiële wijk in Edegem, waar er praktisch nog geen hoofddoekjesgezinnen wonen. Soit hun Antwerpse burgemeester- afbraakoptochtje heeft niets uitgehaald, want een week later had men hetzelfde eierenkegelende politie-interventie-scenario in deze toffe vreedzame buurt. Als De Wever insinueert dat er een paar duizend lieverdjes op de Turnhoutsebaan rondlopen, dan vergeet hij nog de andere probleembuurten te vermelden, die wij als echte Antwerpenaren jaar na jaar zagen verloederen. De mooie winkelstraten met bloeiende handelszaken, zoals de Antwerpse Kielse Abdijstraat, de Berchemse Drie Koningestraat, de Offerande- schoenwinkelstraat, de Merksemse Bredabaan, de Turnhoutsebaan, de straten rond het Sint Jansplein, Deurne, de Seefhoek en de Stuyvenbergpleinbuurt zag je volledig veranderen in Midden Oosten enclaves. Toen mijn moeder eind jaren tachtig op het Antwerpse Kiel ging wonen, riep daar al een tienjarig jongetje tegen haar: ‘Dat ze daar nogal zouden opkijken als ‘zij’ het later voor het zeggen zouden hebben’ en hij maakte daarbij met zijn duim over zijn keel een onthoofdinggebaar. Waar hoorde zo’n snotneus zulke uitspraken? En bij ons in Edegem, nadat men met de nieuwe sociale woningen ook de sjaaltjesvrouwen en bijbehorende satelliet antennes, gericht op TV Marocco binnenhaalde, riep een blijkbaar nog niet geheel geïntegreerd teenager moslimhaantje, een in korte rok fietsend elfjarig buurmeisje na, dat ze een hoer was! Dus met duizend eventuele probleemjongeren te vermelden, benoemt De Wever nog niet eens het topje van de ijsberg. De authentieke Antwerpenaar, die in den beginne al die vreemde culturen en mensen wilde omarmen, zag het gebeuren, keek ernaar en zweeg want anders kletste de nieuwkomers gesterkt door de linker achterban onmiddellijk met de woorden racist en racisme rond zijn oren.

En dan vandaag hebben wij opnieuw een terroristische islamaanval in de Londense metro via de satelliet binnengehaald. Gelukkig geen doden, maar toch weer een aantal mensen die door die religieuze islamterreur voor het leven getekend zijn. Verdriet, verontwaardiging en ongeloof troef!

Maar het is niet alleen ergernis via de satelliet tv. Soms is het ook heel erg lachen. Moesten jullie ook zo gieren om het toneelstukje van de socialistische Waalse politica Laurette Onckelinx, gekend voor haar viswijvengeroep in de Kamer, die heel emotioneel kwam verklaren dat ze de politiek vaarwel zegt. Spijtig voor ons nog niet onmiddellijk, maar dan toch binnen twee jaar. Er vloeiden nu al wat afscheidstraantjes. Ik moest vooral lachen om de passage, waarmee ze heel emotioneel verklaarde, dat ze zou stoppen voor haar kinderen en terwijl ze een biggelende krokodillentraan wegveegde, herhaalde zij het nog eens opnieuw, omdat het bij ons heel goed zou doordringen: ‘ Voor haar kinderen!’ Kom zeg, die comédienne is binnen 2 jaar een 60 jarige seniorendame..welke kinderen? Nu de PS door alle schandalen, fraude en graai-evenementen in het Waalse landsgedeelte zware klappen krijgt, wil deze diva misschien trachten voortijdig en in alle schoonheid het Franstalige socialistisch zinkende schip te verlaten en eventuele nog mogelijke beerputten met de bijbehorende rioolputgeurtjes gedekt houden. Misschien krijgt ze nog links of ‘zeker niet’ rechts ergens een goedbetaald rood baantje aangeboden. Ik had graag de reactie van, de beste stuurman die aan PS wal stond , Di Rupo willen zien. Kreeg die een hartverzakking toen hij over het nakende afscheid hoorde? Hij heeft, sinds hij eerste minister af en met zijn partij in de oppositie beland is, nog geen Franstalige bek meer opengetrokken. Hij liet gewoon Laurette mitraillet roepen en tieren. Je zag hem, maar je hoorde hem niet meer. Twee naast elkaar zittende vriendinnen, die good cop, bad cop speelden.
Het zal heel stil worden tijdens de vergaderingen van de Federale regering. Als nu die groene Calvo er nog zijn onvolwassen kwek wil houden, dan kan er misschien voor de verandering nog eens echt geregeerd worden. De satelliet tv brengt dus in onze caravan, niet alleen ergernis, verdriet, verontwaardiging en ongeloof, soms mogen de lachspieren ook nog eens werken. Dag Laurette rettekentet.

Sim,  15 september Grau du Roi
 


zaterdag 9 september 2017

DE RARE KAPSELOORLOG

Terwijl de orkanen Harvey en Irma hevig huis houden, blijft de president van de Verenigde Staten volhouden, dat er niets aan de hand is met de opwarming van de aarde. Op CNN toonde men, hoe Trump, de man met een kapsel alsof hij net in het oog van de tornado gestaan had, omringd door een hoop jaknikkers, de ergste problemen van de verwoesting zou oplossen. Hij vroeg aan de ganse Amerikaanse bevolking om van volgende zondag een dag van extreem bidden te maken. De Rode Kruisdame en de priester die naast hem stonden, riepen nog net geen halleluja, maar zouden diezelfde avond zonder twijfel gekluste hersens en hoofdpijn hebben van het ja schudden. De priester begon de Heer te prijzen omdat zijn land toch zo’n fantastische leider verkozen had. Je kan het dat narcistische miljonairtje bijna moeilijk kwalijk nemen, dat hij zijn land op deze manier wil redden, want hij is blond, héél erg blond! Ik ook en mijn kapsel ziet er soms ook erg verwaaid uit, dus misschien kan ik nog wel een gooi doen naar het volgende presidentschap?
En terwijl de volgende dodelijke storm over de wereld raast, bijna 6 miljoen mensen moeten geëvacueerd worden,  begonnen ze met zijn allen samen, inclusief de staatsidioot, op vrijdag al voor televisiekijkend Amerika, een pregebedje te prevelen omdat God de Vader de dodelijke Texaanse slachtoffers in de hemel zou willen verwelkomen. Ook nog een gebedje er bovenop om de overlevenden genoeg sterkte te willen geven om deze catastrofale zondvloed te kunnen verwerken. Hoe de zondaggebedsdag er zou moeten uitzien is mij een raadsel. Hoe bid je, als je alles, maar dan ook werkelijk alles verloren hebt en je tot je navel in het water staat? Wat vraag je dan in je gebed? Vraag je dan aan die sprookjesfiguur daarboven eventjes waarom hij je hele hebben en houden verwoest heeft? Of bid je omdat je hem dankbaar bent dat jij nog leeft en die 47 anderen niet? Vraag je hem dan om je verdronken zoon of dochter daarboven te omarmen?
Lees juist in de krant, dat één of andere Amerikaanse nitwit beweert dat dit hele orkaangebeuren ontegensprekelijk de straf van God is, omdat er homo’s in de wereld zijn en omdat er ergens in de VS een lesboburgemeester(es) aan het hoofd staat..Hoe achterlijk kan een volk zijn?  Dus doordat God niet aan het idee kan wennen dat mensen anders kunnen zijn, straft hij een hele nietsvermoedende gemeenschap. Goed bezig daarboven, beetje sadistisch niet? Zal de Heer er misschien nog een levensbedreigende tornado bovenop gooien, een José of een Katia,  zodat wat paradijselijke Caraïbische  zeespiegeleilandjes van de aardbol gaan verdwijnen? Miljoenen mensen op de vlucht voor water, wind en verwoesting, let’s pray to God. Miljoenen mensen alles kwijt, maar er is, volgens de grote staatsleider absoluut niets mis met het milieu! ’t Is de wil van God! Als nu de Heer met een orkaan in Florida alleen het golfressort van Trump van de kaart zou willen vegen en de rest van de bevolking ongemoeid zou willen laten en het Witte Huis een beetje door elkaar zou willen laten schudden in plaats van weer duizenden mensen in Mexico door een aardbeving dakloos te maken, dan en ik zeg, dan alleen, zou men mij misschien nog een beetje aan het twijfelen kunnen krijgen of er daarboven dan toch iemand iets geniaal aan het orkestreren is …
En terwijl de president van de Verenigde Staten, nog net niet op zijn knieën, in een journaal voor televisiekijkende burgers, gebedjes zit te prevelen, stuurt die andere mafkees aan de andere kant van de wereld, maar eveneens omringd met een nest geïndoctrineerde jaknikkers, een paar pestraketten de lucht in. De binnenlandse spleetoogtiran laat zijn bevolking niet bidden, want hij is er stellig van overtuigd dat hij God zelf is. Weer zo’n randdebiel met een opvallend kapsel, alsof  een kernkop hem juist zelf geraakt heeft. Wat is dat toch met die hersenloze mannen met die idiote coiffures, die elkaar steeds maar blijven uitdagen? Zijn die regerende haantjes soms jaloers op elkaars kapper? Wat gebeurt er dan met ons, als er één van die verwaaide kapselmannen, door een goddelijke ingeving, plots op die rode atoombomknop gaat drukken?  Kernexplosie, boem, over en out…en hoe gaat die oorlog dan de geschiedenis in; De rare kapseloorlog van 2017?


Sim,  9 september 2017  Grau du Roi/Zuid Frankrijk 

dinsdag 29 augustus 2017

TROUBLE IN PARADISE

Onze eerste caravanstop, eind augustus, was camping Les Arches in het zuidelijk deel van de Ardèche. Volgens het kampeerboekje moest dit een rustige camping zijn, waar kamperen nog echt kamperen was. Hier zag men inderdaad geen blitse megagrote campers, maar alleen kleine bescheiden Hollandse caravannetjes en authentieke tentkampeerders. Nog nooit, op geen enkele andere camping hadden wij zoveel Hollanders in zoveel verschillende grote bungalowtenten tot mini kruip-iglotentjes bij elkaar gezien. De kampeerdrift had hier werkelijk toegeslagen en het leek hier wel alsof Nederland hier zijn dertiende provincie geannexeerd had. Het bleek een volledige kindvriendelijke kampeerplaats te zijn, waar, volgens ons, de volledige Nederlandse populatie kleutertuin- en lagere schooljaar kinderen nog vakantie vierden. Overal zag je  kleine blonde hummeltjes met ma en pa rondstappen met emmertjes, visnetjes, kleine omblaasbare bootjes en zwembandjes. Met een dam was er in de rivier een fantastische zwempoel gemaakt. Er was een groot zwembad, diverse zandbakken, trampolines, voetbal- en volleybalvelden, en om de tien meter een grote speeltuin. Het was hier een waar kinderparadijs.
Als je als senior nog lyrisch wordt van kindergelach, geroep, gebrul, gehuil, gejank, gegrien en gekrijs dan is deze camping the place to be!
Voor de zoveelste keer had ik weer een allergische reactie op een insectenbeet. Juist op het uiterste puntje van mijn elleboog, had een paardenvlieg zich weer tegoed gedaan aan mijn blijkbaar onweerstaanbaar gesuikerde bloed. Mijn gewricht zwol op als een jeukende oververhitte onplooibare balk, zodat het leek dat ik bij het eender welke uitleg een soort Hitlergroet bracht.
Het was ’s avonds nog bloedheet in de caravan. De hitte en mijn opgeblazen rood ellebooggewricht verhinderden me om in een diepe slaap te vallen. Maar ergens onderweg de nacht had mijn kloparm dan toch het onderspit moeten delven en was ik onrustig ingedommeld. Het was nog pikkedonker toen ik in het midden van de nacht wakker werd door een doordringend gegil. Het was een baby in de tent die naast onze caravan stond. Het was niet een gewoon huilen maar een gekrijs alsof het kind levend gevild werd.  Ik hoorde de moeder sussen en na wat kindergesnik werd het eventjes terug stil. Een uurtje later herhaalde het gegil zich en mocht papa bemoederen. Een half uurtje later een compilatie van de twee vorige huil- en krijsbuien.  En zo modderde de ganse nacht aan. Doezelen, gekrijs, wakker, doezelen, gehuil, wakker. Toen rond een uur of vier het licht in de dag kwam, hadden twee duiven juist op de takken in de boom boven onze caravan besloten om hun territorium af te bakenen of elkaar het hof te maken. Misschien vertelden ze elkaar wel: ‘Hoor jij ook het gebrul van dat mensenkind?’ Wie zal het zeggen. Het monotone roekoekke, roekoekke, roekoekke ging eindeloos door. Met moeite kon ik mijn moordneigingen onderdrukken. Gelukkig voor die twee roekoerende duiven en die verdomde huilkinderen was ik eigenlijk net iets te moe om mijn bed uit te strompelen en, à la minute, iets of iemand te gaan vermoorden. Ik moet toch eventjes ingedut zijn, want toen ik zo’n uurtje later wakker werd, dribbelden twee pyjamakleuters, luid zingend van ‘papegaaitje leef je nog ijadeejaa, ja meneer ik ben er nog iejadeja..’ tussen de tenten en de caravans door. Zij klonken op dit vroege uur als een veel te vroege ingestelde klokradio. Zij dribbelden achter elkaar aan. Het brillenjongetje voorop met een plastiek pijl en boog naar de hemel wijzend en daarachter zijn babyzustertje die haar slaapkonijn aan één oor vasthield en de rest van zijn al groezelig vuile buikje door het stoffige bruine strogras sleepte. Toen ze mijn verkreukelde hoofd door het caravandeurtje zagen verschijnen, stopte de mini fanfare. Broertje verklaarde me ongevraagd, dat papa een filmpje gemaakt had en dat hij dit straks naar Tante Annie ging versturen, want die miste hen zo erg. Ook de kleine meid stopte haar paradepas en begon met een heel ernstig gezichtje een uitleg te doen. ‘Me mama seg ikke moet doechje, maar ikke eerst spele en dan doechje’. Daarna stak ze haar duim in haar mondje en trippelde achter grote broer aan.
Rond tien uur zagen we de ouders van de krijsbaby doodvermoeid, met zulke grote wallen onder de ogen dat ze er bijna over struikelden, uit hun tentje komen kruipen. Mama was een uiterst lieve vrouw, die wel duizend keer ’s ochtend sorry kwam zeggen. Toen ik eventjes informeerde of de baby misschien ernstig ziek was, antwoordde de mama dat zij normaal nog borstvoeding gaf, maar dat de melktoevoer om één of andere reden tijdens het kamperen plots gestopt was en dat baby nog niet van plan was om zich op een andere manier te laten voeden. Zij vond dat het voor ons nog meeviel, driemaal op rij ’s nachts wakker gegild worden,terwijl zijzelf al meer dan twee weken niet meer kunnen doorslapen hadden. Toen ik informeerde hoe oud de baby dan wel was, antwoordde zij, anderhalf jaar. Wablief, één jaar en een half en nog aan de moederborst?? Hoe haal je het in godsnaam in je hoofd om met zo’n uit de kluiten gewassen moedermelkbaby, in een oververhitte tent ergens op een bloedhete Zuid Franse camping rond te kruipen en iedereen rondom je de nachtrust te ontzeggen?  Hoe noem je dat? Eventjes ontsnappen uit de dagelijkse sleur? Leuk met vakantie? Elke nacht opnieuw dat gehuil. Ook lekker voor de buren die juist naast je kamperen. Wij dus…Maar manlief had door alle heisa heen geslapen en begreep totaal niet waarom ik zo krikkel en moe was.  Zalig zijn zij die slecht horen, want die laten hun nachtrust niet verstoren.
Net toen ik in de namiddag in de relaxzetel ging zitten in de hoop wat slaap in te halen begon een ander kindergezeur in stereo. In het huisje naast onze caravan woonden een slome slakmoeder en een voze raapvader, de ouders van de twee ochtendzangertjes. ‘Mama, gaan we zwemmen?Mama wanneer gaan we nu zwemmen? Maammaaaa gaan we nu zwemmen?’ Mama keek heel traag op van haar tablet en antwoordde: ‘Vraag het eens aan papa.’ ‘Papa wanneer gaan we nu zwemmen? Papa gaan we nu naar het zwembad? Paaapppaaaa, misschien zwemmen in de rivier?’ Papa keek eindelijk op van zijn smartphone:  ‘Ik zal er eens over nadenken, straks misschien..’ Maar papa!…En toen kwam er ‘Mama ik moet poepe!’ en plots was er actie, maar gezwommen werd er die dag niet meer, alleen verder gezeurd! Net toen ik dacht dat het eventjes stil zou zijn, liet een klein jongetje zich huilend op de campingstraat neervallen. Hij stampte met handen en voeten op de grond: ‘Ik wil niet naar de tent!’ en dan begint daar zo’n wollegeitesokkenmoeder,  een meer dan een halfuur durende dialoog met Brammetje. ‘En waarom wil Brammetje niet naar de tent?’ Gebrul: ‘Ik wil niet naar huis’. ‘We wachten allemaal daarboven op Brammetje, hoor. Jij bent toch een grote jonge, niet Bram…?’ Brammetje krijste alleen nog harder. Komt daar ineens een wat oudere man aan, die grijpt Brammetje bij zijn lurven en roept: ‘Als je nu niet als de sodemieter recht staat en als de bliksem naar mama en papa’s tent gaat, dan krijg je er verdorie van opa nog een pandoering bovenop.’ Brammetje schrikt van opa’s gebiedende stem maar huppelt dan plots gedwee toch richting tent. Eindelijk is het stil..eventjes toch..
Naast onze caravan loopt kleine zeurzus veel te snel achter een bal aan, struikelt en zet het op een wenen, dan is het eventjes heel verdacht stil en dan volgt, na de nodige zuurstof inname, de huilsirene en volgen de waterlanders. Dikke tranen lopen over haar gezichtje.   Grrr  Roekedekoe, roekoeke, roekoeke, doen de duiven. Roekoeke, brul, krijs, gehuil, roekoeke, blèr, jank, jank.. Ik ken nu ondertussen alle werkwoorden die huilen betekenen.  Maar soms kan dat kleine grut je ook enorm vertederen. Vooral als ze ’s avonds, moe van het spelen en  het zwemmen, lichtroze, proper recht onder de douche uit, met de pyjama aan een fopspeen in het mondje en hun knuffel richting slaapplek gaan. Soms hoor je dan nog heel ergens in de verte een tegensputterde huilbui, maar meestal is het na een uur of half negen zalig stil…
Het gegil van het tietenkind, dat niet meer aan de tepel kan, weerklinkt weer bij het ochtendgloren…Nog één nachtje geduld en dan vertrekt deze ex-melkmachine met man en kinderen, net zoals meer dan de helft van de kamperende Nederlandse invasie, met hun schoolplichtige kinderen, richting huis ergens in hun overige twaalf provincies. Overal zie je tenten opbreken, auto’s en caravans worden ingeladen en de modeste sleurhutten verlaten één voor één het kampeerterrein. Hopelijk wordt het vanaf nu een pak rustiger slapen op de camping. Het kinderparadijs wordt dan uiteindelijk toch nog het grote mensenparadijs. Roekedekoe, roekoeke, roekoeke. Ik stuif op uit de zetel en vorm met mijn rood jeukerige uitgezette arm een vuist naar de twee duiven terwijl ik roep: ‘Morgen schiet ik jullie uit de boom!’. Als antwoord en dank scheten de grijze geschelpte pigeons  twee glibberige grijs-witte duivenstronten op onze auto…

Sim, St. Jean-le-Centenier  25/8/2017




zondag 13 augustus 2017

VAN DE PRINS GEEN KWAAD WETEN

Dus vanaf dit najaar moet Laurent naar de voedselbank. Eindelijk hebben de Belgische burgers de moed gehad om ’s lands grootste 'werklozensteuntrekkende' nutteloze sprookjesfamilie aan de kant te schuiven.  Ex vorstenpaar, ma en pa rentenieren in Zuid Frankrijk of in Italië, met het door ons gesponsorde, riante familiefortuin. Broer en zus belegden hun dotaties en leven nu rijkelijk van de intresten. Maar zoals in elke gewone doorsnee familie is er wel een zwart schaap te bespeuren en dat is nu eenmaal de gewezen prins rebel. Hij zit gehurkt tegen de muur van het Brusselse Noordstation en zet ietwat verlegen zijn kleine zwarte hoedje voor zich neer. Reizigers die hem voorbijsnellen, bekijken hem meewarig. Zij kunnen hem echt niet direct plaatsen, maar het gezicht van die haveloze dikke dakloze komt hen wel ergens bekend voor. Is dit een te vroeg uitgedijde werkeloze televisievedette van Temptation Island? Was het een charmezanger die na één hitje de mist in gegaan was? Was het een failliete nitwit van het ‘Sky is the limit’ programma? Veel tijd om erover na te denken hebben deze treinreizigers niet, want de job roept. Een passant kan zijn ergernis niet onderdrukken en roept: ‘Ga godverdomme werken zoals wij, in plaats van hier je botten te schuren!” Laurent beseft dat het helemaal verkeerd afgelopen is. Hij knikkebolt. Hij droomt van dat fantastische dutje dat hij had, op de Belgische nationale feestdag, toen hij mee de militaire défilé moest aanschouwen. Geeuwverwekkend saai vond hij dat. Zijn broer en schoonzus hadden hem verontwaardigd op het Koninklijke matje geroepen, de halve Belgische koningsgezinde bevolking had schande geschreeuwd, terwijl de andere helft juichend geroepen had, dat het tijd werd om die vorstenhuisfamilie eruit te flikkeren. Laurent gniffelt als hij bedenkt dat het ordinaire burgervolkje nu zelf voor een geldverslindende president zal gaan stemmen. Krijgen ze straks zo’n Moe Merkel, die alles schafft, aan het roer of zo’n Trump-a-like die al twitterend en klimaatopwarming ontkennend zijn eigen ondergang bewerkt. Hij heeft voor alle zekerheid zijn Laurent- twitteraccount snel afgesloten. Laurent begreep het allemaal niet meer zo goed. Toen hij zijn boekje ‘de hond als gids’ schreef, noemden men hem vertederend ‘Prins Woef’. Nu hij zich wat op serieuzer diplomatieke zaken had toegelegd, was men ineens zijn fratsen beu en werd hij plots, ‘de prins met het hoekje af’ genoemd. Oké, hij was soms eventjes depressief geweest, je zou van minder met zo’n Koninklijke pokkenfamilie. Hij heeft het nooit ten volle beseft maar hij werd al eens om één of andere reden kunstmatig in een coma gehouden.  Maar hoe hij ook stuntelde, hij deed het toch allemaal maar voor België. Aanwezig zijn op de 60e verjaardag van het Chinese leger, met zijn stichting in het Midden Oosten wat bomen gaan planten en ja inderdaad, hij had vroeger wat schimmige uitspraken over de Belgische regering durven maken.. maar om hem hiervoor nu ineens zo te straffen en zijn dotatie af te nemen!! Dotatie, dotatie, alimentatie, alimentatie, man, man, man!  Hij zucht en denkt aan zijn drie kinderen die nu bij zijn ex vrouw wonen. Claire werkt terug en dreigt ermee dat hij zijn kinderen niet meer te zien krijgt zolang hij geen alimentatie betaald! Hij kan toch moeilijk reclamefoldertjes in de brievenbussen gaan steken, aan de lopende band gaan staan, achter de vuilkar gaan lopen, want hij kent niets! Hij is alleen een steuntrekkende prins geweest.
Hij zakt wat verder weg tegen de stationsmuur en mijmert over zijn tijd in villa Clémentine. Waar was de tijd toen hij hottel de bottel verliefd was op dat zwartharige fotomodel- zangeresje.  Die wist van wanten! Hij was voor haar de prins op het witte paard.  Jarenlang heeft het Belgische volk zijn hypocriete vader onderhouden. De koninklijke schuinsmarcheerder, die het vertikte om zijn liefdeskind te erkennen en juist deze, naast de pot pisser, had het lef om een stokje voor zijn kikkerprins romance te steken. 
Als kind werd hij telkens bij oom Boudewijn en tante Fabiola gedropt. Elke dag als hij eens wat kattenkwaad uitgehaald had, moest hij op zijn blote knietjes in de Koninklijke kapel voor het grote christelijke kruis om vergiffenis vragen voor zijn zonden. Heel zijn leven lang, voor alles wat hij zei, deed of dacht heeft hij tegen iedereen sorry moeten zeggen..

Hij kijkt in zijn hoedje waarin alleen een luttele hoeveelheid koperen centjes  liggen. Hij kruipt omhoog, trekt zijn te smal geworden jas wat dichter rond zijn buik en wankelt onzeker richting Maximiliaanpark. Hier schuift hij mee aan, met de honderden vluchtelingen aan de voedselbedeling van de ngo’s. Hij voelt zich wat onwennig tussen al die zwarte transitmigranten. Slapen in het park durft hij nog niet. Als straks de honger Afrikaantjes te weten komen dat hij een directe familiebloedband heeft met de Congo uitbuiter, de exploiterende, handen afhakkende Koning Leopold II, gaan de poppen aan het dansen. Waar kan hij, als ex prins, asiel aanvragen? Ma en pa hebben hem verstoten en dobberen bruinend op hun jacht in de Middellandse zee. Broer, schoonzus, zus en schoonbroer kijken hem met de nek aan. Zij hebben zich een jetset leventje toegeëigend. Alleen zijn halfzuster Delphine wil hem nog kennen, maar alleen dan als hij zijn dna wil afstaan. Wie wil hem nog? Wie wil deze kikkerprins nog kussen? Ach volgens hem hebben de Belgische burgers het prinsenkind Laurent prematuur met het badwater weggegooid! Hij, Laurent van België had een fantastische koning geweest!

zaterdag 5 augustus 2017

VAN DIE BOER GEEN EIEREN!

Eindelijk is ma kip afgekickt van haar dioxineverslaving of moet ik zeggen, afgekipt. Zonder dat er een haan naar kraait, worden er duizenden kippen door zo’n pluimveehouderboertje in één ruimte bij elkaar gedreven. De kakeldames staan daar pluim tegen pluim en als ze hun pootjes twee centimeter willen verzetten botsen ze tegen elkaar op, dat noemt de boer dan scharrelen. Dus vandaar de naam: scharreleieren. Scharrelen, foefelen en leggen zoals de kiekens, zonder papa haan. Zij drummen en lopen als kippen die hun ei niet kwijt kunnen. Door het plaatsgebrek pikken de hennen elkaar kaal, maar dat pikt de boer niet. Zelfs een kale kip kan nog leggen! Moederkloek is er nog steeds van overtuigd, dat zij met elk legsel voor haar nageslacht zorgt, terwijl ze echter alleen aan onze voedselketen doneert. En nu heeft die kiekenboer ontdekt dat er een luis in de pels zit..de leghennen hebben bloedluizen in de pluimen! Niet echt luizen, maar vogelmijten die zich overal in hun kippenparadijs nestelen.  Bloedluizen vormen een vervelend probleem voor de kippenhouders. Kippen die gebeten worden, leggen daardoor minder eieren en dat betekent op termijn dat de scharrelkweker minder in het laatje krijgt.  Om te voorkomen dat de eierenboer, zonder actie te ondernemen zijn kip met de gouden eieren zou slachten, koos hij snel eieren voor zijn geld. Als een kip zonder kop gaf de Nederlandse kiekenbaron zijn scharrelkippen een ‘anti bloedluis bestrijdingsmiddel Fipronil douche’. Nederland stond op zijn kop! Volgens het Nederlandse voedselagentschap was er Fipronil vergif in de eitjes terechtgekomen en dat was gevaarlijk voor de volksgezondheid. De Belgische pluimveehouders zouden het gifbadschuim niet over hun kakelhennen gesproeid hebben maar er alleen de nesten, zitstokken en voederbakken in de kippenhokken mee behandeld hebben. Toch kwam er een hoeveelheid mijtenshampoo in onze Vlaamse eitjes terecht. Het Belgisch Voedselagentschap, dat al meer dan twee maanden hiervan op de hoogte was, beweert echter dat er met onze eitje niets gevaarlijks aan de hand is. Wij mogen lustig ons gekookte eitjes blijven uitlepelen en probleemloos ons cholesterolgehalte blijven opdrijven. Als U dan zo, ’s zondagsmorgens uw reepje brood in de gele dooier duwt, denk U dan nu ook niet spontaan aan een geel zwavelmeer?  U kan er vergif op innemen dat U onmiddellijk verbanden gaat leggen met de volgende eigerechtjes: Opgelet, dit wordt een kippenboeren-gif-omelet! Of er is geen smaakverschil aan een roerei met Fipronil. Of een broodje Russisch ei op een bedje van sla met mijtenvergif.  Ei benedict, ‘t is nu geen mosterd maar Fipronil dat pikt. Gebakken paardenoog, sunny side up, met snuifje zout en gemalen mijtenkorrels. En als dessert meringues met bloedluizensuiker.
De Fipronil fraude is stukken groter dan gedacht. De pluimveesector beweert dat de kippenboeren heel goed wisten waarmee ze bezig waren en nu worden de voor de bevolking ‘onschadelijke’ vergiftigde eieren alsnog uit de Belgische winkelrekken gehaald en preventief vernietigd.
Zijn wij zulke zachte eitjes geworden, dat wij alles letterlijk en figuurlijk blijven slikken? Dioxinekippen, gekke koeienbiefstukken, slechte kwaliteit olijfolie met een label van extra virgine, hinnikend paardenvleesgehakt in de rundvlees-hamburgers en diepvrieslasagnes,  salmonella in de zalm, nepchianti in de wijnrekken, kortom fraude, list en bedrog op ons bord…en dit alles voor het grote geld.
En dan stellen wij ons plots de vraag, waar komen toch al die kankers vandaan? Ach ik heb deze ochtend lekker een zachtgekookt eitje weg gesopt en ik voel me nog steeds kiplekker en U??




Sim, 5 augustus 2017

zondag 16 juli 2017

DE HEILIGE KOE

Nog maar een paar jaren geleden, bevestigden wij onze fietsen achter aan de auto vast en reden richting één of ander fietsparadijs. Nu, vandaag de dag, draaien wij onze straathoek om en staan in de file. Of je nu rekening houdt met de huis- werk- spitsuren of niet, om de hoek sta je stil. Want er zijn veel teveel mensen en veel teveel auto’s.  Als wij op familiebezoek willen gaan, van de zuid-  naar de noordkant van Antwerpen, rekenen wij er sowieso al een half uur extra rijtijd bij, want je mag door de drukte op de autostrade op sommige stukken nog amper 70 km, in plaats van de toegelaten 120 km, per uur rijden. Kriskras wriemelen de wagens van het ene naar het andere baanvak, want het lijkt er immers altijd op, dat waar jij rijdt het veel trager en soms helemaal niet vooruitgaat. Met een beetje geluk rij jij zelf juist voor die ene wegpiraat die zigzaggend, zelfs over de pechstrook, van rechts naar links een ongeval uitlokt en de autobaan na zich, in een regelrecht compleet verkeersinfarct achterlaat. Want er zijn teveel mensen, teveel auto’s, teveel files en teveel wegpiraten . Als je vanuit het Antwerpse een daguitstapje naar de Belgische kust plant, moet je  alle inzittenden voor de rit onderweg van een noodrantsoen eten en drinken voorzien. Al snel wordt het drie uren autostradebumperen in de blakende zomerzon. Gezellig kleef je uren achteraan dezelfde auto, waar lieve kindjes door de achteruit wuiven, obscene gebaren maken of je het vingertje geven. Per meter vooruitgang, houd je het hart vast, want in de achteruitkijkspiegel, zie je telkens die vrachtwagenmastodont gevaarlijk dicht achter je bumper remmen. Als je twee linkerbaanauto’s voorbij treuzelt, kom je steevast telkens opnieuw naast die ene neuspeuteraar of die rijdende daverende discobarbolide te staan. Op de autoradio kwebbelt een stem een tiental minuten de verkeersinformatie en alle files aan elkaar. Zij vertelt je, veel te laat, juist voorbij die ene afslag, waar je het beste de autostrade kon verlaten. Volgens de radiodame zou je dan uiteindelijk langs de gewestwegen, door steden en dorpjes, via rotondes en verkeerslichten sneller je eindbestemming kunnen bereiken. Wie had er jaren geleden gedacht dat het woordje “snelweg”  de autolading helemaal niet meer zou dekken. Want er zijn teveel mensen, teveel auto’s, teveel files, teveel wegpiraten en teveel vertragingen. Als je de pech hebt dat je gemeente bestuurt wordt door een “Groene”, dan zie je al snel dat alle tweebaanswegen, waar je vroeger vrolijk door kon rijden, herschapen worden tot één- baanvak trajecten waar, de kop staart aanschuivende auto’s, de bestuurders met de meest uiteenlopende uitlaatgassen elkaar trachten te vergiftigen. Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen en teveel versmallingen. Ook in onze achterafstraten worden er, om het verkeer te vertragen, veel te hoge drempels aangelegd, waarover je, als je er iets sneller, dan de toegelaten 30 km per uur, overheen gaat, als een stuntrijder omhoog gekatapulteerd wordt. Een ietwat geoefende fietser zoeft je met zijn twee vingers in zijn neus vrolijk voorbij. Want er zijn te veel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen en teveel drempels. Nu moesten wij laatst van Edegem richting Boechout rijden om iets uit de caravanstalling te halen. Maar in de gemeente Hove, die er juist tussenin ligt, presteerde men het, al meer dan anderhalf jaar, overal wegdek- en rioleringswerken tegelijkertijd uit te voeren en allerlei omleidingen uit te stippelen. Langs dit omleidingsparcours stonden er, om en om, langs beide kanten van de rijbaan overal ineens gigantische betonnen geel geschilderde bloembakken, zonder enige reflecterende signalisatie. Als een rallyrijder moest je door de velden, tussen de boerderijen en recente nieuwbouwwijken slalommen. Bijna verwonderlijk dat hier ’s nachts niet meer bloempotcrashes voorkomen. Een ritje dat je, normaal ruim berekend, op maximaal 20 minuutjes reed, duurde nu meer dan één uur en twintig minuten. We hadden het gevoel dat we heel Vlaanderen gezien en bereden hadden, want ergens onderweg was er in geen einde en verte nog een omleidingssignalisatie te bespeuren. Verder wordt je ook constant door een doemdenker weerman aangemaand niet met je wagentje de weg op te gaan als er ergens ten lande een onweersbui of sneeuwvlaag kon vallen of indien bevroren ijzel het wegdek in een ijsbaan kon veranderen. De strooiwagen kan dan immers ook niet strooien, want hij staat in de file. Als je dan toch, op eigen risico, meer varend, schuivend en sleerijdend, besluit met je auto aan te sluiten aan de meest dramatische langste file ooit, dan kan je alleen maar hopen dat je zonder enige blikschade je eindbestemming bereikt.
Ook in Antwerpen graaft men alle straten tegelijkertijd open. Het is zelfs zo erg dat mensen die in de haven werken nu niet meer met de auto op hun werkplek geraken, zonder eerst een rondje sightseeing fileleed te ondergaan. Sommigen hebben, uit pure ellende, zich een elektrische fiets aangeschaft waarmee ze langs de omgespitte putstraten kunnen manoeuvreren. Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen, teveel drempels, bloembakken en teveel omleidingen. En juist nu wordt die brug over het kanaal afgebroken, die ene brug die voor de inmiddels helft fietsende Antwerpenaren een behoorlijke shortcut bleek te zijn. Tot maart volgend jaar moeten ook de E-bike trappers een alternatieve fietsroute uitdokteren. Als je dan toch besluit, omdat je fiets ergens gepikt werd, opnieuw met je autootje richting stad of haven te pendelen, ben je uren zoet met het vinden van een parkeerplaats. Je bent in een wip een fortuin kwijt aan parkeergarages, parkeermeters of boete schrijvende parkeerwachters.  Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen, teveel drempels en bloembakken, teveel omleidingen en te weinig gratis parkeerplaatsen. Als enige tijdrovende alternatief heb je dan nog het openbaar vervoer. Dus je stapt op bus en tram en laat je statussymbool onbewaakt op je oprit of in je straat geparkeerd staan. Bij je thuiskomst kan je dan alleen maar vaststellen, dat tijdens je afwezigheid, dieven,  je velgen, je voor- of achterbumpers van,  en je gps- systeem, je radio, zelfs je airbag en stuur uit je auto gestolen hebben. Je auto-onderdelen rijden nu vermoedelijk, gedemonteerd, in een Oostblokvrachtwagentje richting rommel- of zwarte markt . Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen, teveel drempels en bloembakken, teveel omleidingen, te weinig parkeerplaatsen en veel te veel crapuul. Je wordt nog aangemaand om een nieuwe minder vervuilende auto te kopen, zodat je zonder problemen in de Antwerpse lage emissie zone binnen mag, maar je kan er nergens meer mee rijden, laat staan parkeren! Iedere burger zijn eigen auto. En daarom staan we nu met zijn allen uren met onze auto’s en camions benzine verdampend in de rij, stil, heel stil, onbeweeglijk, onveranderlijk, roerloos, stokstijf stil…
En juist op het moment, als je dan uiteindelijk uit pure ellende beslist om je auto dan maar aan de kant of in je garage te laten staan, je de wandelschoenen wil aantrekken en te voet in de omgeving wil gaan rondstappen, valt er de jaarlijkse autoverzekering en de autobelasting in de brievenbus, de heilige koe moet gemolken worden….Want met die taks moet men de straten vernieuwen, versmallen, overal drempels en bloembakken plaatsen, omleidingen aanleggen, weg- en rioolputten graven, aan elke nog vrije parkeerplaats parkeermeters plaatsen en de lonen van de parkeersmurfen betalen..


Sim, op zondag wandelend door Edegem     16/7/2017

maandag 10 juli 2017

STRINGELING

Het is midden juni en de oceaan is al behoorlijk opgewarmd. Het is de eerste keer dat wij zo laat op het seizoen op Tenerife zijn. Voor het eerst zien we de lokale bevolking tijdens de weekeindes naar de strandjes naast het stadje Las Galletas afzakken. In de voor ons, in de winter, zo verlaten kreekjes krioelt het nu van locals met tentjes, picknicktafels, bbq’s, kinderen en honden. Bijna nergens op de toeristische stranden van Los Cristianos of Playa, zag je ze, maar hier kan je er niet naast kijken. Het lijkt plots alsof de tijd hier een 3decennia heeft stilgestaan. De revival van de monokini-string !
Zo’n dertig jaar geleden moesten wij vrouwen op de zuiderse stranden  allemaal met de billen bloot. Nu hadden wij eerst jaren besteed aan het bruinen van onze twee koplampen en nu kwam daar zo’n blote-gat-mode bij.
Alvorens wij onze eerste stappen met zo’n kontreepje op een zonnig strand zouden zetten, gingen er eerst maanden van voorbereiding aan vooraf. Er werd gedieet, vetverbranders, hongerstillers en waterafdrijvende pillen geslikt. Wij gingen naar de fitness en onder de zonnebank en tubes zelfbruinende crèmes en tonnen afslankzalven werden tevergeefs over striemen en cellulitis gewreven, om toch maar straks met dat strakke kontje langs de vloedlijn te kunnen lopen. Maar doordat onze vooruitstekende en achterste lichaamsdelen praktisch nooit voorheen aan de zon blootgesteld werden, bleven ze dan ook, al onze inspanningen ten spijt flauw roze afgietsels in plaats van een Cécémelk- kleurige borstpartij en een krokant chocoladebruin  poepegatteke.
En dan was daar eindelijk het vakantiemoment, dat je op de allereerste dag in monokini met je allereerste reetveter en met je alsnog uiterst melkwitte toeters en je marmerwitte krentenbroden in de brandende zon richting zee kon schuifelen.
Als je na het zwemmen als een halfblote nimf uit de golven herrees en je de sexy, geile machoblikken van de mannelijke zonnebaders langs je lichaam voelde glijden, ging je heupwiegend terug richting strandhanddoek. De ellende begon maar pas als je je per ongeluk naast je badhanddoek in het warme zand liet neervallen. Nat zand schuurde van voor naar achter tussen je zwetende twee konthelften en maakte je doos en je plooirokje tot gloeiende vulkaanrandjes. Je kon aan die gatflosser trekken zoveel je wilde, met elke beweging striemde de binnenkant van je dijen van blaarroze tot ‘rauwrood’.  Na een dagje zonnen kan ik jullie verzekeren dat de aftocht met je twee flashy voorbumpers en een duo knalrode krentenbollen richting douche een martelgang bleek te worden. Het leek alsof er een fietsketting tussen je twee halve manen op en neer ging. Al meteen na de eerste stranddag werd het stringmarteltuigje verbannen en kwam de oerdegelijke bikini terug uit de koffer.
En nu, op dit Tenerife strand, leek het alsof de modewereld eventjes 30 jaar had stilgestaan of dat deze Canarische dames de renaissance van de string een nieuw leven inbliezen. Een nieuwe tendens was gezet. Er waren geen bikini ensembles meer te zien, maar de boven- en onderkanten moesten minstens in twee totaal verschillende kleuren of diverse designs hebben.
Jong, oud, anorectisch, mager, perfect geproportioneerd, mollig, dik en moddervet, iedere vrouw met een tatoe op zijn gat had zich in een monoreepje gewurmd. Tatoeages van een scheelogend madonnahoofd, een Jezus of indianenkop, een christelijk kruisbeeld, Micky Mouse (die volgens mij eerder vooraan had moeten staan), een adelaar, hartjes met letters, allerlei bloemen en onleesbare tekens versierden de halve manen. Soms was de tatoeage-inkt zodanig uitgelopen, dat er alleen nog een handgrote blauwzwarte vlek op de kwabberkonten te zien was. Diegenen die zich nog niet aan het kontkoordje waagden, hadden tekens en teksten op hun armen, buiken of kousenbanden op hun benen staan. Het was onsmakelijk leuk als je zo’n vier prentenboek beschilderde stringelings naast elkaar met de voeten in de branding zag staan. Een beweeglijke cartoon.  Nog leuker werd het als ze zich naast elkaar in het water en daarna in het warme zwarte lavazand lieten zakken. Daarna was er altijd wel een Spaans machomannetje dat zich overgaf aan de plaatselijke sport, het naar elkaar gooien van zwarte lavamodder.  Frunnikend aan het schurende konttouwtjes en met een pijnlijke grijns liepen ze over de vulkaanstenen terug naar hun strandplaatsjes.
Ik had meteen een binnenpretje. Ik wist al hoe hun dag zou eindigen..net als de mijne zo’n 30 jaar geleden, met woest ontstoken dij binnenkanten…vanavond zou er niet gevogeld worden.

Sim, zonder string, terug uit Tenerife 8/7/2017




zaterdag 24 juni 2017

WANNEER GAAN DE 'GELOVEN' ER EINDELIJK AAN GELOVEN?

Elke week lezen wij in de kranten of horen wij op het journaal wel items waar  spontaan onze broek van afzakt. Als ouders, voor het beginnen van het is eender wettelijke Belgische vakantie, hun schoolgaande kinderen enkele dagen vroeger thuishouden, omdat dan de vliegtuigreizen nog betaalbaar zijn en omdat het dan een goedkoper vakantiebudget betekent, juist dan wil de Minister van Onderwijs dit absenteïsme bestraffen. Als het Islamitische Offerfeest juist voor de eerste wettelijke schooldag in september valt, dan gaan sommige scholen de aanvang van het schooljaar enkele dagen later laten starten!! Begrijpen wie begrijpen kan. Duidelijk twee maten en twee gewichten! Als er in Londen een volledige woontoren afbrandt, is er in einde en verre, zelfs geen eerste minister te bespeuren om met de slachtoffers te praten. Als er een Brit aan een moskee een aantal islamieten omver tracht te kegelen, dan staat daar ’s anderdaags kroonprins Charles op de drempel om met de plaatselijke imam te overleggen. Dit zijn zo van die ‘desintegratiepamperregeltjes’ die de autochtone Europeanen in de gordijnen jaagt.
Deze week blies Islamitische Staat hun eigen werelderfgoed, hun toren van Pisa, de scheve moskee van Mosoel op. Het was duidelijk een explosie die van onderaan kwam en geen bombardement, waarvan ze beweren dat de US of de coalitie ze uitgevoerd zouden hebben. Is dit misschien een voorbode van een aantal in de toekomst, IS aanslagen op Roomse kerken? Ach IS strijdertjes, maak geen onschuldige slachtoffers! Ergens in Midden Europa ligt het rijkste ministaatje ter wereld. Daar zit zo’n Rooms Christelijk kliek in een basiliek, volgens de islam ‘ongelovigen’ pedofielen, homofielen en seksloze mannen bij mekaar…Oei, oei, Ik werd duidelijk slecht begrepen, want ik las juist deze ochtend in de krant dat een groep terreurbomgordeldragertjes de Grote Moskee in Mekka wilden opblazen. Jezus..ik bedoelde bij MEKAAR en niet MEKKA!Vindt jullie grote baas het nog steeds oké, dat jullie elkaar nu beginnen uit te moorden?      
Nergens horen wij of ze zelf nog in de moskee van Mosoel aanwezig waren. Het gaat daarboven in de Allah- hemel uitzonderlijk druk worden. Ik kan best begrijpen, dat de 72 maagden, bij het horen dat er weer zo’n 150 à 200 uit elkaar gereten martelaren, naar boven komen zweven om hun orgasmen op te eisen, acute of chronische hoofdpijn of zelfs migraine gaan voorwenden. Of spreekt men al van maagden als het om acht- en negenjarige kinderen gaat?  Zat daar een paar eeuwen geleden toch niet zo’n pedofiele moslim, met een negenjarig kindbruidje in de woestijn de ware islam te prediken? Moesten daarom de vrouwen volledig gesluierd rondlopen omdat hij het aanzicht van een echte vrouw niet kon verdragen?
Wanneer gaan ‘de geloven’ er nu eindelijk eens aan geloven?
Nog nooit werden er zoveel oorlogen gevoerd, waren er nooit meer religieuze vluchtelingen en werden er mensen vermoord, als in de naam van één of ander geloof!
Vanaf het moment dat de mensen op aarde kwamen en ze hun één hersencel probeerden te gebruiken, moesten zij in iets bovennatuurlijks kunnen geloven. Zij konden zich niet inbeelden, dat er niets meer na dit leven kwam. Dat zij gelijk waren aan de olifanten, tijgers, koeien, varkens, vogels, muggen en vliegen. Dat, gedaan ook daadwerkelijk gedaan was. Dus als er ergens een schizofrene stemmen horende jandoedel, in een barre zandvlakte wat stond te oreren, zagen ze er onmiddellijk het teken van de hemelgoden in. Al diegenen die daar macht en geld inzagen, applaudisseerden op de achtergrond mee en zochten stante pede naar een welwillende uitgever om een paar  horrorsprookjesboeken uit te geven, die als leidraad door het godvrezend volkje  moesten gelezen worden.  Wie er nadien op het idee gekomen was, dat Roomse Katholieke mannen niet meer mochten neuken, is een raadsel. Welke gezonde man doet vrijwillig afstand van het plezier dat God aan hen geschonken heeft..’gaat en vermenigvuldig U’…
Als dan zo’n religieuze kerel, zonder ooit gepijpt te zijn geworden, na jaren van devote onthouding, uiteindelijk de pijp uitgaat met zijn eerste en waarschijnlijk ook zijn laatste orgasme, denk hij dan niet; “Hoc notum nisi me!”  Had ik dat maar geweten!
De Joodse, moslim, gereformeerde en evangelische antiseks verenigingsregeltjes, die zeggen dat er voor het huwelijk niet aan elkaar gefrunnikt mag worden, zijn toch werkelijk om te lachen. Eens deze godsvruchtige jongeren het boterbriefje kunnen klasseren, gaan ze als konijnen te keer en proberen op zo’n kort mogelijke tijd zoveel mogelijk toekomstige geïndoctrineerde kindjes op de wereld te zetten, die er dan weer voor moeten zorgen dat hun godvrezende clubregeltjes nog eeuwen blijven bestaan.
Hoeveel pretentie moeten deze religieuzen hebben om te beweren dat alleen hun godsdienst de enige echte religie is en hun god de enige ware.
Hoeveel arrogantie om te pretenderen dat atheïsten niet kunnen weten dat er geen God en geen hemel is en dat zij dit dan maar eens zouden moeten  bewijzen...Imaging there is no heaven, above us only sky! De ongelovigen moeten het grote niets bewijzen??
Heeft          Einstein soms zo’n een natuurwet uitgevonden? Dit bewijs vragen de vrome simpele van geest, die overtuigd zijn, dat er in de Allah- hemel, telkens een verzameling van 72 nieuwe maagden klaarstaat die hun uiteengereten, gebombardeerde en afgestorven ledematen alsnog moeten proberen te bevredigen. Door joden, die hun volledige leven in functie stellen van het hun beloofde hiernamaals. Door kerkse mensen die nog steeds geloven dat er eeuwen geleden een loebas opstond die water in wijn kon veranderen, die met een simpele handoplegging mensen kon genezen, over water kon lopen, zijn grafsteen kon opzij duwen en vleugelloos ten hemel ging…Ja inderdaad ook de atheïst kan ergens in ‘geloven’; in de natuurwetenschappelijke verklaring en bewezen evolutietheorie. En spijtig genoeg lijkt, volgens ons, de evolutie van de mens stilaan de verkeerde kant op te gaan..terug naar af.

Maar gisteren gebeurde er iets verbluffend, manlief riep God aan! Ik dacht eventjes dat de hemel zou invallen. Wij hadden ons huurautootje ergens geparkeerd en waren met stoeltjes, parasol, pak en zak de lavaheuvel naar het strand afgedaald. We hadden net onze strandstoeltjes opengeklapt, toen manlief zijn short wou uitdoen en aan mij vroeg op ik de autosleutel had..Niet dus..en toen gebeurde het! Manlief riep, God, God, godmiljaarde, God, godverdomme, godjummenas er is een gat in de zak van mijn short. Zonder iets tegen mij te zeggen, keerde manlief terug op zijn passen, klom, terwijl het 35 graden in de schaduw was en met anderhalve revalidatielong terug de helling op. Ik berustte al een beetje in het lot, want door de jaren heen waren er al diverse, petten, truien, mobieltjes, sleutels en autosleutels ergens ten velde verdwenen, maar soms ook wel al eens teruggevonden. Na een tiental minuten stond manlief, als Mozes, terug boven op de berg en wuifde met in de ene hand de autosleutel en aan de andere hand een opwaartse duim..Als je maar hard genoeg roept, helpt God misschien soms wel een beetje, of niet?


Sim, Tenerife 24/6/2017

donderdag 15 juni 2017

PANIEK IN MANDAATJESGRAAIERSLAND

Er gaat een tsunami over het Waalse PS landschap. De kranten en de journaals staan er bol van. Twee ordinaire rode poenpakkers graaiden elke maand in de financiële pot van Samusocial, een vzw waarvoor vrijwilligers gratis werken en geld bij elkaar bedelden om de allerarmsten der armen, de daklozen, te helpen. Deze twee Brusselse sjoemelaars fantaseerden vergaderingen en bijeenkomsten bij elkaar, die nooit plaatsvonden, waar ze nooit ook maar één minuut aanwezig waren en lieten zich hiervoor rijkelijk betalen. Hoe laag kan je vallen om jezelf schaamteloos te laten vergoeden juist op de kap van een zulke arme bevolkingsgroep. Verwachten wij dit van de burgemeester van de Europese Unie hoofdstad, neen. Pikken wij dit van zo’n vrouw die normaal via het OCMW de minderbedeelden moet helpen? Dus is het ook niet verwonderlijk dat de vrijwilligers, de armen en de daklozen een slachtoffervereniging willen opzetten en de ontslagnemende burgemeester Mayeur en de Paraïta geldsnol publiekelijk op de grote markt van Brussel zouden willen lynchen! Ze eisen dat de twee zakkenvullers, de mandaatgraaiende burgemeester alsook zijn mede ‘armoede bestrijdster’ uit alle ambten ontzet worden en voor straf 2 maanden op de straat moeten leven. Zij zullen er persoonlijk op toezien dat ze geen twee keer bij de gratis voedselbedeling kunnen aanschuiven. Wie een put graaft voor een ander…
Politiek en poen! Na het Waalse Publifin schandaal ging er al een beerput open en was er al hevige storm over overbetaalde mandaten, maar blijkbaar is er een soort cumulerende politici dat geen schaamte kent. Elke week opnieuw horen we over allerlei regeringsvertegenwoordigers, meestal al royaal goed betaalde mensen, die het toch nog nodig vinden om mandaatjesgeld achterover te drukken. De voorzitter van de Waalse PS, Di Rupo zwijgt in alle talen, denkt er in het Frans het zijne van, broeit op een algemene décumul en hoopt dat de storm ondertussen overwaait, in plaats van eens degelijk de cumulstal uit te mesten. Laurette Onkelinx echter roept en tiert als een volleerd viswijf in de kamer en breekt elk voorstel van de regerende partijen af . Alleen vertelde ze eventjes niet dat ze één van haar kinderen aan een job bij Samusocial geholpen had en dat haar advocaatman, onder het mom van de wet van de privacy, het Samusocial schandaal onmiddellijk met de mantel der liefde wou toedekken. Moet UNIA zich er hier niet mee bemoeien, dat politici hun kinderen via via aan een begeerd baantje helpen? Is dit geen discriminatie naar de gewone man toe?
Inmiddels gaat het gerucht dat er al een nieuw Brussels cumulmandaatschandaaltje’ in de maak is bij de Brusselse voedselbedeling. Is Brussel dan toch misschien zo’n Trump’s hellhole?
In mijn hoofd kabbelen er al een paar weken een aantal vragen. Wat loopt er mis met de Belgische socialistische partijen. Want laat ons eerlijk zijn, ze hebben door de jaren heen, toen ze in de regering zaten,  ook heel goede dingen voor de arbeiders en de bediendes verwezenlijkt. De vijfdaagse- en minder dan 40 uren durende werkweek. De vakantiedagen, het vakantiegeld en de dertiende of zelfs veertiende maand geldbonus. Vroeger liepen wij trots in de 1st meistoet op de dag van de arbeid. Wat  blijft er nog over van die authentieke linkse partij? De bonden die meer laten staken dan dat ze mensen aan het werk helpen? Vandenbroucke die in een poging tot vernietiging van bewijzen, geld uit de zwarte kas wou verbranden. Mathot, Coeme, Spitaels en Claes die zonder blikken of blozen, wat Agusta helikoptersteekpenningen in hun persoonlijke zakken deden verdwijnen en dochtertje Claes, een vroegere Limburgse burgemeester, die overduidelijk haar vaders genen bleek te bezitten. Galle en Spitaels die er met miljoenen Dassault smeergeld vandoor gingen. De Antwerpse rode Janssens die via Telepolis de sociale zekerheid trachtte op te lichten en Laurette Onkelinx die overheidsopdrachten aan haar eigen man gaf. Het Visa schandaal enz…Teveel rode schandaaltjes die uitkwamen, maar waarvan de rode rakkers geen rode schaamtewangetjes kregen.
Zo lang je met andermans geld de royale weldoener kan uithangen zal er steeds een groep burgers in de val blijven trappen.. Maar blijkbaar is de cumulepidemie bij alle partijen toegeslagen en hebben ze allemaal min of meer mandaatboter op hun hoofd. De ene, echte zachte hoeveboter, de andere margarine. Weten die politici nog hoe hoog of beter hoe laag, onze werkelijke private pensioenen, invaliditeituitkeringen of werklozensteun zijn, als ze zelfs niet eens bemerken dat er maandelijks allerlei niet verklaarbare uitkeringen op hun bankrekening bijgeschreven worden?
Een deel van de politiekers willen ons ervan overtuigen dat zij een twintig tot veertigtal mandaatjes hebben waar ze gratis voor werken…
Gratis, wie gelooft dit nog, maak dat de kat wijs. Als er dan al geen financiële som tegenover staat, dan worden ze lekker verwend met culinaire etentjes, reisjes en overnachtingen op een luxejacht. Alleen de ex-burgemeester van Hasselt geloofde nog in gratis, maar die ging na een ‘sexchantage’ kopje onder.
Het is niet echte corruptie maar al die mandaatjes en cumuls bevinden zich toch ergens in een schemerzone.
Nadat Brussel een nieuwe PS burgemeester gekregen heeft, die zich borstkloppend als de nieuwe burgervader profileert, horen we dat hij meer mandaatjes in vzw’s heeft dan dat er werkdagen in de kalender zijn. En dan  doet een Vlaamse vrouwelijke socialistische Burgemeester van Hasselt er nog gretig een schandaalschepje bovenop.
Na alle verwittigingen van de staatssecretaris van migratie en asiel, slaat zij het negatieve advies in de wind en laat zij Faoud Belcacem, de oprichter van Sharia4Belgium en notoire Syrië soldaatronselaar, in de gevangenis met zijn Jihadbruidje huwen.
Het land staat op stelten, want door dit huwelijk zal het een pak moeilijker worden om deze terreurcrimineel, na zijn 12 jaar gevangenisstraf naar Marokko te deporteren, waar hij tevens nog enkele jaren bak te goed heeft. Moet John Crombez, hoofd van de Vlaamse socialistische partij, deze flaterdame niet op het matje roepen? Ik denk dat SPA John, geen nachtmerrieloze nacht meer gehad heeft sinds alle rode schandalen door de journalistiek en de andere partijen uitgespit werden. Hij heeft het zich waarschijnlijk al dik betreurd dat hij zijn arrogante voorganger van de troon gestoten heeft.

Sim,mandaat en cumulvrij     Tenerife 15 juni 2017



zondag 11 juni 2017

CANARISCHE PISPALEN

Het is de allereerste keer dat wij, door omstandigheden, eind mei, begin juni op Tenerife beland zijn. Al de bomen die tussen de witte huisjes en langs de promenades in Los Cristianos, in de winter bijna op sterven na dood leken, hebben plots een explosie van flamboyante rode bloemen. Als de bloemen naar beneden vallen, lijkt het net of de rode loper met rozenblaadjes speciaal voor ons uitgerold werd. Dikke trossen roze rode oleanderbloesems steken fel af tegen de knalblauwe hemel en purpere bougainvillia klimt overdadig tegen alle muren omhoog. Op de wandeldijken kuieren echter behoorlijk minder toeristen dan in de winter. Eind mei en begin juni is duidelijk voor Tenerife het dode seizoen. Verschillende restaurantjes zijn voor de jaarlijkse vakantie gesloten. Overal zijn diegenen die achtergebleven zijn aan het renoveren geslagen en herstelt men de zwembaden die er nu wat droog en verlaten bijliggen. Ook ziet men nu amper seniorenoverwinteraars, die gehandicapt of niet, met tandemrolstoelen als F1 kamikazepiloten tussen de wandelende vakantiegangers, de dijk afzoeven. De meeste toeristen zijn nu jongelui en jonge gezinnen met kleutertjes. Begin juni  werd er echter een nest Britse toeristen, van het slag dat de toegang tot Mallorca en Ibiza verboden werd, op de Tenerifse wandeldijken losgelaten. Mannen, vrouwen, jong of oud, allemaal hebben ze de meest idiote tekeningen en krabbels op hun huid gezet. Volledige armen, benen, ruggen, buiken en zelfs hoofden zijn met Chinese inktpatronen vol geklad. Grote christelijke kruizen, Maria afbeeldingen,de Engel Gabriël, diverse bloemen en Chinese lettertekens  zijn het meest geliefde onderwerp. Als er één voorbij slentert zonder zwart blauw geklieder ergens op zijn lichaam, wordt hij als een unicum aangestaard. Maar deze volledig blanke spierwitte Brit is dan ook meestal na één dagje zonnen kreeftrood. Volgetekende voetballertjes look a likes, met gebleekte kuiven, lopen trots hand in hand met hun sexy partners, die met een string aan en twee vol getatoeëerde kadetten, als in hun blote kont over de wandeldijk paraderen. Daarachter waggelen de horizontaal uitgezakte tattoo-Jerommekes die met hun armen alleen in grote accolades rond hun lijf kunnen zwieren met hun Britse volgekrabbelde Rubensvrouwen. Zij vonden elkaar duidelijk niet op Tinder maar op de “More drawings and fat” app. Met hun blote bovenlijven en vet kwabberende bikinilijven laten dit plat en onontwikkeld zootje zich respectloos op de restaurantterrassen neerzakken. Nu ben ik zelf niet meer van de jongste en de magerste, maar wat je hier op de promenade aan tonnen vol getatoeëerde lijven ziet voorbij waggelen, grenst aan het ongeloofbare. Ook grote groepen ordinaire Engelse verhitte vrijgezellen zwalpen in verschillende stadia van dronkenschap en ontbinding luidruchtig voorbij. Als dit het niveau is van de doorsnee stemgerechtigde Brit, dan begrijpen wij hoe de Brexit tot stand is gekomen. Manlief merkt op dat het alleen de blanken zijn die zich als stripleesboeken laten volkliederen.  Gat in de markt voor de tattooshop die alleen met witte verf de zwarte Afrikanen gaat tatoeëren! De tattoe- bacterie is nu zelfs al op de Spanjaarden overgeslagen. Geen enkel jong lichaam is nog ongesigneerd.
 Ook in de meeste souvenirwinkeltjes is het veel stiller. Pakistaanse of Indische verkopers trachten je met “hello my friend” de hand te schudden en je op die manier hun shop in te sleuren.
Zoals trouwens in heel Europa, is het Canarische wagenpark echter de laatste 5 jaar behoorlijk toegenomen. Enkele jaren geleden reden wij nog praktisch alleen over de snelweg, maar zelfs nu, terwijl er een pak minder junitoerisme is, staat men soms behoorlijk in de file. Een parkeerplaatjes vinden,waar we vorig jaar nog blindelings naartoe reden, is nu al een huzarenstukje geworden. Zij aan zij staan de kleine autootjes, als mini crematoriumoventjes, in de felle zon te schitteren. Nog een jaar of twee, drie en men kan ook hier al voor woon-werk-verkeer de elektrische fiets gaan promoten.
De oorspronkelijke naam van de Canarische eilanden, was Canariae insulae , wat “hondeneilanden” betekent.
De Spaanse locals krijgen het klaarblijkelijk beter en beter. Dat zie je ook aan het aantal honden, die als een echte plaag jaarlijks aangroeien. Eén hond is geen, minimum één voor madame en één voor mijnheer.Nu hebben ze eindelijk de zieke en zwerfkatten aangepakt, maar nu zie je een hondenepidemie ontstaan. Niet in de toeristische centra, maar daar waar de Canaries zelf wonen is een hond hebben een gegeerd statussymbool geworden. Zo zagen we al een paar dagen een man met aan elke hand twee honden door het Chayofita-complex wandelen. Je denkt dan spontaan aan een hondenwandelaar, die voor een kleine bijdrage de blaffende hartendiefjes bij hun respectievelijk minder mobiele baasjes gaat ophalen en ze dan na het obligate kakje en pisje  terug bij ze afgeleverd. Niets is minder waar. Het is zijn eigen roedel! Ach zijn eerste hondje had zo’n verlatingsangst en blafte de buurt bij elkaar toen baasje eens iets zonder hem wou ondernemen. Hoe zielig, vlug een tweede hond bijgekocht. Maar in plaats dat ze elkaar bezighielden, jankten ze nu allebei zo hartverscheurend hard, dat er klachten van de omwonenden kwamen. Misschien dat een derde lieverd soulaas zou brengen. Nu werd er in een driekoppige canon jankend, keffend en blaffend tekeergegaan. Eens proberen met een vierde joekel? Als deze man een derde arm gehad had, dan liep hij vermoedelijk met een kudde van zes rond.
En overal kakken en pissen. Het zand rond de palmbomen, de lantaarn- en wegwijzerpalen zijn ondertussen onderaan echte wegrottende en weggeroeste pispalen geworden. Als je al een hondenbezitter met een vol kakplasticzakje ziet rondlopen, dan is dit meestal een inwijkeling die deze norm en gewoonte vanuit zijn thuisland meegebracht heeft. Verschillende muurtjes worden duchtig afgesnuffeld. Pootjes gaan om beurten omhoog en tegen de afscheiding ontstaat er een urinekleurige driehoekige opgedroogde waterval, die vettig en naar ammoniak stinkend op het voetpad doorloopt. De meeste Spanjaarden hebben er letterlijk schijt aan dat hun honden overal een drol leggen. Liefst een grote stinkende hoop op de witte tegeltjes vlak voor je deur. Gelukkig worden de viervoeters op de stranden verboden, want hier aan de Costa del Sol, aan de gele rots, waar het in de winter zo zalig rustig kan zijn, is het inmiddels in de weekeindes een hondenzwemparadijs geworden. Je wordt er horendol van de blaffende honden die hun zwemmende baasjes niet achterna durven springen of die elkaar naar de strot vliegen. Als de Canaries uit werken gaan worden die arme dieren jankend een ganse dag in de kleine appartementjes of op terrasjes achtergelaten.
Wij hebben een totaal ander begrip van dierenliefde.
Wie voor een paar weken aan de Costa del Sol op Tenerife verblijft, wordt zonder probleem een notoire hondenhater! Neen een hondenbaasjeshater....

Sim, Waf waf         Costa del Silencio Tenerife, 11 juni 2017

zaterdag 3 juni 2017

TERUG VAN WEGGEWEEST

Alle twee halen wij sinds een paar dagen opnieuw opgelucht adem. Manlief omdat hij na de ‘door het oog van de naald- longoperatie’ nu daadwerkelijk opnieuw beter begint te ademen en ik omdat de stresschaos in mijn hoofd eindelijk begint op te lossen. Het leek alsof ik samen met manlief 6 uur onder narcose geweest was, want de connecties in mijn hersenen lieten het afweten. Ik voelde me net een jonge indommel- dementerende waarbij de meest simpele en gewone woorden niet meer herinnerd werden. Verhaaltjes schrijven leek niet meer te lukken en dat er voor mij een eventueel  ‘Hugo Clauske ‘op de loer lag, maakte me onzeker en angstig.  Als manlief platligt, zie je dat er bij de operatie een rib afgezaagd en weggenomen werd. Gelukkig heet Raymond, Raymond en geen Adam, want stel je voor dat ze tegelijkertijd van deze rib een smakelijke ronde blonde bijbel Eva- met- een- vijgenblad gecreëerd hadden, dan had ik het met mijn 65 jaren wel kunnen schudden…
 Maar nu zitten we terug in ons huurhuisje op Tenerife, vijf maanden later dan gepland maar de oceaanlucht doet ons beiden duidelijk goed. Onze Duitse gehandicapte drankorgeloverbuurman houdt zich tot hiertoe kalm en zijn zuiplapkameraden lopen niet meer in en uit. Tot hiertoe horen we zijn luide namiddagmuziek, waarmee hij de doden en doven terug tot leven daverde niet meer. Wij beleefden samen met onze buurman, in de winter van 2016, zijn persoonlijke kristalnacht. Er werd onophoudelijk door mogelijke drugkopers op zijn deuren en ramen geklopt en er waren de oeverloze nachtelijke ruzies met zijn toenmalige gedrogeerde crapuulvriendjes die ’s nachts zijn televisietoestel gemolesteerd hadden. Daarna volgden de bezoekjes van de syndicus van het Chayofita- complex, politieagenten en de deurwaarder. Wij hadden al gehoopt dat men de alcoholmof uit het huisje gezet had, maar nu staat er een spiksplinternieuwe scootmobiel voor de deur met aan de zijkant twee knal fluo roze krukken. Misschien loopt (rijdt) hij nu de deur plat bij de plaatselijke AA Canarias, is hij gestopt met drugs dealen of heeft één van zijn lieve vriendjes misschien zijn CD speler in de prak geschopt. Het enige dat wij nog horen is zijn Duitse nieuwsjournaal en zijn dagelijkse soapaflevering. Allemaal prima, eindelijk rust.. dachten wij. Twee huisjes verder hadden een paar Spaanse ‘dierenvrienden’ een grote doghond op een terrasje van circa 2m² in de hete zon opgesloten. Zijn hondenkop kwam juist boven de balustrade uit. Het dier jankte en blafte zonder ophouden. We werden er gek van!  Ik voelde na enkele uren mijn ‘Michael Douglas falling down’stresspeil opnieuw tot ongekende hoogtes stijgen. Nu hadden we geen last van een lawaaierige Duitse zuiplap maar van een blaffende Duitse dog!  Eventjes de vertaalsite Nederlands- Spaans opgezocht en een heel vriendelijk briefje geschreven dat ik aan de voordeur zou gaan plakken.
Ik schreef in het Spaans:
quote
Lieve buren (eigenlijk bedoelde ik, godverdommes klootjesvolk)
Misschien bent U er zich niet van bewust, maar als U niet thuis bent en U Uw hond op het terrasje opsluit, dan blaft hij non stop, om gek van te worden.
Kan U Uw hond niet ergens anders achterlaten, zodat wij er geen overlast van hebben. Heel erg bedankt.
unquote
(Eigenlijk bedoelde ik, echte dierenvrienden laten hun hond niet op een ovengebakken zonnig terras achter als ze gaan werken en als jullie er als de bliksem niets aan veranderen dan stappen wij naar de syndicus).
Toen ik het briefje aan de deur wou hangen, bleek dat de hondeneigenares, een klein Canary trolvrouwtje vol tatoeages en piercings wel degelijk thuis was en duidelijk zelf geen probleem had met haar keffende mormel. Perro(hond)? Welke perro ? Ik begrijp U niet, mijn hond? Toen ik er met hand en tand stond uit te beelden dat de hond boven op haar terras, non stop blafte, kwamen plots nog twee andere buurvrouwen uit hun witte huisjes en begonnen allerlei verwensingen naar de ‘dierenvriendin’ te roepen. Mijn ‘babbelspaans’ is niet zo goed maar ik begreep wel dat de twee buurvrouwen horendol ‘loco’ werden en dat ze stappen zouden ondernemen, dat het nu genoeg was!!  
Plots gingen boven de terrasdeuren open en de hond spurtte naar binnen. Wij hebben hem niet meer gehoord.
Het is hier nu zalig siëstastil. Fingers crossed, dat het zo blijft! Wij genieten met volle teugen. De revalidatie van manlief gaat hier de goede kant uit. Manlief wandelt al veel verder dan thuis in Edegem en kleine hellingen worden nu zelfs al zonder problemen opgegaan. Wel wat trager dan vroeger, maar de energie komt terug. En nu kijkt hij naar voetbal en ik schrijf terug.. I’ll be back!



Simone  Costa del Silencio       3 juni 2017