zondag 24 mei 2015

VAN GOGH SURVIVALTOCHT




Saint-Rémy-de-Provence is een blauwluiken- stadje dat zich onderaan de bergketen ‘Les Alpilles’ bevindt. Al tijdens de Romeinse tijd vond men dit de ideale plek om van het zonnige zuiden te genieten. Onderweg naar het bergdorpje Les Baux, vindt men de Romeinse opgraving Glanum met zijn triomfboog. De via Dolmitia en de via Aurelia leiden nog steeds naar Rome.
De huizen die zich in het mistralvrije binnenstad bevinden, zijn allemaal terracotta-, vanillevla- en eierschaalkleurig. Ze weerkaatsen de meizon op al de toeristen die jaarlijks dit Provençaals stadje bezoeken. Overal bloeit oleander en geurt de kamperfoelie. Allerlei gezellige winkeltjes kleuren de nauwe straatjes en je moet al van staal zijn om hier je nu en dan niet tot een aankoop te laten verleiden.  
Saint-Rémy is de geboorteplaats van Nostradamus en het toevluchtsoord van de psychotische Vincent Van Gogh. Er is een schilderijenwandelroute uitgestippeld tot aan het Saint-Paul-de Mausole, het klooster waar de kunstenaar naar geestelijke rust zocht en zijn demonen in verschillende schilderijen van zich afpenseelde.
Zowel in Arles als hier werd hij destijds miskend en leefde hij in de grootste armoede. Vincent is nu de voornaamste trekpleister en ‘het geld in het toeristische laatje’ van de stadjes. Iedereen pikt hier ondertussen een graantje mee van de beroemde naam: Hotel Van Gogh, restaurant Vincent enz.
Als je tijdens een mistralwind in de omgeving van Saint-Rémy wandelt, dan begrijp je ineens veel beter met welke blik en gemoedstoestand Vincent deze omgeving schilderde. Je wandelt in een Van Gogh schilderij met de grillige bergwanden als ‘scenery’ achtergrond. De mistral rukt aan de cypres- en de olijfbomen. De klaprozen deinen als rode confetti heen en weer en de blauwe irissen worden door de rukwinden omvergeblazen. Vincent zag tijdens zijn leven geen cent voor zijn werk, maar iedereen die later ook maar één schilderij van hem in zijn bezit kreeg zag zijn rijkdom alleen maar toenemen. Je zou jezelf van minder frustratie een oor afsnijden.
Het is vandaag 25 mei en Pinksteren.  Pinksteren, een hoogdag voor de Pinkster- gemeenschap, voor de anders gelovigen een zelfgefantaseerde heiligendag, voor de atheïsten een gratis meegenomen vakantiedag, voor de Antwerpenaren het begin van de Sinksenfoor, een zesweken durende kermis en voor Saint-Rémy de dag van de Transhumance. Duizenden schapen worden door de herders langs de buitenring rond het stadje voortgedreven. Het idee dat ze straks weer lekker kunnen grazen op de sappige weiden, doet hun vrolijk mekkerend achter en tegen elkaar voorstappen. De tweede keer dat ze dit rondje moeten lopen, voor de gratie van de honderden foto’s makende toeristen, vinden ze al minder prettig. De tongen hangen al uit de dorstige schapenkoppen en hun ogen kijken al minder happig in de achterkant van hun schapencollega’s.
Wij stappen naar de dienst voor toerisme en kopen er een wandelkaartje. De rondwandelingen zijn in rood, blauw, zwart, purper, oranje, groen en roze op de kaart aangeduid. De bewegwijzeringen ter plaatse zijn echter allemaal in het GR rood/wit of in het geel. Dit blijkt voor manlief al een verwarrende combinatie te zijn. We trekken de Alpilles in en na een uur gaat onze tocht al volledig de mist(ral) in. In plaats dat de aanwijzingen bij elke splitsing goed duidelijk aangegeven worden, moeten we weer elk een tiental meter een kant uitstappen om opnieuw een streepje kleur te vinden. De wandeluitleg is uiterst summier en zonder dat je het goed en wel beseft, gaat de ene geelbewegwijzerde wandeltocht over in de andere en stap je de verkeerde richting uit.  Manlief foetert dat hij die gele strepenman met zijn verfpot wel eens zou willen tegenkomen en dat hij die GR bewegwijzeringvrijwilliger zijn gedacht wel eens zou willen zeggen. Dat hij, op het einde van ons verblijf hier,  de wandelkaart met veel spektakel op het bureau van de dame van de dienst voor toerisme zal deponeren. Hij zal er haar op wijzen dat de uitleg uiterst verwarrend is en dat de ‘plaatsaanduidingsidioten’ en de burgemeester en de schepenen van het plaatselijke toerisme er geen kl…van kennen! “Ze moesten beschaamd zijn dat ze voor zulke misleidende kaartjes nog geld voor durven vragen ook!” Ach ik laat hem maar uitrazen ik weet ondertussen uit jarenlange ondervinding dat er bij manlief maar een minimale ruimte in zijn hersenpan voorzien werd voor het kaartlezen en oriëntatiegedeelte. Als je met manlief de Antwerpse Meir richting Grote Markt afloopt en je het aandurft om in een winkel binnen te stappen, hoef je hem maar tweekeer rond een molen hemden te laten draaien om dan tot de ontdekking te komen dat hij gegarandeerd niet meer weet van welke kant hij kwam en welke richting hij nu uit moet. Om de oriëntatiehutsekluts in manlief zijn hersenen te kunnen ontrafelen, heb je een heel gesofisticeerde en geavanceerde computer nodig en dan nog... Ik ben dan wel blond, maar kaartlezen kan ik als de beste. Ik versla zelfs met vlag en wimpel de gps madame. Een gewaarschuwde vrouw is er twee waard en dus smokkel ik reeds jaren een mini overlevingspakket met eten, fruit en water in de rugzak mee, want een wandeling van vier uurtjes kan al flink uitgroeien tot een volledige dagmars. In het begin stap ik nog steeds gedwee achter mijn kaartlezende analfabeet aan totdat mijn oriëntatiegevoel op de rem gaat staan en ik ervan overtuigd ben dat hij ons weer een paar extra niet bewegwijzerde kilometers laat klimmen en dalen. Dit draait steeds uit op oeverloze discussies, waar we ons juist op de kaart bevinden en welke richting we uit moeten. Als hij naar links zegt, dan weet ik al bij voorbaat dat de juiste weg naar rechts leidt. Al een paar keer in het verleden, stampvoette ik dat hij zijn eigen twee oriëntatiehersencellen maar moest volgen maar dat ik zowiezo de andere kant uitwandel. Als hij vanavond dan niet naast mijn caravanbed staat, zal ik samen met de campingbeheerder wel een zoekactie organiseren. Meestal drentelt manlief dan binnensmonds mompelend achter mij aan en wil, nadat wij na een half uurtje terug op de camping staan, nog steeds niet toegeven dat hij de verkeerde kant wou uitwandelen. Ach, begin in het buitenland, met zo’n oriëntatiegenie nooit alleen aan een bergwandeling, een jungletocht of een safari zonder de plaatselijke bevolking te informeren. Zij moeten indien ze ons binnen de week niet terugzien, het leger met een rescue- helicopter mobiliseren en die kwistig de nodige overlevingsvoedselpakketten laten uitstrooien.  Dus als jullie de komende weken geen verhaaltjes meer toegestuurd krijgen, betekent dit ofwel, dat ik misschien geen wifi/internet op de camping meer heb, maar het kan ook zijn dat ik zonder nadenken noch tegenspraak en zonder enige twijfel, manlief op een wandeling gevolgd ben. Waarschijnlijk ben ik nu dan nog steeds aan mijn survivaltocht in het Van Gogh decor bezig en heeft men ons nog steeds niet teruggevonden.
 
Sim,         Saint-Rémy-de-Provence    25 mei 2015    
                                                                                                                                               
                                                                                                                                                                                                                               

donderdag 21 mei 2015

LA PLAGE ROMANTIQUE


We gaan iets meer dan 40 jaar terug in de tijd. La Couronne was toen nog een ‘toeristenloos’ klein gehuchtje. In de kreek tussen de twee in de zee uitlopende rotsen lag een verlaten, volkomen leeg strandje. De doorsnee juli- augustus  vakantieganger had dit deel van Zuid Frankrijk tussen Martigues en Marseille nog niet ontdekt. Er stonden 8 bungalowtjes, praktisch op het strand, waar ik als 18 jarige in logeerde. Diegenen die de column ‘summer of ‘68’ uit mijn boek ‘het scharnierend schuurtje I’ gelezen hebben, begrijpen dat ik uit een soort jeugdsentiment, manlief overhaalde om nog eens een keer deze kant uit te gaan.

De 8 houten bungalowtjes zijn ondertussen verdwenen en verruild door een compleet hotel -en bungalowcomplex. De pijnbomen, de vallei in, zijn gerooid en vervangen door gigantisch parkingbeton voor zo’n 450 betalende auto’s. La Couronne, dat ondertussen behoorlijk uitgedijt is, is uitgegroeid tot een volwaardige vakantiebestemming. Wij arriveren één dag voor Hemelvaartdag en het strand en het parkeerterrein zijn volledig leeg. De terrasjes liggen er wat onbemand en lusteloos bij.

De toenmalige camping van de familie Turc bestaat niet meer, maar nauwelijks  over de heuvel, aan de volgende kreek, zijn er vijf verschillende nieuwe campings en bungalowparken uit de grond gestampt. Elk van deze vakantieparadijzen vermelden in hun reclamefolder dat het strand van Sainte Croix op een wandelboogscheut van hen verwijderd is.

En inderdaad  op donderdag 14 mei, Hemelvaartsdag, slenteren wij voor de eerste keer, met onze stoeltjes richting strand. De Fransmannen hebben voor de derde keer op rij een lang brugweekeinde. Dus samen met ons zijn alle vaste kampeerders, de campinggasten,  allochtoontoeristen en zigeunerpassanten van Martigues, Marseilles en omstreken als spreeuwen op het strandje neergestreken. Ze sleuren tafels, stoelen, parasols, luchtmatrassen, handdoeken, frigoboxen, thermosflessen, grote winkeltassen met stokbroden, gasvuurtjes, waterpijpen, beachball setjes, ballen, buggy’s, kinderen, emmertjes, schepjes en niet te vergeten hun telefoons het zand op. Vanaf het moment dat de strandpicknick geïnstalleerd is, begint de telefoonterreur. Ingeoliede en zonnencrèmeglanzende mannen en vrouwen telefoneren, sms’en, maken selfies, facebooken of twitteren. Overal hoor je telefoongerinkel en heel bizarre ringtones.  Het wordt een geweldige beursdag voor de Franse telefoonproviders. De ééndagstoeristen krioelen over elkaar. Het strand lijkt één kleurrijk ‘handdoeken –patchwerk handwerk’. Het enige zand dat nog zichtbaar is, is het opstuivende zand, dat door een pamperbaby met zijn schepje ongecontroleerd omhoog gezwiept wordt. De omliggende zonnebaders roepen luid : “Arrète, arrète, stop” en sporen de ouders en grootouders aan hun kleine grut in toom te willen houden.  De kleurige mensenzee gaat naadloos over in het azuurblauw van de Middellandse Zee. Bij het voetjesbaden krijg je kramp tot achter je oren. Een paar Franse ijsberen trotseren het ijzige zeewater. Misschien moeten ze wel een plas doen en is richting zee wel het enige alternatief. Een paar jonge moeders schommelen met de kleine beentjes van hun enkele maanden oude zuigelingen in het nog koude zeewater. De baby’s zetten het onmiddellijk op een krijsen. Dikke verontwaardigde tranen biggelen over hun bolle wangetjes. Langs de zijkant van het strand richting parking zitten een paar zigeunervrouwen, met verdoofde slapende peuters op hun schoot, te bedelen. “Madame, svp madaam, le bébé est malade.” De gipsymannen zitten in de schaduw onder de pijnbomen. Voor ons op het strand zitten drie adolescenten. Ze proberen om beurten hun waterpijp in gang te krijgen. Eén voor één branden ze hun vingers aan het gloeiende smaaksteentje alvorens er nog maar één een wolk stoom uit het mondstuk kan zuigen. Het strand ruikt naar appelrook, coconut zonnecrème en wiet. Achter ons horen we muziek en zien we dat vier mannen en één vrouw nog een vrij strandplaatsje zoeken. De mannen laten zich op hun standlakens neerzakken maar de vrouw blijft staan wiebelen.  Uit de radio schettert steeds hetzelfde bonkdeuntje. De vrouw is een ‘overgeïntegreerde’ allochtone, met lang donker krullend haar, dat er in een poging tot blonderen, op sommige stukken als plukken uitgerafeld touw uitziet. Zij beweegt heel zinnenprikkelend haar mini bikinilichaam heen en weer. Zij wenkt met beide handen naar één van haar begeleiders. Op een centimeter strand beginnen ze op een heel uitdagende manier te dansen. Hij duwt zijn bovenbeen tussen haar dijen. Zij drukt haar jongejuffrouw tegen zijn bil aan en kronkelt met haar kont, alsof er nog een stuk in achtergebleven is. Een moderne versie van de ‘java-dans’ wordt opgevoerd. Na een paar erotische dansminuten laat de man zich al lachend terug in het zand vallen. Haar partydrug, van de vorige avond, blijkt echter nog lang niet uitgewerkt te zijn en opnieuw sleurt ze een nieuw kaalgeschoren slachtoffer van zijn badlaken omhoog. Het seksuele ‘zandrondschuifelen’ gaat gewoon verder.

Een paar prepuberale jongens op weg naar het water blijven verbijsterd, wijzend en grinnikend toekijken. Oma’s sleuren hun, op het ritme wippende kleutertjes voorbij het vijftal. Een drietal veertigers loeren naar het erotische schouwspel. Zij liggen op hun buik en draaien ongemakkelijk op hun standlaken heen en weer. Het eentonige muziekje wordt nu al meer dan een half uur herhaald en de buikdanseres stopt haar vruchtbaarheidsdans nog steeds niet. Ze wiebelt en schommelt met alle vier haar fuifbegeleiders. Haar verwachte explosieve hoogtepunt  blijft echter uit. Bij de rondomliggende badgasten gaan de wenkbrauwen regelmatig de hoogte in. Enkelen van hen nemen hun handdoeken bij elkaar en zoeken een rustiger plaatsje om te telefoneren. De mistralwind steekt op en hier en daar vliegen de parasols en luchtmatrassen de hoogte in. De geïmproviseerde buitenkeukens worden in allerijl afgebroken. Gebruinde en verbrande lichamen schuifelen richting auto’s, waar ze onder luid getoeter naar de ‘pannier’ van Marseille en naar Martigues terugrijden. De campinggasten sjokken als een karavaan kamelen opnieuw richting caravan, bungalow of camper. Lang geleden dat wij, als voorjaarsvakantiegangers, in mei nog zoveel jonge mensen bij elkaar op een strand zagen. Zo’n mierennest, het leek wel juli of augustus. Na het verlengde weekeinde was het omgewoelde zand van de plage van La Couronne terug het beloofde verlaten Bounty strand.
 

Sim,                         La Couronne 20 mei 2015

 

 

 

 

 

zaterdag 16 mei 2015

BURN OUT

Ik ben overwerkt. Ik sta er helemaal alleen voor. Ik ben echt toe aan mijn pensioen. Ik had het allemaal heel goed gepland. Ik gaf Adam een vrouwtje waar hij mee kon spelen, hoe ze samen wat vlinders in hun buik konden voelen.  Maar al na de eerste tweelingworp liep het al fout. Kaïn doodde zijn broer Abel. Vroeger had ik onze Zeus en ons Minerva nog die mij een handje toestaken, maar zij hebben zich in een chique villa op de Olympus teruggetrokken en verbouwen nu Griekse olijven en voeren yoghurt uit. Mijn broer, die de andere helft van de wereld aanhoorde, heeft zich ook al een tijdje van de aarde afgekeerd. Elke morgen, bij het krieken van de dag, maakte men hem met het nodige geschreeuw wakker en elke keer dat hij terug indutte, was dat gekrijs er weer. Daar beneden in de woestijn zat er iemand, die weliswaar stemmen hoorde en die iedereen wijsmaakte dat hij een rechtstreekse hemellijn met hem had.  Ach het was een psychotisch geval, maar mijn broer was al lang tevreden dat hij niet meer naar al die gebeden moest luisteren. Het zou er voor hem alleszins niet gemakkelijker op worden om al die smeekbedes uit elkaar te houden want ondertussen hadden al die eerstgeboren mannen dezelfde naam gekregen. Mo hier en Mo daar. Mijn broer kon al lang geen onderscheid meer tussen de vrouwen maken. Luister en herken maar eens wie er onder die rondscharrelende donkerblauwe tentzeilen, met ruitjes voor hun gezicht, thuishoort. Maar volgens mij heeft mijn broer, door zich voortijdig uit dat deel van de aarde terug te trekken een hoop hersenloze vandalen aan de macht geholpen. Toen ik hem daarstraks achter zijn waterpijp uittrok en hem op zijn verantwoordelijkheid wees, haalde hij zijn schouders op en vertelde mij dat hij helemaal geen zin meer had om al dat geklaag en gejeremieer aan te horen. Toen ik hem vertelde dat de Arabische Janssens en Janssens zich ondertussen de kop insloegen of de keel oversneden en dat zijn achterban stilaan alleen uit latente seksueel gefrustreerde hooligans en avonturiers bestond, dacht ik dat ik hem gewoon: “lik mijn reet” hoorde mompelen.  Hij lachte sarcastisch en zei: “Dat ze straks allemaal nogal zouden verschieten als ze hierboven kwamen en er geen 70 maagden hen juichend stonden op te wachten. Toen ik hem om uitleg vroeg antwoordde hij gemelijk: “Ach ik stuur ze gewoon als illegalen door naar jouw hemel, aan jullie kant van de aardbol zijn ze heel goed op de hoogte van deze problematiek. Soms probeer ik ze bij leven al een beetje met hun neus op de feiten te drukken,maar luisteren…no way, Arabische lente my ass!
Ik liet  mijn klote bon vivant broer theeslurpend achter. Ik had al genoeg aan mijn hoofd om me nog eens flink druk over zijn onkundigheid te maken. Ook ik dacht eventjes dat ik een goede opvolger, om het sprookje van de schepping voort te zetten, gevonden had, maar de zaken liepen enigszins anders dan ik wilde. Maria, een knappe jonge maagd, had naast de pot gepiest en probeerde nu iedereen wijs te maken dat ik de vader was. De dna-test bestond toen nog niet, want anders zou de geschiedenis wel een andere wending gekregen hebben. Jozef kon er niet erg om lachen, maar vermits zijn prostaat al enkele jaren volledig dichtgeslibd was,  liet hij de boel, de boel maar. Onze Jezus was een hele speciale. Heel de dag speelde hij met de os en de ezel en goochelde hij met steentjes, goud, mirre en wierook, cadeautjes die hij eens ooit gekregen had. Hij scandeerde de ganse dag door moraliserende teksten en liet zich omringen door een groepje dolende geesten, die aan zijn lippen hingen. Eventjes dacht ik dat mijn broodje gebakken was en dat ik op mijn goddelijke wolk op mijn lauweren zou kunnen gaan rusten. Liet die malloot zich toch inschrijven bij “Jeruzalem got talent”. Daar goochelde hij wat met water en wijn, verdubbelde wat brood en verraste de jury met de truc, hoe hij over het water kon lopen. Gewonnen heeft hij niet. Hij kreeg hoogstens een kroon en een kruisje..maar hij liet toch zijn fanclub verbijsterd achter, na de grote verdwijntruc. Dus daar ging ik weer. Probeer maar geconcentreerd te blijven, miljoenen mensen die overal op de aarde je aandacht proberen te trekken en je bedanken voor dingen waar ik helemaal geen weet van heb. Ik word verondersteld alles te horen, te zien en almachtig te zijn. Het is dan toch normaal dat mijn belangstelling afneemt, dat ik het eventjes allemaal niet meer in de hand heb. Ik word compleet gek van al die biddende vragende mensen. Op zo’n momenten moet ook ik mij eventjes afreageren. Ik wil ze gewoon overtuigen dat ik niets van dit alles ben, dat ik hun allemaal niet met hun aardse zaken kan helpen, dus spoel ik eventjes een tsunami over de stranden, laat ik een vulkaantje uitbarsten, een vliegtuigje crashen en laat de aarde snel wat schommelen. Lekker de tektonische platen een ogenblik tegen elkaar kloppen. De mensheid heeft dan een momentje wat anders aan zijn hoofd en dan krijg ik misschien een rustpauze.  Maar niets van dit alles, ze gaan me dan nog met kaarsjes en gebeden bedanken omdat ik er toch nog een paar in leven gelaten heb. Gekke mensheid. Ik geef mijn ontslag. Ik draai nu al meer dan 2000 jaar mee en ik vind dat ik genoeg gewerkt heb om mijn oudedagvoorziening op te nemen.  Maar ondertussen heeft er zich zo’n religieuze ‘oudemannenclub’ gevormd, die mijn ontslag niet aanvaardt en die mij prompt als hun CEO gebombardeerd heeft. Al eeuwen kloppen ze de centen uit de mensen hun zakken om hun paleizen en kerken vol te proppen met goud en zilver. Ik ontwierp de man en de vrouw omdat ze wat lekker konden ‘foeschelen’ met elkaar en nu komt die geheelonthoudersvereniging uit mijn naam verkondigen dat seks voor het huwelijk en een condoom gebruiken zondig zouden zijn. Deuh! HIV, nooit van gehoord?  En die ‘langejurkenventen’ maar aan elkaar en nog erger aan de kinderen prutsen. Eerst mijn aandacht opeisen door een hoop klokkengelui, dan een toneeltje opvoeren, wat wierook rondzwiepen en ouweltjes uitdelen . Of de hand op het hoofd leggen en de mensen laten geloven dat ze een directe lijn met mij hebben. Nog nooit heb ik met één van die godsdienstwaanzinnigen een praatje gemaakt, nog nooit heeft er ook maar één durven zeggen dat ik nooit antwoordde. Is er nergens een godsbond waar ik kan protesteren. Wat ellende daar beneden. Ik schaam me diep, ik kan het niet meer aanzien. Ook die twee die daar  in La Couronne voor hun caravan zitten te scrabbelen. Het mannetje verliest nu al voor de tiende keer en roept constant dat het mijn fout is. Hoor! Daar roept hij het weer ‘godverdomme, godverdoeme’.  Ik kan het niet meer aanhoren!  Ik wil eruit.. ik heb een burn out!


Sim, La Couronne   16 mei 2015

maandag 11 mei 2015

EAU DE PROVENCE

Dit jaar gaan we met de voorjaarsvakantie niet met onze krent in het warme Zuid Franse zand zitten, maar opteren we voor een “slankmakende”(hmm hmm) wandelvariatie in de Vercors, de Drôme-Provençal en de Alpen. Overal in Europa viert men het einde van de tweede wereldoorlog en de bevrijdingsdagen. Hier in Frankrijk viert men dit op 8 mei en dit levert samen met de feestdag van 1 mei, de Fransmannen nu voor de tweede keer een verlengd weekeinde. Bij zoveel vrije tijd krijgen de Fransmannen onmiddellijk een opstoot van groepsactiviteiten, teambuilding en het daarbij horende kuddegevoel. Terwijl wij van de Vercors richting de Provence rijden, bromt ons een groep van een 25tigtal ouderlingen op zware moto’s voorbij.  Op een bepaalde mijlpaal in hun leven moesten zij een indringende keuze maken: een minnares of een moto. Vermits de meeste van deze grijze koppen het seksuele geile hoogtepunt al ruim voorbij zijn, hijsen ze zich liever in een lederen pakje,  met doodshoofden op de rug en steken ze een Harley Davidson of een zware BMW tussen de benen.
Alvorens het enige vervoer op hun oude dag, een rollator of een volautomatische scootmobiel wordt en ze de rest van hun dagen gepamperd tussen bejaardengezeur moeten slijten, willen ze nog eenmaal in groep de macho uithangen en van een zweempje voorbije jeugd genieten.
Vanuit de tegenovergestelde richting komt er een kudde hoogrode fietsers met veelkleurige helmen de berg opgezwoegd. Een vijftiental mannen dragen blauwe, gele, rode, roze en bolletjestruien met op de rug  de naam van de sponsors, ‘Le Bonbon,  Le meilleur nougat de Montelimar en Carrefour’. Hoe ouder de fietsers, hoe meer de pedaaltrappers over de weg zwijmelen en hoe groter de afstand tot het vooruit sprintende peloton wordt. Dit is nog maar een oefenwedstrijdje, morgen gaan ze met zijn allen de Mont Ventoux op.
We stallen onze caravan in Buis-le-Baronnies, een toeristisch Provençaals stadje in de schaduw van de Mont Ventoux en het Mekka van de bergbeklimmers. Overal zie je ze tegen de steile berghellingen aan de touwen hangen.
Voor de lila- blauwe lavendelvelden is het nog te vroeg op het seizoen, maar de Provence zorgt voor een explosie van allerlei andere geuren. Het aroma komt je tegemoet..als je het deurtje van de caravan opendoet..het is de lente! We wandelen in een Van Gogh schilderij tussen eeuwenoude knoestige olijfbomen tussen grote velden blauwe irissen, bloedrode papavers en purperrode valeriaan. Heel het wandeldecor, met zicht op de Mont Ventoux geurt naar moerbeibloemen en naar bloesems van acacia- en seringenbomen. De blaadjes aan de lindebomen komen frisgroen kijken en de fruitbomen vormen na hun roze bloesemknoppen hun eerste kleine groen- rode vruchtjes. Bloeiende tijm, rozemarijn en grote struiken gele brem trillen van de zoemende bijtjes die op de honinggeur afkomen. Geen enkele grote ‘neus’ van de parfumstad Grasse kan zo’n prachtig delicaat geurenpallet samenstellen.
Als we van de wandeling terugkomen, zijn er op de camping een aantal weekeindtoeristen in de bungalows getrokken en staan er overal minitentjes van de jonge klimmers.  Schuin over ons is een familie grootouders, ouders en kleinkinderen gearriveerd. De opa, pappie, is een schriele vent die met een fotocamera en een ADHD- ritme non stop van de ene naar de andere kant van de camping spurt. Hij draagt een veel te ruime geruite short met daarboven een kleurrijke t-shirt met bloemen en dolfijnen. In zijn open sandalen draagt hij witte sokken. De oma is van een gans ander kaliber. Eerst zie je twee tepels en vijf minuten later komt daar de rest van mammie, gekleed in een zilverglanzende jurk, achteraan. Hoe kunnen zo’n kleine voetjes, magere beentjes en dunne billen, een tegengewicht bieden voor zo’n bombastische voorkant. Hoe komt het dat mammie, met zo’n bos hout voor de deur, niet alle twee passen frontaal tegen de vlakte gaat? Dit is wat wij in Antwerpen “veel volk in de statie’ noemen. Veel volk? Een gans Centraal station van Antwerpen of Amsterdam volgepakt met een massa drammende reizigers, roltrappen vol, hun neuzen gedrukt tegen de glazen inkomdeuren. Er kan geen passagier meer bij. Ik veronderstel dat zij een Lola Ferrari beha- model met ingebouwde katrollen draagt. Manlief spiedt vol ongeloof en angst naar dit natuurfenomeen. Hij vergelijkt mijn, sinds de overgang al flink toegenomen beha- maat met de voorbij deinende tietenmassa.  “Hoe kan een man daar aan beginnen zonder te verdwalen op deze Mount Everest? Je hebt minstens een pikhouweel, koorden en de nodige musquetons nodig om deze vleesberg te beklimmen! Niet moeilijk dat pappie als een ‘vliegende Fransman’ over de camping raast!”
De 30 jarige zoon werd  waarschijnlijk tijdens zijn jeugd erg met de omvang van zijn moeder gepest en heeft zich uit frustratie volledig laten vol tatoeëren. Hij draagt een zwart ‘marcelleke’ en het kruis van zijn jeansbroek hangt tussen zijn knieën. Hij is kaalgeschoren en alleen een klein sikje haar siert zijn kin. Op een gezapig tempo verslijt hij de onderkant van de uitgerafelde jeanspijpen.  De twee- en vierjarige kleinzoontjes zijn langs de zijkant kaalgeschoren en hebben nog alleen een kaketoekuif  boven op hun hoofdjes. Ze lijken zo uit een indianen- sioux- film weggelopen. Mama is een kleine magere grijze muis. Ze past helemaal niet in dit driedaags familie-uitje, maar wie weet staat ze bol van speciale slaapkamerwensen. Onze televisie- modegoeroe, Jani zou bij het zien van deze hotemetoten een spontane hartverzakking krijgen.
Na twee brugnachtjes is de rust op de camping teruggekeerd. De tentjes en campers zijn verdwenen, de chalets terug onbewoond en de kuddes zijn terug naar huis afgezakt. De Provence geurt weer uitsluitend voor ons beidjes!

Sim, 10 mei 2015


dinsdag 5 mei 2015

DE 1 MEI UITTOCHT

Vermits onze zoon en schoondochter, na 15 jaar samenwonen beslisten dat ze op 5 mei zonder mama’s, papa’s, getuigen, feest en tralala hun ja-woord  gingen geven, besloten wij dan toch maar op 1 mei met onze vakantie te starten. Terwijl in Antwerpen de vakbondsmensen, als duracel konijnen achter de rode vlaggen marcheren en slogans tegen de regering scanderen, haken wij onze caravan aan de auto. Het is al eeuwen geleden dat wij zelf in deze 1 mei stoet meeliepen en als we al niet mee opstapten, dan gingen we minstens toch in Antwerpen naar de optocht kijken.  Toen was dit nog het ‘feest van de arbeid’, ondertussen is deze dag uitgegroeid als het ‘feest van de ontevreden, overwerkte stakers’. Mannen die de midlifecrisisleeftijd al eventjes voorbij zijn, fietsten de vorige dagen nog als echte wielerterroristen de ronde van Vlaanderen. Ze spurtten de klinkers van de Koppenberg op en roepen nu luid dat ze niet langer dan een 58 jarige leeftijd kunnen werken. Nu ze langer moeten werken, heeft plots iedereen een zwaar beroep. De vorige eerste minister, die eender roze dan rood was, had tijdens de blauw/rode legislatuur de pensioenleeftijd al behoorlijk opgetrokken. Vorige regeringen, onder Wilfried Martens en met de socialisten, hanteerden vroeger reeds zonder tegenspraak een paar indexsprongen. Klom er toen iemand op de barricades? Hoorde men toen iemand schande roepen? Legde men toen massaal het werk neer? Maar nu de socialisten zelf niet meer in de huidige regering zitten en kunnen potverteren, staken en joelen ze. De rode achterban is volledig gefrustreerd en ze begrijpen nog steeds niet waarom ze zoveel stemmetjes verloren hebben en hoe het komt dat onze schuldenberg zo hoog opgelopen is. Misschien hopen ze wel stiekem dat de doorsnee werkende mens de opeengestapelde rode schandalen ondertussen vergeten is. Claesje die een beetje sjoemelde met helikoptercentjes, Van den Broucke die het zwarte geld in de rode kas wou in brand steken, Laurette rettekkentet, met haar in de oorlog collaborerende grootvader, die de nieuwe lichting regerende politiekers, als een volleerd viswijf, een zwart verleden wil aanmeten en Steve gratis die, zonder de toestemming van de dame in kwestie, zich naar een verzopen hoogtepunt neukte.
Gratis dit, gratis dat, niets is gratis, iemand moet de rekening betalen. Ze luisteren naar de toespraken van hun kleine opperhoofd, die de arrogantie van zijn vader met de pap ingelepeld kreeg. Hij is het hoofd van de oppositie- voerende partij die de rijken wil laten betalen! Eeuwen zaten ze in de regering en nooit hebben ze hierover een mond opengedaan. Wij blijven echter de echte socialisten, ondanks de socialistische graaiende salon- politiekers. Het chronisch optimistisch volksgewauwel kunnen wij missen als kiespijn en dus op zo’n dag
rijden wij richting Dijon, richting zuiden, richting zon...enfin dat dachten wij!
Vanaf de Franse grens giet het pijpenstelen. Donkergrijze mistige regenwolken omhullen onze auto en onze rijdende villa. Nederlandse meivakantie-  sleurhutten plenzen ons voorbij. God is waarschijnlijk niet links georiënteerd en schenkt de Franse rode vaandeldragers echt zeikweer. Eén of andere rode organisator is, vermoedelijk gisteren, vergeten aan de clarissenorde van het nonnenklooster van ‘soeur sourire’, een zestal eieren te offreren, om zo mooi weer af te dwingen!
 Als we Dijon binnenrijden, staan op elke hoek van de verlate natte straten, verregende muguet- verkopers. Hun hoofden hangen, net als de witte meiklokjes, depressief in hun regenjassen omlaag. 1 Mei is traditioneel, in Frankrijk nog meer dan in België, meiklokjes dag. Lelietjes van dalen…lelietjes van begrotingsputten zeker.
De camping van Dijon ligt naast een kanaal. De onderkant van de bomen zijn al onder het waterpeil verdwenen. We zoeken een wat hoger droog plaatsje en laten voor alle evacuatie mogelijkheden onze caravan maar aan de auto vasthangen. De regen plenst in grote druppels op de caravan. Het water spat alle kanten uit en stroomt langs de ramen naar beneden.  Voor we die eerste avond met een ‘carwash’ gevoel in ons bedje kruipen, hopen we dat het snelstromend kanaalwater, tijdens de nacht, niet verder stijgt.
De Franse weergod had een beetje medelijden met de, anders stemmende, lange weekend- en andere toeristen en verblijdt ons de volgende zaterdagmorgen met een parelmoer zonnetje.
We wandelen van de camping, langs het kolkend kanaaltje, richting de oude binnenstad van Dijon. Aan de grandeur van de huizen, het paleis en de kathedraal kan je zien dat Dijon vroeger een belangrijke stad geweest is. Rond de overdekte markthallen is er op zaterdagochtend ook een gewone markt. De lege stad van gisteren bruist nu van de gezelligheid. De terrassen zitten vol.  Wij vinden om te lunchen nog een leeg tafeltje in het zonnetje en bekijken de voorbij wandelende mensen. Aan de uitgang van de markthallen staan drie diarreebruine mannen. Met een terroristische werkloze blik zien ze naar de goddeloze massa. Op hun hoofd een pet zonder klep, een uitgerafelde Bin Laden baard en hun handen wriemelend in de zakken van hun djelaba’s. Ze bekijken met geile blikken de hoofddoekloze jonge meisjes die voorbij paraderen. Lange bruine benen, minirokken en bloesjes, waarin de omhoog staande tepeltjes duidelijk aantonen dat de aangekondigde mei temperaturen nog niet voor vandaag zullen zijn. In hun land van herkomst zouden ze nu stenen in de hand nemen en die ongesluierde opgeilsletjes wel eens een lesje leren. Ze zijn nog niet hersteld van hun spontane erectie als twee allochtone wiebelnichten, luid snaterend à la Paul de Leeuw, hand in hand voorbij huppelen. In hun land van herkomst zouden deze nu al lang aan een touw bungelen.
 De zon duikelt een beetje en wij kruipen wat dieper in onze jassen. Aan de tafel voor ons zitten drie vijftig- plus vrouwen, het moeten hete mokkels zijn, want ze dragen alleen flinterdunne t-shirtjes over hun silicone borsten en spannende jeansbroeken met meer gaten en rafels dan stof. Alle vrouwelijke verbouwingen moeten trots aan de voorbij kuierende marktkopers getoond worden. Volledig ‘geliposuctiedieerde’ achterwerken, gekneed naar het Jennifer Lopez model en opgespoten lippen waar een bonobo aap jaloers op zou zijn. Alle aangezichtrimpels gladgestreken, grijze haren gecamoufleerd, alleen hals en handen verraden de ware leeftijd. Zij nippen aan een Kir Royale, de drank die oorspronkelijk in Dijon uitgevonden werd. Zij koeren als er een paar uit de kluiten gewassen marktkramers voorbij komen. Deze dames weten waar Dijon de mosterd haalt.
Als we in de namiddag terug richting camping slenteren begint het opnieuw te regenen. Kampeerders op het laaggelegen gedeelte van de camping worden gesommeerd de caravan aan te pikken en een nachtje op de hoger gelegen parkeerplaatsen door te brengen. Morgen rijden wij verder, richting Vercors en de Drôme,  richting zuiden, richting de zon…??
Ik zou nu ook al een balans kunnen opmaken van één dag vakantie en de ‘bijna’ eerste verdwenen pet. Zij werd door manlief achtergelaten in de douchecel van de camping maar gelukkig door de alerte echtgenote (moi) op tijd gerecupereerd. Mijn pen jeukt om het relaas te beginnen maar na twee maanden vakantie zal de opsomming van de verloren voorwerpen interessanter en zonder twijfel veel indrukwekkender zijn.

Sim,                                                                                          Dijon 2 mei 2015.



zaterdag 11 april 2015

MINI MC ENROE

Schoondochtertje wil van onze achtjarige kleinzoon, Matteo een tenniswonder maken. De plannen worden met de tennisspelende bompa besproken. Kleinzoontje hoort het allemaal gelaten aan. Hij staat niet van over- enthousiasme te wippen en trekt niet aan mama’s trui om onmiddellijk een racket te gaan kopen. Hij mengt zich totaal niet met de ouder- en grootouderlijke projecten;  “Om goed te leren tennissen, ga je best bij een tennisclub en leer je samen met andere kinderen de kneepjes van het tennis" zegt bompa. De tennislessen blijken niet zo duur te zijn maar het kostenplaatje slaat behoorlijk door, als er tevens een jaarabonnement moet betaald worden. Ik bereken intussen hoe duur dit jaarabonnement wel niet zal uitvallen, als er maar twee weekjes les van gebruikt zullen worden.  Na acht jaar heeft mama nog steeds niet door dat kleinzoontje een identieke kopie van zijn papa is. Kleinzoontjes teamspelers- gen duikelt net zoals dat van ‘kleine papa’ onder het min niveau.  Zij willen niet dat andere toekomstige tennislegendes kunnen zien, hoe zij telkens de bal letterlijk en figuurlijk misslaan.  Keer op keer zoekt mama een sportieve uitdaging voor haar spruit maar de moederlijke ambitie wordt met een kinderlijke breakpoint naar de tennishemel verwezen. Als de toekomstige mini Mc Enroe tijdens de paasvakantie bij bompa en Nana komt logeren, komt de aap uit de mouw. Er moet niet geïnvesteerd worden in tennislessen, een tennisracket, tennisschoenen en een tennisshirtje, want kleinzoon schudt zijn hoofdje en zet mama’s wens ineens buitenspel. Hij vertikt het naar een club te gaan en wil alleen van bompa leren tennissen. Om eerlijk te zijn, wou hij eigenlijk alleen maar badmintonnen. Dat is toch ook met een racket niet?
Bompa heeft in de tuinkast nog twee badmintonrackets en een hoop pluimpjes liggen en het tweetal gaat dagelijks een beetje oefenen.
Matteo klopt verwoed de pluimen allerlei richtingen uit en juicht als hij per ongeluk een naar hem toegespeelde ‘shuttle’ kan raken.  Hij klopt gaten in de lucht, zwiept de racket heen en weer en is na tien minuten bompa’s instructies al dik moe. Ja de weg naar succes blijkt veel langer dan die naar teleurstelling. Als hij, met een vernietigend handgebaar en rollende ogen, bompa van het terrein wegstuurt, priemt zijn vingertje richting Nana.
Hij weet niet waaraan hij begint! Nana en ballen, geen grote, geen kleine, geen pluimpjes, Nana heeft er de ballen verstand van. (Nu ja er zijn uitzonderingen maar dat is voor een ander soort verhaaltjes) Ik lijk wel motorisch gestoord als ik de badmintonracket heen en weer beweeg. Kleinzoon krijgt geen badmintonpluim meer op een normale wijze aangereikt, maar heeft nu wel pret voor tien. Schaterend constateert hij dat hij nu niet de enige kluns op het veld is.
Ik vertel hem wat later hoe ik mijn eerste tennislessen in een vakantieclub in Spanje kreeg. Een hoge tennismuur, hoge metalen netten rond het oefenveld, een knappe tennisleraar en het eerste jaar dat de witte tennisballen door gele exemplaren vervangen werden. Alles was voorhanden om nog voor Kim Clijsters, een wereldvedette van de jaren 70 te worden. Alleen mijn motoriek ontbrak. Alle dagen van de vakantie oefende ik in de withete zon, tegen de wand mijn forehand, backhand en opslagen. Mijn ballen ketsten tegen de oefenwand, klapperden de blauwe Spaanse lucht in, kletsten over de metalen afsluiting en belandden tussen de knalgele bloemen van vetplantendie rond de tennisvelden aangeplant werden. Na een uurtje les was ik niet vochtig van het zweet maar helemaal kletsnat. De halve les zocht ik onder de spuitende sproei installaties naar mijn verloren gesmashte, gele tennisballen tussen de tennisbal grote vanille geel kleurige bloemen. Telkens ik op het tennis court verscheen, trok mijn tennisleraar zich metaforisch, met veel overdreven pathos, de haren uit het Spaanse hoofd. Het geflirt van de eerste les had plaatsgemaakt voor totaal sportieve verwarring.  Na elke opslag mepte hij zich vol ongeloof tegen het hoofd. Deze onpedagogische aanpak ondergroef al mijn toekomstige tennisinspiratie. Dus mama en kleinzoontje, zoals jullie kunnen zien;  De sportieve appel valt niet ver van de grootouderlijke boom!

Sim, Nana, Advantage, deuce , luv!       11 april 2015




dinsdag 31 maart 2015

HANNEKE TANNEKE TOVERHEKS

Wij hadden nog geen week de zonnige warmte van Tenerife vervangen door het regenachtige koude België, toen de snotbacterie- militanten in mijn hoofd al verzamelen bliezen. Zij bezetten alle voorhoofdsholtes en stuurden hun spionnen richting neusgaten. Enkele dagen waren er enkel troepenverschuivingen in de sinusholtes waar te nemen. Het leek wel of ze massaal hun aanvalslinies van voor naar achteren in mijn hersenen aan het verschuiven waren. Ze hadden barricades opgetrokken aan alle hoofdopeningen. Ik praatte door mijn neus en ademde door mijn mond. In slaaptoestand leek dit op een knorrend zeehondengesprek.
Ik hoorde de wereld rondom mij alsof ik in het zeeaquarium van de dierentuin logeerde. Vannacht echter trok één lid van de bacterie-infanterie de stop uit mijn waterhoofd. Met een niesbui stroomde de snot zonder ophouden uit mijn neus. 
De ganse dag bleef ik lekker warm ingestopt, niezend, snuitend en met waterige ogen op de sofa uitzieken. De berg wegwerpzakdoekjes verdween als sneeuw voor de zon. Lezen was geen optie, want de lettertjes dansten op en neer als door een verregende voorruit waarachter zich nog een mistig landschap schuilhield.
Als ik mij dan zo’n beetje lig te vervelen, bedenk ik, hoe graag ik een heks zou willen zijn. Alle mensen, die je onterecht behandelden en waarbij je machteloos moest toezien en aanhoren,  passeren dan mijn verstopte brein. Hoe meer ik aan ze denk, hoe meer mijn snot door adrenaline vervangen wordt. Ik wil ze betaald zetten om de leugenachtige manier waarop ze mij en andere medemensen behandeld hebben. Ik wil het zaakje niet afhandelen na een mogelijke reïncarnatie of een spelletje voodoo, maar wil terstond respons zien. Ik wil in dit leven nog kunnen genieten van mijn represaille-wensen. Ik wil me wentelen in een trage maar efficiënte afwikkeling van mijn wraak.
Zo reden wij in een overvolle bus van Antwerpen naar Edegem. De buschauffeur kwekte zonder ophouden in zijn smartphone. Een medereizigster, die zich vooraan bevond, merkte op dat hij wel verantwoordelijk was voor een 50-tal passagiers en dat hij daarom maar moest stoppen met mobiel bellen.
Een waterval van verwensingen bulderde door de bus. “Dat madam er zich niet mee moest bemoeien en als ze niet ophield met hem agressief te behandelen, hij de politie zou opbellen!”. Hij tikte opnieuw een nummer in en met een machtswellustige grijns vervolgde hij zijn telefoongesprek.
Wel op zo’n moment zou ik willen ingrijpen. Niet verbaal, want op mensen zonder verantwoordelijkheidsgevoel en een overgrote dosis machtsvertoon in hun lichaam, ketsen normale woorden af. Op dat moment bedenk ik een vloek. Ik zou hem bijna luidop uitspreken, met mijn handen wapperend richting onderwerp, alleen maar om het voorplezier van de komende wraak. Ik daag alle mobiele telefoon providers uit om met onmiddellijke ingang alle contacten met de buschauffeur te verbreken. Ik zou het fantastisch vinden, moest ik hem nog tijdens onze busrit: “Halo, halo?” tegen een geluidloze mobiel horen roepen.
Hopelijk heeft hij samen met zijn telefoon- ook een internetabonnement, dat bij thuiskomst afgesloten blijkt te zijn.
Ik wens hem een oeverloze zoektocht naar een nieuwe provider, nadat hij door mijn tussenkomst, op de zwarte lijst van de wanbetalers terecht gekomen is.

Enkele weken geleden, ontvingen wij, via een deurwaarder nog wel, een onterechte niet betaalde BTW-aanslag. De wanbetaler was een restaurant in het Mechelse. Hoe onze namen als mede zaakvoerders van dit restaurant in de mallemolen terecht gekomen waren is tot op heden nog steeds een vraagteken.
Vorig jaar kregen wij ook al van de RSZ-afdeling een monsterboete in de bus en een vonnis waarbij wij mee als zaakvoerders veroordeeld werden. Na een telefoontje naar de juridische dienst van de RSZ, bleken deze een fout in de administratie gemaakt te hebben. Wel duizend maal heeft de RSZ zich verontschuldigd voor de nachtmerrie die zij ons aangedaan hadden. Dus nu deed de BTW afdeling Mechelen opnieuw dezelfde fout. Wij legden per mail alle bewijzen voor dat wij hoegenaamd niets met het desbetreffende restaurant te maken hadden.
Je zou dan veronderstellen, dat als de RSZ dit allemaal correct kan uitpluizen, de BTW afdeling dit ook zou moeten kunnen. Maar blijkbaar zit daar zo’n pitbull-ambtenaartje, dat nooit kan toegeven dat hij een fout maakte. In een mail schreef hij ons: “Dat voor onze namen de te betalen btw- som zou opgeschort worden!” Met het woordje “opgeschort” waren wij dus helemaal niet akkoord. Op al onze mails kwam geen enkele reactie meer. Toen we telefonisch contact met hem opnamen en hem vroegen om, zoals van de RSZ, een schriftelijke bevestiging te krijgen, dat er door hun dienst een fout gemaakt werd riep hij: “Ik heb veel te veel werk, ik ben er mee bezig en ik laat mij niet afdreigen!” Vervolgens gooide hij de hoorn op de haak. Omdat dit werkelijk de deur dichtdeed, zijn wij naar een advocaat gestapt. Die heeft op zijn beurt, net zoals de juridische dienst van de RSZ , alles uitgezocht en een brief naar de desbetreffende persoon bij de BTW-Mechelen gestuurd, die tot op dit moment (na 2 weken) zonder reactie bleef. Wij moeten een advocaat betalen om de arrogante domheid van de onbekwame ambtenaar in kwestie te bewijzen. Hij zal het niet gezien hebben, maar de telefoon stond roodgloeiend van al mijn bezweringstekens. Ze werden draadloos naar de onbeschofte pennenlikker in Mechelen gestuurd. Mijn revanche zal zoet zijn. Ik hoop dat deze Mechelse beambte eerstdaags een aanslag in zijn brievenbus krijgt, waarop belastingen betaald dienen te worden voor bedragen die hij, zogezegd, voor de fiscus in Luxemburg, te Monaco of op de Kaaiman eilanden weggestopt had. Ik wens hem een Kafkaiaanse veldslag met allerlei federale overheden toe.  Ik reken erop dat hij nooit op enige mail of aangetekende brief antwoord krijgt. Ik kijk reikhalzend uit naar zijn telefoongesprekken,  waarop hij zijn onschuld tracht uit te schreeuwen. met de ambtenaren van de afdeling federale financiën. Met een beetje geluk treft hij een ambtenaar, die door mijn wraakwensen beïnvloed, tegen hem brult: “Ik heb teveel werk, ik ben ermee bezig en ik laat me niet bedreigen!”  Ik hoop dat hij voor de rest van zijn dagen thuis zit met een milde vorm van burn-out  en een torenhoge berg af te betalen belastingen.

Ach was ik maar een heks, één woord over onbillijk, onrechtmatig  en ontoelaatbaar gedrag en mijn vloektoverstokje zou, ook voor jullie wensen, rondzwieren.
Eén ding kan ik vooralsnog nog altijd niet bezweren, dat zijn de verkoudheidsbacteriën die stilaan weeral slijmerig uit mijn neus druipen en mijn oogholtes met tranen doen vollopen.  Ik zal nog snel een dutje doen, misschien komen er in mijn dromen nog andere sujetten voor die dringend een wraakactie kunnen verwachten.

Hanneke Tanneke Toverheks Sim, atchoem, nies, nies, snuit, snuit    31/3/2015

vrijdag 13 maart 2015

HOMO'S






Ik hoor jullie al denken: “Waar waagt ze zich nu weer aan. Waar gaat ze nu weer over schrijven?”  Ik ken teveel ‘gayboys’, lesbiennes of mensen die langs twee seksuele walletjes willen eten, om deze vriendenkring te willen schofferen. Dus nee hoor, ik wil gewoon schrijven over de homo, met als enige juiste vertaling ‘de mens’.

Vorige week las ik in de krant dat men in Ethiopië opnieuw een stuk skelet gevonden heeft. De beenderen van deze homo blijken nog 400.000 jaar ouder te zijn dan de vorige menselijke resten, die men reeds op meer dan 2,8 miljoen jaar oud gedateerd had.
Na de eerste van aap tot mens getransformeerde homo’s kwam de homo erectus. Nee hoor weer mis gedacht. Ik heb het hier niet over dat stukje mannelijk aanhangsel dat te pas en te onpas in erectietoestand komt of niet meer wil rechtop staan, maar over de mens die gewoon rechtop ging lopen. Op deze manier kon hij zijn handen gebruiken en ontwikkelde hij langzaam zijn hersenen. Men noemde hem nu de homo sapiens, de mens die denkt, de mens die weet. Jarenlang heeft men ons allemaal  onder deze ene noemer gerangschikt. Ik ben er echter zeker van dat onder deze homo sapiens ondertussen verschillende onderverdelingen ontstaan zijn.
De eerste groep is de HOMO MARGINALES.
Sinds de homo sapiens bestaat, is dit de groep die zich het meest op deze aarde verspreidt. Je vindt ze overal en eender waar. Het is de groep homo sapiens die overal lak aan heeft en die tijdens het uitdelen van de hersens ergens heel ver achteraan gestaan heeft. Dus het woord  homo sapiens is al een veel te strelende benaming voor deze groep mensen. Zo ook hier op Tenerife hebben zij zich al vrolijk jaar na jaar vermeerderd. Als je hier in de urbanisaties aan de Costa del Silencio rondloopt, kom je deze randdebielen zonder uitzondering dagelijks tegen. De Europeanen die om de één of andere dubieuze reden in deze zonnige uithoek bleven hangen. Zij huren appartementjes met lage huurprijzen, hebben geen verwarming- en kledingkosten. Ze zien er niet uit dat ze de praktijk van de tandarts en de haarkapper plat lopen en trachten met hun elders opgebouwd minimum pensioen hier te overleven. Hun enige zorg is het dagelijks innen van het statiegeld van de lege bierflessen, zodat ze hun volgend drankfestijn bij enkele dolgedraaide en doorzopen vrouwmensen kunnen financieren.  Elke avond is er dan ook ergens een fiësta marginales.
De grootste groep marginales komt hier echter zonder twijfel uit Engeland. Het zijn meestal uitgezette moddervette haantjes, die niet van de Engelse straat geraken en de vooropgezette huwbare jaren al geruime tijd overschreden hebben. Zij trakteren zich in groep op een zuipvakantie in Los Cristianos, waar ze met de Engelse pond het driedubbele aan bier kunnen verzetten.  Ze hijsen zich tegen het middaguur uit bed en slenteren met een nog niet verteerde discoroes naar het eerste beste terras. Ze zwalpen rond in bloot bovenlichaam met alleen een shortje, zodat iedereen hun volgetekende armen en benen kan bekijken. Op de terrassen, volledig gericht op de Engelse toerist, kan men voor 2.5 Euro een English breakfast bestellen. Voordat deze Britse eilandbewoners zich opnieuw met alle mogelijke alcohol laten vollopen, eten ze eerst twee toasten, twee gebakken eieren, twee stukken spek, een bord vol bonen in tomatensaus geflankeerd door twee worstjes en een handvol frieten drijvend in een pollepel olie en vet. Daarna begint opnieuw het hijsen van de literglazen bier. Met een achttal maken zij zoveel kabaal als een volledig bus met hyperkinetische schoolkinderen. Lachend met hun boeren en winden overstemmen ze de achtergrondmuziek van de plaatselijke Julio Iglesias. Nadat ze elk zo’n drie liter klef warm bier naar binnengegoten hebben, staan de pappige ‘would be body builders’ knikkebollend op en schuifelen naar het strand. Daar laten ze zich op hun handdoeken vallen. De zon brandt hard op hun witte blubberende lichamen. Al snel draaien ze zich op hun buik. Op het ritme van hun beschonken gesnurk, deinen hun getatoeëerde ruggen als stripverhalen op en neer. Acht blauwzwarte Chinese inktruggen, vol ankers, bliksemschichten, schorpioenen, vuurspuwende draken, spinnenwebben, op elke schouder een engelenvleugel, vrouwennamen , schele Jezus hoofden, Chinese onleesbare tekens en zinnen en doodshoofden, krijgen na een uurtje bedwelmd zonnen een knalrode achtergrond. Door de hitte verschrompelt hun ene hersencel tot de grote van een rozijn. Als hun ochtendmarinade bijna verdampt is en ze hun strandroes uitgeslapen hebben, is het bijna aperitieftijd. Ze kloppen het zwarte lavastrandzand van hun identiek gekleurde billen en benen en zwalpen luid geeuwend tussen de wandelende toeristen richting terrasjes. Als ze met veel lawaai tafels en stoelen bij elkaar schuiven, zie je de paniek in de ogen van de seniorenbond, die met veel moeite een dinerplaatsje in de schaduw bemachtigd heeft. De paella, die met Spaanse gitaarmuziek naar het bejaardentafeltje gebracht wordt, heeft door het gejoel van de Engelse zuipschuiten al op voorhand alle glans en smaak verloren. Bij de Union Jack-feestvierders gaat er regelmatig een glas tegen de vlakte en loopt het bier tussen de askegels van de morsige tafel. Met een mengeling van Mojito’s, Cuba Libres en liters bier worden vervolgens acht vettige hamburgers, ketchup en friet besprenkeld met azijn doorgespoeld. Vol geroep en getier worden de onbereikbare voorbij slenterende vrouwenborsten en het Britse voetbal besproken.
Later die nacht, zal je deze Engelse homo marginales, na een avondje comazuipen, kotsend, brallend en ruziezoekend tegen de gevel van hun hotel of één of andere discotheek terugvinden.
En dan heb ik nog niet geschreven over al die andere homo marginales-  groepen zoals de voetbalhooligans, de Hells Angels, de nazi- groepen, de pesters en de parasiterende onterecht alimentatieontvangende ex-vrouwen die onder de zelfde noemer voortleven. 

Als tweede hebben wij de HOMO CREATOS.
Zoals zoveel mensen de zin van het leven zoeken, zo zoekt de homo creatos in de godsdienst de zin na het leven. Men belooft de homo creatos allerlei hemelse tombolaprijzen, zo lang ze tijdens het leven maar tussen de godsdienstige lijntjes kleuren. Van hen wordt verwacht dat ze gaan en zich religieus zoveel mogelijk vermenigvuldigen. Zo worden ze met allerlei verhaaltjes, sprookjes, religieuze mist en antieke thrillerscenario’s om de oren geslagen. De angst voor de dood en de verdere verwijzing naar de hemel en de hel gaat een groot deel van hun leven op aarde bepalen. Ze moeten hun 70 maagden, hun zalig- en heiligverklaringen, hun eeuwigdurend rondzwevende zieltjes en het beloofde weerzien met vroeger ten hemel opgestegen familie en vrienden in het paradijs, tijdens hun leven op aarde verdienen. Wat men in de Vlaamse Christelijke kerken als hiernamaalshoofdprijs aanbiedt is een stuk minder interessant. Wie wil er nu voor een bord rijstpap met gouden lepeltjes zondeloos leven?
Ik begrijp echter niet dat de mensheid, ondanks alle mogelijke wetenschappelijke bewijzen, nog steeds niet wil inzien, dat de goden de homo sapiens niet gecreëerd hebben, maar dat de homo creatos al deze goden zelf in het leven geroepen heeft om de mensen volledig onder de goddelijke duim te houden. Maar de homo creatos is meestal gelukkig in zijn geloof en vindt in een mogelijke tweede kans waarschijnlijk een troost. De homo creatos is in mijn ogen een zwevend wezen, waar de sapiens een heel klein beetje zoek is, maar zolang ze mij er niet van willen overtuigen vind ik het al lang goed. 
De derde groep is de HOMO TERRORISMOS.
Dit zijn meestal de homo’s die braaf onder het juk van de homo creatos begonnen zijn, maar die door indoctrinatie, frustratie en jaloezie nog een stap verder gaan en iedereen willen meesleuren in hun geloof en politiek denken.  Je vindt ze niet alleen in het Midden Oosten want waar ook op aarde men fundamentalistisch met zijn religie of politiek bezig was, begon men elkaar uit te moorden.  Veel meer ga ik over de homo terrorismos niet meer schrijven want ik gun ze geen forum of publiciteit. Op Face-boek zou ik ze direct blokkeren, unliken en ontvrienden.  
En dan de vierde afsplitsing de HOMO NORMALES.
Via alle mogelijke televisieprogramma’s, radio-interviews, kranten en glanzende weekbladen, worden wij dagelijks overspoeld met de drie vorige vormen van homo’s. Als ik hier in de drukke toeristencentra rondkijk, ben ik er meer en meer van overtuigd dat deze homo normales spijtig genoeg een uitstervend ras is. De homo normales wordt, als hij niet assertief genoeg is, volledig door de homo marginales verdrongen. De homo creatos drijft de homo normales bijeen in kerken,moskeeën, synagogen en tempels om hun toch te overtuigen van het leven na de dood. De homo terrorismos tracht al eeuwen lang, waar ook op de aardbol, alle politiek-  religieus- en andersdenkenden, volledig zonder tegenspraak uit te roeien. De homo normales staat volgens mij op de lijst van de bedreigde diersoorten, juist achter de Indische tijger en voor de witte neushoorn. Willen er binnen een paar eeuwen nog wat normale mensen op deze aardbol rondlopen, zal men een uitgekiend kweekprogramma moeten uitwerken!  Anders zullen binnen een paar eeuwen de restanten van de homo sapiens/homo normales nog enkel als een paar botten en skeletten in de musea te bewonderen zijn. Musea die waarschijnlijk nooit door de homo marginales, de homo creatos en de homo terrorismos bezocht zullen worden. 

Sim, Tenerife 13/3/2015
 

dinsdag 3 maart 2015

DE BERG VAN BABEL



Een paar kilometer van de kust verwijderd, begint in Tenerife het lavaberglandschap.

Steile rotsen, ingesneden door barranca’s (kloven) en afgewisseld met hoogplateaus reiken helemaal tot aan de krater. Alle wegen lopen hier niet naar Rome maar naar de hoogste berg van Spanje, de Teide. In de loop der jaren zijn de Canaries er zich bewust van geworden dat er ook toeristen zijn die meer verlangen dan alleen maar aan het strand of naast het zwembad te liggen zonnen. Sinds kort markeren ze wandelpaden met gekleurde streepjes of cijfers. Soms lukken ze erin om een volledige wandeling foutloos te bewegwijzeren, maar uit ondervinding weten wij, dat de gekleurde aanwijzigen of cijfers ergens op het traject op een mysterieuze wijze verdwijnen. Een paar keer zijn wij, bij vroegere wandelingen, hopeloos verloren gelopen. Zo hebben ook wij meer dan eens dubbele, niet geplande, afstanden gewandeld.  We laten ons echter niet meer beetnemen en hebben sinds enkele jaren een wandelkaart gekocht.

De zon schijnt warm over onze hoofden en we puffen tussen de lavarotsen de berg omhoog. Klimmend als berggeiten steken wij onze wandelstokken tussen het lavagrind. Naargelang wanneer de vulkaan uitgebarsten is, variëren de kleuren van de lavastenen. Grote zwarte piekerige rotsblokken tot kleine ei- grote witte, roze/roodbruine naar azulejos blauw/groene lavabrokken. Naargelang het stijgende pad steiler en steiler en de lucht op deze grote hoogte van ca. 2500 meter ijler en ijler wordt, vertraagt het wandelritme en dreunt ons hart sneller in onze oren. Op elk plat plateautje houden we eventjes halt om te drinken en om ons hartritme terug op mensenniveau te krijgen. Rond het middaguur komen we aan een wandelkruispunt waar de gekleurde streepjes en cijfertjes weer onvindbaar zijn. Wij zoeken hier een min of meer platte lavasteen uit en laten ons vallen  om te picknicken. We zullen daarna onze wandelkaart raadplegen. Achter ons komen een paar echtparen de berg opgeklommen. In de stilte van de ijle berglucht zweven Duitse, Scandinavische en Franse woorden onze richting uit. De Duitsers struikelen bijna over onze voeten .Ondanks hun omvangrijke buikenomtrek denderen zij ons op een marsritme als blinde moffen (heu sorry) mollen voorbij. Zij kregen met de moedermelk vermoedelijk de basisbeginsels van het wandelaarjargon niet mee. Nu moet men niet zoals de Oostenrijkers overdrijven en alle tien stappen god met hun Grüss Gott aanroepen, maar met een Spaans ola, een halo of een universeel vriendelijk knikje kom je als kruisende wandelaar toch ineens een stuk sympathieker over. De Franse man hijgt calorieverbrandend  het bergpad op. Hij ziet knalrood van inspanning. Het zweet gutst van zijn onbeschermde glanzende kale hoofd.  Ik hoop alleen maar dat hij op onze hoogte geen hartinfarct krijgt. Van de tegenovergestelde richting naderen twee jongelui. Een prachtig gebruinde jonge man en een jonge vrouw met benen tot aan de hemel. Haar short bedekt amper de ronding van haar achterste. Haar borstjes wippen als puddingen op en neer.  De zon weerkaatst blauw op haar lange pikzwarte haar dat ze telkens heel sexy naar achter zwiept. Geen druppel zweet is op haar mokkakleurige lichaam te bespeuren. Zij heeft twee koolzwarte oogjes, een redelijk grote neus en parelwitte tanden in een glimlachende mond.  Manlief staart haar vol bewondering aan. Als ik vraag of zijn pornografische voorstellingen voer voor publicatie zijn, lacht hij: “Het is wel duidelijk dat als je mooie vrouwen wil zien, je niet gedurende deze senioren- overwinterperiode op het strand moet rondkijken. Het is niet omdat ik wat ouder word, dat ik niet kan genieten van een Miss Spanje die hoog op de berg mijn pad kruist. En, daarbij, je weet dat ik van grote neuzen hou.” Dat is voor mij, die met Pinokkio een spelletje ‘om ter langste’ zou kunnen spelen, weeral een geruststelling.

 De zes wandelaars houden halt op ons vier- armenkruispunt en zoeken allemaal een stukje in allerlei richtingen naar de ontbrekende kleurige aanwijzingen.

Er ontstaat een Babylonische spraakverwarring als ze elkaar om raad vragen.

De jongelui zijn Spanjaarden, die enkel een woordje Engels lispelen. Het ene koppel blijken Noren te zijn, die een mondje Duits spreken. Het andere koppel zijn twee Fransen, die alleen…Frans praten. Alle zes proberen ze elkaar te begrijpen. Ze wijzen naar alle mogelijke richtingen maar slagen er niet aan elkaar een zinnige uitleg te geven. Het enige woord waar ze het over eens zijn is ‘senderos’, wandelweg. We zien de vraagtekens in de blauwe hemel opstijgen. In welke taal zij ook praten, wij begrijpen elke zin die de berglucht in zweeft. Wij zitten een beetje te grinniken om de pantomime op de berg van Babel!  Eerst negeren ze de twee op de lavastenen zittende sandwichknabbelende wandelaars maar als ze de wandelkaart op onze knieën zien liggen beginnen ze taalbarrièrebrekend  naar ons te glimlachen.

Manlief kan het niet laten en roept in het Frans, Duits, Engels en in ‘t Spaans dat hij eventjes met de wandelkaart zal komen. De wandelaars kijken hem vol ongeloof aan. Als ik manlief dan nog iets in het Vlaams naroep, kunnen ze helemaal niet meer plaatsen waar wij vandaan komen.  Meertalig wordt de wandelkaart bestudeerd. Wij fungeren als vertalers tussen dit bonte allegaartje. Onze borst zwelt als ze vragen hoe het toch mogelijk is, dat wij Vlamingen al die talen kennen?  Met een zekere trots verklaren wij dat wij ons zelfs met een beetje Italiaans ook verstaanbaar kunnen maken. De Noor lacht en zegt in het Duits: “Prachtig, zes talen maar Noors kennen jullie niet hé?”. Ik glimlach en zeg stralend een van de zinnen die nog uit een ver verleden in mijn hoofd zijn blijven hangen: “Jeg forstår og snakke litt norsk .“* De mond van het Scandinavische koppel valt open. Ik ga onmiddellijk verder met de tweede zin die ik nog ken: “Min ex mans mor e fra Trondheim.”*.  Nog voor de Noren de kans krijgen om van blijdschap in zwijm te vallen en hun levensverhaal op mij af te vuren, spoort manlief ons aan om de wandeling verder te zetten. Hij weet ondertussen wel dat mijn Noorse talenkennis maar uit drie zinnen bestaat. We stappen verder het lavapad af.   Ik kan het niet laten en draai me om, wuif naar de Scandinaven en roep mijn laatste zin: “Beholde deg godt!”*

Het Franse echtpaar besluit, gezien het warmlopen van monsieur en zijn niet hittebestendige en overkokende  hersenpan, rechtsomkeer te maken. De Spaanse jongelui huppelen hand in hand verder heupwiegend de berg af. De Noren twijfelen nog of ze de grote of de verkorte versie van het wandelpad zullen afmaken en roepen nog “Takk”* naar ons. Nog één Noors zinnetje borrelt nog in mijn spraakcentrum omhoog: “Vaer sa god!*

Al deze talen op een vierkante meter, hoe is het toch mogelijk?

Ja, weten jullie nog dat verhaaltje van de Toren van Babel?  Verschillende volkeren bouwden in volledige samenhorigheid  in Babylon een hele hoge toren die tot aan het hemels paradijs zou moeten reiken. God hield de bouwwerkzaamheden angstvallig in het oog. Nooit zou hij toestaan dat de toren tot aan zijn voordeur zou komen en er allerlei bouwvakkers in zijn voortuin zouden bivakkeren. Een van zijn slechte karaktertrekjes kwam boven en vanaf zijn wolk in de hemel bliksemde hij zijn toorn over deze metselende volkeren. Vanaf dat moment zouden zij allemaal een andere taal spreken. Plots verstonden de architecten, de aannemers en de metselaars elkaar niet meer.  Het werd een Babylonische spraakverwarring en na een daverende ruzie werd de bouwwerf  stilgelegd! Vanaf dan spraken alle mensen op aarde verschillende talen en verspreidden ze zich over de ganse aarde. Leuke vent hé? Nu ging het eens de juiste richting uit! Ja, van een slecht karakter gesproken. Dat verhaaltje van Adam en Eva en die appel is nog zo iets. Eva dacht:  “A apple a day, keeps the doctor away!” Zij plukte die appel dan nog niet voor zichzelf, maar voor Adam. Maar dat was buiten de wil van God gerekend hoor. De twee geliefden werden uit het paradijs gegooid en om Eva extra te straffen zouden vanaf dan alle vrouwen in geweldige pijnen kinderen baren. Sadistisch machotrekje? Vindt de helft van de bevolking dit nu nog zo’n leuke man? En dan dat spelletje met Maria en Jozef. Maria zwanger maken en negen maanden met een dikke buik, als overspelige maagd laten rondlopen terwijl hij wist dat Jozef zijn vruchtbaarheiddatum al lang verstreken was. Drieëndertig jaar later liet hij zijn enige zoon aan het kruis nagelen. Het moet je vader maar zijn! Je zou bijna schrik krijgen, als hij op zondagochtend na het klokkengelui, juist jouw gebedje er uit de miljoenen andere zou uitkiezen om er zich een beetje mee te amuseren. Hopelijk verstaat hij zelf al die mensentalen nog een beetje, een verkeerde vertaling en je hebt de poppen aan het dansen.  Babel, Babel, babbel, babbel!


*Jeg forstår og snakke litt norsk. Ik versta en spreek een beetje Noors

*Min ex mans mor e fra Trondheim. Mijn ex-man’s moeder is van Trondheim

*beholde deg godt. Houdt jullie goed

*Takk  bedankt

*Vaers sa god  aub


Sim,  Tenerife 3 maart 2015


 


zondag 15 februari 2015

FIFTY SHADES OF GREEN, VIJFTIG TINTEN GROEN






Het begon al zo’n 55 jaar geleden. Ik had spierwitte haren en een bleke glazige groene huidteint. Als ik al een blos op mijn wangen kreeg dan had ik gegarandeerd koorts. Ik had dus als lagere schoolleerling geen al te gezonde uitstraling. Er werd bij mij dan ook anemie vastgesteld, een milde vorm van bloedarmoede. Dit werd destijds verholpen door bovenop de extra groenten, fruit, ijzerpillen, en een poging tot het slikken van levertraan, mij een jaar lang dagelijks, ofwel een bord sla, een bord spinazie, een stuk gebakken kalfslever, gebakken hartvlees of paardenbiefstuk te laten eten. Ik kan jullie verzekeren dat, van zodra ik het ouderlijk huis verliet, al deze ingrediënten nog nauwelijks op mijn aankooplijstje voorkwamen. Ik werd al groen als ik ze ergens in een rek zag liggen.

Tot mijn zoontje geboren werd. Toen baby/peuter Tom aan de gemixte aardappel- en groentepapjes begon, had hij voor zichzelf uitgemaakt dat alle hapjes groen moesten zijn.  Niet een beetje heel lichtgroen, niet wit, niet rozig, niet geel of worteltjesoranje, maar groen-groen! Op allerlei slinkse manieren probeerden wij de lepeltjes gepureerde voeding naar binnen te krijgen. “Toet, toet, sjoek, sjoek, daar komt de trein…mondje open, allemaal uitstappen!” Met het lepeltje worteltjespuree heel hoog in de lucht: “Zoef, zoef, vroemmm, het vliegtuigje is daar, vlug mondje open, allemaal uitstappen.” Zijn oogjes volgden de oranje aardappelpuree, maar geen passagier geraakte in de luchthaven. “Broem, broem, hier komt de auto, tuut, tuut, garage open.” Zoonlief  bleef zijn lipjes op elkaar persen en bekeek ons met een zekere intensiteit alsof we hem cyaankali wilden voederen.
Aan deze machtstrijd moest dringend een einde komen. Ik kocht een diepvrieszak vol met kleine porties spinazie. Dagelijks roerde ik hiervan een blokje door het aardappelprakje. Zonder het “trein- tram- busdag” toneeltje ging de peutergarage open en verdween het ene lepeltje groene prut na het andere in het opengesperde mondje. Zo fopt men Frederik, maar ook kleine Tommekes.  Of het aan zijn Noorse Viking- genen langs vaderskant lag of aan de dagelijkse consumptie van spinazie, zoonlief groeide op als een beer van een vent, een Schwarzenegger met de kracht van een Jerommeke.

Mijn tweede echtgenoot stond bij het uitdelen van de lengtes, duidelijk niet op de eerste rij. Hij werd geboren juist voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog en werd als baby onmiddellijk door zijn ouders meegenomen op de vlucht naar Frankrijk. Door het ontbreken van groenten, fruit en allerlei hoognodige voedingsmiddelen tijdens de oorlog is volgens manlief zijn ganse generatie kleiner van stuk uitgevallen. Zijn lengte kan ook genetisch bepaald zijn omdat zijn moeder en vader beiden amper boven de 1.60 m uitkwamen. Manlief eet het liefst dubbele porties groentes, propt zich vol met allerhande sla’s en is verzot op paling in ‘t groen. Misschien hoopt hij nog steeds op een verlate groeistuip of wil hij gewoon het vitaminetekort van zijn jeugd inhalen. Manlief  eet het liefst alle groentes die niet bepaald op mijn hitparade staan. Ik bereid dus als een liefhebbend vrouwtje, spruitjes, savooiekool, groene kool,witte kool en bladspinazie. Ik ben nog van de generatie dat je alles, lusten of niet, moet proberen te eten. Ik laat deze naar schetenruikende bereidingen en groene slijmgroentes dan ook met een licht onbehagen door mijn slokdarm schuiven.
Nu we hier op Tenerife overwinteren, leek het wel of manlief een spinaziebacterie had opgedaan. Ook  bleek TV- kokend Vlaanderen volledig tegen mij samen te spannen.
De eerste week van ons verlof, bereidde Jeroen Meus in zijn programma “Dagelijkse Kost”, een gebakken boerenworst met een berg ‘spinaziestoemp’. Boven in deze groene aardappelberg werd er een kratertje gemaakt, gevuld met een lepel vettige, glanzende vleessaus. Nog voordat Jeroen kon zeggen: “Dit is nu een echt gerechtje van ons moemoe, laat het jullie smaken!” Zei manlief al: “mmmm spinazie, lekker, kunnen we dat morgen eten?”. De week daarna kwam Piet Huysentruyt op de televisie met een stukje kabeljauwfilet op een bedje van spinazie. Het geheel werd versierd met quinoa, met uren in de oven gebakken pelletjes van tomaten, een zalfje van knolselderpuree en rozemarijnbloemetjes. Nog voor ik Piet’s prutserig menuutje kon afbreken, was daar al de vraag van manlief of er nog spinazie in de diepvries zat…grr. En wat dachten jullie dat wij ’s anderdaags aten, juist weer die groene smurrie. Een paar dagen later hoorden we op de radio een interview met een tv- kok.  Hierin werd de mythe van Popeye, die door het eten van spinazie, sterker en sterker zou zijn geworden, volledig ontkracht. Er zit inderdaad ijzer in spinazie, maar niet in die mate zoals het tekenfilmwereldje ons wil doen geloven. Manlief hoorde het woord spinazie en toen ik zag dat hij opnieuw het spinazieoffensief wilde inzetten, spurtte ik de badkamer in. Ik heb ondertussen al SM- dromen van vijftig tinten groene mannetjes die mij met lepels slijmerige bladspinazie achtervolgen. Het woord spinazie komt stilaan mijn oren uit en niet alleen uit mijn oren. Het groene goedje komt er bij mij langs achter even groen uit, dan dat het er langs boven ingegaan is! Nu moeten jullie niet denken dat het dagelijkse menu voor mij alleen kommer en kwel is hoor. Op spinazieloze dagen, dat is onze afspraak, bereid ik alles wat ik lekker vind! Inktvis, kippetje, steak met frietjes en een ijsje toe, voor mij chocolade-ijs en hoe kan het ook anders: voor manlief groene pistache…

In de supermarkt leid ik sinds een paar dagen de aandacht van manlief af en loop ik met een grote boog om de vrieskasten heen, waar de zakken diepvries “espinaca” opgestapeld liggen. Er ligt nu nog één portie van het gifgroene goedje in onze eigen Canarische diepvrieskist. Dus nog één keer op de barbecue gegrilde baars op een bedje van groene spinaziepuree en de zaak is rond. Nog één keer een groene ijzer opstoot en wij kunnen meedoen aan de Iron Man..Deze lunch moet ik zeker niet in laatste twee weken van onze vakantie klaarmaken. Stel je voor dat wij anders voor onze terugvlucht, door ons hoog ijzergehalte, niet door de metaaldetector geraken. 


Groenige Sim, Costa del Silencio      15/2/2015

 
 

zondag 8 februari 2015

MEEDOGENLOZER DAN NERO, CALIGULA EN DE BORGIA'S SAMEN


Het is niet omdat wij twee maanden de Belgische winter ontvluchten, dat wij dan ook automatisch afgesneden worden van alle Vlaamse berichtgeving.

Zoals elke allochtoon, die zijn geluk of zijn weersvoorspellingen in een vreemd land gaat zoeken, zijn wij afhankelijk van de gigantische satelliet- antennes die overal in het gastland op de daken prijken.

Rond het nieuws van zeven op Eén of op VTM, laten wij ons, net zoals thuis, in de sofa vallen en brengen wij de rest van de avond televisiekijkend door.

Misschien is het echter beter om niet te veel informatie en allerlei doemscenario’s doorgestraald te krijgen. Beter is het om onbekommerd te genieten van het, in onze ogen, gevaarloze vakantiewereldje. Soms echter word je, of je het wilt of niet, met je bruine neus op de actuele feiten gedrukt. Ook hier in Zuid Tenerife lopen er inmiddels enkele ‘islamitische’ angstkwekers, messentrekkend rond. Dus echt ontsnappen aan alle heisa doe je niet echt.

Wij hebben ook onze laptop meegenomen en lezen dagelijks De Gazet van Antwerpen en Het Laatste Nieuw in beknopte vorm. Via internet houden wij, moderne globetrotter- grootouders, contact met onze kinderen, kleinkinderen en vrienden. Op Facebook volgen wij foto per foto het verjaardagsfeestje van onze achtjarige kleinzoon en het rond dribbelen van onze anderhalf- jarige baby kleindochter. We bekijken foto’s van ons schoondochtertje met haar armen rond haar twee grootste schatten en een afbeelding van onze kaalhoofdige zoon met een zwarte ‘terreurbaard’. Dit baart (mooie woordspeling hé?) ons wel wat zorgen. Terwijl hij ons verklaart dat dit zijn winterpels is, vragen wij ons in stilte af, of zijn Facebook- achterban zich nu ondertussen al niet afvraagt of de indoctrinatie al tot aan de grenzen van Brasschaat en Maria-ter-Heide doorgedrongen is. Wij moeten ons echt geen zorgen maken, want zoonlief loopt thuis niet in een djelaba rond en heeft zijn zoon en dochter niet Mohammed en Fatima genoemd. Bovendien is zoonlief totaal niet gevoelig voor eender welk gelovige gedachtegoed ook. Maar die baardgroei vinden wij een griezelig winterfenomeen.   Stel je voor dat de doorsnee geradicaliseerde en terreur bereidwillige islamiet bij het zien van deze weelderige begroeide Facebook- foto bedenkingen krijgt en onmiddellijk denkt aan verhuizen! Waar er één is, willen er meestal meer zijn…Wij geloven echter niet dat deze bevolkingsgroep staat te springen om zijn tenten op te slaan in een gehucht met een zo’n christelijke naam, maar je weet maar nooit. Zo zie je maar dat je onvermijdelijk toch – al was dan met het zien van een foto met zo’n baard - met de ‘wereldterreur’ bezig bent.

Interessanter is het feit dat er zich hier, rond de Canarische Eilanden, door de onderzeese vulkanische activiteit enkele nieuwe eilanden aan het vormen zijn. Spanje claimt deze nieuwe grondoppervlaktes al, nog voor ze boven water gekomen zijn. Ik heb echter een fantastisch Europees idee. Ik geef het toe, het is wel een beetje afgekeken van de Engelsen die vroeger alle criminelen naar het nieuw ontdekte eiland Australië afvoerden, maar volgens mij is het grandioos en probleemloos en praktisch uitvoerbaar.

Eens de nieuwe eilanden hier boven water komen, reserveren wij het eiland dat het verst in de Atlantische oceaan opduikt. Het moet het meest van de westerse beschaving verwijderd zijn. Hier droppen wij per helikopter, alle terugkomende Syrië- strijders, mogelijke terreurverdachten en gevangen genomen aanslagcriminelen. Ik vermoed, dat er op een nieuw ontstaan eiland nog niet veel groeit en leeft, dus gaan we deze lieverdjes bevoorraden. Ik stel voor dat wij daar containers gevuld met alcohol stationeren. Neen, geen water en geen thee..’t moet plezant blijven hé.  Om hen ook iets te eten te geven, laten wij er een beer (mannelijk varken) en wat zeugen met biggetjes los. Die kunnen dan voor de etensvoortplanting zorgen. Zie hier min of meer het scenario van de recent uitgebrachte sciencefiction film “The Hunger Games” naar een boek van Suzanne Collins. Voor diegenen die de film niet kennen: Voor de minste vorm van overleving moet tot de dood gevochten worden.

Voor wat ’binnen- eilandvertier’ laten we ook nog wat vlijmscherpe zwaarden achter, zodat ze hun hobby nog wat verder kunnen perfectioneren! Voor eventueel namiddag vertier en mogelijke randanimatie,  krijgen zij van ons ook nog een doos met lucifers en wat petroleum. Voor de paar aangevoerde, vroeger meevechtende terreur- moslima’s , moeten ze dan maar eens op de vuist gaan. Niet dat vechten zo in hun aard ligt, maar voor wat hoort wat. Wie wint kan deze dames een cursus ‘seksslavin’ aanbieden. Als dit beroep hen niet zo direct ligt, zal hun mede- crapuul wel een spelletje stenigen uitvinden. Lavastenen genoeg op deze eilanden. Voor het kermisspel “holibi’s van de flatgebouwen gooien” zullen ze een alternatief moeten uitvinden, noch homo’s, noch wolkenkrabbers zijn aanwezig op het vernieuwde sharia- eiland.

Wat zeggen jullie, dat wat ik voorstel barbaars en wreed is? Ja ik ben zonder enige twijfel meedogenlozer dan de tirannen Nero, Caligula en de gifmengende familie de Borgia’s samen.  Ik verkracht echter geen vrouwen en stenig ze niet. Ik moord geen kinderen uit en sleep geen lijken achter mijn auto aan. Ik gooi geen homo’s van hoge flatgebouwen, ik hak van niemand het hoofd af en steek geen medemens in brand.

Ik reik ze zelfs een tropisch eiland, eten, drinken en plezier aan… Met een beetje geloof in Allah en Mohammed moeten ze daar toch nog iets van hun leven kunnen maken niet?


Sim,    Costa del Silencio 8 februari 2015