donderdag 30 juni 2016

ZOEKEN JULLIE EEN REISBIJSTAND IN HET BUITENLAND?

Regelmatig zie je nu, juist voor de zomervakantie, reclame op de televisie voor Reisbijstand en assistentie bij pech in het buitenland. Voor jullie eventueel zulke polis afsluiten, lees ons onderstaand verhaal en hoe wij geholpen werden door de firma waaraan we al decennia lang voor zulke bijstand in het buitenland  betalen. Ik zal de volledige naam niet noemen, want ik ga deze mail aan alle familie, vrienden en kennissen doorzenden met de vraag om hem op hun beurt als” reclame”aan alle familie, vrienden en kennissen door te mailen. Tevens ga ik dit op Facebook zetten. Maar de naam begint met T van teringlijders en eindigt met de G van geschifte telefoondames, daarachter komt nog Family Full en voertuig bijstand.
Op één van onze laatste vakantiedagen vertrokken wij met auto en caravan vanuit ons Zuid Franse vakantieoord richting noorden. We waren nog geen 15 km voorbij de oprit in Cavaillon op de autosnelweg A7 richting Avignon, toen het leek of onze caravan een geweldige wind liet. De caravan slingerde niet maar achteropkomende auto’s toeterden. Klapband. We reden de auto op de pechstrook. Gelukkig was het een lekke band aan de kant van de reling en was er verder niets beschadigd. Terwijl de vrachtwagens voorbij denderden, kwamen wij dus uit de auto en trokken onze fluo- vestjes aan. De gevarendriehoek werd achter de caravan gezet. De autokoffer werd uitgeladen om de krik op te duikelen en het reservewiel van de caravan werd uit de disselbak gehaald. Manlief begon onder de reeds brandende zon aan de job, krikte de caravan op, draaide voor alle zekerheid twee pootjes tot op de ondergrond en probeerde uit alle macht de wielbouten los te draaien. De krengen weigerden los te komen! Oké, vermits er geen beweging in kwam, besloot ik de pechstrook noordwaarts af te wandelen tot aan een praatpaal. Mijn schoenen waren al bijna versleten van op het hete beton lopen en in de verte zag ik manlief met caravan al helemaal niet meer staan, maar nog steeds had ik geen aanduiding noch een praatpaal gezien. Ik herinnerde mij opeens dat wij wel degelijk een T….g Assistance, hulp in buitenland hadden. Yes, eventjes bellen en het zou voor ons opgelost worden… dacht ik. Terwijl ik terug richting auto en caravan stapte, toetste ik mobiel het nummer van onze reisbijstand in. Terwijl de camions mij luid dreunend voorbijreden, waren de meerkeuzevragen, jullie kennen ze wel, druk 1, druk 2 enz voor de taal die we verkozen bijna niet te verstaan. Vervolgens meerkeuzevragen voor alle mogelijkheden, met als nummer één, wenst U een nieuwe polis af te sluiten…ik dacht het niet! Toen ik eindelijk het juiste nummer ingetikt had om technische bijstand te krijgen, bleek de persoon die mij kon helpen in gesprek. Blijf aan de lijn hangen, wij helpen U zo dadelijk voort…Nog voor ik contact had, hoorde  ik een opgenomen bandje, dat zei : Dit telefoongesprek wordt opgenomen, zodat wij later kunnen nagaan, hoe wij onze service kunnen verbeteren. Eindelijk nam er een hulpdesk- dame met een Hollands accent op en vroeg of ze ons kon helpen.  Ik begon mijn verhaal, dat wij, op juist zo’n 15 km na de oprit van Cavaillon op de autosnelweg A7 richting Avignon een klapband aan de caravan gekregen hebben, maar dat manlief de wielbouten niet loskreeg en of zij iemand met wat meer kracht onze richting konden uitsturen. Dat leek toch een min of meer simpele vraag niet? Maar de telefoniste van de firma met de T van trut en de laatste letter een G van geestelijk gehandicapt begon mij op een trage slepende toon allerlei ergerlijke vragen te stellen. Ik ben er van overtuigd dat de allereerste vraag, ‘wat is de nummerplaat van Uw caravan’ wel degelijk heel belangrijk is, maar wat er volgt is volgens mij alleen handig voor hun eigen statistieken en niet voor twee gestresseerde senioren die langs de kant van de weg op hulp wachten. Het gaat als volgt en voor alle duidelijkheid ik overdrijf niet! Ik ben uiterst kalm en beleefd gebleven, maar in mijn hoofd ketsten de verwensingen als bliksems tegen elkaar!
Nou Mevrouw, nu heb ik de nummerplaat van de caravan, kan U ons ook zeggen hoe lang deze is? Welke kleur heeft Uw caravan en welke merknaam staat erop te lezen? Hoe oud is Uw caravan en hoe breed is Uw caravan en hoe hoog? Weet U dit niet, wat zal ik dan invullen Mevrou?Hoeveel weegt Uw caravan leeg en  hoeveel weegt hij nu denkt U , Hé dame van de firma met de T van Toedeloe…en de G van gaan we er nog iets aan doen,  wij vragen U toch niet om onze caravan te slepen of te repatriëren, wij vragen gewoon om iemand te sturen die de wielbouten er af kan draaien!
Nou Mevrou, ik weet dat dit niet leuk is, maar ik moet U nu eenmaal al deze vragen stellen om ons dossier in orde te maken, dus nog eventjes geduld hoor! Welk merk is Uw auto? Heeft hij nog steeds dezelfde nummerplaat, die U destijds aan ons doorgegeven heeft? Ja zeker, staan al deze gegevens niet  allemaal in Uw dossier opgeslagen, sinds het moment dat wij een nieuwe auto aangekocht hebben en ik Uw diensten van al deze veranderingen op de hoogte bracht? De helpdesk- bediende leutert doodleuk ongestoord verder.
Welke kleur heeft Uw auto? Hoe oud is Uw auto? Hoeveel kilometer hebt U reeds op de kilometerteller staan? Bent U met zijn tweeën of hebt U ook nog een huisdier bij U?
Luister eens mevrouw, ik begrijp niet goed waarom U mij nu reeds meer dan 10 minuten aan de telefoon houdt, terwijl wij gewoon iemand nodig hebben die kracht op de wielbouten kan zetten?
Nou Mevrou, nog eventjes hoor, nog een paar vraagjes gaat ze op dat Hollandse bekakte toontje verder. Zijn jullie met vakantie? Ja..Wanneer zijn jullie met vakantie vertrokken? Hé, of wij nu op 1 mei, 15 mei of 10 juni met vakantie vertrokken zijn, wat heeft dit allemaal te maken met onze vraag, we staan op de A7 en hebben hulp nodig om die wielbouten er af te halen!!
Ik veronderstel dat de call center juffrouwtjes nog nooit met een lekke band langs een heel drukke snelweg gestaan hebben, noch een klapband vervangen hebben, terwijl de helft van het Europese vakantiewagenpark en camionbestand met een snelheid van 130 km per uur voorbij zoeft.
Het schuim staat me bijna op de lippen, als ze doodgemoederd voortgaat, leuk! Vakantie. Bent U nu op de terugweg? Ja..Ho, Mevrouw bent U onderweg of staat U reeds op Uw tussenstop overnachtingadres?  Godverdomme, ik heb U nu reeds driemaal verteld dat wij op de A7, juist na de oprit Cavaillon, richting Avignon staan, we een klapband aan de caravan hebben, niet gerepatrieerd, noch gesleept dienen te worden, alleen wat hulp…De stoom komt nu langzaam uit mijn oren.
Nou Mevrou, heeft U een reserveband voor de caravan bij U?
Miljaarde Teletubbie van de Pech-verhelping in het buitenland, met de T van truttebees en eindigt met de G van geen kloten waard, dat is nu juist wat wij proberen te doen, die reserveband op de caravan krijgen!
Jullie houden het niet voor mogelijk, maar dan zegt die stomme telefoniste, die mij ondertussen een half uur heeft beziggehouden, Ik hoor het voorbijrijdende verkeer, staat U nu soms op de autosnelweg?
Als ik op dat moment aan die Hollandse truttemie had gekund, dan had ik haar met plezier door onze mobiel gesleurd. Ik wil nog begrijpen dat haast en spoed zelden goed zijn, maar wij zijn ondertussen een half uur verder en manlief had mij al gevraagd of ik soms, op onze telefoonkosten, mijn levensverhaal aan het vertellen was en of er nu nog iets ging gebeuren. Eventjes verwachtte ik dat er plots een Candid camera filmploeg uit de struiken zou springen en ons lachend zou vertellen dat het allemaal om een grap ging. Dijenkletsen en jolijt alom. Maar niets is minder waar, want daar gaat de telefoonjuffrouw zeurend verder.
Nou Mevrou, eventjes mijn dossier overlopen en kijken of ik alle vraagjes heb ingevuld, misschien nog één vraagje. Ze taterde verder alsof we gemamenlijk aan een theekransje zaten. Ik kon het niet laten, mijn tenen krulden van verontwaardiging en ik vroeg of ze godverdomme mijn gewicht en de maat van mijn schoenen ook nog nodig had. Ik hoorde een oorverdovende stilte aan de andere kant, haar adem stokte eventjes in haar Hollandse keel. Nou Mevrou, wij gaan U helpen hoor, ik verbreek dadelijk onze verbinding en dan moet U 17 bellen, die mensen gaan U onmiddellijk helpen. Als die garagist U geholpen heeft, wilt U onze diensten dan hierover eventjes van op de hoogte brengen aub. We hadden blijkbaar ineens tot volle voldoening van onze reisbijstand- dame haar computer- enquêtelijstje vervolledigd. Met deze vragenlijst kon je doctoreren en afstuderen.
Halleluja er kwam schot in de zaak, dacht ik…
Dus, vol goede moed draaide ik 17. Bonjour, en dan in het Frans, kan ik U helpen..Nu betalen wij al jaren onze reisbijstand, omdat het altijd handig is om je probleem in je eigen taal uit te leggen en nu wordt ineens van ons verondersteld om het verhaal helemaal opnieuw, in het Frans,  aan die nieuwe dame uit te gaan leggen. Bon soit, het lukte!
Zei die dame, kan U eens op de pechstrook wandelen totdat U ergens op het beton een cijfer ziet staan?  Dus ik begin nu een wandeling op de pechstrook richting zuiden. Ergens na 5 minuten wandelen met nog steeds de mobiel tegen het oor, zie ik het cijfer 6 op het beton staan met een pijl die nog verder van de auto wegwijst. Eh bien Madame, gelieve nu nog 600 meter te stappen en daar staat een praatpaal! We waren op dat moment  in het totaal reeds drie kwart uur verder!
Wat is er nu simpeler:  Hallo, reisbijstand in het buitenland? Wij zijn bij U verzekerd, dit is onze polisnummer, wij staan op de A7, na de oprit Cavaillon, richting noorden Avignon, wij hebben een klapband aan de caravan met nummerplaat…, wij moeten niet gesleept en moeten niet gerepatrieerd worden, er is geen ongeval, stuur ons iemand om de wielbouten er af te draaien..
Zij beantwoorden onze telefoon en regelen een interventie.
Desnoods sturen zij hun vragenlijst per mail of per post aan ons op en vragen deze in te vullen, maar hou in godsnaam de mensen, die zich reeds in een stresssituatie bevinden, geen half uur onnodig bezig.
Ondertussen had manlief de wielbouten van de caravan losgekregen en riep mij om te assisteren, want telkens er een vrachtwagen voorbij denderde, werd de caravan de ene kant aangezogen en werd hij met de windverplaatsing richting vangrail geduwd. Samen kregen we het reservewiel erop. Wij reden naar het eerstvolgende tankstation en pompen het reservewiel tot de juiste luchtinhoud op.
Terwijl wij verder richting Avignon reden, belde ik onze hulpverlening met de T van toeternietmeertoe en de G van geen chique waard, terug op. Ik krijg een hele vriendelijke mijnheer aan de lijn. Ik verwittig hem, dat wij geen interventie meer nodig hebben, dat er niemand komen opdagen is en dat wij zelf de reserveband vervangen hebben. Prima Mevrouw Vercauteren, antwoordt deze man, we annuleren deze interventie, goede reis verder. Eventjes later opnieuw telefoon. Diezelfde mijnheer, alles nog steeds oké Mevrouw Vercauteren?Geen problemen meer op de snelweg? Dat kan tellen als klantvriendelijkheid nietwaar, een overbezorgde hulpdesk- bediende!
We reden een vijftal minuten richting noorden, als de telefoon opnieuw rinkelde. Nou Mevrou Vercauteren, U heeft blijkbaar geen interventie meer nodig?Wilt U nu eventjes opnieuw 17 bellen en daar vertellen dat U afziet van de …...
Ik luister verstomd naar dat Hollandse accent. Nou Keesje, Treineke, Bep of hoe je ook mag heten,  je bekijkt het maar, bel zelf die 17 en vertel hun in je mooiste Frans dat wij Uw hulp niet meer nodig hebben! Ik hoop alleen, dat iemand zijn euro valt, als men later het telefoongesprek op het bandje beluistert, dat dit niet de manier van handelen is, die twee opgefokte caravanbezitters met een lekke band op een razend drukke snelweg nodig hebben! Hoe noemen jullie dit klantenservice?
Dit was nu die spreekwoordelijke druppel, die ons heeft laten besluiten dat de Pechverhelping- Reisbijstandpolis van de firma met de eerste letter T van Trek zelf jullie plan en die eindigt met de letter G van gesjareld, nooit meer verlengd zal worden.

Sim,   Nog steeds stomend van verontwaardiging!       Edegem 28/6/2016



donderdag 16 juni 2016

WILLEM CAMPERTELL

We staan nu al meer dan een week op een camping in Saint Rémy de Provence. Over bijna heel Frankrijk dondert,bliksemt en regent het. Aan de Middellandse zeekust worden de wolken met hevige windstoten door de mistral  uiteengedreven, maar hier, in dit zalig stukje van de Provence worden de meest grijze wolken door de warme zon tot witte Vincent Van Gogh wolkjes herleid.
Twee Nederlandse en twee Vlaamse caravanechtparen bivakkeren al een tijdje in hetzelfde campingstraatje met 6 beschikbare staanplaatsen. De camping was volledig volzet behalve nog twee heel smalle plaatsjes achter aan ons laantje. Eergisteren kwam er nieuw Zwitsers camperkoppel ons laantje ingedraaid. Ze wilden de mobilhome met zijn voorkant in het smalle plaatsje plaatsen. Er in, er terug uit, terug erin, dichter tegen de haag, verder van de haag. De campingeigenaar zelf begeleidde het moeizame parkeren van de Gruyèrechauffeur, maar tevergeefs. Het knoeigemanoeuvreer bleef echter maar duren en de campermotor blies de ganse tijd zijn diesellucht de Provençaalse dampkring in. Zijn echtgenote stond achteraan met haar armen te zwaaien, klopte nu en dan met de vlakke hand op de camper en riep allerlei onhandige aanduidingen. De campingbeheerder hield het voor bekeken want de eigenzinnige Zwitser was blijkbaar ‘oostzwitsersdoof’. Eén van onze kamperende noorderburen kreeg het zo danig op zijn heupen, dat die op de camperruit tikte en riep:” Nu gaat die motor uit, nu onmiddellijk!” Een norse redelijk volslanke Zwitser kwam uit de camper gekropen en brulde wat naar zijn koekoeksvrouw. En kijk, ik verzin dit echt niet! Hij droeg een camouflage kakikleurige mouwloos T-shirt op een rood glanzend satijnen onderbroekshortje, met witte Kerstmannetjes erop. Het was voor de man misschien zo’n ontgoocheling geweest toen hij met kerst zijn geschenkje uitpakte en daarin de desbetreffende satijnen onderbroek vond, dat hij nu zijn frustratie op zijn echtgenote uitwerkte door niet alleen in het gesatineerde geval te slapen, maar er vrolijk in rond te rijden en over de camping te stappen.  Zijn echtgenote, met conventionele lange beige broek en een witte klassieke bloes stond er wat beteuterd bij en leek niet alles meer te begrijpen. Misschien was het wel terecht dat mijnheer slecht gezind was op zijn klunzige vrouw, want de eerste keer dat mevrouw Gruyère richting camping afwasplaats trok, balanceerde haar wasteiltje vooraan op het fietsstuur en nog voor ze met haar voet de eerste pedaal kon raken, flikkerde de ganse afwasboel de grond op. Een paar uur later ging ze met een plastiekzakje vol lege flessen richting afvalcontainer en scheurde na twee stappen de bodem uit de zak. Tja..je mag zo’n mensen natuurlijk niet op grond van hun uiterlijk beoordelen, maar in dit geval ben ik bijna zeker dat die twee geen onverdeelde vrolijke vakantie tegemoet gingen. Als je een oudere dikke misnoegde ‘grumpy old’ man, met een kerstmisonderbroek over de camping ziet fietsen, dan hoop ik voor hem en zijn klokkenspel, dat hij hier onderaan nog minstens een ander broekje aanheeft. De man leek ongelukkig en had duidelijk zijn eerste camperreis helemaal anders voorgesteld. Misschien had hij wel degelijk, buiten zijn onhandige vrouw, ook nog een goede reden om slecht gezind te zijn. Misschien was zijn firma wel failliet gegaan? Misschien werd hij tegen zijn pensioenleeftijd wel met een gewone, in plaats van een gouden handdruk op straat gezet? Misschien had hij thuis nog twee inwonende onhandelbare kinderen achtergelaten, die vroeger eender verbeteringsgestichtje of drugdealertje speelden als alternatief voor vadertje en moedertje of doktertje? Misschien werd hij, vanaf nu, verplicht de vakanties door te brengen met moeder de vrouw in plaats van te genieten van snoepreisjes met zijn mooie blonde sexy secretaresse? Dus waarom die man zo nors voor zich uit bleef staren had wel duizend redenen kunnen hebben, alleen welke weten wij niet.
Al enkele dagen, werd er op het internet gewaarschuwd dat het ook hier zou kunnen gaan regenen of onweren. Terwijl wij ’s morgens buiten aan het ontbijt zaten en de hoeveboter uit zichzelf veroliede van de warmte, kwamen Willem Tell en zijn vrouw voorbij gefietst. Hij droeg een dikke fleecetrui en was volledig in fluo ingepakt, zodat hij eender op een straatarbeider leek, die op gevaarlijke plaatsen op de autosnelweg de gaten moest gaan opvullen. Zij droeg een anorak en op haar hoofd bungelde een gebreide muts met oorflappen. Het was een winteroutfit waar je minstens mee naar het Noorderlicht of naar Antartica zou kunnen fietsen, maar waarmee je hier in de Provence bij 28 graden in de schaduw heel wat bekijks zou kunnen hebben.
Al na enkele minuten kwam Madame terug ons campinglaantje in gefietst. Blijkbaar vergeten haar sneeuwkettingen op te leggen! Maar ze was alleen vergeten haar fluo- hesje over haar seizoensuitdossing te dragen. Wij hebben er het raden naar hoeveel liter zweet ze weg gepeddeld hebben.
De ganse dag bleef de zon schijnen en de temperatuur ging zelfs nog een beetje de hoogte in. Het werd een beetje onweerachtig en toen er ’s avonds enkele druppeltjes vielen, begonnen de Zwitsers opnieuw met hun campertje te manoeuvreren.  Wij, de Nederlands- Vlaamse bezetting,  stonden er bij en keken er naar, benieuwd wat er nu weer aan de gang was.  Dit maal zat mevrouw achter stuur. Ze reed de auto in tien, vijftien bewegingen, onder luid geroep van mijnheer Kerstmanbroek, achteruit het laantje uit. Eerst vergaten ze hun elektriciteitskabel uit te trekken, dan leek het alsof ze in de Vlamingen hun voortent zouden belanden en na de tiende poging ramden ze bijna het watertappunt. Hun uitleg was, dat ze schrik hadden dat ze de volgende ochtend, moest het hard gaan regenen, niet achterwaarts meer uit hun staanplaats zouden geraken. Dit was de eerste rechtstreekse taal die ze tot ons richtten. Er was tot op dat moment, geen goede morgen, geen goede avond of smakelijk over hun Zwitserse lippen gekomen. De camper werd ergens ver op de camping gedraaid en kwam vervolgens, nu met mijnheer aan het stuur, in zijn achteruit terug ons laantje ingereden. Het zweet stond in hun schoenen maar geen van beiden kreeg de camper terug in de campingplaats gedraaid. Het was overduidelijk deze Willem Tell kon niet mikken noch rijden. Wij zijn met zijn allen met een giechelkramp in onze caravans gedoken..we konden het gesukkel niet meer aanzien. Ze bekeken het maar!

Sim, Saint Rémy- de-Provence   16 juni 2016




zondag 12 juni 2016

STOELENDANS


Vorig jaar september zag ik op een Zuid Frans strand twee Engelse senioren godjeugdig liggen soezen in een relaxzetel. Manlief en ik hadden er juist een lange strandwandeling opzitten en zo met de beentjes omhoog de vermoeidheid uit je lichaam verdrijven, leek mij op dat moment zo’n zalig idee. Ik besloot ter plaatse om ook bezitster van zo’n camping relaxzetel te worden. Nog maar dit idee opperen, bleek bij manlief als een rode lap op een stier te werken. Onmiddellijk kwam de opsomming van alle tuinstoelen, tuintafels, verstelbare campingtafels, ligbedden en campingstoelen, die in ons tuinhuis stonden. We hadden al een gewoon knalgroen strandbed, dat nog best mee op reis kon. Mijn opmerking dat het voetengedeelte niet meer naar boven bleef staan maar triestig tot in het zand naar beneden hing, veegde hij met een wuivend handje weg. En dat ligbed, dat donkerblauwe met dat luifeltje, waarmee je gezicht in de schaduw blijft, datgene dat ik hem ergens onderweg in Frankrijk uit een Lidl opgedrongen had, was dat dan niet goed meer? Ja dat bed was best goed, maar telkens manlief dit mee naar het strand moest sleuren, ging dit gepaard met een gezucht en een gesteun dat het helemaal niet praktisch was om te dragen en dat het onderweg reeds uit elkaar viel. En al die andere, gewone campingstoelen dan?? Wil je die ineengezakte, met touwtjes aan elkaar gebonden exemplaren zeggen? Die rampstoelen die jij nog steeds niet wil weggooien, maar waar een normale mens doorzakt? Of die knalgele kampeerstoel, waar vooraan, onderaan een stang mankeert? En die nieuwe dan, waarom hebben wij die dan gekocht? Die is voor als onze kleinzoon met ons met vakantie gaat. Dat kind blijft geen 20 kg wegen en moet toch niet steeds op zo’n reparatiezeteltje zitten. Wat moeten de andere kampeerders dan van ons denken, dat wij zigeuners zijn, die campingstoelen van de vuilnisbelt oprapen?  Eventjes was het stil maar de litanie werd al na een paar minuten voortgezet. We hebben rommel genoeg, dus zet die relaxzetel maar uit je hoofd. Mijn idee fixe werd die vakantie wat verdrongen tot we, terug thuis, voor een andere aankoop in de Makro kwamen. Daar stonden ze broederlijk kleurig naast elkaar, allemaal relaxzetels. De discussie laaide weer in alle hevigheid op. Neen, er werd geen relaxzetel gekocht! Maar manlief moest mij nu na al die jaren toch al veel beter kennen dan dat. Hij wist ondertussen dat als ik iets in mijn hoofd heb... Haha en daar was dus internet! Nederlandse kampeerbenodigdheden winkels vol met alle mogelijke kleuren, maten en prijzen opplooibare relaxzetels en een doorzetter met een creditkaart in aanslag. Twee dagen later stopte er een Nederlandse koerierdienst voor onze woning. Hij sleurde een gigantisch grote doos uit het vrachtwagentje. In die doos zaten een afwasteiltje met twee handvaten, twee nieuwe wandelstokken en een lichtblauwe Lafuma relaxzetel. Een gelukkig vrouwtje dat eindelijk in het bezit was van dat lang gewenste dolce fare niente bed. Max de relax werd door een binnensmonds zanikende manlief bij de rest van de bedden en stoelen in het tuinhuis gezet in afwachting van de volgende caravanreis. Het verhaal over het fluo groene afwasteiltje is van een totaal ander kaliber. Weten jullie hoe dik zo’n plastieklaag is? Wel na drie maal een afwasje kwam manlief terug van het campingsanitair met de mededeling: “Ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws. Het goede nieuws is, dat de afwas helemaal gedaan is en het slecht nieuws is dat er een gat in de afwasteil zit. Hoe dit mogelijk is, weet ik totaal niet.”  Onderaan in mijn nieuwe handige afwasbakje zat een gat ter grote van een twee eurocent. Begrijpen, wie begrijpen kan…
In mei was het dan zo ver en ik kan jullie meteen vertellen dat ik het wedstrijdje ‘welk-ligbed-mag-er-mee-op-reis’ gewonnen heb. De blauwe relaxzetel kreeg een transferplaatsje tussen onze twee campingstoelen op ons caravanbed en mocht mee richting Frankrijk. Max zou mijn overbelaste wandelbeentjes laten recupereren en mij elke dag weer ontstressen.
Telkens, de stoelen van het caravanbed verwijderd moesten worden, hoorde ik weer datzelfde gesakker. Wist ik wel hoe zwaar dat ding was? In plaats van relaxatie bracht Max de relax de nodige stress. Tot we ergens een paar dagen ter plaatse bleven. Plots had manlief mijn Max de relax ontdekt. Na wat gemopper, dat je dat blauwe ding amper open kreeg werd de stoel, na elke wandeling,  zo snel mogelijk stiekem uitgeplooid en legde manlief zich met de beentjes omhoog te ruste.  Als ik hierover later een opmerking maakte, bediende hij zich met de uitspraak: “Eerst omeke, en dan omekes kinderen!”. Na het slaapje kwam dan het geleuter opnieuw, dat de stoel op niets trok, want dat hij er niet op een normale manier kon uit opstaan. Ik keek dan die stoelgymnastiek een beetje smalend aan en liet manlief gewoon wat bengelen; Het was anders poepsimpel hoor! Je moest gewoon met je ganse bovenlichaam vooroverbuigen en dan plooide Max vanzelf in opstaanmodus. Maar manlief zwiepte steeds met zijn benen over en weer en die bleken te kort te zijn om aan de grond te geraken. Zodra hij zich uit de zetel bevrijd had, begon het geëmmer opnieuw. De stoel was te zwaar, te onhandig en moest dringend gesmeerd worden…enz. Enfin, aan mijn lichtblauw relaxzeteltje was niets goeds tot we ‘s anderdaags weer van een vrij lange wandeling terug in de camping kwamen. Ik moest nog niet naar de zetel wijzen, of met de commentaar: Eer is een spreekwoord dat zegt: “Age before beauty” werd mijn pareltje onder mij neus weggetrokken.  Manlief installeerde zich in de schaduw, met de rugzijde van de stoel lichtelijk bergaf. Onmiddellijk snurkte hij lichtjes en blies slaap- speekselbelletjes. Maar na dit dutje heeft Max Lafuma blue eindelijk wraak genomen. Toen manlief weer met zijn benenwerk in actie kwam, sloeg de relaxzetel achterover en klapte tegen een boom dicht. Daar lag manlief dan als een spartelende opgerolde loze vink tussen twee blauwe pistolethelften. Als zijn rode wijnbuik niet in de weg had gezeten, dan hadden zijn knieën tot in zijn neusgaten gestoken. Een been zwiepte nog steeds, een beetje hulpeloos, heen en weer in de hoop de knelboel nog uit elkaar te krijgen. Maar relaxje nam revange. Ik zag het gebeuren maar lag onmiddellijk in een deuk. Het tweetal lag als in een ingewikkelde judogreep ineengestrengeld. Ik kwam niet meer bij. Gierend van het lachen werd ik nu als redder in zetelnood opgetrommeld. Hoe meer manlief zich aan de armleuningen wou omhoogtrekken, hoe meer Max blijkbaar wou bewijzen dat hij in dit gevecht de sterkste was. Hoe meer manlief de foetushouding aannam, hoe meer ik de slappe lach kreeg. Manlief vond het hoogst ongepast dat ik nu als een debiel stond te schateren terwijl hij in een kramp lag. Maar er is ook zo’n spreuk: “Wie laatst lacht, best lacht” , niet waar?Om een lang verhaal kort te maken, we hebben Max en manlief op hun zijkant moeten omkiepen om hen uit elkaars omarming te kunnen bevrijden. Hij was met zijn hoofd lichtjes tegen de boom geknald. Maar daar is ook een spreekwoord voor :Eigen schuld, dikke bult. Dan had hij mijn Max maar niet moeten beledigen. En toen begon het gemeier opnieuw: “Die stoel kreeg je niet op een normale manier open, je kreeg hem niet zonder je vingers te verpletteren terug ineen geplooid,  je moest er een studie van maken hoe je jezelf er in liet neerzakken en last but not least, je moest een atletisch slangenlijf gymnast zijn om weer uit dat gedrocht omhoog te komen. Max werd naar een plaatsje achter de caravan verbannen en het leek net of hij door manlief als straf in de hoek gezet werd. En als jullie nu denken dat ik na deze klachtenopsomming terug heer en meesteres over mijn blauwe antistress zetel werd…had het vierkant verkeerd begrepen! Toen ik met shampoo en een badhanddoek richting campingdouche slenterde, hadden Max en manlief opnieuw vrede gesloten. Manlief ligt na elke wandeling terug met de beentje omhoog, petje over de ogen, en zonnebrilletje op, snurkgeluidjes te maken en heeft zich kennelijk verzoend met mijn luxe aankoop.
In september gaan we opnieuw richting Middellandse zee. Ik begrijp ten volle dat ik nu reeds de discussie moet aanvatten en opbouwende  gesprekken moet gaan voeren, als ik zowel het donkerblauwe strandbed met luifel en Max de relax wil meenemen.
Het zal hard tegen hard gaan! Er zullen langs beide zijde geen compromissen afgesloten worden. Vermits wij blijkbaar de twee enigste individuen in Frankrijk en België zijn, die niet staken, kan ik altijd nog mijn kookstakingsrecht afroepen! Kijken wie er dan opnieuw zijn slag thuis haalt?


Sim, Saint Rémy-de-Provence 12 juni 2016    

dinsdag 31 mei 2016

COMMUNAUTAIRE STRUBBELINGEN OP EEN FRANSE CAMPING

We staan al een aantal dagen op de camping te Agde waar elke kampeerplaats voorzien is van een privé sanitair. Een negerhutje, met daarin een wc, een douche en lavabo. Langs de buitenkant een afwasplaats. Naast ons is de staanplaats lang leeg gebleven, nadat een paar Nederlandse caravanbezitters, op zoek naar stabieler zomerweer, richting Spanje waren getrokken. Gisteren in de late namiddag arriveerden een paar nieuwe kampeerders. Belgen. De man reed van vermoeidheid bijna de haag omver. Manlief riep heel hard: “Stop” en vroeg of hij misschien een handje moest toesteken. Het koppel keek hem aan, als twee koeien die naar saffraan staarden.  Beeld zonder geluid. Het waren Franstalige Belgen en het was meteen duidelijk dat de financieringsstroom die vanuit Vlaanderen de taalgrens overgestoken was, niet gediend had om Nederlands te leren. Manlief werd volledig genegeerd. Tien minuten later kwamen er twee bevriende Waalse seniorenkoppels, die al een tijdje op de camping stonden, Alain en Marie een handje helpen. Ze bekeken onze autonummerplaat en zeiden: “Haha aussi des Belges.” Marie duimde onze richting uit en ik hoorde nog juist: Sont des Flamands. Alain stond er een beetje op te kijken toen zijn caravan met vereende krachten op zijn plaats geduwd werd. De voortent werd door de rail gehesen en onder luid gekwetter, trokken ze, door de ongecoördineerde bedrijvigheid, bijna de tentstokken en de touwtje uit elkaars handen. Ik hield, over de oleanderhaag de werkzaamheden een beetje in het oog en kon het niet nalaten om manlief er eventjes bij te roepen en te zeggen: “Vlug kom kijken voor het te laat is, zes werkende Walen!” Manlief vond mijn opmerking heel hilarisch. Ik kon hem nog juist bij zijne schabbernak vast grabbelen, want hij stond al bijna met één been op Waals grondgebied, om hen op deze manier te begroeten. Wij moesten tenslotte misschien nog een paar dagen langs de taalgrens blijven kamperen niet?
De volgende nacht begon het te onweren en te regenen en werd onze slaap dus herhaaldelijk door hevige rukwinden gestoord. Wij waren juist terug ingedommeld, toen onze Franskiljonbuurman om acht uur ’s morgens onder luide orders van madame Wallonie, zijn tentharingen in de grond begon te rammen.
Van alle Waalse werkweigeraars, van alle stakende cipiers, spoorwegbeambten en vakbondsyndicale arbeiders, hadden wij naast ons juist die ene werkwillige Waal staan die bij het krieken van de kampeerdag, een ochtendlijke energie opstoot had. Respect voor medeburgers of kampeerders: “Mon oeil!”. Hij had dan ook nog een knalrode T-shirt aan, maar dit eventjes terzijde. Ach ik weet wel dat het beeld dat wij Nederlandstalige Belgen van de Waalse landgenoten hebben wel heel karikaturaal is. Het zijn niet allemaal rode stakende rakkers en luieriken die leven van de Vlaamse geldstromen, er zijn ook noeste werkers tussen. Niet veel, maar er zijn er.
Later op de dag was de zon terug van de partij en besloten we om naar het zwembad te gaan. Na een paar baantjes in het verwarmde water, nestelden wij ons lekker in het zonnetje en probeerden op de zwembadligstoelen ons slaaptekort wat in te halen. Ik knikkebolde nog maar net een beetje toen vier van de zes Franstalige Belgen zich al kakelend juist naast ons op strandbedden lieten neervallen. Mijn oren draaiden als radars om zeker geen sappige, taalgrens gerelateerde, verhalen te missen. Ik wist ondertussen dat de mannen Louis, Alain en Jacques heetten en dat de vrouwen, alsof het lot ermee gemoeid was, Marie, Marie-Jeanne en Jeanne waren. Louis en Jeanne waren er niet bij. Uit het vrouwengebabbel kon ik opmaken dat Louis voor de caravan lag te snurken en dat Jeanne naar de kapper was. Ze stonden hier jaarlijks, al meer dan acht jaar op rij, op dezelfde camping, op dezelfde plaats en Jeanne ging hier al jaren naar één en dezelfde coiffeur. En voor de allereerste keer had Jeanne nu meer dan twee weken moeten wachten voor ze een kappers rendez-vous kreeg. Incroyable.  Dan kwebbelde de dames over de kapper die er nu gans alleen voor stond omdat zijn kappersassistente was bevallen. Zij kwam niet meer terug werken en de kapper had het uiterst moeilijk om een nieuwe assistente de vinden…en waarom Jeanne nu juist naar deze haarstylist moest gaan…en pattati en pattata…kwek kwek kwek. Ik had me al min of meer afgesloten van het Franse geratel, toen het gebabbel plots volledig stilviel. Gecoiffeerde Jeanne was op de catwalk van het zwembad verschenen en schreed over de rode loper richting Marie en Marie-Jeanne. Onder mijn zonneklep opende ik één oog en keek recht naar de lelijkste vogelverschrikker aller tijden. Moest je Jeanne tussen de kerselaars zetten dan was er, zonder twijfel, in de wijde omtrek geen kersenpikkende vogel meer te bespeuren. Ik vermoed dat Jeanne, als voorbeeld voor de haarsnit die ze wou, een foto van Hitler naar de haarstylist meegenomen had. Een grote zwarte bles kleefde over haar voorhoofd van de ene kant van haar hoofd tot het oor aan de andere kant. De zijkanten van haar hoofdhaar waren volledig weggeschoren en het haar boven op haar hoofd was als coupe bloempot rond geknipt. Alleen het Dolf- snorretje ontbrak. Haar Francofone vriendinnen waren sprakeloos en zeiden een beetje aarzelend dat het wel een hele speciale coupe was. De mannen staarden haar vol ongeloof aan. Nederlanders die wat verder lagen te zonnen, kregen die akelige angstige blik van herkenning in de ogen toen ze die vrouwelijke reïncarnatie naast het zwembad zagen verschijnen.
En terwijl Jeanne liefdevol over haar zwarte bles streek, vertelde ze dat ze eigenlijk nog wat highlights gewenst had, maar dat de Agde kapper er nu geen tijd voor had gehad, hij er helemaal alleen voorstond, want dat zijn kappersassistente…kwek kwek kwek, wel een kwartier lang over de interne keuken van het haar- atelier. Er kwam geen eind aan het Franse getater. Toen de Walinnen, eindelijk de moed hadden om Jeanne de mond te snoeren, vroegen ze haar of ze nog mee ging zwemmen. Jeanne antwoordde, dat ze niet van plan was om haar duurbetaalde kapsel eventjes met chloorwater te laten ruïneren???Als ze Louis tenminste uit zijn coma kon wekken, zouden ze naar de supermarkt rijden om een voorraad wijn en pastis. Straks waren al de Belgische vrienden uitgenodigd op de borrel. Ik denk niet dat wij erbij hoorden, de taalbarrière en de communautaire zee waren veel te diep.

Sim, de Simone     Agde, 29/5/2016



woensdag 25 mei 2016

NOIR AVEC PARFUM DE PIPI


Het is het jaar van El Nino. Dit natuurverschijnsel gooit wereldwijd roet in alle normale weersverwachtingen. Het was reeds de tweede helft van mei en aan de Franse Middellandse zeekust was, op een paar dagen na, de zuidelijke blauwe wolkeloze hemel en de bijbehorende warmte nog ver te zoeken. Twee dagen Mediterraan klimaat, twee dagen Belgisch grijs. De enige constante warme plekken bevonden zich aan de stakingsposten van de Franse olieraffinaderijen. Om hun eisen kracht bij te zetten, stookten hier verhitte vakbondsheethoofden autobanden op. Ze trachtten het gehele autorijdende land plat te leggen door de leveringen van benzine aan de tankstations te boycotten. Stakers in Frankrijk, betogers en stakers in België, tweemaal gijzeling van de gewone bevolking.  De zondag was begonnen met een zachte motregen die al snel overging in hevige stortbuien. De plensregen tokkelde oorverdovend op de caravan. Er zat niets anders op dan een vakantiedag al lezend en internettend uit te zitten. Maandagochtend was de zon terug van de partij. Cap d’Agde lag nog in een diepe winterslaap . De rolluiken van de zomerresidenties waren meestal nog allemaal gesloten.  De felle rukwinden deden ons fietsscenario echter in duigen vallen en wij besloten dan maar te voet naar Agde  te wandelen. Agde, een stadje dat 26 eeuwen geleden door de Grieken gesticht werd, weerspiegelde, zijn uit donker vulkanische gesteente opgetrokken, kerk in de rivier de Herault. Voor ons een raadsel wie er nog in die oude verkommerde huizen in die smalle straatjes wou wonen.
Uit de wind en onder een mager zonnetje beslisten wij om in een basserie op een pleintje een koffietje te gaan drinken. Er was duidelijk iets aan de hand op het pleintje. Er stonden wat jonge mannen rond te drentelen. Ze riepen wat schuttingtaal naar elkaar, mepten wat op elkaars schouders en na wat getrek en gesleur verdwenen een aantal jongelui op een brommertje naar de andere kant van het pleintje om dan vervolgens met veel lawaai terug te komen aanrijden. Er stond een grote vrachtwagen op het plein met daarnaast een tafel waar allerlei eten en drinken op uitgestald stonden. Om beurten schoven de jongeren aan, staken een stuk baguette in hun mond en openden een blikje fris. Een kleine dikke man die breder dan hoger was hield de wacht naast deze lunchtafel. Zijn T-shirt spande over zijn speklagen. Hij droeg een donkerblauwe, volledig door de zon verschenen trainingspak, waarvan de twee ritshelften van zijn trainingsvest al decennia lang elkaar nooit meer waren tegengekomen.
 Was het misschien een vrije dag voor de gesloten jeugdinstellingen? De haantjes zagen er allemaal een beetje hetzelfde uit. Licht terroristisch gekleurd met een debiele criminele stupide glimlach en een groot bakkes. Elk moment verwachtten wij dat er een bendeoorlog zoals in de film “Black” zou losbarsten en dat de Belgisch-Marokkaanse filmregisseur Adil El Arbi met een ‘putain’ tussenbeide zou komen. Toen er ook nog een man van de security op het pleintje kwam staan ronddraaien, zat ik van nieuwsgierigheid in mijn één centimeter grote koffietas de bodem weg te roeren en op mijn caféstoeltjes op en neer te wippen. Wat was er aan de hand?
 Uit de tegenoverliggende straat kwamen er twee hippe mensen elk met een hond aan de lijn, onze richting uitgewandeld. Hier werd onmiddellijk de uitdrukking, mooi van ver, maar ver van mooi overduidelijk. De vrouw droeg een rode baret op haar knaloranje haren. Aan haar vaselinekleurige, gerimpelde aangezicht met knalrode lippen en valse oogwimpers, was nadrukkelijk te zien dat ze de kaap van drie maal twintig al eventjes overschreden had. Ze droeg een jeansjasje met glitters en een uitgerafelde jeanshort, die net iets te kort afgesneden was. Vanuit de onderste bilronding staken twee melkwitte cellulitus-putjesbenen, die blijkbaar ook nog niet teveel zon gezien hadden. Vanaf de bobbels in de knieholtes liep een Google- stratenplan met blauwe aders door tot in de hooggehakte cowboybotten. Haar man droeg een blauw met witte strepen matrozentrui op een knalrode broek en onder zijn arm twee stokbroden. Hij was bijna helemaal kaal, maar had zijn beetje nog resterende haar, achteraan met een fluo elastiekje, in een pijpenkrulpaardenstaartje bijeen gebonden. Het zag eruit als een verschrompeld Wiener worstje. Hij had zulke grote flaporen, dat als het mijn partner zou geweest zijn, hij op dagen dat de mistral of de transmontana wind opstak, niet buiten de deur zou mogen komen. Het risico zat er dan immers in, dat je hem enkele dagen later in Marokko zou moeten gaan ophalen. Sommige mensen komen weg met zo’n outfit, maar dit seniorentweetal leek net van een gekostumeerd bal met als thema “De Moulin Rouge” te komen. Rond het terras van de brasserie waren overal grote betonnen plantenbakken gezet, gevuld met yucca’s en orleanders. Terwijl het bizarre koppel ook naar de bedrijvigheid op het pleintje keken, snuffelde de doberman- hond van mevrouw aan de bakken, hief zijn poot op en plaste recht in het zand van de bloembak. Hij draaide zich nog eens om zijn as en pieste een tweede keer tegen de plantenwortels. Het kleinere foxhondje, van mijnheer, had te korte pootjes. die hij niet hoog genoeg kon opheffen om de potgrond te besproeien. Hij kletterde zijn urinestraal dan maar tegen de onderkant van elke plantenbak.
Zo kreeg elke bloembak een driedubbele ammoniakinfuus. Noch madame, noch monsieur, noch de café- uitbater reageerden. Alleen de klanten keken elkaar aan en trokken hun wenkbrauwen wat vragend op. Straks, als de zon weer in alle hevigheid op die hondenpissijnen zal schijnen, de urinegeur zich met het aroma van de pastis, de rosé en de koffie zal vermengen, de planten mistroostig en verwelkt hun koppen gaan laten hangen en de klanten hun neus gaan ophalen, dan misschien zal de brasserie- eigenaar zich de dagelijkse wandeling van de twee kaketoeachtige hondenbezitters herinneren en denken :”Merde alors” maar ’t zal zijn’ de geur van pis dehors’…
Het tweetal hippe seniorenvogels vervolgden hun weg en werden iets verder door een politieagent tegengehouden. Wat gebeurde er toch allemaal?  Onze pleintjesaandacht was eventjes verslapt maar toen er ook nog twee jonge hoertjes op meters hoge hakken , met ontblote schouders op het pleintje kwamen aantrippelen en cola en Frans brood van de tafel snaaiden, moest en zou ik weten wat er daar toch aan de hand was. Nieuwsgierig aagje? Weetgraag Simmeke zeker! De security man, wees naar de straat achter ons, bootste een camera na en vertelde ons, dat daar inderdaad in de oude smalle straatjes van Agde een filmploeg aan het filmen was. De plaatselijke politieagent hield alle belangstellende tegen en de Franse Adil- regisseur  riep heel luid:”De nouveau et cut”. Dus gelukkig toch een bende figuranten en geen kleine criminelen… Hoe zal de film heten? Noir avec un parfum de pipi.


Sim, Agde 25 mei 2016









vrijdag 13 mei 2016

KUDDEGEESTSYNDROOM



Het was begin mei en stralend weer toen we in Colmar tussen de peperkoekenhuisjes, als in een Anton Pieck tekening, rondliepen. De terrasjes en restaurantjes waren overvol en iedereen genoot van het voorjaarszonnetje. Aan de brug over de Ill weerkaatste de zon op een eenzaam vastgeklonken hangslotje. Het verliefde paartje, dat dit slotje hier in Colmar opgehangen had, had vermoedelijk niet genoeg gespaard om tot aan de bruggen van Parijs, Rome of Praag te geraken. Dan vraag ik me af, wie was er als allereerste op het idee gekomen om hangsloten, als teken van eeuwige liefde, aan bruggen op te hangen? Was het de dochter van de slotenmaker die wel eens wat anders wou dan zo’n blinkende ring? Of wou zij gewoon kijken of de jongeman in kwestie bereid was de romanticus uit te hangen alvorens de beloofde wip erachter zou volgen? Was het de zoon van de ijzerhandelaar die vergeten was om voor zijn lief een bos bloemen te kopen en besloot om op het allerlaatste moment zo’n hangslot mee te graaien? Is hij erin geslaagd om zijn lief wijs te maken, dat een slot vastklinken op een brug over een rivier het summum van romantisch liefde was? Vertelde hij haar dan ook dat, wou de liefde eeuwig duren, zij de twee sleuteltjes in de rivier moesten gooien? Of hielden zij elk een sleuteltje bij zich, in geval van? Moesten, vanaf dat moment, alle vrijers in plaats van met ringen, bloemen en pralines met een hangslot over de brug..of nog beter aan de brug komen? Enkele jaren geleden nam het hangsloten kuddegevoel zo’n vaart dat men de idiote brugwildgroei in Parijs moest verwijderen. Daar dreigde de reling van de brug het te gaan begeven door het gewicht van de eeuwige liefdesijzerwinkel. Als dan zo’n hangslot, door een arbeider met een tang doorgeknipt werd, voelden de partners dan een soort elektrische schok? Ging de relatie vanaf dan bergafwaarts? Werd er dan bij een mogelijke breuk niet alleen over de verdeling van de inboedel, het huis, de bankrekening, de kinderen en de hond geruzied maar ook over wie van beiden nu die reis terug moest ondernemen om dat hangslotje terug te vinden en het opnieuw te openen, de vrijheid tegemoet? Dus beste verliefden, als jullie nog steeds de drang voelen, zoek geen plaatsje meer aan de bruggen in Parijs, Rome en Praag want die hangen al overvol, maar over de brug van de Ill in Colmar is er nog plek zat. Als er één van mijn lezers binnen afzienbare tijd richting Colmar moest reizen, laat mij dan vooral weten of de kuddegeest hier  al heeft toegeslagen en of de hangslotenverkoop ook hier in stijgende lijn gaat.

Het was het lange weekeinde van Hemelvaartsdag en de zon bleef nog steeds van de partij. Vermits wij op de camping te Colmar constant, aan de overkant van de rivier, het lawaai van de autostrade hoorden, besloten wij nog enkele dagen te blijven rondhangen in de overweldigende natuur van de Vogezen.
De camping in Xonrupt-Longemer, lag lichtglooiend tegen de helling, direct aan het meer en beloofde volledige rust. Maar door het warme weer ontwaakten niet alleen de insecten, maar tevens de kudde motorrijders. Met honderden hadden deze midlifecrisismannetjes zich in lederen outfits gehesen. Het waren merendeel Duitse dikke mannen met stoere jassen met doodshoofden en bezweringstekens  op de rug. Op hun kale en grijze hoofden droegen ze een soort leger pothelmen.  Onder de helmen zwiepten niet alleen hun lange Vikingbaarden maar ook minuscule paardenstaartjes of lange vlechten heen en weer. Ze waren lekker met de mannen alleen de hort op.  Daar gingen ze dan. Niet alleen of met zijn tweeën, maar met minstens tien tot twintigen achter elkaar aan. Eerst hoorden wij ze achter de camping doorschetteren, vervolgens bromden ze met een hels lawaai langs de overkant van het meer, om dan al racend de berg op te gaan. Het lawaai van de ene groep motoren was nog niet volledig uitgestorven of je hoorde de volgende motorbende al als een gigantische hommel dichterbij zoemen en langs de camping denderen. Eventjes hoorden wij de vogeltjes fluiten en dan kwam daar weer zo’n troep penopauzers voorbij knetteren. Het ganse lange weekeinde leek het of we onze caravan op de weide van Francochamps gezet hadden.  De zware motorjongens hadden de tijd van hun leven, berg op, berg af  en natuurlijk de kick van hun helse motorgebrul. Leve de natuur! Zondag in de late namiddag werden de periodes van stilte langer en langer. Het lawaaizootje bromde terug richting heimat en moeder de vrouw. Nu heb ik zo’n paar dikke Duitse Schweinefleisch motards eens van wat dichterbij bekeken en ik vrees dat geen enkele normaal denkende vrouw zo’n soort man ook maar één blik zou gunnen. Dus is het best te begrijpen dat al hun affectie wel eens alleen naar hun zware blinkende motor uitgaat.
En dan heb je nog die kudde bontgekleurde weekendfietsers. Rond het meer van Longemer, maakte men een fietspad dat qua breedte niets moest onderdoen met een volwaardig auto rijvak. Als jullie nu denken dat die opgefokte peletonfietsers hiervan gebruik maakten, heeft het duidelijk niet begrepen. Met zijn vijven op één rij, denkend dat ze in de Tour de France of in de Giro d’Italia reden, trapten ze zich zigzaggend een ongeluk op de rijbaan. Ze lieten een trein van sputterend wachtende auto’s achter zich aanschuiven. Als er dan een auto of  een vrachtwagen luid toeterend wou voorbijsteken en hun teken deed dat er voor hen een speciaal fietspad aangelegd was, joelden ze van verontwaardiging, waaierden nog breder uit en gaven de automobilisten het vingertje. Een kudde koeien is blijkbaar nog intelligenter dan een roedel wielerterroristen.
Maandag hadden wij eindelijk het fluiten van de vogeltjes, het kabbelen van het meertje en de immens mooie natuur terug voor ons alleen. Maandagavond, beau temp pour les canards, het regende pijpenstelen. Tijd om zuidelijker te trekken, de kudde gepensioneerde voorjaarvakantiegangers achterna.


Sim, 13 mei Sahune Drôme Provençal

vrijdag 6 mei 2016

WHY WHY WHY DELILAH

Vanmorgen liet ik op Kapaza, Marktplaats.be/nl en Tweedehands.be/nl volgende advertentie zetten:
Te huur of te leen, voor minstens drie weken, chaotische (oude) grijze Tom Jones.
Voor al diegenen die nu hun wenkbrauwen lichtjes optrekken, ik heb manlief echt niet ingeruild om met Tom Jones Frankrijk te doorkruisen hoor.  Ik zal jullie vlug eventjes het laatste deel van mijn advertentie , ‘Tom Jones’, verklaren.
Toen we hier op 1 mei aan de camping te Strasbourg aankwamen, bleek het beheer van de kampeerplaats weer in handen te zijn van een troep stadsambtenaren. Deze hadden blijkbaar geen van allen ooit met een tent, caravan of een camper rondgereden, want dan zouden ze wel geweten hebben dat kamperende mensen, die uit alle uithoeken van Europa via allerlei filegevoelige snelwegen kwamen, nooit getimed op een bepaald uur op een camping konden aankomen. De receptie bleek gesloten van 12 tot 14 uur, de ambtenaar moest opgestoord zijn boterhammetje kunnen opeten. Wij stonden dus als eerste voor de gesloten slagboom met achter ons een Nederlandse caravan en een lange rij met een tiental Duitse, Zwitserse en Franse campers. Om beurten zag je de echtparen aan de gesloten deuren van de receptie duwen, op hun uurwerk kijken en mompelen dat dit niet meer van deze tijd was. Soit, wij hielden dan maar een parkinglunch in de caravan, drentelden wat op de camping rond tot het tijd was om ons aan te melden. Een breed glimlachend Nederlands echtpaar stapte op ons toe. Zei Mijnheer Noorderbuur: “Weet U, wat wij zojuist tegen elkaar zeiden?” Nee, dat wisten wij niet..maar wij hadden de indruk, aan Mevrouw’s  lachende ja- knikkende aangezicht te zien, dat we dit snel te weten zouden komen. “Mijnheer, U gelijkt als twee druppels water op Tom Jones!” Nu hadden ze manlief zijn stemgeluid als eens met de vibrato van Urbanus vergeleken, maar deze vergelijking was nog nooit eerder gemaakt. Ik bekeek manlief en vond dat hij net zo veel op Tom Jones geleek als mijn gat op een peperkoek en zingen kon hij ook al niet. Het echtpaar glunderde, het leken zo’n twee oprechte lieve vakantie- Hollanders te zijn.  U herkent ze wel, die rondreizende identieke tweelingen, allebei met hetzelfde lekker makkelijk kort grijs kapseltje, met identiek dezelfde regenjack, identiek dezelfde rugzakjes, identiek dezelfde wandelschoenen en blijkbaar een identiek ver gevorderde vorm van cataract. “Ach”, zei ik, “altijd die aandacht in Las Vegas gaat ook ons tegensteken, altijd die hordes vrouwen achter mijn man aan gaat vervelen, dus we dachten, laat ons maar eens lekker gewoon doen en met de caravan in Frankrijk gaan rondtoeren. Zingen kan altijd nog!” Nou, dat was nou hartstikke leuk gezegd. Ik wou onze lieve noorderburen echter niet laten gaan zonder nog een goede raad mee te geven. Zo snel mogelijk in Nederland eventjes beiden een bezoekje aan Hans Anders of  Pearl  inplannen.  Om twee uur stipt gingen de lichten in het receptiegebouw aan, de deuren werden ontgrendeld en twee bediendejuffrouwtjes kropen achter de computer. Wij waren als eerste aan de beurt. Toen de receptioniste ons inschreef, zei manlief ineens: “Wat prettig, dat U wat eender aan het werk ging, toen U zag dat er zoveel mensen voor de gesloten deur stonden.” “Hoezo?, antwoordde het onthaaldametje terwijl de mondhoeken van haar geforceerde klantvriendelijke glimlach al iets omlaag gingen: “Twee uur is twee uur, stipt,  pil!” Ik dacht eventjes: “wat staat mijn Tom Jones daar nu allemaal te bazelen?” Vermits ik gewoon ben aan zijn soms sarcastische opmerkingen, duwde ik de ‘It’s not unusual’ neuriënde Tiger de deur uit vooraleer de zaak kon escaleren. Ik begreep er niets meer van. De roem was hem nu al naar het hoofd gestegen?
Toen onze rijdende villa wat later op de ‘green green grass of the camping stond,  leverde manlief plots een gevecht met het wc- blok van de caravan. Het sanitair onderdeel wou er plots niet meer in. De godverdommes en miljaardes begeleiden het in- en uitgeschuif van het pipi- opvangelement. Dit zijn nu juist de dingen die je uittest vooraleer je met je caravan vertrekt, niet? Mijn adrenaline stress piekte op een gegeven moment zo erg, dat ik Tom Jones met alle plezier een ‘sex bomb’ onder zijn gat wou verkopen! Manlief had gewoon constant een knop verkeerd gedraaid!! Nadat hij zelfs een dutje van een drie kwartier gedaan had, stelde hij tevreden vast, dat het amper kwart voor twee was en we wel heel snel met alles klaar waren. Het was dus helemaal geen schimpscheut naar het receptiejuffrouwtje geweest. Zijn uurwerk was gewoon stilgevallen en zijn herseninhoud die de tijd bijhield vermoedelijk ook, want ieder normaaldenkend mens zou zich afvragen… Tot daar het verhaal over Tom Jones. Om het verslag over het begin van de advertentie : Te huur of te leen ‘chaotisch (oude) grijze…te vertellen, moeten we eventjes een paar dagen terug in de tijd gaan, met name naar de donderdag, vrijdag en zaterdag voor 1 mei.
We schrijven donderdagavond toen ik plots, zonder verdere aanwijsbare verwittigingsymptomen, 38 graden koorts bleek te hebben. Hete golven sloegen uit mijn oren en mijn neus en tenen leken om beurten hete worstjes om dan na een paar minuten rillend in ijsblokjes te veranderen. In mijn hersenpan ramden nu en dan, 100 kleine mannetjes gelijktijdig op een trommel. Mijn hoofd voelde aan als een voetbal die balanceerde op een luciferstokje. Volledig gedrogeerd kroop ik in bed, zweette een nachtje overdadig en vrijdagochtend leek het koortsduiveltje verslagen. Wat niet wou zeggen dat ik al helemaal normaal reageerde. Het was zo’n beetje een slow motion action movie. Zouden we dan toch de caravan maar uit de stalling halen? Eens met de caravan voor onze deur, duwde manlief de mover tegen de wielen om ons rijdend huis op onze oprit te plaatsen. Voor al diegenen die geen caravan met mover hebben zal het volgende verslag compleet idioot klinken, maar geloof me, diegene die wel met zo’n gemoverde sleurhut rondtrekken, zullen onmiddellijk met dit verhaal mee zijn. Voor ons huis bleek het kastje waarmee we de mover van de caravan telegeleid konden besturen niet te functioneren. Het rode lichtje brandde niet, dus geen contact. Nieuwe batterij werd in het kastje gestoken. Dan ging het lichtje in het mover- kastje plots aan, snok, manlief had de handrem van de caravan vergeten af te zetten. Mover terug af de wielen gehaald. Misschien de boel geblokkeerd. Mover terug op de wielen geplaatst. Contactlichtje terug uit. Opnieuw andere nieuwe batterij in het kastje, lichtje eventjes aan, lichtje uit. Lichtje aan, lichtje uit. Om gek van te worden maar het kon mij allemaal niet veel schelen want de koorts kroop letterlijk sneller bij mij binnen dan dat de caravan ooit op de oprit zou komen te staan. Na veel chaotisch geknoei stond de caravan dan toch na een uur eindelijk op zijn plaats. En toen is manlief eventjes in de handleiding van het mover- kastje gaan lezen. Bleek dat je, identiek zoals vorig jaar en alle  jaren daarvoor het geval geweest was, tweemaal kort op het moverkast-knopje diende te drukken om contact te maken. Poepsimpel, alleen had Vercauteren het eventjes vergeten…grrr. Als jullie nu denken dat dit het enige verwarde voorval was, waarom ik manlief nu eventjes op een tweedehands- site aanbood, heeft het volgende nog niet gelezen! Op zondag 1 mei reden wij dus richting Strasbourg. Wat denken jullie van een man die zelfs zijn GPS dame niet verstond. Als ze zei: “Opgepast versmalde rijstroken”, hoorde hij “opgepast maalderijspoken”, alsof dit de normale GPS- taal zou zijn.  Bij het betalen aan het benzinestation in Luxemburg vond hij plots bij het ingeven van onze creditcode aan de terminal, de nul niet meer op het pin- betaalkastje staan. “Ou est le zero?” De kassierster riep vanachter haar glazen stulpje waar de nul zich bevond, maar na driemaal wablief? en wat zegt U? (in het Frans natuurlijk) geroepen te hebben, kwam de kassadame uit haar hok gevlogen en duidde, met een zucht, de nul aan. De inktaanduiding was inderdaad weggeveegd, maar volgens mij staat die nul al jaren op zo’n pinautomaat nog steeds op dezelfde plaats. Na alle wabliefs, wattes en wat zeg je, is het leuk om weten dat je man hoorapparaten bij zich had, alleen staken ze niet in zijn oren maar lagen die in het kastje van de caravan. Ach dit is nog steeds niet de enige echte rede waarom ik manlief in de aanbieding zette, luister en huiver! Zoals steeds schoven wij bij de tolstations steeds aan de verkeerde rij aan. Alle auto’s bumperden door het tolstation, alleen onze rij draaide weer een hele tijd stationair. Reden te meer om manlief te horen sakkeren: “Verdomme, dat duurt nogal! Weer nen ouwe sassa daar van voor zeker, die niet weet hoe hij met een bankkaart moet betalen?” Dus toen wij voor de bareel van de péage kwamen,ging het zoals al duizend keer daarvoor, kaartje erin, bankkaart erin, betaald, poortje open en hop erdoor. Zo’n tien kilometer verder, juist na de affiche “Welkom in Strasbourg, het centrum van Europa, opnieuw een tolstation. Kaartje erin, bankkaart erin, bankkaart bleef erin, bankkaart kwam niet meer terug te voorschijn. Vervolgens, manlief uit de auto en met een schuldige blik begon hij op alle knoppen te duwen.. Mijn superchaoot had de creditkaart in het gleufje gestoken waar normaal de cash euro biljetten moesten ingestoken worden en het ‘tolbetalingsmechanisme’ had het lekker doorgeslikt. Inderdaad weer zo’n oude sassa, die niet wist hoe hij met een creditkaart moest betalen…Gelukkig is er bij al die onbemande tolgeld- inslikkers een hulpknop aanwezig. Aan het lief mevrouwtje dat ons ter hulp kwam, bekende manlief schaapachtig grinnikend dat hij een stommiteit gedaan had. De betaalunit werd geopend en de tol- hulpdame moest  bijna de ganse binnenkant afbreken om aan onze creditkaart te geraken. Na een minuut of tien was mijn stresslimiet volledig bereikt toen manlief smalend en lachend met zijn bankkaart in de hand  zei: “Voilà geen paniek,  alles was weeral opgelost.” Het was niet zijn stomme fout, maar gewoon omdat ik hem zenuwachtig maakte,  had hij de kaart in het verkeerde gaatje gestoken. Wat een onrecht! Why, why, why Delilah…Ik had nota bene, met mijn gedrogeerde koortskop, nog nooit zo stil geweest en zo weinig commentaar gegeven! En toen zei mijn verstrooide professor nog als glunderend hoogtepunt: “Wij beleven nogal avonturen hé!” Ik kon alleen maar reageren met: “Hoe noem je dit, een avontuur? Een aflevering van Falty towers zeker, met als titel : In mijn man zijn grijze haardos wordt het één verwarde chaos! Ik hoor jullie al denken, hou toch eens rekening met manlief zijn leeftijd! Wel manlief is als een chaoot geboren vermoed ik, het kan dus alleen maar erger worden.  En toen moest het verwarrende campinggebeuren er nog bovenop. Dus bij deze, al wie mijn Tom Jones wil huren of lenen en hem voor een tijdje uit mijn atmosfeer wil komen halen, tot mijn koorts en mijn adrenaline opnieuw tot nulpunt gezakt zijn,  be my guest!
Ook moet ik jullie van manlief zeker laten weten dat ook ik wel eens volledig de mist in ga. Toen we eind september de caravan in de stalling achterlieten, vergat ik het knopje van onze ijskast uit te zetten. Om de mover- batterij op te laden blijft elektriciteit van de caravan in de stalling aangesloten en deed ons ijskastje dus overuren.  Nog voor ik alles in onze rijdende villa kon inladen, mocht ik dus met mijn Neurofen- hoofd, mijn verschuivende mayonaisehersens en mijn verkrampte nek en schouders, met de haardroger op maximum warmte, eerst de iglo in onze ijskast ontdooien.
Ach nobody is perfect en we zijn elkaar waard. Eventjes denken, welke man kleurt de haren van zijn echtgenote zoals een volleerde kapper? Wie raspt het eelt van haar voetjes? Wie kneedde met Voltaren het griepvirusje uit de verharde schouders? Ja zeker! Jullie zijn nu allemaal stikjaloers zeker? Hopelijk is het nog niet te laat? Onmiddellijk mijn advertentie op Kapaza, Marktplaats en Tweedehands annuleren. Niemand krijgt mijn blunderende grijze Las Vegas- ster!
Toen we ’s anderdaags hand in hand door het zonovergoten gezellige Strasbourg wandelden, kwam er plots een mooie jongedame, met een papier en pen in de hand, onze kant op. De vrijwilligster van Artsen zonder grenzen  bekeek ons met een vragende glimlach. Ze begreep helemaal niet waarom wij beiden ineens als twee idioten begonnen te schaterden. Zij had natuurlijk niet verstaan wat ik juist tegen manlief gezegd had: “Kijk uit Tom Jones, watch out Pussycat, hou je foto gereed, ze komen om je handtekening!”

Sim,  Strasbourg, 4 mei 2016


zaterdag 23 april 2016

HEMELEN

Als ik ’s avonds niet onmiddellijk de slaap kan pakken, lig ik zo soms in mijn bed allerlei dingen te bedenken. Leven wij inderdaad boven onze stand, als we straks weer als twee zigeuners met onze caravan door Europa gaan trekken? Leven wij boven onze stand als we elke winter naar het warme Tenerife trekken, zodat wij tijdens deze periode geen gepeperde rekening voor Belgisch gas- en elektriciteitsverbruik moeten betalen. We minimaliseren tegelijkertijd onze Vlaamse waterconsumptie door te douchen op Spaanse bodem. Wij eten en drinken daar aan de helft van de Vlaamse café- en restaurantprijzen en komen lekker vol apothekersloze vitamientjes terug. Soms gaan mijn overpeinzingen verder dan dat. Ik las gisteren in de regionale krant dat twee Edegemenaars beweren dat Edegem tijdens Wereldoorlog I van bombardementen gespaard bleef, omdat wij hier toch een Onze-Lieve-Vrouw van Lourdesgrotje hebben. Alle randgemeentes hebben kerken en kapelletjes afgeladen vol met Jezus- en Mariabeelden, maar die werden wel gebombardeerd. Welke kronkel moet je bezitten om zulke theorieën heden ten dage nog in de krant te laten verschijnen.   Hoe zien de gelovigen het hiernamaals en is er daarboven voor alle biddende medemensen één hemel? Kan het dat er maar één moslimhemel zou zijn waar de zelfmoordterroristen samen met hun islamitische,uit elkaar geblazen en geslachte offers (woordspeling!), gelijktijdig aankomen? Het lijkt me nogal onwaarschijnlijk dat de zielen van de ontplofte en vermoorde moslims in volledige harmonie met hun terreurzaaiers door één poort zouden kunnen. Heeft hun God dan misschien voor drie afzonderlijke 'halalhemels' gezorgd? De eerste poort is vermoedelijk gereserveerd voor de martelaren die dan onbekommerd  ogenblikkelijk aan het ontmaagden kunnen slaan. De tweede poort is dan voorbehouden voor de echte brave mannelijke islamieten en ergens ver weg is er een achterpoortje voor de hoofddoekvrouwtjes. Ja alles lekker van elkaar gescheiden. Als je op aarde niet gezamenlijk mag bidden of zwemmen, dan veronderstel ik dat je er ook niet tezamen mag zweven, niet waar? En in de Joodse hemel, is daar nog plaats genoeg? Het zal na wereldoorlog II wel hevig drummen geweest zijn daarboven. Hun God zag al het onrecht dat hun aangedaan werd lijdzaam aan, zonder in te grijpen. Zou jij je doodadresje dan nog tot in der eeuwigheid in zijn residentie willen onderbrengen? Wapperen hun pijpenkrullen niet uit en vliegen hun plastiek zakken over hun hoeden, hun hoofddeksels en hun pruikjes niet af als ze ten hemel opstijgen? Zijn er een paar bevoorrechten die hun plaatsje daarboven al via briefjes in de Klaagmuur gereserveerd hebben? Dan vind ik persoonlijk de Boeddha hemel veel esthetischer, sorteren per soort, recycleren en terugsturen. Reincarneer nog maar een paar keer en als je ten langen leste van de allerlaagste kaste omhoog geklommen bent en eindelijk alles goed doet, dan misschien mag je er wel in. Zo kan die hemel nog onbezoedeld eeuwen meegaan. Nu nog die christelijke hemel, hoe zit dat daar? Mogen daar alle soorten christenen samen de dood vieren? Mogen zelfdoders, moordenaars en pedofiele pastoors en priesters samen met hun slachtoffers op dezelfde wolk rondscharrelen? Worden de protestanten en de evangelisten er angstvallig weggehouden van die andere geïndoctrineerde Lourdesgangers die Maria en al die andere heiligen er nog bijslepen? Is er een speciale verdieping voor gelovige homo’s, Scientololy sekteleden of de getuigen van Jehova?  Is er ergens in een donker afgelegen steegje een restafval- hemeltje voor al diegenen die voor het Jezus- tijdperk  geleefd hebben. Wat gebeurde er met al die Neanderthalers, Egyptenaren, Hunnen, Grieken en Romeinen die dus niet in dit sprookje konden geloven? Ik vermoed dat de christelijke God er een eigen verborgen agenda op nahoudt. Heeft hij een afzonderlijk hoekje in de hemel waar alle creatieve zangers, ongeacht hun religie en soms liederlijk leven opgevangen worden? Het is tenslotte al van 1971 geleden dat hij de musical 'Jesus Christ Superstar' op ons losliet. Misschien dat James Last een nieuw concept op poten aan het zetten is. Zou John Lennon daarboven nog welkom geweest zijn nadat hij, met zijn ‘Imagin’, het bestaan van religies en een hemel in vraag stelde? Mogen overdosis gedrogeerden zoals Michael Jackson en het zelfmoordnachtegaaltje Whitney Houston nog meezingen in zijn volgende hemelse compositieschepping? Heeft hij aan Demis Roussos, David Bowie en Thé Lau niet genoeg om als achtergrondkoor te zingen of laat hij nog snel wat halleluja- Afrikanen naar de eeuwige jachtvelden opstijgen?  Oefent La Esterella “Oh Lieve Vrouwetoren” als hoofdaria of wacht de vader nog op de komst van kabbala Madonna. Met zo’n naam verdien je minstens paradijselijke hitparaderoem in het nirwana.  Zitten de Voice of Europe, Eddy Wally en Zjef Van Uytsel nu op hun wolk te stampvoeten. Opeens zien ze de hoofdrol in de volgende goddelijke musical aan hun neus voorbij gaan, nu de Heer totaal onverwacht, de ‘Purple Rain’ Prince, voortijdig naar het walhalla riep als nieuwe zingende hoofdrolspeler . 


Sim, zachtjes wegdoezelend                Edegem, 23 april 2016

maandag 18 april 2016

SPAARCENTEN

Gisteravond at ik, voor het slapengaan, nog een uiterst zout droog worstje. Om de caloriewaarde wat te beperken spoelde ik het door met een glas Cola Zero. Ik lag te woelen in mijn bed. Het leek wel of ik een heel lijk van een salami- varken aan het verteren was en de cola cafeïne flitste door mijn hersenpan. Maar het was niet alleen die avondlijke snack die mij uit mijn slaap hield maar alle andere bekommernissen. Waar moest ik nu nog naartoe met mijn miljarden euro’s? Vermits ik nu nog niet kon slapen, waar kon ik dan nog slapend rijk worden? De fiscus achtervolgde ons al van in Luxemburg. Sommige politici, die ons jaren met een vermanend vingertje verweten hadden dat wij netjes onze belastingen moesten betalen, want dat alleen daardoor het einde van de tunnel in zicht was, waren ook in het bezit van zo’n belastingsontsnappingsrekeningetje op een Luxemburgse bank. Zij konden ons nog op tijd waarschuwen. Luxleeks kwam dichterbij en de banken drongen erop aan om met onze zakken vol euro’s de eerste de beste exprestrein richting Genève of Zurich te nemen om daar in alle geheimhouding een nieuw sjoemelaccount aan te vragen. Wie had er ooit kunnen denken dat die zwijgzame Zwitsers plots, in een vlaag van eerlijkheid, onze namen zouden vrijgeven. Geen geld, geen Zwitsers bleek al lang geen betrouwbaar spreekwoord meer te zijn. Gelukkig lieten ze er een paar jaar van dreigen overheen gaan, zodat wij, de rijke stinkerds, tijd genoeg hadden om onze fraudehandel ergens in de belastingparadijzen op de Maagdeneilanden te parkeren. Wij kozen eieren voor ons geld en wilden onze clandestiene activa nooit te lang op een eiland met zo’n naam resideren. Hier zouden in de toekomst de moslims weleens kunnen komen oefenen alvorens ze daarboven met die 72 maagden aan de slag zouden moeten. Dus het was een kleine stap om richting Kaaimaneilanden met vakantie te gaan. Met koffers vol bankbiljetten trokken we richting George Town. Vermits geld de wereld regeert, vonden we daar probleemloos accijnsvrije achterpoortjes.  Het was complete chaos toen de fiscus ook deze oplichting op het spoor kwam. Nu wilden ze toch het begrotingsgat dichtrijden met een bijdrage van ons vermogen. Kaaimantaks! Voor geen geld ter wereld zouden wij ons kapitaal aanspreken! Terwijl het gepeupel lekker 50% van hun inkomsten aan vadertje staat moest afdokken, zouden wij massaal met de Holland-Americalijn een luxe cruise boeken doorheen het Panamakanaal.  Vermits geld stinkt, hadden niet de geld lijdende regeringen maar een horde geld ruikende journalisten onze fraudeeradresjes probleemloos getraceerd. Panamapapers ! En daarom slaap ik nu niet meer goed, mijn naam gaat nog vallen tussen alle groten der aarde. Straks wordt ik in één naam genoemd met Spaanse en IJslandse ministers, met de Ceo van Cirque du Soleil, met vermaarde belastingontduikerfamilies, met miljarden verdienende sportmannen, met filmacteurs, met vakbondsnamen en met door belastinggeld rechtgehouden bijna failliete grootbanken… Waar moeten wij, de graaimiljonairen nu nog ongemoeid met onze zwarte fraude centen, criminele extraatjes, bonus- afkoop-  en uitstappremies naar toe? Waar kunnen wij ons geld nog belastingvrij laten slapen? Misschien in het Turkije van Erdogan, waar detail lekkende, bemoeizuchtige en waarheid schrijvende journalisten onmiddellijk van de scene verdwijnen? Zelfs stiekem aangekochte Toscaanse villa’s met bijbehorende wijngaarden kwam de diepgravende fiscus op het spoor. Misschien is het wel veiliger als ik mijn miljardjes gewoon, in pakjes van duizend, in zwarte sokken onder mijn bed verstop! Hoeveel zwarte sokken, liefst maat 42 tot 46 moet ik in Zeeman of Wibra aankopen om mijn droominterest niet teveel te laten verdampen? Wie wil er zijn centen niet verstoppen voor een vice-premier die beweert dat wij met zijn allen boven onze stand leven? Alles en iedereen uit de weg! Dringend reisje Panama boeken! Ik moet asap mijn Panamees kluisje en belastingontduikrekeningetje leegmaken. Eens ter plaatse krijg ik de kluis niet open!! Ik sleep er een boormachine bij en tracht het slot te forceren. Het boren klinkt oorverdovend. Het lukt niet! Het zweet drupt langs mijn opeen geklemde verontwaardigde kaken naar beneden. Hyperventilatie!  Ik schrik wakker. Manlief heeft zich tegen mij aangeschurkt en snurkt met veel herrie recht in mijn rechteroor. Hij opent geen kluizen maar zaagt dikke eikenhouten boomstammen door.
Mijn hartslag komt tot rust. Waar ging die nachtmerrie nu werkelijk over? Over regeringen en schurkenbanken die ons geld willen afnemen en ons willen laten betalen om onze aalmoes te willen beheren? Ik glimlach als ik aan onze povere pensioentjes denk en aan de appeltje- voor- de dorst -spaarrekeningetjes waar onze centjes met elke ooglidknipper devalueren. Panamamiljonair..hoe kom ik er bij?

Sim, Edegem 18 april 2016



maandag 11 april 2016

KOMEN ERGEREN

Vorige week kwam ik erachter dat het heel bedroevend gesteld is met doorsnee televisie kijkend Vlaanderen. Na het bekijken van het dagelijkse tv aanbod, glijden wij met zijn allen af naar het niveau van een open inrichting. Schaamteloos herhalen ze alle series van vorige eeuwen. Zonder blikken of blozen gooien ze de herhaling van de herhaling, compilatie van de compilatie op de beeldbuisprogrammering. De televisiemakers schamen er zich dan ook helemaal niet meer voor om allerlei randdebielenseries op ons los te laten. Wat ik niet snap is dat wij, de consument deze lariekoek klakkeloos binnenhappen. Hebt U ook de eerste twee afleveringen van “Patrouille Linkeroever” gezien? Mooie cast die zich zonder gewetensbezwaar in zijn hemd laat zetten in een, volgens de schrijvers, ongelofelijk komische televisieserie.  De echte politieagenten zullen zich ‘blauw’ geërgerd hebben toen ze zich, in deze parodie, als zwakzinnige nietsnutten op het televisiescherm zagen blunderen.  Heeft er iemand van jullie tijdens het beloofde uurtje grappig en kolderiek entertainment zijn mondhoeken ook maar eventjes naar boven weten gaan? Mijn kleinzoontje van 9 jaar had er hartelijk om moeten lachen. Daaraan kan je zien dat zulke televisieseries alleen gemaakt zijn op het niveau voor volwassen geestelijk gehandicapten! Kan iemand mij de opzet van dit slappe afgietsel van de film Police Academy eventjes uitleggen?  Is het de bedoeling dat de doorsnee Vlaming zich na het bekijken van zulke laagdrempelige series zich iets minder idioot gaat voelen. Ach het kan nog erger. Terwijl ons nationale net ons godgeklaagd met de tiende herhaling van de kampioenen blijft trakteren, kunnen wij ook nog steeds weg zappen naar één of ander kookprogramma. Waar is de tijd dat elke keukenpiet en -prinses alle zenders afschuimde om dat ene gerechtje te vinden, waar hij of zij op oudejaarsavond de vrienden van hun sokken zou blazen. Van ‘Dagelijkse kost Meus, over SOS Piet, namaakwimper Sofie links laten liggend, langs Jamie Oliver,  per Nigella’s comfort food en Rick Stein’s wereldwijde culinaire omzwervingen, via Njam-televisie naar Komen Eten. Kaften vol probeerreceptjes werden er afgedrukt. Waar is de tijd, dat Komen eten nog over koken ging? Het was een roerig showbizzweekje. Hebben jullie het vorige week ook gezien? Of durven jullie het niet bekennen, dat jullie ook behoren tot die zwakbegaafde kijkcijferidioten die, net zoals ik, op Komen Eten afstemmen?  Spijtig voor die ene deelnemer, de echte hobbykok, die bij zo’n drietal malloten aan zo’n losers tafeltje terecht komt. Vorige week, een zingend, kokend en dampend  kwartet dat zich zonder scrupules liet te kakken zetten. Vier hobbykoks die strijden om de eer..Welke eer? De trofee van de meest gegeerde uitlachtelevisie? Een jonge Italiaanse schone, die inderdaad aan gans Vlaanderen bewees, dat ze als 21 jarige al een flink potje kon koken. Een jolige arbeider die van zichzelf vond dat hij na Geubels, Cannaerts en Hoste, de leukste thuis was en die kon stroopsmeren als geen ander. Een half Marokkaanse- Vlaamse solo zanger, die waarschijnlijk op het dieptepunt van zijn carrière zat en al pottenroerend zijn zangimago wat wou oppoetsen en Marina Wally. Jullie weten wel, de dochter van. Volgens haar eigen zeggen en een traan wegpinkend, had haar vader, de cultfiguur Eddy Wally, aan zijn enige dochter de fakkel doorgegeven. Misschien wel de fakkel, maar van enig zangtalent was alsnog niet veel meer te merken. Eddy zou van op zijn wolk supporteren voor Marina’s kookkunst.  De seniorenversie Marina deed zo wanhopig haar best om als de nieuwe lichting Wallies, al kwelend met een Marilyn Monroe jurk rond te zwaaien, zodat heel Vlaanderen haar onderbroek kon bewonderen. Bij de veel jongere Komen Eten arbeider sloegen de vonken in de pan en zwierde het Marina-geslijm in het rond. Het Wally strooplikken werd aflevering na aflevering echt zielig. Na elk gerechtje dat La Wally aan haar medekandidaten voorzette sprak zij de gevleugelde woorden: “Met heel veel liefde gemaakt.” Elk gerecht werd door de dolenthousiaste medekokers al zingend aan tafel gebracht. De Italiaanse toekomstige mama mia zat er wat verloren bij en je kon duidelijk zien dat al die geïmproviseerde liedjesteksten haar de strot uitkwamen (en niet alleen bij haar!) . Tussen de soep en de petatten vraagt dan zo’n programmamaker aan de hobbykoks of ze zich als complete ordinaire carnavaleske idioten willen ontpoppen. Deze zender maakt openlijk misbruik van imbecielen en het televisiekijkend gepeupel lust er wel pap van. Spijtig genoeg vreet het doorsnee volk zulke oerdomme programma’s! Komen eten werd komen knoeien, komen pochen met je borsten en komen zingen. Ik vraag me af of deelnemers aan zulke uitzendingen niet tegen zichzelf zouden moeten beschermd worden en eerst naar een spruitjespsychiater zouden moeten gaan. Die zou aan deze simpele zielen ongezouten moeten meedelen, dat als ze meededen aan Komen Eten, heel Vlaanderen geconfronteerd zou worden met hun meelijwekkend gezang. Ach het is allemaal een kwestie van smaak en over smaak kan men niet redetwisten. Ik vind het echter wel degelijk genant, voor die ‘would be’ zangers, dat de helft van België, getuige kon zijn dat je noch zingen, noch koken kon. Toen, na een in de soep gelopen veel te pikante tagine, de half Arabische medezanger zijn punten dan ook nog wat wou opschroeven, door iedereen plots klef, schatteke, lieveke, copain, snoezepoezeke en ons Marinaatje te gaan noemen, kon ik het van ergernis niet meer aanzien en zapte weg naar ons tweede openbaar net. Daar lieten ze juist een hoop joelende Afghaanse mannen en huilende Moslim vrouwen zien. Ik was mij er niet van bewust dat Komen Eten tevens in het Midden Oosten druk bekeken werd.
Toen ik ’s anderdaags de soep, de bloemkolen met witte saus, aardappelen en worsten voor manlief neerzette en hem telkens verklaarde: “Met heel veel liefde gemaakt” kreeg ik van hem een dwaze blik. Het was diezelfde blik die de meeste studenten in hun ogen kregen, net voor ze de spot dreven met een optreden van een beginnende Eddy Wally en met eieren en tomaten gingen gooien.

Sim, met heel veel liefde geschreven                   Edegem, 11 april 2016

  

vrijdag 18 maart 2016

ENQUÊTEFORMULIER


Vorige week kreeg ik een enquêteformuliertje in mijn mailbox. Men vroeg me of ik eventjes tijd had om een vragenlijstje in te vullen. Het zou maar een luttele vijf minuutjes duren. Men zou mij een aantal vragen voorleggen over toerisme, politiek, reclame en wereldse zaken. Ach jullie kennen ze wel, dit soort idiote enquêtelijstjes, maar manlief zat op zondagochtend naar het programma De zevende dag op één te staren, dus die vijf minuutjes van mijn vrije tijd zou de zaak niet maken.
Dus ik klikte vol goede moed de eerste vraag aan : 2016 is nog maar pas begonnen, hebt U al aan vakantie gedacht? Wat dacht U van een supergoedkoop weekje all in Turkije, Marokko, Tunesië of Egypte?
De Turkse toeristische sector speculeert sinds kort op wereldreizigers met een overvol bravoure- en avonturenhoofd. De Turken bieden sinds kort Expeditie Robinson- waardige eilandhoppen- cruises aan, van het Turkse vasteland naar de Griekse eilanden. Er zijn alleen enige zwemvereisten aan verbonden en een eigen reddingsvest in je bagage meebrengen is een pluspunt.
Het is tevens te verstaan dat de tour- operatoren met ‘knalaanbiedingen’ de toeristische moslimsector opnieuw de markt in willen prijzen. Wij echter, zoals zo velen, willen niet meer om half vier ’s ochtends, bij het krieken van de dag door luidsprekergeroep uit ons warme vakantiebed gejengeld worden en thee slurpend en alcoholloos onze vakantiedagen doorbrengen. Ik begrijp ook dat de eens zo ‘bomvolle’ hotels er nu toeristloos bijstaan. Als wij echter couscous, tagines en baklava willen eten, aan een waterpijp willen lurken en hoofddoekjes in de plaatselijke kasbahs willen zien rond schuifelen, kunnen we evengoed ineens in Antwerpen blijven. Wat voor ons vroeger oosters exotisch was, krijgt sinds een paar jaar een ‘explosief’ nasmaakje. Onze vakantieagenda zit voor de rest van het jaar ‘bomvol’ caravanideeën en om daar nog een eventueel, door een touroperator gesoldeerd voorgekauwd,  reisarrangement naar een Islamitisch land aan toe te voegen, zit er voor ons duidelijk niet meer in. Veel liever zitten wij nu op Tenerife, het eiland van de eeuwige lente in plaats van in één of ander moslimland in de nasleep van de mislukte Arabische lente.  Ik heb het woordje Tenerife nog niet ingetikt of plots ploppen er allerlei Canarische aanbiedingen mijn PC binnen. Het zal weer maanden duren alvorens deze irriterende, te koop of te huur, aanbiedingen van mijn computer verdwijnen.   Dus op naar de volgende vraag.
Beschrijf in een paar woorden wat U vindt van de Turteltaks.
Na mijn antwoord op de vorige vraag zullen de enquêtehouders zich nu al beklaagd hebben, dat ze mij wijsgemaakt hebben dat de vragenlijst maar een luttele vijf minuten zou duren. Denken ze nu werkelijk dat er ook maar één iemand is, die nu dijenkletsend en vrolijk dansend deze taks gaat betalen? Zoals de rest van Vlaanderen willen wij geen belastingen betalen voor de gesubsidieerde zonnepanelen van onze buurman. Maar wacht eens even! Is de Turteltaks eigenlijk niet de socialistische Freya- factuur die wij nu met zijn allen moeten afbetalen? Hoe zat dat dan juist? Lag Freya Van den Bossche na een copieuze barbecue, in de tuin wat te mijmeren? Liet ze toen een knallende wind en dacht ze toen: “Eureka, windenergie, dat is de toekomst!” Toen de socialistisch babe wat verder nadacht, ontdekte zij al vlug dat al een ander kopstuk van de Spa langs de steekpenningenkassa gepasseerd was, toen er een bos windturbines in zee geplaatst werden. Dus die vondst werd afgevoerd. De zon brandde op haar gezicht en daar kreeg zij plots een nieuwe ingeving. Zonne-energie. Alle bewoners, die in het bezit waren van een riante bankrekening konden hun daken van zonnepanelen laten voorzien. Hier bovenop kregen zij dan nog een royale staatssubsidie en jaarlijks groene stroomcertificaten zodat zij de volgende jaren de elektriciteit aan sterk verminderde prijs konden binnentrekken. Pech voor de armoedzaaiers wier spaarrekening ontoereikend was en die lijdzaam moesten toezien hoe mooie daken plots in ingewikkelde puzzelstukken veranderden.
La Freya stond duidelijk niet op de eerste rang toen de lange termijn visies uitgedeeld werden. Zij had dan ook geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat een paar maanden later alle magazijnen van havenbedrijven, alle serres, boerenschuren en alle industrie- en fabrieksdaken vrolijk gesubsidieerd naar de zon reflecteerden en dat de big business ceo’s massaal de groene stroom certificaatjes schaamteloos binnenreven. In plaats van geld in het laatje te brengen, werd het subsidieputje een gigantische niet meer betaalbare begrotingskrater! De uitdrukkingen “het verdwijnt als sneeuw voor de zon” en “voor niets gaat de zon op” kregen ineens wel een heel specifiekere betekenis. Als deze knoeiboel minister ergens in de private sector aan het werk geweest was, zou ze na zo’n debacle met een nazinderende trap tegen haar achterste en een ontslagbrief onder de arm onmiddellijk richting werklozenopvolging getorpedeerd zijn! Maar onze nieuwe lichting politici komen blijkbaar de laatste tijd, via vader op zoon of dochter, onvoorbereid de politiek ingeschoven. Na elk nieuw fiasco, belangenvermenging en na elke regeringsmiskleun worden ze dan later met een riant loon en dito bonussen aan het hoofd of in de beheerraad van één of andere staatsfirma geparachuteerd of opteren ze voor een Europees zeteltje. Na de nieuwe verkiezingen kon de derderangs politica niet snel genoeg en zonder één woord van sorry aan de bevolking, de portefeuille met de gebakken peren aan de volgende regering doorschuiven. Annemie Turtelboom, de nieuwe minister van energie,  kreeg samen met haar overgangsvet ineens het hete hangijzer- dossier in de maag gesplitst. Het was zonneklaar, zij zou het varkentje wel eens heel snel wassen. Zij zou deze bodemloze zonnepanelen subsidieput als de bliksem terug laten opvullen. Door wie? Door ons, het gepeupel. Wij, die niet in het bezit zijn van zonnepanelen, moeten nu de gesubsidieerde investering van onze buurman mee ophoesten. Nu zouden wij toch verwachten dat ministers die hogere studies gedaan hebben minstens iets over breuken en pro rata geleerd zouden hebben. Deze stof heeft Turtelboom blijkbaar nooit onder de knie gekregen. Of er nu achter de elektriciteitsaansluiting één persoon leeft, die dagelijks één Nespresso koffietje laat doorlopen en ’s avonds slechts één uurtje televisie kijkt, of er woont achter een aansluiting een elektriciteitsverslindend gezin van tien man, met elk zijn eigen televisie en computer en een wasmachine en droogkast die constant staan te draaien, Turtelboom belast elk elektriciteitsaansluiting die in huis komt met één en de zelfde afbetalingstaks. Als je dan nog de pech hebt om in een appartementsgebouw te wonen met een speciale meter voor het licht in de hall, de gang en de werking van de lift, dan ben je werkelijk helemaal gechareld. Dan mag je nog eens hetzelfde zonnepaneeltaksje in het aantal appartementen opdelen en betalen. Dan ineens kan Turtelboom zonder blikken of blozen, de regel van drie uitleggen. Het consumentenblad Test Aankoop gaat met deze onrechtvaardige taks naar de Raad van Staten. Ik hoop dat ze al de krullen uit Turtelboom’s haarcoupe weg procederen.
Vervolgens kijk ik naar de volgende vragen en zakt de moed mij bijna in de schoenen:
“Hebt U al uitgeprobeerd of vloeibare Dreft inderdaad drie keer langer meegaat dan elk gewoon ander afwasmiddel? Blijken Uw tanden twee tinten witter na het poetsen met Colgate Max White? Hebt U er al eens over nagedacht om een asielzoeker in huis te nemen?
Ten eerste, is onze tuin niet lang genoeg om er zulke lange tafels in te zetten, zodat schoolkinderen, er alle met Dreft afgewassen borden op kunnen plaatsen en dan juichend naar de minitafel wijzen met de borden afgewassen met het goedkopere middel. Ten tweede, hebben wij trouwens niet zoveel borden. Ten derde, als ik mijn zoontje, telkens weer, zoals dat jongetje in de reclame tegen zijn vader, zou horen zeuren, dat hij nu reeds maanden op die lege fles van Dreft wacht om een ruimteschip te kunnen maken, dan hadden bij mij de stoppen al lang doorgeslagen. Ik had de groene Dreft smurrie terstond in de afwasbak leeggespoten en mijn kind ondertussen al drie lege flessen van het is eender welk goedkopere afwasmiddel cadeau gedaan om mee te spelen.
En nee, enquêtestellers, ik hoef geen staaltjes van vloeibare Dreft of van Colgate Max white, tenzij U er ineens een zonnebril bij insluit.  Ik moet er niet aan denken om op een morgen op te staan met een wit fluoriserende eetkamer zoals Maurice Engelen van Praga Khan of een Dana Winner veel te groot oogverblindend knalwit pianoklavier in mijn mond.
Inderdaad heeft manlief al eens het idee geopperd om een mooie 18 jarige asielzoekster in huis te nemen ( een Thaise zou ook nog wel voldoen) , maar toen ik aan hem haar toekomstige taken opsomde, leek manlief totaal iets anders in gedachten te hebben. Om een mannelijk islamitische jeugdige testosteronbom in huis te halen, zijn we beiden ondertussen al veel te oud geworden. Wij vieren onze oudejaarsavondnacht nog het liefst met onze vrienden en niet in één of ander politiebureau tussen proces verbalen van aanranding en verkrachting.
Voilà, beste enquêteurs, ik ga nu onze caravanreis verder plannen, mijn buren hun zonnepanelen verder afbetalen, mijn afwas in de afwasmachine zetten, mijn tandjes poetsen met Prodent en me verder opboeien over de laksheid van de Europese gemeenschap betreffende de vluchtelingenstroom.

Sim, met een brede pepsodent smile       Edegem 18 maart 2016


        


zondag 6 maart 2016

MOBIELE SLAVEN


Ongeveer een twintigtal jaar geleden, lang voordat de mobiele telefoonterreur Europa in zijn ban had, zaten we op een Italiaans strand in Ventimiglia. Voor ons ijsbeerde een jonge man, met alleen een zwembroek aan en een maffiazonnebril op, voetjesbadend door de branding van de Middellandse Zee met een gigantische GSM (Geen Snoer Meer) aan zijn oor. Het was zo’n komiek gezicht dat we onmiddellijk in een deuk lagen, een beeld om nooit te vergeten. Wat we toen nog niet konden vermoeden was, dat zulke toestanden zonder pardon de hele wereld zouden gaan overheersen. We hadden hier de voordeur van ons Tenerife huurhuisje nog niet achter ons toegetrokken of we werden al geconfronteerd met een luid roepende Duitse man die, ons allemaal verplichte mee te luisteren hoe hij mobiel iemand  de huid vol schold. Hij schreeuwde zo luid in het opengeklapt telefoontje, dat volgens ons de toehoorder aan de andere kant van het mobieltje hem zelfs zonder provider intercontinentaal kon horen roepen. Zelfs de ruimtevaarders in het rond de aarde toerende ISS ruimtestation, hielden de vingers in de oren. Een beetje verder de straat op kwam een Spaanse dame ons tegemoet. Aan haar linkerhand sleurde zij een oude obesitas mopshond  met zich mee, die zelfs de tijd niet kreeg om zijn veel te korte pootje tegen een muurtje op te heffen. In haar linkerhand had zij een smartphone en haar rechterduim deed overuren. Terwijl zij, al stappend, haar mailberichten controleerde, botste zij frontaal tegen ons aan. De vrouw keek ons verontwaardigd aan, sleurde haar platsmoelworst het voetpad af en liep bijna met hond en al onder een juist passerende auto. Wat verder de straat af, was de bushalte en daar zaten de chronische twitter- en facebook- verslaafde schoolgaande tieners op de bus te wachten. Zonder met elkaar te praten, loerden ze allemaal naar de schermpjes. Je kon zelfs in je blootje tussen de tieners gaan staan, een pirouette draaien en eindigen in een grand écart, zonder dat de mobiele junkies het zouden opmerken. Hoogstens zou er een van hen, van je optreden, een foto of een videoke maken en dit zonder een krimp te geven op You Tube zetten of met Whatsapp versturen. We besloten naar de wandeldijk van Las Galletas te slenteren om daar ergens op een terrasje een koffietje (hmm hmm, dit geloven jullie toch niet? Koffie? Een alcoholhoudende barraquito, Sangria of een Mojito werd het, maar zwijgen hoor want het was nog redelijk vroeg in de ochtend) te gaan drinken. Op de dijk kijken verschillende toeristen, die geen gratis Wifi in hun huurappartementjes hebben, met de pc of tablet onder de arm, spiedend rond of er ergens een vermelding uithangt dat men op dit terrasje gratis kan internetten. Zij hebben nog geen notie dat je bij Vodafone een mobiel betalend wifi- toestelletje kan kopen waarmee je lekker vanuit je eigen living of op je balkon in de internetwereld kan rond surfen. Zij laten zich vervolgens aan een tafeltje voor vier neerzakken en Skypen, schaamteloos dit tafeltje bezet houdend, met de thuisblijvers totdat hun enige bestelde tasje koffie door de zon bruin aangekoekt en volledig uitgedroogd naast zich staat. 
Naast ons zaten een Engelsman, een Engelsvrouw en een Engelspeuter aan het Engelse Breakfast. Ma en pa waren beiden mobiele junkies. Terwijl ze met de ene hand in hun thee roerden, stelden ze hun Facebookprofiel bij, sms’ten, swapten en emailden ze zonder dat ze zich nog van hun peutertje bewust waren. Het was een uiterst braaf kind dat met zijn stukje brood in de dooier kliederde en vervolgens het eigeel vanuit zijn mondje tot in zijn oortjes uitsmeerde. Het peutertje had al een paar keer met zijn lepel op de tafel gemept om de aandacht van zijn smartphone- ouders op te eisen.  Ma en pa keken echter niet op van hun beeldschermpjes en hadden dan ook niet onmiddellijk door dat peuter de witte- bonen- in tomatensausprojectielen vrolijk met zijn lepel in het rond afschoot. Ach, de ober moest de zaak tussen de met saus besprenkelde klanten en het ‘ouderlijk gezag’ komen sussen. Aan de andere kant van onze terrastafel zat een Italiaanse man met een fles rode wijn en één glas voor zijn neus. Hij had zijn mobieltje tegen zijn oor en luisterde met enige tegenzin naar het gekakel aan de Italiaanse kant. Nu en dan schonk hij zijn glas terug vol, dronk een teug en stamelde: “No Julia, non lo sai! Mama mia, Julia, non lo sai!” De rode wijn verdween zienderogen in de Italiaanse Romeo. “Madre Madonna, JULIA NON LO SAI!!” Hij herhaalde repetitief steeds dat ene “ik weet het niet”-zinnetje. Ofwel was  Julia een enorme Italiaanse zeur, ofwel had bij deze rode wijn Romeo zich reeds een milde vorm van het Korsakov- syndroom aangemeld en stond Signore Alzheimer reeds voor het overwinteraars- appartementje te trappelen. We betaalden de ober voor onze consumpties en besloten door al de Italiaanse mobiele aanhoorde lulkoek om in een plaatselijke Pizzeria te gaan lunchen. Voor ons stapte een Spaanse schone. Zij droeg oortjes en praatte in een onzichtbare microfoon. Zij lachte hardop, kwetterde wat en sloeg met haar armen om zich heen zwaaiend met haar hand tegen haar hoofd. Met een debiele verliefde glimlach vervolgde zij haar betoog in het luchtledige. Wij vinden blijkbaar ondertussen zulke taterende telefoon- solo- artiesten heel gewoon. Vroeger zouden wij zulke mensen, die hardop tegen zichzelf praatten en ook nog eens ongecontroleerde Tourette handelingen uitvoerden, in één of andere instelling plaatsen.
Maar het kan nog erger. In het Italiaanse restaurantje zaten een West Vlaamse oma en opa overwinteraar samen met hun kinderen en kleinkinderen, oma’s verjaardag te vieren. Deze rondgetallen- verjaardag viel midden in de Belgische krokusvakantie en het leek de grootouders wel leuk, om op hun kosten het nageslacht een vliegreisje, één weekje gratis Costa del Silencio aan te bieden. En  nu zaten ze op de grote dag, aan het gezellige feesttafeltje bij uitstek. Jarige oma roerde wat ongelukkig in haar bord spaghetti en opa stak zuchtend een stukje osso bucco in zijn mond. Ze keken beiden bedroefd het verjaardagstafeltje rond.
Dochter en schoonzoon leken twee mobiele hooligans. Dochter twitterde en schoonzoon praatte, met de webcam op, met zijn collega’s thuis. Het jongste kleinkind speelde een internetspelletje en stak, tussen de knallen door, een stukje pizza in zijn mond. Eventjes kwam er een schuchtere glimlach op oma’s gezicht, toen het oudste kleinkind achter haar kwam staan en een selfie van hen beiden nam. Toen schoof de kleinzoon terug aan tafel en zette het fotootje stante pede op Facebook, whatapp en You Tube, zodat de thuisblijvende familie, die dit feestgedruis moesten missen toch nog konden meegenieten. Opa trachtte de sfeer nog een beetje te redden, en vroeg in het Oostends dialect of er nog rode wijn bijgevuld moest worden en of de kinderen nog nieuwe coca cola wensten. Gestoord deden het kinderpaar teken met hun vingers naar hun lege glas en knikten de kleinkinderen bijna onzichtbaar met hun hoofd richting grootouders.  Ja, moest ik de jarige oma zijn, ik vulde hun glazen bij met Rohypnol, vitriool en batterijzuur. Zeker weten. Volgend jaar zal deze opa, samen met oma, haar veertig keer goedkopere verjaardag met hun tweetjes, zonder die respectloze wifi- terroristen, vieren in een klasse restaurant met kreeft en champagne.
Hoe deden wij dat vroeger? Hoe communiceerden wij destijds?  Waar was de tijd gebleven toen iedereen zijn problemen niet in het openbaar rond belde?
Als je de wifi- en smartphone- fanatici een beetje negeert, moet ook ik toegeven dat de kabelloze internetwereld ook heel veel voordelen biedt en de aarde in een dorp veranderd is. Straks open ik mijn Vodafone- wifi- toestelletje en mijn pc en laat ik mijn verhaaltje weer op jullie los. Zet mijn verhaaltjes op seniorennet en blogspot en lees eventjes wat de andere bloggers zoal te vertellen hebben. Via email en Facebook blijven wij verbonden met familie en vrienden op het thuisfront of ergens anders ver in de wereld en tuimelen onze kleinkindjes schaterend bij ons binnen. Wij sms’en naar onze vrienden mede- overwinteraars om ergens af te spreken, wij lezen jullie gekke mails en ergeren ons aan de Belgische krantenartikels maar storen niet de ganse omgeving met ons getater.
Ik ‘geloof’ tevens onvoorwaardelijk en ‘heilig’ in de evolutieleer van Darwin en kan nu al vermoeden hoe de mens van de toekomst er binnen enkele miljoen jaren uit zal zien. Een groot robotachtig individu met slechts één niet geïndoctrineerde hersencel. Voor zijn ogen een virtual reality bril, een webcam boven op het hoofd, een ingebouwde GPS in de oren en een supergrote smartphone- duim. 

Sim,  6 maart 2016 Costa del Telefonio