zaterdag 9 december 2017

EEN COLA LIGHT OF EEN COLA ZERO NO SUGAR AUB.

Hoe is het mogelijk dat één respectloos politiek steekspelletje mijn romantische denkwereld over de Coca Cola reclame totaal kon verstoren.
Met een slecht stukje amateurtoneel trachtte een rode partijvoorzitter van een Antwerpse slabakpartij het huidige stadsbestuur onderuit te halen.  Hij alludeerde dat de volledige bedrijfsleiding van het Antwerpse schoon verdiep, op uitnodiging, samen met een jarige bouwpromotor was gaan corruptietafelen. Er waren zelfs onder-de-gordel en privacyloze filmbeelden van kussende politici aan de ingang van het feestrestaurant gemaakt. De leden van het nieuwe opgerichte Antwerpse kartel kwaakten allemaal ‘Samen’ over ongeziene belangenvermenging.  Leuk was echter toen bleek dat de lastertong in kwestie zelf vrij nauwe banden met de vastgoedpromotor onderhield en zich de dag na de onthulling rode vingertjes WhatsAppte, om zijn ‘bouwpromotorvriendje’ te laten weten dat deze aanval niet persoonlijk bedoeld was en hoopte dat ze nadien liefst nog even goede maatjes konden blijven. Hij wou alleen eventjes de Antwerpse burgemeester, voor de volgende verkiezingen, een omkoopbaar randje aansmeren. Echt sneu voor de rode kapoen dat zijn achterbakse correspondentie uitkwam en als een echo in alle kranten en op televisie doorzinderde. Boem, boem, boemerang…
De ene helft van het nieuwe samengestelde Antwerpse politiekgezinnetje werd rood van ergernis en de kersverse aanvoerder, die zich reeds als de nieuwe toekomstige burgemeester profileerde, kon met deze stommiteitvolle poging tot torpedering van het huidige bestuur, alleen maar heel groen lachen. Slapeloze nachten hield hij er aan over. De rode rakker werd op het groene matje geroepen. Er werd met hem een hartig woordje gesproken over de toekomst van de nieuwe geconstrueerde partij. Loopt de bekladder nu nog steeds met opgeheven hoofd rond in Antwerpen? Na heel de commotie, weet hij nu natuurlijk al lang hoe de doorsnee Antwerpenaar hem ziet en waar ze hem het liefst van al helemaal niet meer willen zien. En eens te meer is het gezegde: ‘Wie een put graaft voor een ander, komt nooit in het bestuur van het Antwerpse stadhuis!’ Dit was heel zeker een totaal verkeerde tactiek om te solliciteren naar een jobke op het Schoon Verdiep. Dus moest er snel een boetekleed aangetrokken worden. Maar zoals we reeds weten, wordt er door deze verlieslijdende partij, in beiden landsgedeeltes, alleen mea culpa geroepen, als hun gesjoemel, vriendjespolitiek en mandaatpakkerij aan het licht komt. Anders hoor je ze niet en blijven ze ongegeneerd en ongestoord met hun vingers in de vetpotten graaien.
Maar wat heeft zo’n politiek gehakketak dan uiteindelijk te maken met mijn verstoorde romantische Coca Cola gedachtes en dagdromen?
Vroeger zag ik, tijdens de reclame, een blond bloot bovenlijf mannelijk testosteron sixpack fotomodel, met een kratje Cola Light op zijn schouder het kantoor binnendwarrelen. Alle secretaresses werden vloeibaar achter hun computer en snakten onmiddellijk naar een dieetcolaatje. Vorig jaar schalde om het half uur de Italiaanse ‘come prima’ hit door de woonkamer om Coca Cola te promoten.  Twee hormonaal piekende tieners spurten zich de benen onder het lijf om zo snel mogelijk een colaatje naar de in de tuin werkende poolboy te brengen. En dan zag je hoe zo’n hevig zwetende zwembadkuisende halfgod zo’n ijskoel donkerbruin cola zerootje naar binnenklokte.
En wat gebeurt er nu als ik aan Coca Cola denk, een Cola Light of Zero no sugar bestel?? Stoorzenders hinderen mijn visioenen van smakelijke coladrinkende stoere binken en mijn fantasie wordt gehackt door de kop van een erg magere Bart De Wever.  De Antwerpse burgemeester, die verontwaardigd in alle media mededeelde, dat hij in het restaurant helemaal niet aan de mogelijk compromitterende feesttafel aanschoof, maar er alleen een Cola Zero dronk.
De politiek is bedankt!





zaterdag 18 november 2017

ER ZIJN GEEN ZEKERHEDEN MEER IN HET LEVEN!

Wat is er toch gebeurd met het Roma-zigeunervolkje? Nog maar enkele jaren geleden trokken deze nomaden in karavaan, wonend in een caravan, gans Europa door. Aan de ingang van de supermarkten speelden ze ongevraagd accordeonmuziek en kregen meestal alleen van de purpergespoelde seniorenweduwvrouwtjes wat koperen centjes toegegooid. Je zag de zigeunervrouwen, die met de grote Mercedes op de hoeken van de winkelstraat of aan de uitgang van de metro afgezet werden, met slapende baby’s op de schoot, huilend bedelen. Terwijl jij, al winkelend voorbij wandelde en jij je afvroeg of die kindjes werkelijk zo ziek waren, waren de overige zigeuners en de iets wat grotere kinderen waarschijnlijk op het dievenpad op zoek naar loshangende koperdraad en oude licht dementerende vrouwtjes (zoals mijn eigen moeder meemaakte) waar ze zich met een smoesje binnen konden lullen om wat juwelen achterover te slaan. Ik wil niet veralgemenen, maar ik veronderstel niet dat ze van het accordeon spelen of bedelen met zijn allen konden leven…
Telkens wanneer je rond 24 mei ergens in Zuid Frankrijk in de wijde omgeving van Les-Saintes-Maries-de-la-Mer in de Camargue kampeerde, kreeg je van de kampeereigenaars de wijze raad alles supergoed achter slot en grendel te houden of je zo snel mogelijk uit de voeten te maken. Alle campings, de dijk en de omgeving van les Saintes stonden vol witte kleine vrachtwagentjes, grote Mercedes- auto’s en megacaravans. Op die datum kwamen van einde en verre alle Roma- pelgrims bij elkaar om hun zwarte Madonna, de heilige Sara  en bij legende de twee Maria’s die aanwezig waren bij de dood van Jezus te vereren. Deze twee laatsten zouden dan met een gammel bootje van Jeruzalem tot in de Camargue gesukkeld zijn…Onder gitaargetokkel, dragen zigeunermannen, behangen met dikke  gouden halskettingen met daaraan fonkelende Christelijke kruisen, dan vanuit de kerk in een processie de zwarte Sarah-pop en het duo Maria’s naar de zee. Tegelijkertijd bedelden de kleine smoezelige kindjes in de straten van Les Saintes en stroopten de vrouwen de straatjes af op zoek naar lichtgelovige slachtoffers. Zij vroegen aan de naïeve toeristen om een geldbriefje op hun hand te leggen en terwijl ze dan met wat blaasjes de toekomst voorspelden en hoe oud je waarschijnlijk zou worden, zaten de kinderen langs de andere kant in je handtas of pikten ze ongemerkt je portefeuille. Het achtste gebod: “Jij zult niet stelen”, is vermoedelijk niet in hun zigeunerbijbel opgenomen.
Als je in die periode in Zuid Frankrijk op een camping stond en er in de omtrek rondrijzende zigeuners geannonceerd waren, dan kreeg de campinghouder slapeloze nachten omdat hij ’s nachts de boel extra moest observeren. Men mocht het kampeerterrein met prikkeldraad omringen, een bareel aanbrengen, de gracht rond de camping zo diep en zo breed maken als men wou, telkens opnieuw verdwenen er caravans die achteraan op de camping in de winterstalling stonden. Tegelijkertijd, als een dief in de nacht, roofden diefje en diefjesmaat, op de camping, bij hun aftocht, uit alle voortenten en bungalows alles wat maar los en vast zat. Campingzeteltjes, picknicktafels, badhanddoeken en kinderkleding veranderde van eigenaar, zelfs de koelkasten in de voortenten werden leeggehaald. Aangifte bij de lokale kustpolitie was tevergeefs, want die haalden alleen de schouders op. ‘Proces verbaal opmaken was onbegonnen werk! Niets aan te doen! ‘t Was een jaarlijks terugkerende plaag.’
Maar wat gebeurt er nu? In plaats dat die zigeunernomaden in een caravanoptocht rondzwerven en, zonder toelating van de boer, allerlei weides en akkers bezetten, kraken ze nu leuk alle leegstaande en onbewoonde eigendommen. De gratis all in formule is in, de caravanwoonst is out! De kans zit er in dat als je na enkele overwinteringmaanden naar je verlaten huisje of appartementje  terugkeert, er een roedel  gipsy kings in je bed slapen, je gas en elektriciteit opsouperen en met je servies, potten en pannen ‘kokenetentje’ spelen. Er is nu sinds vorige donderdag een nieuwe wet, die kraken strafbaar maakt, maar als eigenaar heb je nog steeds niets in de zigeunerpap te brokken. Je kan de politie bellen, maar als die vaststelt dat je eigendom gedurende een maand of drie onbewoond achtergelaten werd, dan kan of mag de arm der wet nog steeds niets ondernemen. Het binnengedrongen volkje krijgt bijgevolg nog een volle week om je boel af te breken en als je pech hebt gaan ze nog pro deo, op onze kosten in beroep tegen de uitzetting ook! Jij kan als eigenaar of bewoner van het adresje, in afwachting van de uitzetting, nog rustig ergens een maandje op eigen kosten op hotel gaan…
Het zou zo simpel kunnen zijn! Politie bellen: ‘Hallo er zitten krakers in mijn huis.’ Of het nu Roma zijn of niet, aan hen het bewijs vragen of nagaan via de gemeente of ze op dit adres gedomicilieerd zijn. Het maakt toch niet uit of dit nu een leegstand of bewoond pand was. Als ik thuis in mijn bed lig en er komt een crapuulboefje binnen, dan heet dat een inbreker. Als ik niet zelf in mijn bedje lig, dan is het een kraker die we met alle sociale egards moeten behandelen…Als zulke nieuwe wet niet zo zielig in elkaar gestoken was, zou het om te lachen zijn. Eens kijken of minister van justitie Geens er mee zou kunnen lachen als zijn villaatje plots gekraakt zou blijken te zijn? Het is zelfs al zo ver dat eigenaars hun lege woning niet meer te koop durven zetten, want die annonce blijkt een aanzuigeffect op het krakervolkje te zijn.
Indien dat geteisem geen domicilie kan bewijzen, dan moeten we alle mannen, vrouwen, zelfs diegenen die op het punt staan te bevallen en kinderen onmiddellijk oppakken, met het dievenkarreke naar een gesloten instelling afvoeren en hop terug naar eigen land repatriëren. Vermits Roemenië wel een Europees land is maar zich niet in de Schengenzone bevindt, moet het toch klaar en duidelijk zijn dat dit land voor zijn eigen burgers moet zorgen.
Nu kunnen jullie zeggen, ze viseert een bepaalde doelgroep, maar buiten dat ons huis gekraakt werd, hebben wij alles zelf meegemaakt of gezien.
Waar is de tijd dat de zigeuners nog met caravans rondtrokken??
 Er zijn geen zekerheden meer in het leven!


Sim, 18 november 2017

zondag 29 oktober 2017

# MIETOE!

Ach ik ben nog steeds een beetje verwonderd dat er nu plotsklaps een, nu al wat oudere, generatie actrices opstaat en luidkeels over seksuele intimidatie en verkrachting begint te roepen. Wat heeft hen belet om destijds de sexy kat de bel aan te binden? Het opstapje naar hun carrière? Was dit een goede rede om jaren te wachten en het potje ongewenste intimiteiten goed ‘gedekt’ te houden? Tot ze eindelijk een glansrol binnenpijpten of de eerste Oscar binnen was?
Wat had dat jonge vrouwelijke aankomend talent nu verwacht als een befaamde regisseur hen in zijn suite uitnodigde..dat dit was, om een potje UNO te spelen?
Als zo’n talentenscout, na een avondje stappen, zo’n jong op carrière belust ding mee naar zijn kamer uitnodigt, dan is dat meestal niet om een spelletje scrabbelen, maar om een rondje poesje grabbelen te doen.
Alleen als je, als leuk naïef meisje, jaren onder een steen geleefd of ergens in een donker religieus gat gewoond hebt, dan kan ik begrijpen dat de alarmbellen niet afgaan. Maar bij alle andere vrouwen moeten toch , bij zo’n ‘kom-je-nog-een-koffie-drinken-in-mijn-kamer-invitatie’, de SOS tekens rond je oren vliegen! En als je dan toch in de val gelokt werd, moest je dan als toekomstige actrice dan niet alert genoeg zijn om op tijd tegen die smeerpoespiet te roepen MIETOE in plaats van jaren later #METOO! Natuurlijk is NEE een NEE. Er lopen inderdaad, in het ‘t is eender welke firma of organisatie, een aantal notoire naast de potpissers rond, die voor de kick hun Willie in het is eender welke vrouw willen rammen. Geef die schuinsmarcheerders dan onmiddellijk lik op (hun) stuk! Doe zoals een aantal Vlaamse actrices gedaan hebben, verwittig je collega’s en zorg dat je nooit met zo’n op seksbeluste vrouwenjager alleen bent, tenzij je van zijn avances gediend bent natuurlijk. Overal waar mannen en vrouwen samenwerken, hangt er een prettige gender verschillende sfeer. En geef nu eens eerlijk toe. Was het niet megastrelend als een roedel bouwvakkers je van op het dak nafloten. Was het niet een reuze opsteker als een collega zei: ‘Meidje, wat zie je er fantastisch uit vandaag.’Wil die man dan stante pede met je tussen de lakens rotzooien?  Misschien wel, maar dat heb je dan toch zelf in de hand..
Is dit seksuele intimidatie? Meestal waren het alleen de dames die nooit op ’t straat nagefloten werden, die nooit enige mannelijke aandacht kregen en die na elk firmafeestje met hun overspelvoorbereiding een blauwtje liepen, die dan ’s anderdaags met veel verontwaardiging verhalen van ongewenste seksuele intimiteiten over de mannen rondbazuinden. Diezelfde dames die steeds met jaloerse blikken naar hun collega’s bleven loeren, die wel nu en dan een complimentje of mannelijke aandacht kregen. Die hun nietsvermoedende vrouwelijke medewerksters roddelend met leugens de grond probeerden in te boren. Wat hadden die graag, na de eindejaarsfuif een paar graaihanden op hun achterste gevoeld. Ik spreek van ondervinding als ik schrijf, dat ook ik door een collega lastiggevallen werd. Toen ik op de zolderverdieping van de firma, waar de papierberg gestockeerd werd, een paar documenten ging uitzoeken, kwam een medewerker achter mij aan en grabbelde naar mijn borsten.  Ik heb toen heel hard geroepen dat ik niet gediend was van zulke onzin en dat hij zo dadelijk het knietje kon krijgen. Toen hij zei, dat hij dacht dat ik interesse in hem had,omdat ik altijd zo lief en vriendelijk lachte, kon ik alleen maar verbijsterd antwoorden, dat ik godverdomme tegen iedereen lief en vriendelijk lachte. Enfin, ik had misschien veel geluk dat de Romeo, zonder verder handtastelijk te worden, teleurgesteld afdroop. Vanaf die dag, kroop hij bijna onder de vaste vloerbekleding langs mijn zitplaats het bureel door…Veel bedreigender vind ik, dat er nu een nieuwe lading haantjes opstaat, die onze meisjes, met een kort rokje of een hotpants aan,  naroepen dat ze een hoer zijn…Het zelfs aandurven die meisjes lastig te vallen, en als de rest van hun rondhangende schorriemorrie er op staat te kijken, om met hun hand onder die rokjes te wiebelen…Cool hé!
Dus aan alle vrouwen die soms ongewild in zulke situaties terecht komen, laat jullie niet vangen met de vraag om een laatste afzakkertje in zijn kamer. Het enige wat waarschijnlijk zal afzakken is zijn broek. Wees assertief, reageer onmiddellijk, nagel ze met hun kruis aan het kruis en vooral BENEN TOE EN BOVEN ALLES  MIE TOE!

Sim,  Edegem  29 oktober 2017



maandag 9 oktober 2017

MON FRANCAIS PREFERE...

Deze brief schreef ik, in juli 1993 van mijn campingadres te Argeles-sur- Mer, naar mijn toen zieke en bedlegerige hartsvriendin Laura te Deurne.

In Frankrijk hielden een hoop heethoofdtruckers, al enige weken, alle autostrades richting zuiden geblokkeerd. De meeste toeristen werden letterlijk, met hun kleine kinderen, een dag in de hete zon en een nacht in hun auto gegijzeld. Mobiele telefoontjes, internet thuis en wifi onderweg bestonden toen nog niet en wij hadden al onze vakantieplannen dan ook per brief via de post gereserveerd. Onze toenmalige plooicaravan had de ganse winter op een Zuiderse gardiennage in Palavas doorgebracht en we hadden die mensen dan ook verwittigd dat wij onze rijdende villa op een vaste dag zouden afhalen om er verder richting Argelès-sur –Mer, tegen de Spaanse grens, te rijden. Om alle stakingsproblemen te vermijden boekten wij dan ook nog snel een slaapcompartiment op de autoslaaptrein richting Narbonne.

Hier begint de brief, die volledig in twee kleuren balpen geschreven was:

Hallo Laura (en ook een beetje Henri)

Zijn jullie al eens “genaaid” geweest in Zuid Frankrijk? Ik wel! Een humoristische vingergevoelige Fransman deed het met mij. Meer over deze unieke ervaring, later in dit verhaal. Zo blijft het een beetje spannend niet?

Nadat we de auto op de trein achterlieten, begaven wij ons naar een terrasje in Schaarbeek. We konden zien, dat de zon hier nog veel heviger geschenen had dan in Deurne, want er liepen hier allemaal bruin mannen rond. Onze witte zonloze armen en benen staken heel erg af tegen de huidskleur van de meeste inwoners van deze gemeente. Terug op de trein hadden wij een wilde wiebelende nacht met de mannen van de spoorweg en ’s morgens kwamen we aan in een zeiknat Narbonne.

Om terug te komen op die naaipartij, kan ik je vertellen dat mijn Français, uiterst zorgvuldig, behendig en prikkelend te werk ging.  Eerst stuurde hij mijn man en zoon wandelen, om mij daarna in mijn volle lengte op zijn bankstel neer te vleien. Enfin, tout doucement, deed hij zijn rubber..De rest later in deze brief, spannend hé?

Aangekomen in Narbonne, reden wij in soortelijk Belgisch regenweer, richting Palavas, waar we ons koekedoos-plooicaravanneke ophaalden.
Hoe meer we toen richting zuiden reden, hoe meer de zon door de wolken piepte. Zonder veel noemenswaardige ‘bouchons’ kwamen wij aan op onze camping Le Soleil in Argelès.

Enfin, nadat hij zijn rubbertje omgedaan had, begon hij mij te betasten. Lichtjes beroerde hij mijn lippen. Een prikkelend gevoel overspoelde mij. Hij murmelde zachtjes: ‘Tu n’as pas peur?’ Waarop ik mijn ogen naar hem opsloeg en mompelde: ‘Non, mais c’est bien ma première fois!’

Nadat wij de caravan geopend hadden, kwam er ons een vreselijke grondgeur tegemoet. Wij hadden tijdens de wintermaanden ‘caravan-house sitters’ gehad.
Pa muis had, met mooie beloftes, ma muis in onze caravan gelokt. In onze mousse kussens hadden zij een knus nestje gebouwd van alles wat zij maar aan zacht materiaal konden vinden. Grote gaten in onze slaapzakken, handdoeken, washandjes en overgordijnen gaapten ons aan. Ma muis had gewillig de acte van trouw beloond met een worp mini muisjes. In onze vouwcaravan was pa muis echter de weg kwijtgeraakt en alhoewel hij overal een spoor van muizenstrontjes achtergelaten had, had hij zijn kroost niet met eten kunnen bevoorraden. In een kleurrijk holletje in onze caravankussens vonden wij het integrale stinkende en volledig verdroogd muizenfamiliegraf. Onze caravan had nu 5 grote gaten extra en in de vuilbak belandden 3 handdoeken, 2 washandjes en één juist vorig jaar nieuw aangekocht hoeslaken.

Hij drukte zijn materiaal, glinsterend en hard als metaal, op mijn borst. Toen ik hem wilde helpen zei hij zacht: ‘Non, non, ne touchez pas!’ Zijn naald, rechtop, priemde voor mijn….Ach ik weet dat je nu alles dringend wilt weten, Laura, maar nog eventjes geduld…

Nadat we de stank van de muizendood en de vuiligheid van een jaar openlucht caravanstalling in Palavas verwijderd hadden, nam stilaan het vakantiegevoel toe, maar ook de wolken aan de hemel. De eerste vakantieavond brachten wij zeurend, klagend en zagend in een door wolkbreuken overspoelde caravan door.  Vive la France en vive camping Le Soleil, zonder soleil! De volgende morgen scheen echter de Zuiderse zon in al haar glorie. We gingen op onderzoek de camping rond, het zwembad en de fitnesstoestellen keuren, naar het strand kijken en wat later met de auto boodschappen doen, richting Argelès-Plage.  Maar Alfa Romeo’s en ik, schenen geen goede combinatie te zijn. (Het jaar daarvoor had ik zelf een Alfa Sudje in elkaar gereden) Dus ik open de deur van de nieuwe wagen, die groter bleek dan ik vermoedde en BENG met de zijkant van het portier tegen mijn voorgevel. Met een ingescheurde lip, een eerste verplichte uitstap, naar le médicin. Hier werd ik dus voor de eerste keer in mijn (toen 42 jarige) leven zonder verdoving genaaid!
Voor deze intieme behandeling mocht ik prompt 240 Franse Franken, van ons vakantiebudget, neertellen en kreeg ik een prehype lippiercing, die gewoon op een niet afgekuiste chocomond leek. Mijn mondhoek trok een beetje pijnlijk naar omlaag.
En ik die dacht dat ik met mijn wulpse vormen, mijn Farah Fawcett haren en met die genaaide chocomond alle aandacht trok had het volledig mis. Alle mensen staarden mij aan en lachten daarna om die twee André Van Duin imiterende schuine bekken trekkende mannen, die achter mij aansloften.
Maar lachen, eten en drinken, alles functioneert nog zoals het hoort en misschien is zo’n littekentje op mijn lip later wel enorm sexy…

Ik heb mijn Fransman daarna nog één keer teruggezien, toen mijn draadjes eruit getrokken moesten worden. Opnieuw deed hij zijn rubberen handschoenen aan, maar het was toen niet meer om te naaien maar eender om te strippen.

Bisous en ik duim dat je weer helemaal genezen bent als we terug in België zijn!

Sim, 12 juli 1993  Argelès-sur-Mer



donderdag 28 september 2017

HET KUNNEN NIET ALLEMAAL JOVIALE KAMPEERNEDERLANDERS ZIJN...

Op de terugweg naar het noorden, hadden wij ons op de camping te Tournus, al een plaatsje voor één nacht mogen uitzoeken, inschrijven zou na de lunch gebeuren. Toen ik ons later aan de campingreceptie aanmeldde, kwam er een volgende caravan de camping opgedraaid. Een ventenkop-haartooi- vrouw kwam de receptie binnengestoven, duwde me bijna omver en kwetterde in het Hollands-Frans: ‘Amplasemant ici, oké amplasemant?’, terwijl ze druk met haar arm naar hun caravan zwaaide.  De man achter de receptie bleef heel kalm en zei dat ze eventjes moest afwachten want dat hij nog met een vorige cliënt bezig was, maar dat zij straks aan de beurt was. Ik vermoedde dat ze niets van het Frans verstaan had, maar ze draaide zich hevig zuchtend om en haar mond vertrok in een grimmig ontevreden streepje. Ik dacht nog: ‘Wat lijkt me dit een kreng, je moet er maar mee op vakantie en in het zelfde caravanbed moeten slapen’. Ik had nog niet het hele verhaal aan manlief vertelt en zat nog net niet naast hem in het zonnetje voor onze caravan, toen de Nederlandse sleurhut juist naast onze caravan tot stilstand kwam. Het ‘amplasemantkreng’ kwam op ons af en vroeg of wij onze caravan niet ergens anders konden neerzetten. Wij bekeken elkaar, vroegen ons af of we dit wel juist gehoord hadden en negeerden de nieuwkomers een beetje. Op de ganse camping waren er op de kop af vier plaatsen bezet en zo’n honderd kampeerplaatsen vrij. ‘Nou,  hoe lang blijven jullie hier staan?’’ Wij staan hier voor één nachtje en gaan morgen weer verder noordwaarts’. ‘Wel, wij staan elk jaar steeds een paar nachtjes op deze camping en wij staan altijd op dit plekje!’ “Wel, zei manlief, dan zal U deze keer eens op een ander plekje moeten gaan staan, keuze genoeg, kijk maar,  alles vrij” “Maar wij hebben een goede rede om altijd op deze plaats te staan!” Mijn fantasiehoofd sloeg op hol. Ik kon wel duizend redenen bedenken waarom dit zeurvrouwtje juist op onze plaats wou staan. Misschien had één van beiden een prikkelbare darm of de ziekte van Crohn en moesten ze om de haverklap naar de toiletten lopen? Maar we stonden helemaal niet zo dicht bij het sanitair er waren er minstens tien veel dichter! Misschien had één van beiden pleinvrees en kon de camping niet diagonaal richting douches overgestoken worden? Was er misschien sprake van een milde vorm van claustrofobie omdat er onder een boom moest gekampeerd worden?  Hadden zij, ergens in het verleden, de as van hun overleden hond juist op kampeerplaatje 46 uitgestrooid? Of  stonden ’s nachts op deze plek de sterren in de juiste verhouding tot elkaar, zodat mevrouw met haar overleden zuster kon communiceren…Ik kon nog wel duizend fantasieverhalen bedenken, maar hield wijselijk mijn klep dicht, want het caravanwijf begon, omdat ze zag dat wij totaal niet reageerden, met een verbitterde streepjesmond opnieuw hoog van de Hollandse toren te blazen: ‘Nou Gerrit, wij staan altijd op deze plek,niet, zeg het ze dan! Steeds wanneer wij op deze camping overnachten, staan wij altijd op deze plaats, nummer 46, al jaren!’ Gerrit knikte heel overtuigend.
Manlief bleef heel rustig onder het Nederlandse offensief, haalde zijn schouders op en reageerde wat korzeliger: ‘En wat is dan die goede rede waarom U steeds op plaatsje 46 moet staan Mijnheer?’ Hierop riep Gerrit: ‘Nou Mijnheer, dat ga ik dus niet aan Uw neus hangen, dat ben ik helemaal niet aan U verplicht!’ Manlief zijn stemgeluid ging nu ook een beetje de hoogte in.‘Hebt U dan een reservatie gemaakt? Neen? Bent U eigenaar van dit stukje campinggrond, neen, spijtig dan..maar wij stonden er eerst en blijven hier staan. Het was al verwonderlijk dat deze nare Hollander ook Gerrit heette, want de Gerrit die wij kenden, was een uiterst fantastische Nederlander. Ook begon ik al een beetje nieuwsgierig en met andere ogen naar ons plaatsje 46 te kijken. Wat kon hier nu zo speciaal aan zijn. Het was gewoon een plekje als alle andere kampeerplaatsen.
Nu kunnen wij aannemen dat wanneer je al jaren een ganse vakantie doorbrengt op één en dezelfde camping, je heel graag steeds op datzelfde kampeerplaatje wilt staan, waar je elk jaar je terugkerende vakantievrienden opnieuw aantreft. Dat ene vertrouwde kampeerplekje, op een mooi horizontaal grasperkje, waar je in het zonnetje of bij hitte lekker onder een boompje in de schaduw kan kruipen, kortom het ideale caravanplekje waar je je thuis voelt. Zulke plaats reserveer je dan ook ruim op voorhand! Dat je zulke trammelant gaat maken op een transitcamping, waar je hoogstens één, twee of maximaal drie nachtjes onder zeil gaat, dat is voor ons onbegrijpelijk. Manlief ontplofte bijna en riep: ‘Mijnheer U bent een echte zeikerd, de camping is nagenoeg leeg, kijk, alles vrij, kies een andere plaats, wij blijven staan, punt’. De Nederlanders, die juist naast ons kampeerden en die de discussie grinnikend gevolgd hadden, maakten met hun wijsvingers het universele ‘die- zijn- zot- gebaar’. Ik kon het verbitterde Hollandse zeikvrouwtje bijna niet meer aanhoren en deed een paar passen in haar richting. Eventjes zag ik haar ogen oplichten, toen ze dacht dat ik haar alsnog het verlossende antwoord kwam brengen, dat we dan toch zouden verkassen, maar het enige wat ik zei, was: ‘Hopelijk hebt U, nu U op zo’n wereldvreemde plek moet kamperen, alsnog een goede nachtrust!’ Gerrit kroop mokkend terug in zijn auto en trok zijn caravan vier plaatsen verder. Maar zijn halve trouwboekvrouwtje wist van geen ophouden en krijste nog naar manlief: ‘Nou, U bent een typische asociale Belgische hufter, ga op de markt wat staan roepen’! Dat is weer wat nieuw. Nu is manlief door Nederlanders al met Tom Jones vergeleken en vinden sommigen dat hij met dezelfde humor en met hetzelfde stemtimbre van Urbanus praat. De meeste Nederlanders, die wij kennen, vinden ons echte gezellige sociale Bourgondiërs. Ook hebben wij aan onze meeste verre reizen en kampeervakanties een hele leuke bende Nederlandse vrienden overgehouden. Maar dit hadden we nog niet op het palmares staan;  Manlief is een typische asociale Belgische hufter…! Mogen wij dit als een racistische uitroep betitelen? Dit kutkampeervrouwtje viseerde met haar uitroep wel een ganse Belgische gemeenschap! Een hoop Belgen zullen zich hierdoor vreselijk gekrenkt voelen. Moest de Antwerpse burgemeester De Wever zo’n uitspraak doen, dan stond gans België en de ganse politiek op stelten!
Toen wij de volgende ochtend, in de dikke mist, met aangekoppelde caravan vertrekkens klaar stonden, moest ik toch de neiging onderdrukken om niet eventjes op hun caravandeurtje te gaan aankloppen met de vraag of ze de nacht alsnog goed doorgekomen waren.
Ik hoop dat de mist, als een dikke erwtensoep, minstens drie dagen en nachten boven Tournus blijft hangen, dat ze op plaatsje 50 opgevreten worden door de muggen, dat ze diezelfde dag nog omringd zouden worden door tien gigantische  caravans en megacampers, met de meest luidruchtige Belgen, dat ze op weg naar huis, vanaf het moment dat ze de Belgische grens overgaan, bumper aan bumper oeverloos moeten aanschuiven tot aan de Nederlandse grens. Voor deze laatste toverbezwering zal ik niet heel erg mijn best moeten doen, want iedereen die langs Wallonië het land binnenrijdt, staat uren stil aan wegwerkzaamheden waar je drie man ziet werken!

Sim, echtgenote van de typisch asociale Belgische hufter,  Liverdun 27/9/2017

                                                                                              

maandag 18 september 2017

KWAK KWAK, DIE EEND IS DOEIT!

I
Iedereen die fan was van Toon Hermans, kent zeker nog zijn fameuze zinnetje: ‘Die duif is doeit!’ Wel hier, in Grau du Roi in de Langedoc, is het van: ‘Die eend is doeit!’ En niet alleen de eend, maar ook het warme zomerse septemberweer is volledig dood! De twee laatste weken van augustus waren in de Ardèche zo loeiheet, dat je speeksel in je mond verdampte. Je haardos verschroeide en je mond riep constant om water. Met 38 graden in de schaduw en 48.8 graden in de zon, kon je amper je ene voet voor de andere zetten zonder blaren op je voetzolen te krijgen. De enige optie was je in de rivier onderdompelen, die als warm badwater aanvoelde. Maar hoe meer de dagen vorderden hoe meer ook in de Ardèche de herfst voelbaar werd en de bomen vroegtijdig verkleurden. De eerste week van september werden we na een paar zonnige dagen aan de Middellandse zeekust al na een paar dagen getrakteerd door de Tramontan, de koelere wind die zich in de Pyreneeën opbouwde en die nu over de stranden raasde. Eens die wind tot rust kwam, dreven er sombere grijze wolken over het normale door de zon overspoelde toeristenstrand en was er nu en dan een wolkje dat persé het vakantiegevoel moest weg pissen. Zoals in de meeste streken van Europa, was ook hier in mei en juni het toerisme veel te vroeg verzomerd. In juli en augustus was de natuur door de regenloze hitte in recordtempo gewoestijniseerd. Volgens de niet tevreden lokale horeca waren de Franse en Europese toeristen verder richting Spanje getrokken. Dat was natuurlijk niet alleen te wijten door de extreme hitte maar tevens door de in de horeca tot afpershoogte aangepaste drankconsumptieprijzen. Het was tot hiertoe het eerste jaar dat september in zuid Frankrijk niet meer het eeuwige zomerse seizoen was, er een extra dekentje op het bed gelegd moest worden en wij ’s nachts de pyjama moesten uitgraven. Gedaan de zwoele zomeravonden en terwijl er deze ochtend met amper een 15 a 17 graden een zeikregentje op de caravan neer druppelde, leek het er meer op dat we in de Ardennen kampeerden in plaats van aan de Middellandse zee. Een langebroeken- en fleecetruitjes-wandeling op de promenade in het mondaine La Grande Motte had meer weg van een winterse Noordzee dijkwandeling in Knokke. Misschien dat de uitlopers van de Amerikaanse tornado’s wereldwijd zo’n luchtveranderingen teweeg brachten, dat men ook hier van een degelijke klimaatwijziging kan spreken. En daardoor zijn de eenden er misschien vroegtijdig van door gegaan, gone with the wind! In het zuiden van Frankrijk is het jachtseizoen al enkele dagen geopend. Regelmatig horen wij heel vroeg in de ochtend geweerschoten. Waar die jagers nog achteraan gaan is ons een raadsel, want buiten een paar meeuwen, mussen, flamingo’s en kraaien hebben wij hier in de directe buurt van de camping nog geen enkel opjaagbaar diertje kunnen spotten. De eendenpopulatie heeft waarschijnlijk een vakbond opgericht en onder impuls van een paar heethoofden het zuidelijk Franse halfrond voortijdig verlaten. Noch in de lucht, noch in de vijvers en al helemaal niet in blik ‘Les saveurs du territoir’, bij de Lidl supermarkt, is er nog een eend te zien, laat staan een ingeblikte eendenbil te vinden. Alle nabije kustfilialen van de desbetreffende supermarkt hebben wij bezocht,met een arendsblik en met een vergrootglas als een echte Sherlock Holmes de rekken afgeschuimd,  maar nergens was nog een goedkope versie van ‘confits de canard’in de schabben te vinden. Duurdere blikken in super dure supermarkten deden ons nog wel eventjes twijfelen, maar voor die prijs kan je ze rond kerst ook bij ons in België in de betere detailhandel vinden. Alle vorige septembervakanties namen wij, neen dat is totaal niet het juiste werkwoord, sleurden wij een grote voorraad ‘eendenbilletjesblikken’ voor etentjes met de ganse familie en vriendenkring in onze caravan mee de grens over. Lekker makkelijk klaar te maken. Blik opendraaien, eendenvet verwarmen, afgieten en bijhouden, de confits in de microgolfoven opwarmen, kleine aardappeltjes in het vrijgekomen eendenvet bakken, wat champignons of rode kool erbij of lekkere knapperige Belgische frietjes en taddaa, je fabriceerde à la minute een menu met Likoké, Oud Sluis, The Jane of Fornuis allures. De thuisblijvers zullen nu wreed teleurgesteld zijn! Deze keer hebben wij onze wagen volgeladen…met vissoep, olijven met ansjovissmaak, nougat de Montelimar en oude wijven…als ze aan de markt kwamen, begonnen ze te kijven van…geen confit meer te vinden!
Ach ik heb er begrip voor dat die eenden elkaar er zo snel mogelijk kwak, kwak van op de hoogte brengen om er als de bliksem van vanonder uit te muizen. Ze worden massaal zij aan zij in een schuur opgehokt, hun lever zodanig opgepimpt zodat wij die als een foi gras-crème, met een uiencompôtje of een veenbessenconfituurtje als delicatesse op onze toastjes kunnen smeren. Ofwel belanden hun lijfjes als magrêts in de koeltoog (ook lekker met warme mango schijfjes in wijnsaus met honing) of  duwt men hun billen, met hun eigen vet, in een blik. Maar zoals reeds eender gezegd, is het aanbod drastisch teruggeschroefd.  Geen goedkope ‘confits de canard’ meer te vinden. Ofwel werden de eenden de voorbije jaren door een jagersbende compleet uitgemoord, ofwel hebben ze voor het jachtseizoen het hazenpad, sorry eendenpad,  gekozen. Misschien is de Lidl supermarkt er nu eindelijk na jaren achtergekomen, dat deze 6 Euro kostende blikken met een inhoud van 4 billen, massaal buiten gesleurd werden door de restaurants in de buurt, waar ze als locale superlekkernij aan 15/20 Euro per bil op het menu werden gezet. De grootste afzetters, en jullie mogen dat woord ook letterlijk nemen, waren voornamelijk de marktkramers. Deze laatste weekten de etiketten er af, plakten er dan een fotokopielabeltje met een Donald Duck-achtig tekeningentje en hun eigen naam op en gingen dan aan E 25 per blik op één of andere artisanale markt hun frauduleus verkregen ‘confits’ als hun persoonlijke klaargemaakte eendenbillen verkopen.  Dus nu, moeten wij, arme caravantoeristen, niet alleen de wind, wolken en miezerregen er bij nemen maar tevens met lede ogen aanzien hoe de ‘smaken van de streek’-schabben’ leeg blijven. Kwak, kwak, die eend is weg, die eend is doeit! Morsdood!


Sim, 18 september 2017

vrijdag 15 september 2017

SATELLIET TELEVISIE OP REIS

Het is niet omdat wij hier in Zuid Frankrijk in de zon liggen te braden, soms wandelen of nu al een paar dagen door de Tramontan wind van onze fiets geblazen worden, dat wij niet graag op de hoogte blijven wat er allemaal in de rest van de wereld en ons thuisland is gebeurd. Via de satelliet halen wij, in onze caravan, om zeven uur het Vlaamse VRT nieuws binnen. Ergernis troef! Zo zagen wij op het journaal de beelden, hoe de politie in Borgerocco weer door de lieverdjes uitgejouwd, geduwd, aangevallen en met eieren bekogeld werden.
Ik kan me niet inbeelden hoe dat dan in zijn werk gaat. Ik veronderstel dat de Borgerhoutse hooligans niet constant met een vol rugzakje eieren rondlummelen tot er misschien eens een politieteam in hun Turnhoutsebaan- buurt komt patrouilleren. Bellen dan die Marokkaanse haantjes naar elkaar: ‘Kom vlug, de politie ‘onze’ vriend is in onze straat een arrestatie aan het verrichten, ’t is weer het moment om ons nog eens negatief in de Antwerpse kijker te zetten! Breng snel allemaal jullie bakje eieren mee, liefst bruine!’  Het ergste van al is het feit dat die kleine crimineeltjes, die een ganse gemeenschap in een slecht daglicht zetten, steeds bij het gerecht bekend zijn en zogezegd opgevolgd worden. Als dan de burgemeester van Antwerpen in een interview, na de terreuraanslagen in Barcelona, opmerkt dat er in Antwerpen in de omgeving van de Turnhoutsebaan ook zo’n duizend soort vriendelijke jongens rondhangen, waarvan men ook  niet, net zoals in Spanje, kan vermoeden dat deze lieve jongens in een mum van tijd geradicaliseerd zouden kunnen worden, dan zijn de linkse journalisten er als de kippen bij om deze uitspraak uit zijn context te rukken en er juist deze ene zin van te maken: “De Wever zegt: Op de Turnhoutsebaan lopen er duizend mogelijke terroristen rond!”  Wie het schoentje past, trekke het aan, maar het zullen heel grote schoenen moeten zijn, want deze probleembuurtmannetjes hebben daar heel lange tenen. In plaats dat deze gemeenschap hun crapuuljongeren bij de oren trekt, hun vertelt dat zulk gedrag in onze cultuur en in hun gemeenschap niet getolereerd wordt en zich voor hun gedrag verontschuldigt, organiseren ze samen met een rood groene linkse wollegeitesokkenachterban een mini-optochtje om aan te tonen hoe mooi en liefelijk het is om in de buurt van de Turnhoutsebaan te wonen. Ze laten geen enkel moment onbenut om regerende partijen pootjelap te zetten en aan te tonen hoe verkeerd de Antwerpse Burgemeester, van een in hun ogen verwerpelijke partij, wel weer geweest is. Met op kop Mita Van der Maat, in een vroeger tijdperk, een redelijke gekende toneelspeelster, die waarschijnlijk nog eens graag voor de camera’s stond, maar die daar in Borgerhout in feite niets te zoeken had, want ze woont zelf in een mooie bel-étage woning in een residentiële wijk in Edegem, waar er praktisch nog geen hoofddoekjesgezinnen wonen. Soit hun Antwerpse burgemeester- afbraakoptochtje heeft niets uitgehaald, want een week later had men hetzelfde eierenkegelende politie-interventie-scenario in deze toffe vreedzame buurt. Als De Wever insinueert dat er een paar duizend lieverdjes op de Turnhoutsebaan rondlopen, dan vergeet hij nog de andere probleembuurten te vermelden, die wij als echte Antwerpenaren jaar na jaar zagen verloederen. De mooie winkelstraten met bloeiende handelszaken, zoals de Antwerpse Kielse Abdijstraat, de Berchemse Drie Koningestraat, de Offerande- schoenwinkelstraat, de Merksemse Bredabaan, de Turnhoutsebaan, de straten rond het Sint Jansplein, Deurne, de Seefhoek en de Stuyvenbergpleinbuurt zag je volledig veranderen in Midden Oosten enclaves. Toen mijn moeder eind jaren tachtig op het Antwerpse Kiel ging wonen, riep daar al een tienjarig jongetje tegen haar: ‘Dat ze daar nogal zouden opkijken als ‘zij’ het later voor het zeggen zouden hebben’ en hij maakte daarbij met zijn duim over zijn keel een onthoofdinggebaar. Waar hoorde zo’n snotneus zulke uitspraken? En bij ons in Edegem, nadat men met de nieuwe sociale woningen ook de sjaaltjesvrouwen en bijbehorende satelliet antennes, gericht op TV Marocco binnenhaalde, riep een blijkbaar nog niet geheel geïntegreerd teenager moslimhaantje, een in korte rok fietsend elfjarig buurmeisje na, dat ze een hoer was! Dus met duizend eventuele probleemjongeren te vermelden, benoemt De Wever nog niet eens het topje van de ijsberg. De authentieke Antwerpenaar, die in den beginne al die vreemde culturen en mensen wilde omarmen, zag het gebeuren, keek ernaar en zweeg want anders kletste de nieuwkomers gesterkt door de linker achterban onmiddellijk met de woorden racist en racisme rond zijn oren.

En dan vandaag hebben wij opnieuw een terroristische islamaanval in de Londense metro via de satelliet binnengehaald. Gelukkig geen doden, maar toch weer een aantal mensen die door die religieuze islamterreur voor het leven getekend zijn. Verdriet, verontwaardiging en ongeloof troef!

Maar het is niet alleen ergernis via de satelliet tv. Soms is het ook heel erg lachen. Moesten jullie ook zo gieren om het toneelstukje van de socialistische Waalse politica Laurette Onckelinx, gekend voor haar viswijvengeroep in de Kamer, die heel emotioneel kwam verklaren dat ze de politiek vaarwel zegt. Spijtig voor ons nog niet onmiddellijk, maar dan toch binnen twee jaar. Er vloeiden nu al wat afscheidstraantjes. Ik moest vooral lachen om de passage, waarmee ze heel emotioneel verklaarde, dat ze zou stoppen voor haar kinderen en terwijl ze een biggelende krokodillentraan wegveegde, herhaalde zij het nog eens opnieuw, omdat het bij ons heel goed zou doordringen: ‘ Voor haar kinderen!’ Kom zeg, die comédienne is binnen 2 jaar een 60 jarige seniorendame..welke kinderen? Nu de PS door alle schandalen, fraude en graai-evenementen in het Waalse landsgedeelte zware klappen krijgt, wil deze diva misschien trachten voortijdig en in alle schoonheid het Franstalige socialistisch zinkende schip te verlaten en eventuele nog mogelijke beerputten met de bijbehorende rioolputgeurtjes gedekt houden. Misschien krijgt ze nog links of ‘zeker niet’ rechts ergens een goedbetaald rood baantje aangeboden. Ik had graag de reactie van, de beste stuurman die aan PS wal stond , Di Rupo willen zien. Kreeg die een hartverzakking toen hij over het nakende afscheid hoorde? Hij heeft, sinds hij eerste minister af en met zijn partij in de oppositie beland is, nog geen Franstalige bek meer opengetrokken. Hij liet gewoon Laurette mitraillet roepen en tieren. Je zag hem, maar je hoorde hem niet meer. Twee naast elkaar zittende vriendinnen, die good cop, bad cop speelden.
Het zal heel stil worden tijdens de vergaderingen van de Federale regering. Als nu die groene Calvo er nog zijn onvolwassen kwek wil houden, dan kan er misschien voor de verandering nog eens echt geregeerd worden. De satelliet tv brengt dus in onze caravan, niet alleen ergernis, verdriet, verontwaardiging en ongeloof, soms mogen de lachspieren ook nog eens werken. Dag Laurette rettekentet.

Sim,  15 september Grau du Roi
 


zaterdag 9 september 2017

DE RARE KAPSELOORLOG

Terwijl de orkanen Harvey en Irma hevig huis houden, blijft de president van de Verenigde Staten volhouden, dat er niets aan de hand is met de opwarming van de aarde. Op CNN toonde men, hoe Trump, de man met een kapsel alsof hij net in het oog van de tornado gestaan had, omringd door een hoop jaknikkers, de ergste problemen van de verwoesting zou oplossen. Hij vroeg aan de ganse Amerikaanse bevolking om van volgende zondag een dag van extreem bidden te maken. De Rode Kruisdame en de priester die naast hem stonden, riepen nog net geen halleluja, maar zouden diezelfde avond zonder twijfel gekluste hersens en hoofdpijn hebben van het ja schudden. De priester begon de Heer te prijzen omdat zijn land toch zo’n fantastische leider verkozen had. Je kan het dat narcistische miljonairtje bijna moeilijk kwalijk nemen, dat hij zijn land op deze manier wil redden, want hij is blond, héél erg blond! Ik ook en mijn kapsel ziet er soms ook erg verwaaid uit, dus misschien kan ik nog wel een gooi doen naar het volgende presidentschap?
En terwijl de volgende dodelijke storm over de wereld raast, bijna 6 miljoen mensen moeten geëvacueerd worden,  begonnen ze met zijn allen samen, inclusief de staatsidioot, op vrijdag al voor televisiekijkend Amerika, een pregebedje te prevelen omdat God de Vader de dodelijke Texaanse slachtoffers in de hemel zou willen verwelkomen. Ook nog een gebedje er bovenop om de overlevenden genoeg sterkte te willen geven om deze catastrofale zondvloed te kunnen verwerken. Hoe de zondaggebedsdag er zou moeten uitzien is mij een raadsel. Hoe bid je, als je alles, maar dan ook werkelijk alles verloren hebt en je tot je navel in het water staat? Wat vraag je dan in je gebed? Vraag je dan aan die sprookjesfiguur daarboven eventjes waarom hij je hele hebben en houden verwoest heeft? Of bid je omdat je hem dankbaar bent dat jij nog leeft en die 47 anderen niet? Vraag je hem dan om je verdronken zoon of dochter daarboven te omarmen?
Lees juist in de krant, dat één of andere Amerikaanse nitwit beweert dat dit hele orkaangebeuren ontegensprekelijk de straf van God is, omdat er homo’s in de wereld zijn en omdat er ergens in de VS een lesboburgemeester(es) aan het hoofd staat..Hoe achterlijk kan een volk zijn?  Dus doordat God niet aan het idee kan wennen dat mensen anders kunnen zijn, straft hij een hele nietsvermoedende gemeenschap. Goed bezig daarboven, beetje sadistisch niet? Zal de Heer er misschien nog een levensbedreigende tornado bovenop gooien, een José of een Katia,  zodat wat paradijselijke Caraïbische  zeespiegeleilandjes van de aardbol gaan verdwijnen? Miljoenen mensen op de vlucht voor water, wind en verwoesting, let’s pray to God. Miljoenen mensen alles kwijt, maar er is, volgens de grote staatsleider absoluut niets mis met het milieu! ’t Is de wil van God! Als nu de Heer met een orkaan in Florida alleen het golfressort van Trump van de kaart zou willen vegen en de rest van de bevolking ongemoeid zou willen laten en het Witte Huis een beetje door elkaar zou willen laten schudden in plaats van weer duizenden mensen in Mexico door een aardbeving dakloos te maken, dan en ik zeg, dan alleen, zou men mij misschien nog een beetje aan het twijfelen kunnen krijgen of er daarboven dan toch iemand iets geniaal aan het orkestreren is …
En terwijl de president van de Verenigde Staten, nog net niet op zijn knieën, in een journaal voor televisiekijkende burgers, gebedjes zit te prevelen, stuurt die andere mafkees aan de andere kant van de wereld, maar eveneens omringd met een nest geïndoctrineerde jaknikkers, een paar pestraketten de lucht in. De binnenlandse spleetoogtiran laat zijn bevolking niet bidden, want hij is er stellig van overtuigd dat hij God zelf is. Weer zo’n randdebiel met een opvallend kapsel, alsof  een kernkop hem juist zelf geraakt heeft. Wat is dat toch met die hersenloze mannen met die idiote coiffures, die elkaar steeds maar blijven uitdagen? Zijn die regerende haantjes soms jaloers op elkaars kapper? Wat gebeurt er dan met ons, als er één van die verwaaide kapselmannen, door een goddelijke ingeving, plots op die rode atoombomknop gaat drukken?  Kernexplosie, boem, over en out…en hoe gaat die oorlog dan de geschiedenis in; De rare kapseloorlog van 2017?


Sim,  9 september 2017  Grau du Roi/Zuid Frankrijk 

dinsdag 29 augustus 2017

TROUBLE IN PARADISE

Onze eerste caravanstop, eind augustus, was camping Les Arches in het zuidelijk deel van de Ardèche. Volgens het kampeerboekje moest dit een rustige camping zijn, waar kamperen nog echt kamperen was. Hier zag men inderdaad geen blitse megagrote campers, maar alleen kleine bescheiden Hollandse caravannetjes en authentieke tentkampeerders. Nog nooit, op geen enkele andere camping hadden wij zoveel Hollanders in zoveel verschillende grote bungalowtenten tot mini kruip-iglotentjes bij elkaar gezien. De kampeerdrift had hier werkelijk toegeslagen en het leek hier wel alsof Nederland hier zijn dertiende provincie geannexeerd had. Het bleek een volledige kindvriendelijke kampeerplaats te zijn, waar, volgens ons, de volledige Nederlandse populatie kleutertuin- en lagere schooljaar kinderen nog vakantie vierden. Overal zag je  kleine blonde hummeltjes met ma en pa rondstappen met emmertjes, visnetjes, kleine omblaasbare bootjes en zwembandjes. Met een dam was er in de rivier een fantastische zwempoel gemaakt. Er was een groot zwembad, diverse zandbakken, trampolines, voetbal- en volleybalvelden, en om de tien meter een grote speeltuin. Het was hier een waar kinderparadijs.
Als je als senior nog lyrisch wordt van kindergelach, geroep, gebrul, gehuil, gejank, gegrien en gekrijs dan is deze camping the place to be!
Voor de zoveelste keer had ik weer een allergische reactie op een insectenbeet. Juist op het uiterste puntje van mijn elleboog, had een paardenvlieg zich weer tegoed gedaan aan mijn blijkbaar onweerstaanbaar gesuikerde bloed. Mijn gewricht zwol op als een jeukende oververhitte onplooibare balk, zodat het leek dat ik bij het eender welke uitleg een soort Hitlergroet bracht.
Het was ’s avonds nog bloedheet in de caravan. De hitte en mijn opgeblazen rood ellebooggewricht verhinderden me om in een diepe slaap te vallen. Maar ergens onderweg de nacht had mijn kloparm dan toch het onderspit moeten delven en was ik onrustig ingedommeld. Het was nog pikkedonker toen ik in het midden van de nacht wakker werd door een doordringend gegil. Het was een baby in de tent die naast onze caravan stond. Het was niet een gewoon huilen maar een gekrijs alsof het kind levend gevild werd.  Ik hoorde de moeder sussen en na wat kindergesnik werd het eventjes terug stil. Een uurtje later herhaalde het gegil zich en mocht papa bemoederen. Een half uurtje later een compilatie van de twee vorige huil- en krijsbuien.  En zo modderde de ganse nacht aan. Doezelen, gekrijs, wakker, doezelen, gehuil, wakker. Toen rond een uur of vier het licht in de dag kwam, hadden twee duiven juist op de takken in de boom boven onze caravan besloten om hun territorium af te bakenen of elkaar het hof te maken. Misschien vertelden ze elkaar wel: ‘Hoor jij ook het gebrul van dat mensenkind?’ Wie zal het zeggen. Het monotone roekoekke, roekoekke, roekoekke ging eindeloos door. Met moeite kon ik mijn moordneigingen onderdrukken. Gelukkig voor die twee roekoerende duiven en die verdomde huilkinderen was ik eigenlijk net iets te moe om mijn bed uit te strompelen en, à la minute, iets of iemand te gaan vermoorden. Ik moet toch eventjes ingedut zijn, want toen ik zo’n uurtje later wakker werd, dribbelden twee pyjamakleuters, luid zingend van ‘papegaaitje leef je nog ijadeejaa, ja meneer ik ben er nog iejadeja..’ tussen de tenten en de caravans door. Zij klonken op dit vroege uur als een veel te vroege ingestelde klokradio. Zij dribbelden achter elkaar aan. Het brillenjongetje voorop met een plastiek pijl en boog naar de hemel wijzend en daarachter zijn babyzustertje die haar slaapkonijn aan één oor vasthield en de rest van zijn al groezelig vuile buikje door het stoffige bruine strogras sleepte. Toen ze mijn verkreukelde hoofd door het caravandeurtje zagen verschijnen, stopte de mini fanfare. Broertje verklaarde me ongevraagd, dat papa een filmpje gemaakt had en dat hij dit straks naar Tante Annie ging versturen, want die miste hen zo erg. Ook de kleine meid stopte haar paradepas en begon met een heel ernstig gezichtje een uitleg te doen. ‘Me mama seg ikke moet doechje, maar ikke eerst spele en dan doechje’. Daarna stak ze haar duim in haar mondje en trippelde achter grote broer aan.
Rond tien uur zagen we de ouders van de krijsbaby doodvermoeid, met zulke grote wallen onder de ogen dat ze er bijna over struikelden, uit hun tentje komen kruipen. Mama was een uiterst lieve vrouw, die wel duizend keer ’s ochtend sorry kwam zeggen. Toen ik eventjes informeerde of de baby misschien ernstig ziek was, antwoordde de mama dat zij normaal nog borstvoeding gaf, maar dat de melktoevoer om één of andere reden tijdens het kamperen plots gestopt was en dat baby nog niet van plan was om zich op een andere manier te laten voeden. Zij vond dat het voor ons nog meeviel, driemaal op rij ’s nachts wakker gegild worden,terwijl zijzelf al meer dan twee weken niet meer kunnen doorslapen hadden. Toen ik informeerde hoe oud de baby dan wel was, antwoordde zij, anderhalf jaar. Wablief, één jaar en een half en nog aan de moederborst?? Hoe haal je het in godsnaam in je hoofd om met zo’n uit de kluiten gewassen moedermelkbaby, in een oververhitte tent ergens op een bloedhete Zuid Franse camping rond te kruipen en iedereen rondom je de nachtrust te ontzeggen?  Hoe noem je dat? Eventjes ontsnappen uit de dagelijkse sleur? Leuk met vakantie? Elke nacht opnieuw dat gehuil. Ook lekker voor de buren die juist naast je kamperen. Wij dus…Maar manlief had door alle heisa heen geslapen en begreep totaal niet waarom ik zo krikkel en moe was.  Zalig zijn zij die slecht horen, want die laten hun nachtrust niet verstoren.
Net toen ik in de namiddag in de relaxzetel ging zitten in de hoop wat slaap in te halen begon een ander kindergezeur in stereo. In het huisje naast onze caravan woonden een slome slakmoeder en een voze raapvader, de ouders van de twee ochtendzangertjes. ‘Mama, gaan we zwemmen?Mama wanneer gaan we nu zwemmen? Maammaaaa gaan we nu zwemmen?’ Mama keek heel traag op van haar tablet en antwoordde: ‘Vraag het eens aan papa.’ ‘Papa wanneer gaan we nu zwemmen? Papa gaan we nu naar het zwembad? Paaapppaaaa, misschien zwemmen in de rivier?’ Papa keek eindelijk op van zijn smartphone:  ‘Ik zal er eens over nadenken, straks misschien..’ Maar papa!…En toen kwam er ‘Mama ik moet poepe!’ en plots was er actie, maar gezwommen werd er die dag niet meer, alleen verder gezeurd! Net toen ik dacht dat het eventjes stil zou zijn, liet een klein jongetje zich huilend op de campingstraat neervallen. Hij stampte met handen en voeten op de grond: ‘Ik wil niet naar de tent!’ en dan begint daar zo’n wollegeitesokkenmoeder,  een meer dan een halfuur durende dialoog met Brammetje. ‘En waarom wil Brammetje niet naar de tent?’ Gebrul: ‘Ik wil niet naar huis’. ‘We wachten allemaal daarboven op Brammetje, hoor. Jij bent toch een grote jonge, niet Bram…?’ Brammetje krijste alleen nog harder. Komt daar ineens een wat oudere man aan, die grijpt Brammetje bij zijn lurven en roept: ‘Als je nu niet als de sodemieter recht staat en als de bliksem naar mama en papa’s tent gaat, dan krijg je er verdorie van opa nog een pandoering bovenop.’ Brammetje schrikt van opa’s gebiedende stem maar huppelt dan plots gedwee toch richting tent. Eindelijk is het stil..eventjes toch..
Naast onze caravan loopt kleine zeurzus veel te snel achter een bal aan, struikelt en zet het op een wenen, dan is het eventjes heel verdacht stil en dan volgt, na de nodige zuurstof inname, de huilsirene en volgen de waterlanders. Dikke tranen lopen over haar gezichtje.   Grrr  Roekedekoe, roekoeke, roekoeke, doen de duiven. Roekoeke, brul, krijs, gehuil, roekoeke, blèr, jank, jank.. Ik ken nu ondertussen alle werkwoorden die huilen betekenen.  Maar soms kan dat kleine grut je ook enorm vertederen. Vooral als ze ’s avonds, moe van het spelen en  het zwemmen, lichtroze, proper recht onder de douche uit, met de pyjama aan een fopspeen in het mondje en hun knuffel richting slaapplek gaan. Soms hoor je dan nog heel ergens in de verte een tegensputterde huilbui, maar meestal is het na een uur of half negen zalig stil…
Het gegil van het tietenkind, dat niet meer aan de tepel kan, weerklinkt weer bij het ochtendgloren…Nog één nachtje geduld en dan vertrekt deze ex-melkmachine met man en kinderen, net zoals meer dan de helft van de kamperende Nederlandse invasie, met hun schoolplichtige kinderen, richting huis ergens in hun overige twaalf provincies. Overal zie je tenten opbreken, auto’s en caravans worden ingeladen en de modeste sleurhutten verlaten één voor één het kampeerterrein. Hopelijk wordt het vanaf nu een pak rustiger slapen op de camping. Het kinderparadijs wordt dan uiteindelijk toch nog het grote mensenparadijs. Roekedekoe, roekoeke, roekoeke. Ik stuif op uit de zetel en vorm met mijn rood jeukerige uitgezette arm een vuist naar de twee duiven terwijl ik roep: ‘Morgen schiet ik jullie uit de boom!’. Als antwoord en dank scheten de grijze geschelpte pigeons  twee glibberige grijs-witte duivenstronten op onze auto…

Sim, St. Jean-le-Centenier  25/8/2017




zondag 13 augustus 2017

VAN DE PRINS GEEN KWAAD WETEN

Dus vanaf dit najaar moet Laurent naar de voedselbank. Eindelijk hebben de Belgische burgers de moed gehad om ’s lands grootste 'werklozensteuntrekkende' nutteloze sprookjesfamilie aan de kant te schuiven.  Ex vorstenpaar, ma en pa rentenieren in Zuid Frankrijk of in Italië, met het door ons gesponsorde, riante familiefortuin. Broer en zus belegden hun dotaties en leven nu rijkelijk van de intresten. Maar zoals in elke gewone doorsnee familie is er wel een zwart schaap te bespeuren en dat is nu eenmaal de gewezen prins rebel. Hij zit gehurkt tegen de muur van het Brusselse Noordstation en zet ietwat verlegen zijn kleine zwarte hoedje voor zich neer. Reizigers die hem voorbijsnellen, bekijken hem meewarig. Zij kunnen hem echt niet direct plaatsen, maar het gezicht van die haveloze dikke dakloze komt hen wel ergens bekend voor. Is dit een te vroeg uitgedijde werkeloze televisievedette van Temptation Island? Was het een charmezanger die na één hitje de mist in gegaan was? Was het een failliete nitwit van het ‘Sky is the limit’ programma? Veel tijd om erover na te denken hebben deze treinreizigers niet, want de job roept. Een passant kan zijn ergernis niet onderdrukken en roept: ‘Ga godverdomme werken zoals wij, in plaats van hier je botten te schuren!” Laurent beseft dat het helemaal verkeerd afgelopen is. Hij knikkebolt. Hij droomt van dat fantastische dutje dat hij had, op de Belgische nationale feestdag, toen hij mee de militaire défilé moest aanschouwen. Geeuwverwekkend saai vond hij dat. Zijn broer en schoonzus hadden hem verontwaardigd op het Koninklijke matje geroepen, de halve Belgische koningsgezinde bevolking had schande geschreeuwd, terwijl de andere helft juichend geroepen had, dat het tijd werd om die vorstenhuisfamilie eruit te flikkeren. Laurent gniffelt als hij bedenkt dat het ordinaire burgervolkje nu zelf voor een geldverslindende president zal gaan stemmen. Krijgen ze straks zo’n Moe Merkel, die alles schafft, aan het roer of zo’n Trump-a-like die al twitterend en klimaatopwarming ontkennend zijn eigen ondergang bewerkt. Hij heeft voor alle zekerheid zijn Laurent- twitteraccount snel afgesloten. Laurent begreep het allemaal niet meer zo goed. Toen hij zijn boekje ‘de hond als gids’ schreef, noemden men hem vertederend ‘Prins Woef’. Nu hij zich wat op serieuzer diplomatieke zaken had toegelegd, was men ineens zijn fratsen beu en werd hij plots, ‘de prins met het hoekje af’ genoemd. Oké, hij was soms eventjes depressief geweest, je zou van minder met zo’n Koninklijke pokkenfamilie. Hij heeft het nooit ten volle beseft maar hij werd al eens om één of andere reden kunstmatig in een coma gehouden.  Maar hoe hij ook stuntelde, hij deed het toch allemaal maar voor België. Aanwezig zijn op de 60e verjaardag van het Chinese leger, met zijn stichting in het Midden Oosten wat bomen gaan planten en ja inderdaad, hij had vroeger wat schimmige uitspraken over de Belgische regering durven maken.. maar om hem hiervoor nu ineens zo te straffen en zijn dotatie af te nemen!! Dotatie, dotatie, alimentatie, alimentatie, man, man, man!  Hij zucht en denkt aan zijn drie kinderen die nu bij zijn ex vrouw wonen. Claire werkt terug en dreigt ermee dat hij zijn kinderen niet meer te zien krijgt zolang hij geen alimentatie betaald! Hij kan toch moeilijk reclamefoldertjes in de brievenbussen gaan steken, aan de lopende band gaan staan, achter de vuilkar gaan lopen, want hij kent niets! Hij is alleen een steuntrekkende prins geweest.
Hij zakt wat verder weg tegen de stationsmuur en mijmert over zijn tijd in villa Clémentine. Waar was de tijd toen hij hottel de bottel verliefd was op dat zwartharige fotomodel- zangeresje.  Die wist van wanten! Hij was voor haar de prins op het witte paard.  Jarenlang heeft het Belgische volk zijn hypocriete vader onderhouden. De koninklijke schuinsmarcheerder, die het vertikte om zijn liefdeskind te erkennen en juist deze, naast de pot pisser, had het lef om een stokje voor zijn kikkerprins romance te steken. 
Als kind werd hij telkens bij oom Boudewijn en tante Fabiola gedropt. Elke dag als hij eens wat kattenkwaad uitgehaald had, moest hij op zijn blote knietjes in de Koninklijke kapel voor het grote christelijke kruis om vergiffenis vragen voor zijn zonden. Heel zijn leven lang, voor alles wat hij zei, deed of dacht heeft hij tegen iedereen sorry moeten zeggen..

Hij kijkt in zijn hoedje waarin alleen een luttele hoeveelheid koperen centjes  liggen. Hij kruipt omhoog, trekt zijn te smal geworden jas wat dichter rond zijn buik en wankelt onzeker richting Maximiliaanpark. Hier schuift hij mee aan, met de honderden vluchtelingen aan de voedselbedeling van de ngo’s. Hij voelt zich wat onwennig tussen al die zwarte transitmigranten. Slapen in het park durft hij nog niet. Als straks de honger Afrikaantjes te weten komen dat hij een directe familiebloedband heeft met de Congo uitbuiter, de exploiterende, handen afhakkende Koning Leopold II, gaan de poppen aan het dansen. Waar kan hij, als ex prins, asiel aanvragen? Ma en pa hebben hem verstoten en dobberen bruinend op hun jacht in de Middellandse zee. Broer, schoonzus, zus en schoonbroer kijken hem met de nek aan. Zij hebben zich een jetset leventje toegeëigend. Alleen zijn halfzuster Delphine wil hem nog kennen, maar alleen dan als hij zijn dna wil afstaan. Wie wil hem nog? Wie wil deze kikkerprins nog kussen? Ach volgens hem hebben de Belgische burgers het prinsenkind Laurent prematuur met het badwater weggegooid! Hij, Laurent van België had een fantastische koning geweest!

zaterdag 5 augustus 2017

VAN DIE BOER GEEN EIEREN!

Eindelijk is ma kip afgekickt van haar dioxineverslaving of moet ik zeggen, afgekipt. Zonder dat er een haan naar kraait, worden er duizenden kippen door zo’n pluimveehouderboertje in één ruimte bij elkaar gedreven. De kakeldames staan daar pluim tegen pluim en als ze hun pootjes twee centimeter willen verzetten botsen ze tegen elkaar op, dat noemt de boer dan scharrelen. Dus vandaar de naam: scharreleieren. Scharrelen, foefelen en leggen zoals de kiekens, zonder papa haan. Zij drummen en lopen als kippen die hun ei niet kwijt kunnen. Door het plaatsgebrek pikken de hennen elkaar kaal, maar dat pikt de boer niet. Zelfs een kale kip kan nog leggen! Moederkloek is er nog steeds van overtuigd, dat zij met elk legsel voor haar nageslacht zorgt, terwijl ze echter alleen aan onze voedselketen doneert. En nu heeft die kiekenboer ontdekt dat er een luis in de pels zit..de leghennen hebben bloedluizen in de pluimen! Niet echt luizen, maar vogelmijten die zich overal in hun kippenparadijs nestelen.  Bloedluizen vormen een vervelend probleem voor de kippenhouders. Kippen die gebeten worden, leggen daardoor minder eieren en dat betekent op termijn dat de scharrelkweker minder in het laatje krijgt.  Om te voorkomen dat de eierenboer, zonder actie te ondernemen zijn kip met de gouden eieren zou slachten, koos hij snel eieren voor zijn geld. Als een kip zonder kop gaf de Nederlandse kiekenbaron zijn scharrelkippen een ‘anti bloedluis bestrijdingsmiddel Fipronil douche’. Nederland stond op zijn kop! Volgens het Nederlandse voedselagentschap was er Fipronil vergif in de eitjes terechtgekomen en dat was gevaarlijk voor de volksgezondheid. De Belgische pluimveehouders zouden het gifbadschuim niet over hun kakelhennen gesproeid hebben maar er alleen de nesten, zitstokken en voederbakken in de kippenhokken mee behandeld hebben. Toch kwam er een hoeveelheid mijtenshampoo in onze Vlaamse eitjes terecht. Het Belgisch Voedselagentschap, dat al meer dan twee maanden hiervan op de hoogte was, beweert echter dat er met onze eitje niets gevaarlijks aan de hand is. Wij mogen lustig ons gekookte eitjes blijven uitlepelen en probleemloos ons cholesterolgehalte blijven opdrijven. Als U dan zo, ’s zondagsmorgens uw reepje brood in de gele dooier duwt, denk U dan nu ook niet spontaan aan een geel zwavelmeer?  U kan er vergif op innemen dat U onmiddellijk verbanden gaat leggen met de volgende eigerechtjes: Opgelet, dit wordt een kippenboeren-gif-omelet! Of er is geen smaakverschil aan een roerei met Fipronil. Of een broodje Russisch ei op een bedje van sla met mijtenvergif.  Ei benedict, ‘t is nu geen mosterd maar Fipronil dat pikt. Gebakken paardenoog, sunny side up, met snuifje zout en gemalen mijtenkorrels. En als dessert meringues met bloedluizensuiker.
De Fipronil fraude is stukken groter dan gedacht. De pluimveesector beweert dat de kippenboeren heel goed wisten waarmee ze bezig waren en nu worden de voor de bevolking ‘onschadelijke’ vergiftigde eieren alsnog uit de Belgische winkelrekken gehaald en preventief vernietigd.
Zijn wij zulke zachte eitjes geworden, dat wij alles letterlijk en figuurlijk blijven slikken? Dioxinekippen, gekke koeienbiefstukken, slechte kwaliteit olijfolie met een label van extra virgine, hinnikend paardenvleesgehakt in de rundvlees-hamburgers en diepvrieslasagnes,  salmonella in de zalm, nepchianti in de wijnrekken, kortom fraude, list en bedrog op ons bord…en dit alles voor het grote geld.
En dan stellen wij ons plots de vraag, waar komen toch al die kankers vandaan? Ach ik heb deze ochtend lekker een zachtgekookt eitje weg gesopt en ik voel me nog steeds kiplekker en U??




Sim, 5 augustus 2017

zondag 16 juli 2017

DE HEILIGE KOE

Nog maar een paar jaren geleden, bevestigden wij onze fietsen achter aan de auto vast en reden richting één of ander fietsparadijs. Nu, vandaag de dag, draaien wij onze straathoek om en staan in de file. Of je nu rekening houdt met de huis- werk- spitsuren of niet, om de hoek sta je stil. Want er zijn veel teveel mensen en veel teveel auto’s.  Als wij op familiebezoek willen gaan, van de zuid-  naar de noordkant van Antwerpen, rekenen wij er sowieso al een half uur extra rijtijd bij, want je mag door de drukte op de autostrade op sommige stukken nog amper 70 km, in plaats van de toegelaten 120 km, per uur rijden. Kriskras wriemelen de wagens van het ene naar het andere baanvak, want het lijkt er immers altijd op, dat waar jij rijdt het veel trager en soms helemaal niet vooruitgaat. Met een beetje geluk rij jij zelf juist voor die ene wegpiraat die zigzaggend, zelfs over de pechstrook, van rechts naar links een ongeval uitlokt en de autobaan na zich, in een regelrecht compleet verkeersinfarct achterlaat. Want er zijn teveel mensen, teveel auto’s, teveel files en teveel wegpiraten . Als je vanuit het Antwerpse een daguitstapje naar de Belgische kust plant, moet je  alle inzittenden voor de rit onderweg van een noodrantsoen eten en drinken voorzien. Al snel wordt het drie uren autostradebumperen in de blakende zomerzon. Gezellig kleef je uren achteraan dezelfde auto, waar lieve kindjes door de achteruit wuiven, obscene gebaren maken of je het vingertje geven. Per meter vooruitgang, houd je het hart vast, want in de achteruitkijkspiegel, zie je telkens die vrachtwagenmastodont gevaarlijk dicht achter je bumper remmen. Als je twee linkerbaanauto’s voorbij treuzelt, kom je steevast telkens opnieuw naast die ene neuspeuteraar of die rijdende daverende discobarbolide te staan. Op de autoradio kwebbelt een stem een tiental minuten de verkeersinformatie en alle files aan elkaar. Zij vertelt je, veel te laat, juist voorbij die ene afslag, waar je het beste de autostrade kon verlaten. Volgens de radiodame zou je dan uiteindelijk langs de gewestwegen, door steden en dorpjes, via rotondes en verkeerslichten sneller je eindbestemming kunnen bereiken. Wie had er jaren geleden gedacht dat het woordje “snelweg”  de autolading helemaal niet meer zou dekken. Want er zijn teveel mensen, teveel auto’s, teveel files, teveel wegpiraten en teveel vertragingen. Als je de pech hebt dat je gemeente bestuurt wordt door een “Groene”, dan zie je al snel dat alle tweebaanswegen, waar je vroeger vrolijk door kon rijden, herschapen worden tot één- baanvak trajecten waar, de kop staart aanschuivende auto’s, de bestuurders met de meest uiteenlopende uitlaatgassen elkaar trachten te vergiftigen. Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen en teveel versmallingen. Ook in onze achterafstraten worden er, om het verkeer te vertragen, veel te hoge drempels aangelegd, waarover je, als je er iets sneller, dan de toegelaten 30 km per uur, overheen gaat, als een stuntrijder omhoog gekatapulteerd wordt. Een ietwat geoefende fietser zoeft je met zijn twee vingers in zijn neus vrolijk voorbij. Want er zijn te veel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen en teveel drempels. Nu moesten wij laatst van Edegem richting Boechout rijden om iets uit de caravanstalling te halen. Maar in de gemeente Hove, die er juist tussenin ligt, presteerde men het, al meer dan anderhalf jaar, overal wegdek- en rioleringswerken tegelijkertijd uit te voeren en allerlei omleidingen uit te stippelen. Langs dit omleidingsparcours stonden er, om en om, langs beide kanten van de rijbaan overal ineens gigantische betonnen geel geschilderde bloembakken, zonder enige reflecterende signalisatie. Als een rallyrijder moest je door de velden, tussen de boerderijen en recente nieuwbouwwijken slalommen. Bijna verwonderlijk dat hier ’s nachts niet meer bloempotcrashes voorkomen. Een ritje dat je, normaal ruim berekend, op maximaal 20 minuutjes reed, duurde nu meer dan één uur en twintig minuten. We hadden het gevoel dat we heel Vlaanderen gezien en bereden hadden, want ergens onderweg was er in geen einde en verte nog een omleidingssignalisatie te bespeuren. Verder wordt je ook constant door een doemdenker weerman aangemaand niet met je wagentje de weg op te gaan als er ergens ten lande een onweersbui of sneeuwvlaag kon vallen of indien bevroren ijzel het wegdek in een ijsbaan kon veranderen. De strooiwagen kan dan immers ook niet strooien, want hij staat in de file. Als je dan toch, op eigen risico, meer varend, schuivend en sleerijdend, besluit met je auto aan te sluiten aan de meest dramatische langste file ooit, dan kan je alleen maar hopen dat je zonder enige blikschade je eindbestemming bereikt.
Ook in Antwerpen graaft men alle straten tegelijkertijd open. Het is zelfs zo erg dat mensen die in de haven werken nu niet meer met de auto op hun werkplek geraken, zonder eerst een rondje sightseeing fileleed te ondergaan. Sommigen hebben, uit pure ellende, zich een elektrische fiets aangeschaft waarmee ze langs de omgespitte putstraten kunnen manoeuvreren. Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen, teveel drempels, bloembakken en teveel omleidingen. En juist nu wordt die brug over het kanaal afgebroken, die ene brug die voor de inmiddels helft fietsende Antwerpenaren een behoorlijke shortcut bleek te zijn. Tot maart volgend jaar moeten ook de E-bike trappers een alternatieve fietsroute uitdokteren. Als je dan toch besluit, omdat je fiets ergens gepikt werd, opnieuw met je autootje richting stad of haven te pendelen, ben je uren zoet met het vinden van een parkeerplaats. Je bent in een wip een fortuin kwijt aan parkeergarages, parkeermeters of boete schrijvende parkeerwachters.  Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen, teveel drempels en bloembakken, teveel omleidingen en te weinig gratis parkeerplaatsen. Als enige tijdrovende alternatief heb je dan nog het openbaar vervoer. Dus je stapt op bus en tram en laat je statussymbool onbewaakt op je oprit of in je straat geparkeerd staan. Bij je thuiskomst kan je dan alleen maar vaststellen, dat tijdens je afwezigheid, dieven,  je velgen, je voor- of achterbumpers van,  en je gps- systeem, je radio, zelfs je airbag en stuur uit je auto gestolen hebben. Je auto-onderdelen rijden nu vermoedelijk, gedemonteerd, in een Oostblokvrachtwagentje richting rommel- of zwarte markt . Want er zijn teveel mensen, teveel files, teveel wegpiraten, teveel vertragingen, teveel versmallingen, teveel drempels en bloembakken, teveel omleidingen, te weinig parkeerplaatsen en veel te veel crapuul. Je wordt nog aangemaand om een nieuwe minder vervuilende auto te kopen, zodat je zonder problemen in de Antwerpse lage emissie zone binnen mag, maar je kan er nergens meer mee rijden, laat staan parkeren! Iedere burger zijn eigen auto. En daarom staan we nu met zijn allen uren met onze auto’s en camions benzine verdampend in de rij, stil, heel stil, onbeweeglijk, onveranderlijk, roerloos, stokstijf stil…
En juist op het moment, als je dan uiteindelijk uit pure ellende beslist om je auto dan maar aan de kant of in je garage te laten staan, je de wandelschoenen wil aantrekken en te voet in de omgeving wil gaan rondstappen, valt er de jaarlijkse autoverzekering en de autobelasting in de brievenbus, de heilige koe moet gemolken worden….Want met die taks moet men de straten vernieuwen, versmallen, overal drempels en bloembakken plaatsen, omleidingen aanleggen, weg- en rioolputten graven, aan elke nog vrije parkeerplaats parkeermeters plaatsen en de lonen van de parkeersmurfen betalen..


Sim, op zondag wandelend door Edegem     16/7/2017

maandag 10 juli 2017

STRINGELING

Het is midden juni en de oceaan is al behoorlijk opgewarmd. Het is de eerste keer dat wij zo laat op het seizoen op Tenerife zijn. Voor het eerst zien we de lokale bevolking tijdens de weekeindes naar de strandjes naast het stadje Las Galletas afzakken. In de voor ons, in de winter, zo verlaten kreekjes krioelt het nu van locals met tentjes, picknicktafels, bbq’s, kinderen en honden. Bijna nergens op de toeristische stranden van Los Cristianos of Playa, zag je ze, maar hier kan je er niet naast kijken. Het lijkt plots alsof de tijd hier een 3decennia heeft stilgestaan. De revival van de monokini-string !
Zo’n dertig jaar geleden moesten wij vrouwen op de zuiderse stranden  allemaal met de billen bloot. Nu hadden wij eerst jaren besteed aan het bruinen van onze twee koplampen en nu kwam daar zo’n blote-gat-mode bij.
Alvorens wij onze eerste stappen met zo’n kontreepje op een zonnig strand zouden zetten, gingen er eerst maanden van voorbereiding aan vooraf. Er werd gedieet, vetverbranders, hongerstillers en waterafdrijvende pillen geslikt. Wij gingen naar de fitness en onder de zonnebank en tubes zelfbruinende crèmes en tonnen afslankzalven werden tevergeefs over striemen en cellulitis gewreven, om toch maar straks met dat strakke kontje langs de vloedlijn te kunnen lopen. Maar doordat onze vooruitstekende en achterste lichaamsdelen praktisch nooit voorheen aan de zon blootgesteld werden, bleven ze dan ook, al onze inspanningen ten spijt flauw roze afgietsels in plaats van een Cécémelk- kleurige borstpartij en een krokant chocoladebruin  poepegatteke.
En dan was daar eindelijk het vakantiemoment, dat je op de allereerste dag in monokini met je allereerste reetveter en met je alsnog uiterst melkwitte toeters en je marmerwitte krentenbroden in de brandende zon richting zee kon schuifelen.
Als je na het zwemmen als een halfblote nimf uit de golven herrees en je de sexy, geile machoblikken van de mannelijke zonnebaders langs je lichaam voelde glijden, ging je heupwiegend terug richting strandhanddoek. De ellende begon maar pas als je je per ongeluk naast je badhanddoek in het warme zand liet neervallen. Nat zand schuurde van voor naar achter tussen je zwetende twee konthelften en maakte je doos en je plooirokje tot gloeiende vulkaanrandjes. Je kon aan die gatflosser trekken zoveel je wilde, met elke beweging striemde de binnenkant van je dijen van blaarroze tot ‘rauwrood’.  Na een dagje zonnen kan ik jullie verzekeren dat de aftocht met je twee flashy voorbumpers en een duo knalrode krentenbollen richting douche een martelgang bleek te worden. Het leek alsof er een fietsketting tussen je twee halve manen op en neer ging. Al meteen na de eerste stranddag werd het stringmarteltuigje verbannen en kwam de oerdegelijke bikini terug uit de koffer.
En nu, op dit Tenerife strand, leek het alsof de modewereld eventjes 30 jaar had stilgestaan of dat deze Canarische dames de renaissance van de string een nieuw leven inbliezen. Een nieuwe tendens was gezet. Er waren geen bikini ensembles meer te zien, maar de boven- en onderkanten moesten minstens in twee totaal verschillende kleuren of diverse designs hebben.
Jong, oud, anorectisch, mager, perfect geproportioneerd, mollig, dik en moddervet, iedere vrouw met een tatoe op zijn gat had zich in een monoreepje gewurmd. Tatoeages van een scheelogend madonnahoofd, een Jezus of indianenkop, een christelijk kruisbeeld, Micky Mouse (die volgens mij eerder vooraan had moeten staan), een adelaar, hartjes met letters, allerlei bloemen en onleesbare tekens versierden de halve manen. Soms was de tatoeage-inkt zodanig uitgelopen, dat er alleen nog een handgrote blauwzwarte vlek op de kwabberkonten te zien was. Diegenen die zich nog niet aan het kontkoordje waagden, hadden tekens en teksten op hun armen, buiken of kousenbanden op hun benen staan. Het was onsmakelijk leuk als je zo’n vier prentenboek beschilderde stringelings naast elkaar met de voeten in de branding zag staan. Een beweeglijke cartoon.  Nog leuker werd het als ze zich naast elkaar in het water en daarna in het warme zwarte lavazand lieten zakken. Daarna was er altijd wel een Spaans machomannetje dat zich overgaf aan de plaatselijke sport, het naar elkaar gooien van zwarte lavamodder.  Frunnikend aan het schurende konttouwtjes en met een pijnlijke grijns liepen ze over de vulkaanstenen terug naar hun strandplaatsjes.
Ik had meteen een binnenpretje. Ik wist al hoe hun dag zou eindigen..net als de mijne zo’n 30 jaar geleden, met woest ontstoken dij binnenkanten…vanavond zou er niet gevogeld worden.

Sim, zonder string, terug uit Tenerife 8/7/2017




zaterdag 24 juni 2017

WANNEER GAAN DE 'GELOVEN' ER EINDELIJK AAN GELOVEN?

Elke week lezen wij in de kranten of horen wij op het journaal wel items waar  spontaan onze broek van afzakt. Als ouders, voor het beginnen van het is eender wettelijke Belgische vakantie, hun schoolgaande kinderen enkele dagen vroeger thuishouden, omdat dan de vliegtuigreizen nog betaalbaar zijn en omdat het dan een goedkoper vakantiebudget betekent, juist dan wil de Minister van Onderwijs dit absenteïsme bestraffen. Als het Islamitische Offerfeest juist voor de eerste wettelijke schooldag in september valt, dan gaan sommige scholen de aanvang van het schooljaar enkele dagen later laten starten!! Begrijpen wie begrijpen kan. Duidelijk twee maten en twee gewichten! Als er in Londen een volledige woontoren afbrandt, is er in einde en verre, zelfs geen eerste minister te bespeuren om met de slachtoffers te praten. Als er een Brit aan een moskee een aantal islamieten omver tracht te kegelen, dan staat daar ’s anderdaags kroonprins Charles op de drempel om met de plaatselijke imam te overleggen. Dit zijn zo van die ‘desintegratiepamperregeltjes’ die de autochtone Europeanen in de gordijnen jaagt.
Deze week blies Islamitische Staat hun eigen werelderfgoed, hun toren van Pisa, de scheve moskee van Mosoel op. Het was duidelijk een explosie die van onderaan kwam en geen bombardement, waarvan ze beweren dat de US of de coalitie ze uitgevoerd zouden hebben. Is dit misschien een voorbode van een aantal in de toekomst, IS aanslagen op Roomse kerken? Ach IS strijdertjes, maak geen onschuldige slachtoffers! Ergens in Midden Europa ligt het rijkste ministaatje ter wereld. Daar zit zo’n Rooms Christelijk kliek in een basiliek, volgens de islam ‘ongelovigen’ pedofielen, homofielen en seksloze mannen bij mekaar…Oei, oei, Ik werd duidelijk slecht begrepen, want ik las juist deze ochtend in de krant dat een groep terreurbomgordeldragertjes de Grote Moskee in Mekka wilden opblazen. Jezus..ik bedoelde bij MEKAAR en niet MEKKA!Vindt jullie grote baas het nog steeds oké, dat jullie elkaar nu beginnen uit te moorden?      
Nergens horen wij of ze zelf nog in de moskee van Mosoel aanwezig waren. Het gaat daarboven in de Allah- hemel uitzonderlijk druk worden. Ik kan best begrijpen, dat de 72 maagden, bij het horen dat er weer zo’n 150 à 200 uit elkaar gereten martelaren, naar boven komen zweven om hun orgasmen op te eisen, acute of chronische hoofdpijn of zelfs migraine gaan voorwenden. Of spreekt men al van maagden als het om acht- en negenjarige kinderen gaat?  Zat daar een paar eeuwen geleden toch niet zo’n pedofiele moslim, met een negenjarig kindbruidje in de woestijn de ware islam te prediken? Moesten daarom de vrouwen volledig gesluierd rondlopen omdat hij het aanzicht van een echte vrouw niet kon verdragen?
Wanneer gaan ‘de geloven’ er nu eindelijk eens aan geloven?
Nog nooit werden er zoveel oorlogen gevoerd, waren er nooit meer religieuze vluchtelingen en werden er mensen vermoord, als in de naam van één of ander geloof!
Vanaf het moment dat de mensen op aarde kwamen en ze hun één hersencel probeerden te gebruiken, moesten zij in iets bovennatuurlijks kunnen geloven. Zij konden zich niet inbeelden, dat er niets meer na dit leven kwam. Dat zij gelijk waren aan de olifanten, tijgers, koeien, varkens, vogels, muggen en vliegen. Dat, gedaan ook daadwerkelijk gedaan was. Dus als er ergens een schizofrene stemmen horende jandoedel, in een barre zandvlakte wat stond te oreren, zagen ze er onmiddellijk het teken van de hemelgoden in. Al diegenen die daar macht en geld inzagen, applaudisseerden op de achtergrond mee en zochten stante pede naar een welwillende uitgever om een paar  horrorsprookjesboeken uit te geven, die als leidraad door het godvrezend volkje  moesten gelezen worden.  Wie er nadien op het idee gekomen was, dat Roomse Katholieke mannen niet meer mochten neuken, is een raadsel. Welke gezonde man doet vrijwillig afstand van het plezier dat God aan hen geschonken heeft..’gaat en vermenigvuldig U’…
Als dan zo’n religieuze kerel, zonder ooit gepijpt te zijn geworden, na jaren van devote onthouding, uiteindelijk de pijp uitgaat met zijn eerste en waarschijnlijk ook zijn laatste orgasme, denk hij dan niet; “Hoc notum nisi me!”  Had ik dat maar geweten!
De Joodse, moslim, gereformeerde en evangelische antiseks verenigingsregeltjes, die zeggen dat er voor het huwelijk niet aan elkaar gefrunnikt mag worden, zijn toch werkelijk om te lachen. Eens deze godsvruchtige jongeren het boterbriefje kunnen klasseren, gaan ze als konijnen te keer en proberen op zo’n kort mogelijke tijd zoveel mogelijk toekomstige geïndoctrineerde kindjes op de wereld te zetten, die er dan weer voor moeten zorgen dat hun godvrezende clubregeltjes nog eeuwen blijven bestaan.
Hoeveel pretentie moeten deze religieuzen hebben om te beweren dat alleen hun godsdienst de enige echte religie is en hun god de enige ware.
Hoeveel arrogantie om te pretenderen dat atheïsten niet kunnen weten dat er geen God en geen hemel is en dat zij dit dan maar eens zouden moeten  bewijzen...Imaging there is no heaven, above us only sky! De ongelovigen moeten het grote niets bewijzen??
Heeft          Einstein soms zo’n een natuurwet uitgevonden? Dit bewijs vragen de vrome simpele van geest, die overtuigd zijn, dat er in de Allah- hemel, telkens een verzameling van 72 nieuwe maagden klaarstaat die hun uiteengereten, gebombardeerde en afgestorven ledematen alsnog moeten proberen te bevredigen. Door joden, die hun volledige leven in functie stellen van het hun beloofde hiernamaals. Door kerkse mensen die nog steeds geloven dat er eeuwen geleden een loebas opstond die water in wijn kon veranderen, die met een simpele handoplegging mensen kon genezen, over water kon lopen, zijn grafsteen kon opzij duwen en vleugelloos ten hemel ging…Ja inderdaad ook de atheïst kan ergens in ‘geloven’; in de natuurwetenschappelijke verklaring en bewezen evolutietheorie. En spijtig genoeg lijkt, volgens ons, de evolutie van de mens stilaan de verkeerde kant op te gaan..terug naar af.

Maar gisteren gebeurde er iets verbluffend, manlief riep God aan! Ik dacht eventjes dat de hemel zou invallen. Wij hadden ons huurautootje ergens geparkeerd en waren met stoeltjes, parasol, pak en zak de lavaheuvel naar het strand afgedaald. We hadden net onze strandstoeltjes opengeklapt, toen manlief zijn short wou uitdoen en aan mij vroeg op ik de autosleutel had..Niet dus..en toen gebeurde het! Manlief riep, God, God, godmiljaarde, God, godverdomme, godjummenas er is een gat in de zak van mijn short. Zonder iets tegen mij te zeggen, keerde manlief terug op zijn passen, klom, terwijl het 35 graden in de schaduw was en met anderhalve revalidatielong terug de helling op. Ik berustte al een beetje in het lot, want door de jaren heen waren er al diverse, petten, truien, mobieltjes, sleutels en autosleutels ergens ten velde verdwenen, maar soms ook wel al eens teruggevonden. Na een tiental minuten stond manlief, als Mozes, terug boven op de berg en wuifde met in de ene hand de autosleutel en aan de andere hand een opwaartse duim..Als je maar hard genoeg roept, helpt God misschien soms wel een beetje, of niet?


Sim, Tenerife 24/6/2017