donderdag 28 september 2017

HET KUNNEN NIET ALLEMAAL JOVIALE KAMPEERNEDERLANDERS ZIJN...

Op de terugweg naar het noorden, hadden wij ons op de camping te Tournus, al een plaatsje voor één nacht mogen uitzoeken, inschrijven zou na de lunch gebeuren. Toen ik ons later aan de campingreceptie aanmeldde, kwam er een volgende caravan de camping opgedraaid. Een ventenkop-haartooi- vrouw kwam de receptie binnengestoven, duwde me bijna omver en kwetterde in het Hollands-Frans: ‘Amplasemant ici, oké amplasemant?’, terwijl ze druk met haar arm naar hun caravan zwaaide.  De man achter de receptie bleef heel kalm en zei dat ze eventjes moest afwachten want dat hij nog met een vorige cliënt bezig was, maar dat zij straks aan de beurt was. Ik vermoedde dat ze niets van het Frans verstaan had, maar ze draaide zich hevig zuchtend om en haar mond vertrok in een grimmig ontevreden streepje. Ik dacht nog: ‘Wat lijkt me dit een kreng, je moet er maar mee op vakantie en in het zelfde caravanbed moeten slapen’. Ik had nog niet het hele verhaal aan manlief vertelt en zat nog net niet naast hem in het zonnetje voor onze caravan, toen de Nederlandse sleurhut juist naast onze caravan tot stilstand kwam. Het ‘amplasemantkreng’ kwam op ons af en vroeg of wij onze caravan niet ergens anders konden neerzetten. Wij bekeken elkaar, vroegen ons af of we dit wel juist gehoord hadden en negeerden de nieuwkomers een beetje. Op de ganse camping waren er op de kop af vier plaatsen bezet en zo’n honderd kampeerplaatsen vrij. ‘Nou,  hoe lang blijven jullie hier staan?’’ Wij staan hier voor één nachtje en gaan morgen weer verder noordwaarts’. ‘Wel, wij staan elk jaar steeds een paar nachtjes op deze camping en wij staan altijd op dit plekje!’ “Wel, zei manlief, dan zal U deze keer eens op een ander plekje moeten gaan staan, keuze genoeg, kijk maar,  alles vrij” “Maar wij hebben een goede rede om altijd op deze plaats te staan!” Mijn fantasiehoofd sloeg op hol. Ik kon wel duizend redenen bedenken waarom dit zeurvrouwtje juist op onze plaats wou staan. Misschien had één van beiden een prikkelbare darm of de ziekte van Crohn en moesten ze om de haverklap naar de toiletten lopen? Maar we stonden helemaal niet zo dicht bij het sanitair er waren er minstens tien veel dichter! Misschien had één van beiden pleinvrees en kon de camping niet diagonaal richting douches overgestoken worden? Was er misschien sprake van een milde vorm van claustrofobie omdat er onder een boom moest gekampeerd worden?  Hadden zij, ergens in het verleden, de as van hun overleden hond juist op kampeerplaatje 46 uitgestrooid? Of  stonden ’s nachts op deze plek de sterren in de juiste verhouding tot elkaar, zodat mevrouw met haar overleden zuster kon communiceren…Ik kon nog wel duizend fantasieverhalen bedenken, maar hield wijselijk mijn klep dicht, want het caravanwijf begon, omdat ze zag dat wij totaal niet reageerden, met een verbitterde streepjesmond opnieuw hoog van de Hollandse toren te blazen: ‘Nou Gerrit, wij staan altijd op deze plek,niet, zeg het ze dan! Steeds wanneer wij op deze camping overnachten, staan wij altijd op deze plaats, nummer 46, al jaren!’ Gerrit knikte heel overtuigend.
Manlief bleef heel rustig onder het Nederlandse offensief, haalde zijn schouders op en reageerde wat korzeliger: ‘En wat is dan die goede rede waarom U steeds op plaatsje 46 moet staan Mijnheer?’ Hierop riep Gerrit: ‘Nou Mijnheer, dat ga ik dus niet aan Uw neus hangen, dat ben ik helemaal niet aan U verplicht!’ Manlief zijn stemgeluid ging nu ook een beetje de hoogte in.‘Hebt U dan een reservatie gemaakt? Neen? Bent U eigenaar van dit stukje campinggrond, neen, spijtig dan..maar wij stonden er eerst en blijven hier staan. Het was al verwonderlijk dat deze nare Hollander ook Gerrit heette, want de Gerrit die wij kenden, was een uiterst fantastische Nederlander. Ook begon ik al een beetje nieuwsgierig en met andere ogen naar ons plaatsje 46 te kijken. Wat kon hier nu zo speciaal aan zijn. Het was gewoon een plekje als alle andere kampeerplaatsen.
Nu kunnen wij aannemen dat wanneer je al jaren een ganse vakantie doorbrengt op één en dezelfde camping, je heel graag steeds op datzelfde kampeerplaatje wilt staan, waar je elk jaar je terugkerende vakantievrienden opnieuw aantreft. Dat ene vertrouwde kampeerplekje, op een mooi horizontaal grasperkje, waar je in het zonnetje of bij hitte lekker onder een boompje in de schaduw kan kruipen, kortom het ideale caravanplekje waar je je thuis voelt. Zulke plaats reserveer je dan ook ruim op voorhand! Dat je zulke trammelant gaat maken op een transitcamping, waar je hoogstens één, twee of maximaal drie nachtjes onder zeil gaat, dat is voor ons onbegrijpelijk. Manlief ontplofte bijna en riep: ‘Mijnheer U bent een echte zeikerd, de camping is nagenoeg leeg, kijk, alles vrij, kies een andere plaats, wij blijven staan, punt’. De Nederlanders, die juist naast ons kampeerden en die de discussie grinnikend gevolgd hadden, maakten met hun wijsvingers het universele ‘die- zijn- zot- gebaar’. Ik kon het verbitterde Hollandse zeikvrouwtje bijna niet meer aanhoren en deed een paar passen in haar richting. Eventjes zag ik haar ogen oplichten, toen ze dacht dat ik haar alsnog het verlossende antwoord kwam brengen, dat we dan toch zouden verkassen, maar het enige wat ik zei, was: ‘Hopelijk hebt U, nu U op zo’n wereldvreemde plek moet kamperen, alsnog een goede nachtrust!’ Gerrit kroop mokkend terug in zijn auto en trok zijn caravan vier plaatsen verder. Maar zijn halve trouwboekvrouwtje wist van geen ophouden en krijste nog naar manlief: ‘Nou, U bent een typische asociale Belgische hufter, ga op de markt wat staan roepen’! Dat is weer wat nieuw. Nu is manlief door Nederlanders al met Tom Jones vergeleken en vinden sommigen dat hij met dezelfde humor en met hetzelfde stemtimbre van Urbanus praat. De meeste Nederlanders, die wij kennen, vinden ons echte gezellige sociale Bourgondiërs. Ook hebben wij aan onze meeste verre reizen en kampeervakanties een hele leuke bende Nederlandse vrienden overgehouden. Maar dit hadden we nog niet op het palmares staan;  Manlief is een typische asociale Belgische hufter…! Mogen wij dit als een racistische uitroep betitelen? Dit kutkampeervrouwtje viseerde met haar uitroep wel een ganse Belgische gemeenschap! Een hoop Belgen zullen zich hierdoor vreselijk gekrenkt voelen. Moest de Antwerpse burgemeester De Wever zo’n uitspraak doen, dan stond gans België en de ganse politiek op stelten!
Toen wij de volgende ochtend, in de dikke mist, met aangekoppelde caravan vertrekkens klaar stonden, moest ik toch de neiging onderdrukken om niet eventjes op hun caravandeurtje te gaan aankloppen met de vraag of ze de nacht alsnog goed doorgekomen waren.
Ik hoop dat de mist, als een dikke erwtensoep, minstens drie dagen en nachten boven Tournus blijft hangen, dat ze op plaatsje 50 opgevreten worden door de muggen, dat ze diezelfde dag nog omringd zouden worden door tien gigantische  caravans en megacampers, met de meest luidruchtige Belgen, dat ze op weg naar huis, vanaf het moment dat ze de Belgische grens overgaan, bumper aan bumper oeverloos moeten aanschuiven tot aan de Nederlandse grens. Voor deze laatste toverbezwering zal ik niet heel erg mijn best moeten doen, want iedereen die langs Wallonië het land binnenrijdt, staat uren stil aan wegwerkzaamheden waar je drie man ziet werken!

Sim, echtgenote van de typisch asociale Belgische hufter,  Liverdun 27/9/2017

                                                                                              

maandag 18 september 2017

KWAK KWAK, DIE EEND IS DOEIT!

I
Iedereen die fan was van Toon Hermans, kent zeker nog zijn fameuze zinnetje: ‘Die duif is doeit!’ Wel hier, in Grau du Roi in de Langedoc, is het van: ‘Die eend is doeit!’ En niet alleen de eend, maar ook het warme zomerse septemberweer is volledig dood! De twee laatste weken van augustus waren in de Ardèche zo loeiheet, dat je speeksel in je mond verdampte. Je haardos verschroeide en je mond riep constant om water. Met 38 graden in de schaduw en 48.8 graden in de zon, kon je amper je ene voet voor de andere zetten zonder blaren op je voetzolen te krijgen. De enige optie was je in de rivier onderdompelen, die als warm badwater aanvoelde. Maar hoe meer de dagen vorderden hoe meer ook in de Ardèche de herfst voelbaar werd en de bomen vroegtijdig verkleurden. De eerste week van september werden we na een paar zonnige dagen aan de Middellandse zeekust al na een paar dagen getrakteerd door de Tramontan, de koelere wind die zich in de Pyreneeën opbouwde en die nu over de stranden raasde. Eens die wind tot rust kwam, dreven er sombere grijze wolken over het normale door de zon overspoelde toeristenstrand en was er nu en dan een wolkje dat persé het vakantiegevoel moest weg pissen. Zoals in de meeste streken van Europa, was ook hier in mei en juni het toerisme veel te vroeg verzomerd. In juli en augustus was de natuur door de regenloze hitte in recordtempo gewoestijniseerd. Volgens de niet tevreden lokale horeca waren de Franse en Europese toeristen verder richting Spanje getrokken. Dat was natuurlijk niet alleen te wijten door de extreme hitte maar tevens door de in de horeca tot afpershoogte aangepaste drankconsumptieprijzen. Het was tot hiertoe het eerste jaar dat september in zuid Frankrijk niet meer het eeuwige zomerse seizoen was, er een extra dekentje op het bed gelegd moest worden en wij ’s nachts de pyjama moesten uitgraven. Gedaan de zwoele zomeravonden en terwijl er deze ochtend met amper een 15 a 17 graden een zeikregentje op de caravan neer druppelde, leek het er meer op dat we in de Ardennen kampeerden in plaats van aan de Middellandse zee. Een langebroeken- en fleecetruitjes-wandeling op de promenade in het mondaine La Grande Motte had meer weg van een winterse Noordzee dijkwandeling in Knokke. Misschien dat de uitlopers van de Amerikaanse tornado’s wereldwijd zo’n luchtveranderingen teweeg brachten, dat men ook hier van een degelijke klimaatwijziging kan spreken. En daardoor zijn de eenden er misschien vroegtijdig van door gegaan, gone with the wind! In het zuiden van Frankrijk is het jachtseizoen al enkele dagen geopend. Regelmatig horen wij heel vroeg in de ochtend geweerschoten. Waar die jagers nog achteraan gaan is ons een raadsel, want buiten een paar meeuwen, mussen, flamingo’s en kraaien hebben wij hier in de directe buurt van de camping nog geen enkel opjaagbaar diertje kunnen spotten. De eendenpopulatie heeft waarschijnlijk een vakbond opgericht en onder impuls van een paar heethoofden het zuidelijk Franse halfrond voortijdig verlaten. Noch in de lucht, noch in de vijvers en al helemaal niet in blik ‘Les saveurs du territoir’, bij de Lidl supermarkt, is er nog een eend te zien, laat staan een ingeblikte eendenbil te vinden. Alle nabije kustfilialen van de desbetreffende supermarkt hebben wij bezocht,met een arendsblik en met een vergrootglas als een echte Sherlock Holmes de rekken afgeschuimd,  maar nergens was nog een goedkope versie van ‘confits de canard’in de schabben te vinden. Duurdere blikken in super dure supermarkten deden ons nog wel eventjes twijfelen, maar voor die prijs kan je ze rond kerst ook bij ons in België in de betere detailhandel vinden. Alle vorige septembervakanties namen wij, neen dat is totaal niet het juiste werkwoord, sleurden wij een grote voorraad ‘eendenbilletjesblikken’ voor etentjes met de ganse familie en vriendenkring in onze caravan mee de grens over. Lekker makkelijk klaar te maken. Blik opendraaien, eendenvet verwarmen, afgieten en bijhouden, de confits in de microgolfoven opwarmen, kleine aardappeltjes in het vrijgekomen eendenvet bakken, wat champignons of rode kool erbij of lekkere knapperige Belgische frietjes en taddaa, je fabriceerde à la minute een menu met Likoké, Oud Sluis, The Jane of Fornuis allures. De thuisblijvers zullen nu wreed teleurgesteld zijn! Deze keer hebben wij onze wagen volgeladen…met vissoep, olijven met ansjovissmaak, nougat de Montelimar en oude wijven…als ze aan de markt kwamen, begonnen ze te kijven van…geen confit meer te vinden!
Ach ik heb er begrip voor dat die eenden elkaar er zo snel mogelijk kwak, kwak van op de hoogte brengen om er als de bliksem van vanonder uit te muizen. Ze worden massaal zij aan zij in een schuur opgehokt, hun lever zodanig opgepimpt zodat wij die als een foi gras-crème, met een uiencompôtje of een veenbessenconfituurtje als delicatesse op onze toastjes kunnen smeren. Ofwel belanden hun lijfjes als magrêts in de koeltoog (ook lekker met warme mango schijfjes in wijnsaus met honing) of  duwt men hun billen, met hun eigen vet, in een blik. Maar zoals reeds eender gezegd, is het aanbod drastisch teruggeschroefd.  Geen goedkope ‘confits de canard’ meer te vinden. Ofwel werden de eenden de voorbije jaren door een jagersbende compleet uitgemoord, ofwel hebben ze voor het jachtseizoen het hazenpad, sorry eendenpad,  gekozen. Misschien is de Lidl supermarkt er nu eindelijk na jaren achtergekomen, dat deze 6 Euro kostende blikken met een inhoud van 4 billen, massaal buiten gesleurd werden door de restaurants in de buurt, waar ze als locale superlekkernij aan 15/20 Euro per bil op het menu werden gezet. De grootste afzetters, en jullie mogen dat woord ook letterlijk nemen, waren voornamelijk de marktkramers. Deze laatste weekten de etiketten er af, plakten er dan een fotokopielabeltje met een Donald Duck-achtig tekeningentje en hun eigen naam op en gingen dan aan E 25 per blik op één of andere artisanale markt hun frauduleus verkregen ‘confits’ als hun persoonlijke klaargemaakte eendenbillen verkopen.  Dus nu, moeten wij, arme caravantoeristen, niet alleen de wind, wolken en miezerregen er bij nemen maar tevens met lede ogen aanzien hoe de ‘smaken van de streek’-schabben’ leeg blijven. Kwak, kwak, die eend is weg, die eend is doeit! Morsdood!


Sim, 18 september 2017

vrijdag 15 september 2017

SATELLIET TELEVISIE OP REIS

Het is niet omdat wij hier in Zuid Frankrijk in de zon liggen te braden, soms wandelen of nu al een paar dagen door de Tramontan wind van onze fiets geblazen worden, dat wij niet graag op de hoogte blijven wat er allemaal in de rest van de wereld en ons thuisland is gebeurd. Via de satelliet halen wij, in onze caravan, om zeven uur het Vlaamse VRT nieuws binnen. Ergernis troef! Zo zagen wij op het journaal de beelden, hoe de politie in Borgerocco weer door de lieverdjes uitgejouwd, geduwd, aangevallen en met eieren bekogeld werden.
Ik kan me niet inbeelden hoe dat dan in zijn werk gaat. Ik veronderstel dat de Borgerhoutse hooligans niet constant met een vol rugzakje eieren rondlummelen tot er misschien eens een politieteam in hun Turnhoutsebaan- buurt komt patrouilleren. Bellen dan die Marokkaanse haantjes naar elkaar: ‘Kom vlug, de politie ‘onze’ vriend is in onze straat een arrestatie aan het verrichten, ’t is weer het moment om ons nog eens negatief in de Antwerpse kijker te zetten! Breng snel allemaal jullie bakje eieren mee, liefst bruine!’  Het ergste van al is het feit dat die kleine crimineeltjes, die een ganse gemeenschap in een slecht daglicht zetten, steeds bij het gerecht bekend zijn en zogezegd opgevolgd worden. Als dan de burgemeester van Antwerpen in een interview, na de terreuraanslagen in Barcelona, opmerkt dat er in Antwerpen in de omgeving van de Turnhoutsebaan ook zo’n duizend soort vriendelijke jongens rondhangen, waarvan men ook  niet, net zoals in Spanje, kan vermoeden dat deze lieve jongens in een mum van tijd geradicaliseerd zouden kunnen worden, dan zijn de linkse journalisten er als de kippen bij om deze uitspraak uit zijn context te rukken en er juist deze ene zin van te maken: “De Wever zegt: Op de Turnhoutsebaan lopen er duizend mogelijke terroristen rond!”  Wie het schoentje past, trekke het aan, maar het zullen heel grote schoenen moeten zijn, want deze probleembuurtmannetjes hebben daar heel lange tenen. In plaats dat deze gemeenschap hun crapuuljongeren bij de oren trekt, hun vertelt dat zulk gedrag in onze cultuur en in hun gemeenschap niet getolereerd wordt en zich voor hun gedrag verontschuldigt, organiseren ze samen met een rood groene linkse wollegeitesokkenachterban een mini-optochtje om aan te tonen hoe mooi en liefelijk het is om in de buurt van de Turnhoutsebaan te wonen. Ze laten geen enkel moment onbenut om regerende partijen pootjelap te zetten en aan te tonen hoe verkeerd de Antwerpse Burgemeester, van een in hun ogen verwerpelijke partij, wel weer geweest is. Met op kop Mita Van der Maat, in een vroeger tijdperk, een redelijke gekende toneelspeelster, die waarschijnlijk nog eens graag voor de camera’s stond, maar die daar in Borgerhout in feite niets te zoeken had, want ze woont zelf in een mooie bel-étage woning in een residentiële wijk in Edegem, waar er praktisch nog geen hoofddoekjesgezinnen wonen. Soit hun Antwerpse burgemeester- afbraakoptochtje heeft niets uitgehaald, want een week later had men hetzelfde eierenkegelende politie-interventie-scenario in deze toffe vreedzame buurt. Als De Wever insinueert dat er een paar duizend lieverdjes op de Turnhoutsebaan rondlopen, dan vergeet hij nog de andere probleembuurten te vermelden, die wij als echte Antwerpenaren jaar na jaar zagen verloederen. De mooie winkelstraten met bloeiende handelszaken, zoals de Antwerpse Kielse Abdijstraat, de Berchemse Drie Koningestraat, de Offerande- schoenwinkelstraat, de Merksemse Bredabaan, de Turnhoutsebaan, de straten rond het Sint Jansplein, Deurne, de Seefhoek en de Stuyvenbergpleinbuurt zag je volledig veranderen in Midden Oosten enclaves. Toen mijn moeder eind jaren tachtig op het Antwerpse Kiel ging wonen, riep daar al een tienjarig jongetje tegen haar: ‘Dat ze daar nogal zouden opkijken als ‘zij’ het later voor het zeggen zouden hebben’ en hij maakte daarbij met zijn duim over zijn keel een onthoofdinggebaar. Waar hoorde zo’n snotneus zulke uitspraken? En bij ons in Edegem, nadat men met de nieuwe sociale woningen ook de sjaaltjesvrouwen en bijbehorende satelliet antennes, gericht op TV Marocco binnenhaalde, riep een blijkbaar nog niet geheel geïntegreerd teenager moslimhaantje, een in korte rok fietsend elfjarig buurmeisje na, dat ze een hoer was! Dus met duizend eventuele probleemjongeren te vermelden, benoemt De Wever nog niet eens het topje van de ijsberg. De authentieke Antwerpenaar, die in den beginne al die vreemde culturen en mensen wilde omarmen, zag het gebeuren, keek ernaar en zweeg want anders kletste de nieuwkomers gesterkt door de linker achterban onmiddellijk met de woorden racist en racisme rond zijn oren.

En dan vandaag hebben wij opnieuw een terroristische islamaanval in de Londense metro via de satelliet binnengehaald. Gelukkig geen doden, maar toch weer een aantal mensen die door die religieuze islamterreur voor het leven getekend zijn. Verdriet, verontwaardiging en ongeloof troef!

Maar het is niet alleen ergernis via de satelliet tv. Soms is het ook heel erg lachen. Moesten jullie ook zo gieren om het toneelstukje van de socialistische Waalse politica Laurette Onckelinx, gekend voor haar viswijvengeroep in de Kamer, die heel emotioneel kwam verklaren dat ze de politiek vaarwel zegt. Spijtig voor ons nog niet onmiddellijk, maar dan toch binnen twee jaar. Er vloeiden nu al wat afscheidstraantjes. Ik moest vooral lachen om de passage, waarmee ze heel emotioneel verklaarde, dat ze zou stoppen voor haar kinderen en terwijl ze een biggelende krokodillentraan wegveegde, herhaalde zij het nog eens opnieuw, omdat het bij ons heel goed zou doordringen: ‘ Voor haar kinderen!’ Kom zeg, die comédienne is binnen 2 jaar een 60 jarige seniorendame..welke kinderen? Nu de PS door alle schandalen, fraude en graai-evenementen in het Waalse landsgedeelte zware klappen krijgt, wil deze diva misschien trachten voortijdig en in alle schoonheid het Franstalige socialistisch zinkende schip te verlaten en eventuele nog mogelijke beerputten met de bijbehorende rioolputgeurtjes gedekt houden. Misschien krijgt ze nog links of ‘zeker niet’ rechts ergens een goedbetaald rood baantje aangeboden. Ik had graag de reactie van, de beste stuurman die aan PS wal stond , Di Rupo willen zien. Kreeg die een hartverzakking toen hij over het nakende afscheid hoorde? Hij heeft, sinds hij eerste minister af en met zijn partij in de oppositie beland is, nog geen Franstalige bek meer opengetrokken. Hij liet gewoon Laurette mitraillet roepen en tieren. Je zag hem, maar je hoorde hem niet meer. Twee naast elkaar zittende vriendinnen, die good cop, bad cop speelden.
Het zal heel stil worden tijdens de vergaderingen van de Federale regering. Als nu die groene Calvo er nog zijn onvolwassen kwek wil houden, dan kan er misschien voor de verandering nog eens echt geregeerd worden. De satelliet tv brengt dus in onze caravan, niet alleen ergernis, verdriet, verontwaardiging en ongeloof, soms mogen de lachspieren ook nog eens werken. Dag Laurette rettekentet.

Sim,  15 september Grau du Roi
 


zaterdag 9 september 2017

DE RARE KAPSELOORLOG

Terwijl de orkanen Harvey en Irma hevig huis houden, blijft de president van de Verenigde Staten volhouden, dat er niets aan de hand is met de opwarming van de aarde. Op CNN toonde men, hoe Trump, de man met een kapsel alsof hij net in het oog van de tornado gestaan had, omringd door een hoop jaknikkers, de ergste problemen van de verwoesting zou oplossen. Hij vroeg aan de ganse Amerikaanse bevolking om van volgende zondag een dag van extreem bidden te maken. De Rode Kruisdame en de priester die naast hem stonden, riepen nog net geen halleluja, maar zouden diezelfde avond zonder twijfel gekluste hersens en hoofdpijn hebben van het ja schudden. De priester begon de Heer te prijzen omdat zijn land toch zo’n fantastische leider verkozen had. Je kan het dat narcistische miljonairtje bijna moeilijk kwalijk nemen, dat hij zijn land op deze manier wil redden, want hij is blond, héél erg blond! Ik ook en mijn kapsel ziet er soms ook erg verwaaid uit, dus misschien kan ik nog wel een gooi doen naar het volgende presidentschap?
En terwijl de volgende dodelijke storm over de wereld raast, bijna 6 miljoen mensen moeten geëvacueerd worden,  begonnen ze met zijn allen samen, inclusief de staatsidioot, op vrijdag al voor televisiekijkend Amerika, een pregebedje te prevelen omdat God de Vader de dodelijke Texaanse slachtoffers in de hemel zou willen verwelkomen. Ook nog een gebedje er bovenop om de overlevenden genoeg sterkte te willen geven om deze catastrofale zondvloed te kunnen verwerken. Hoe de zondaggebedsdag er zou moeten uitzien is mij een raadsel. Hoe bid je, als je alles, maar dan ook werkelijk alles verloren hebt en je tot je navel in het water staat? Wat vraag je dan in je gebed? Vraag je dan aan die sprookjesfiguur daarboven eventjes waarom hij je hele hebben en houden verwoest heeft? Of bid je omdat je hem dankbaar bent dat jij nog leeft en die 47 anderen niet? Vraag je hem dan om je verdronken zoon of dochter daarboven te omarmen?
Lees juist in de krant, dat één of andere Amerikaanse nitwit beweert dat dit hele orkaangebeuren ontegensprekelijk de straf van God is, omdat er homo’s in de wereld zijn en omdat er ergens in de VS een lesboburgemeester(es) aan het hoofd staat..Hoe achterlijk kan een volk zijn?  Dus doordat God niet aan het idee kan wennen dat mensen anders kunnen zijn, straft hij een hele nietsvermoedende gemeenschap. Goed bezig daarboven, beetje sadistisch niet? Zal de Heer er misschien nog een levensbedreigende tornado bovenop gooien, een José of een Katia,  zodat wat paradijselijke Caraïbische  zeespiegeleilandjes van de aardbol gaan verdwijnen? Miljoenen mensen op de vlucht voor water, wind en verwoesting, let’s pray to God. Miljoenen mensen alles kwijt, maar er is, volgens de grote staatsleider absoluut niets mis met het milieu! ’t Is de wil van God! Als nu de Heer met een orkaan in Florida alleen het golfressort van Trump van de kaart zou willen vegen en de rest van de bevolking ongemoeid zou willen laten en het Witte Huis een beetje door elkaar zou willen laten schudden in plaats van weer duizenden mensen in Mexico door een aardbeving dakloos te maken, dan en ik zeg, dan alleen, zou men mij misschien nog een beetje aan het twijfelen kunnen krijgen of er daarboven dan toch iemand iets geniaal aan het orkestreren is …
En terwijl de president van de Verenigde Staten, nog net niet op zijn knieën, in een journaal voor televisiekijkende burgers, gebedjes zit te prevelen, stuurt die andere mafkees aan de andere kant van de wereld, maar eveneens omringd met een nest geïndoctrineerde jaknikkers, een paar pestraketten de lucht in. De binnenlandse spleetoogtiran laat zijn bevolking niet bidden, want hij is er stellig van overtuigd dat hij God zelf is. Weer zo’n randdebiel met een opvallend kapsel, alsof  een kernkop hem juist zelf geraakt heeft. Wat is dat toch met die hersenloze mannen met die idiote coiffures, die elkaar steeds maar blijven uitdagen? Zijn die regerende haantjes soms jaloers op elkaars kapper? Wat gebeurt er dan met ons, als er één van die verwaaide kapselmannen, door een goddelijke ingeving, plots op die rode atoombomknop gaat drukken?  Kernexplosie, boem, over en out…en hoe gaat die oorlog dan de geschiedenis in; De rare kapseloorlog van 2017?


Sim,  9 september 2017  Grau du Roi/Zuid Frankrijk