dinsdag 29 augustus 2017

TROUBLE IN PARADISE

Onze eerste caravanstop, eind augustus, was camping Les Arches in het zuidelijk deel van de Ardèche. Volgens het kampeerboekje moest dit een rustige camping zijn, waar kamperen nog echt kamperen was. Hier zag men inderdaad geen blitse megagrote campers, maar alleen kleine bescheiden Hollandse caravannetjes en authentieke tentkampeerders. Nog nooit, op geen enkele andere camping hadden wij zoveel Hollanders in zoveel verschillende grote bungalowtenten tot mini kruip-iglotentjes bij elkaar gezien. De kampeerdrift had hier werkelijk toegeslagen en het leek hier wel alsof Nederland hier zijn dertiende provincie geannexeerd had. Het bleek een volledige kindvriendelijke kampeerplaats te zijn, waar, volgens ons, de volledige Nederlandse populatie kleutertuin- en lagere schooljaar kinderen nog vakantie vierden. Overal zag je  kleine blonde hummeltjes met ma en pa rondstappen met emmertjes, visnetjes, kleine omblaasbare bootjes en zwembandjes. Met een dam was er in de rivier een fantastische zwempoel gemaakt. Er was een groot zwembad, diverse zandbakken, trampolines, voetbal- en volleybalvelden, en om de tien meter een grote speeltuin. Het was hier een waar kinderparadijs.
Als je als senior nog lyrisch wordt van kindergelach, geroep, gebrul, gehuil, gejank, gegrien en gekrijs dan is deze camping the place to be!
Voor de zoveelste keer had ik weer een allergische reactie op een insectenbeet. Juist op het uiterste puntje van mijn elleboog, had een paardenvlieg zich weer tegoed gedaan aan mijn blijkbaar onweerstaanbaar gesuikerde bloed. Mijn gewricht zwol op als een jeukende oververhitte onplooibare balk, zodat het leek dat ik bij het eender welke uitleg een soort Hitlergroet bracht.
Het was ’s avonds nog bloedheet in de caravan. De hitte en mijn opgeblazen rood ellebooggewricht verhinderden me om in een diepe slaap te vallen. Maar ergens onderweg de nacht had mijn kloparm dan toch het onderspit moeten delven en was ik onrustig ingedommeld. Het was nog pikkedonker toen ik in het midden van de nacht wakker werd door een doordringend gegil. Het was een baby in de tent die naast onze caravan stond. Het was niet een gewoon huilen maar een gekrijs alsof het kind levend gevild werd.  Ik hoorde de moeder sussen en na wat kindergesnik werd het eventjes terug stil. Een uurtje later herhaalde het gegil zich en mocht papa bemoederen. Een half uurtje later een compilatie van de twee vorige huil- en krijsbuien.  En zo modderde de ganse nacht aan. Doezelen, gekrijs, wakker, doezelen, gehuil, wakker. Toen rond een uur of vier het licht in de dag kwam, hadden twee duiven juist op de takken in de boom boven onze caravan besloten om hun territorium af te bakenen of elkaar het hof te maken. Misschien vertelden ze elkaar wel: ‘Hoor jij ook het gebrul van dat mensenkind?’ Wie zal het zeggen. Het monotone roekoekke, roekoekke, roekoekke ging eindeloos door. Met moeite kon ik mijn moordneigingen onderdrukken. Gelukkig voor die twee roekoerende duiven en die verdomde huilkinderen was ik eigenlijk net iets te moe om mijn bed uit te strompelen en, à la minute, iets of iemand te gaan vermoorden. Ik moet toch eventjes ingedut zijn, want toen ik zo’n uurtje later wakker werd, dribbelden twee pyjamakleuters, luid zingend van ‘papegaaitje leef je nog ijadeejaa, ja meneer ik ben er nog iejadeja..’ tussen de tenten en de caravans door. Zij klonken op dit vroege uur als een veel te vroege ingestelde klokradio. Zij dribbelden achter elkaar aan. Het brillenjongetje voorop met een plastiek pijl en boog naar de hemel wijzend en daarachter zijn babyzustertje die haar slaapkonijn aan één oor vasthield en de rest van zijn al groezelig vuile buikje door het stoffige bruine strogras sleepte. Toen ze mijn verkreukelde hoofd door het caravandeurtje zagen verschijnen, stopte de mini fanfare. Broertje verklaarde me ongevraagd, dat papa een filmpje gemaakt had en dat hij dit straks naar Tante Annie ging versturen, want die miste hen zo erg. Ook de kleine meid stopte haar paradepas en begon met een heel ernstig gezichtje een uitleg te doen. ‘Me mama seg ikke moet doechje, maar ikke eerst spele en dan doechje’. Daarna stak ze haar duim in haar mondje en trippelde achter grote broer aan.
Rond tien uur zagen we de ouders van de krijsbaby doodvermoeid, met zulke grote wallen onder de ogen dat ze er bijna over struikelden, uit hun tentje komen kruipen. Mama was een uiterst lieve vrouw, die wel duizend keer ’s ochtend sorry kwam zeggen. Toen ik eventjes informeerde of de baby misschien ernstig ziek was, antwoordde de mama dat zij normaal nog borstvoeding gaf, maar dat de melktoevoer om één of andere reden tijdens het kamperen plots gestopt was en dat baby nog niet van plan was om zich op een andere manier te laten voeden. Zij vond dat het voor ons nog meeviel, driemaal op rij ’s nachts wakker gegild worden,terwijl zijzelf al meer dan twee weken niet meer kunnen doorslapen hadden. Toen ik informeerde hoe oud de baby dan wel was, antwoordde zij, anderhalf jaar. Wablief, één jaar en een half en nog aan de moederborst?? Hoe haal je het in godsnaam in je hoofd om met zo’n uit de kluiten gewassen moedermelkbaby, in een oververhitte tent ergens op een bloedhete Zuid Franse camping rond te kruipen en iedereen rondom je de nachtrust te ontzeggen?  Hoe noem je dat? Eventjes ontsnappen uit de dagelijkse sleur? Leuk met vakantie? Elke nacht opnieuw dat gehuil. Ook lekker voor de buren die juist naast je kamperen. Wij dus…Maar manlief had door alle heisa heen geslapen en begreep totaal niet waarom ik zo krikkel en moe was.  Zalig zijn zij die slecht horen, want die laten hun nachtrust niet verstoren.
Net toen ik in de namiddag in de relaxzetel ging zitten in de hoop wat slaap in te halen begon een ander kindergezeur in stereo. In het huisje naast onze caravan woonden een slome slakmoeder en een voze raapvader, de ouders van de twee ochtendzangertjes. ‘Mama, gaan we zwemmen?Mama wanneer gaan we nu zwemmen? Maammaaaa gaan we nu zwemmen?’ Mama keek heel traag op van haar tablet en antwoordde: ‘Vraag het eens aan papa.’ ‘Papa wanneer gaan we nu zwemmen? Papa gaan we nu naar het zwembad? Paaapppaaaa, misschien zwemmen in de rivier?’ Papa keek eindelijk op van zijn smartphone:  ‘Ik zal er eens over nadenken, straks misschien..’ Maar papa!…En toen kwam er ‘Mama ik moet poepe!’ en plots was er actie, maar gezwommen werd er die dag niet meer, alleen verder gezeurd! Net toen ik dacht dat het eventjes stil zou zijn, liet een klein jongetje zich huilend op de campingstraat neervallen. Hij stampte met handen en voeten op de grond: ‘Ik wil niet naar de tent!’ en dan begint daar zo’n wollegeitesokkenmoeder,  een meer dan een halfuur durende dialoog met Brammetje. ‘En waarom wil Brammetje niet naar de tent?’ Gebrul: ‘Ik wil niet naar huis’. ‘We wachten allemaal daarboven op Brammetje, hoor. Jij bent toch een grote jonge, niet Bram…?’ Brammetje krijste alleen nog harder. Komt daar ineens een wat oudere man aan, die grijpt Brammetje bij zijn lurven en roept: ‘Als je nu niet als de sodemieter recht staat en als de bliksem naar mama en papa’s tent gaat, dan krijg je er verdorie van opa nog een pandoering bovenop.’ Brammetje schrikt van opa’s gebiedende stem maar huppelt dan plots gedwee toch richting tent. Eindelijk is het stil..eventjes toch..
Naast onze caravan loopt kleine zeurzus veel te snel achter een bal aan, struikelt en zet het op een wenen, dan is het eventjes heel verdacht stil en dan volgt, na de nodige zuurstof inname, de huilsirene en volgen de waterlanders. Dikke tranen lopen over haar gezichtje.   Grrr  Roekedekoe, roekoeke, roekoeke, doen de duiven. Roekoeke, brul, krijs, gehuil, roekoeke, blèr, jank, jank.. Ik ken nu ondertussen alle werkwoorden die huilen betekenen.  Maar soms kan dat kleine grut je ook enorm vertederen. Vooral als ze ’s avonds, moe van het spelen en  het zwemmen, lichtroze, proper recht onder de douche uit, met de pyjama aan een fopspeen in het mondje en hun knuffel richting slaapplek gaan. Soms hoor je dan nog heel ergens in de verte een tegensputterde huilbui, maar meestal is het na een uur of half negen zalig stil…
Het gegil van het tietenkind, dat niet meer aan de tepel kan, weerklinkt weer bij het ochtendgloren…Nog één nachtje geduld en dan vertrekt deze ex-melkmachine met man en kinderen, net zoals meer dan de helft van de kamperende Nederlandse invasie, met hun schoolplichtige kinderen, richting huis ergens in hun overige twaalf provincies. Overal zie je tenten opbreken, auto’s en caravans worden ingeladen en de modeste sleurhutten verlaten één voor één het kampeerterrein. Hopelijk wordt het vanaf nu een pak rustiger slapen op de camping. Het kinderparadijs wordt dan uiteindelijk toch nog het grote mensenparadijs. Roekedekoe, roekoeke, roekoeke. Ik stuif op uit de zetel en vorm met mijn rood jeukerige uitgezette arm een vuist naar de twee duiven terwijl ik roep: ‘Morgen schiet ik jullie uit de boom!’. Als antwoord en dank scheten de grijze geschelpte pigeons  twee glibberige grijs-witte duivenstronten op onze auto…

Sim, St. Jean-le-Centenier  25/8/2017




zondag 13 augustus 2017

VAN DE PRINS GEEN KWAAD WETEN

Dus vanaf dit najaar moet Laurent naar de voedselbank. Eindelijk hebben de Belgische burgers de moed gehad om ’s lands grootste 'werklozensteuntrekkende' nutteloze sprookjesfamilie aan de kant te schuiven.  Ex vorstenpaar, ma en pa rentenieren in Zuid Frankrijk of in Italië, met het door ons gesponsorde, riante familiefortuin. Broer en zus belegden hun dotaties en leven nu rijkelijk van de intresten. Maar zoals in elke gewone doorsnee familie is er wel een zwart schaap te bespeuren en dat is nu eenmaal de gewezen prins rebel. Hij zit gehurkt tegen de muur van het Brusselse Noordstation en zet ietwat verlegen zijn kleine zwarte hoedje voor zich neer. Reizigers die hem voorbijsnellen, bekijken hem meewarig. Zij kunnen hem echt niet direct plaatsen, maar het gezicht van die haveloze dikke dakloze komt hen wel ergens bekend voor. Is dit een te vroeg uitgedijde werkeloze televisievedette van Temptation Island? Was het een charmezanger die na één hitje de mist in gegaan was? Was het een failliete nitwit van het ‘Sky is the limit’ programma? Veel tijd om erover na te denken hebben deze treinreizigers niet, want de job roept. Een passant kan zijn ergernis niet onderdrukken en roept: ‘Ga godverdomme werken zoals wij, in plaats van hier je botten te schuren!” Laurent beseft dat het helemaal verkeerd afgelopen is. Hij knikkebolt. Hij droomt van dat fantastische dutje dat hij had, op de Belgische nationale feestdag, toen hij mee de militaire défilé moest aanschouwen. Geeuwverwekkend saai vond hij dat. Zijn broer en schoonzus hadden hem verontwaardigd op het Koninklijke matje geroepen, de halve Belgische koningsgezinde bevolking had schande geschreeuwd, terwijl de andere helft juichend geroepen had, dat het tijd werd om die vorstenhuisfamilie eruit te flikkeren. Laurent gniffelt als hij bedenkt dat het ordinaire burgervolkje nu zelf voor een geldverslindende president zal gaan stemmen. Krijgen ze straks zo’n Moe Merkel, die alles schafft, aan het roer of zo’n Trump-a-like die al twitterend en klimaatopwarming ontkennend zijn eigen ondergang bewerkt. Hij heeft voor alle zekerheid zijn Laurent- twitteraccount snel afgesloten. Laurent begreep het allemaal niet meer zo goed. Toen hij zijn boekje ‘de hond als gids’ schreef, noemden men hem vertederend ‘Prins Woef’. Nu hij zich wat op serieuzer diplomatieke zaken had toegelegd, was men ineens zijn fratsen beu en werd hij plots, ‘de prins met het hoekje af’ genoemd. Oké, hij was soms eventjes depressief geweest, je zou van minder met zo’n Koninklijke pokkenfamilie. Hij heeft het nooit ten volle beseft maar hij werd al eens om één of andere reden kunstmatig in een coma gehouden.  Maar hoe hij ook stuntelde, hij deed het toch allemaal maar voor België. Aanwezig zijn op de 60e verjaardag van het Chinese leger, met zijn stichting in het Midden Oosten wat bomen gaan planten en ja inderdaad, hij had vroeger wat schimmige uitspraken over de Belgische regering durven maken.. maar om hem hiervoor nu ineens zo te straffen en zijn dotatie af te nemen!! Dotatie, dotatie, alimentatie, alimentatie, man, man, man!  Hij zucht en denkt aan zijn drie kinderen die nu bij zijn ex vrouw wonen. Claire werkt terug en dreigt ermee dat hij zijn kinderen niet meer te zien krijgt zolang hij geen alimentatie betaald! Hij kan toch moeilijk reclamefoldertjes in de brievenbussen gaan steken, aan de lopende band gaan staan, achter de vuilkar gaan lopen, want hij kent niets! Hij is alleen een steuntrekkende prins geweest.
Hij zakt wat verder weg tegen de stationsmuur en mijmert over zijn tijd in villa Clémentine. Waar was de tijd toen hij hottel de bottel verliefd was op dat zwartharige fotomodel- zangeresje.  Die wist van wanten! Hij was voor haar de prins op het witte paard.  Jarenlang heeft het Belgische volk zijn hypocriete vader onderhouden. De koninklijke schuinsmarcheerder, die het vertikte om zijn liefdeskind te erkennen en juist deze, naast de pot pisser, had het lef om een stokje voor zijn kikkerprins romance te steken. 
Als kind werd hij telkens bij oom Boudewijn en tante Fabiola gedropt. Elke dag als hij eens wat kattenkwaad uitgehaald had, moest hij op zijn blote knietjes in de Koninklijke kapel voor het grote christelijke kruis om vergiffenis vragen voor zijn zonden. Heel zijn leven lang, voor alles wat hij zei, deed of dacht heeft hij tegen iedereen sorry moeten zeggen..

Hij kijkt in zijn hoedje waarin alleen een luttele hoeveelheid koperen centjes  liggen. Hij kruipt omhoog, trekt zijn te smal geworden jas wat dichter rond zijn buik en wankelt onzeker richting Maximiliaanpark. Hier schuift hij mee aan, met de honderden vluchtelingen aan de voedselbedeling van de ngo’s. Hij voelt zich wat onwennig tussen al die zwarte transitmigranten. Slapen in het park durft hij nog niet. Als straks de honger Afrikaantjes te weten komen dat hij een directe familiebloedband heeft met de Congo uitbuiter, de exploiterende, handen afhakkende Koning Leopold II, gaan de poppen aan het dansen. Waar kan hij, als ex prins, asiel aanvragen? Ma en pa hebben hem verstoten en dobberen bruinend op hun jacht in de Middellandse zee. Broer, schoonzus, zus en schoonbroer kijken hem met de nek aan. Zij hebben zich een jetset leventje toegeëigend. Alleen zijn halfzuster Delphine wil hem nog kennen, maar alleen dan als hij zijn dna wil afstaan. Wie wil hem nog? Wie wil deze kikkerprins nog kussen? Ach volgens hem hebben de Belgische burgers het prinsenkind Laurent prematuur met het badwater weggegooid! Hij, Laurent van België had een fantastische koning geweest!

zaterdag 5 augustus 2017

VAN DIE BOER GEEN EIEREN!

Eindelijk is ma kip afgekickt van haar dioxineverslaving of moet ik zeggen, afgekipt. Zonder dat er een haan naar kraait, worden er duizenden kippen door zo’n pluimveehouderboertje in één ruimte bij elkaar gedreven. De kakeldames staan daar pluim tegen pluim en als ze hun pootjes twee centimeter willen verzetten botsen ze tegen elkaar op, dat noemt de boer dan scharrelen. Dus vandaar de naam: scharreleieren. Scharrelen, foefelen en leggen zoals de kiekens, zonder papa haan. Zij drummen en lopen als kippen die hun ei niet kwijt kunnen. Door het plaatsgebrek pikken de hennen elkaar kaal, maar dat pikt de boer niet. Zelfs een kale kip kan nog leggen! Moederkloek is er nog steeds van overtuigd, dat zij met elk legsel voor haar nageslacht zorgt, terwijl ze echter alleen aan onze voedselketen doneert. En nu heeft die kiekenboer ontdekt dat er een luis in de pels zit..de leghennen hebben bloedluizen in de pluimen! Niet echt luizen, maar vogelmijten die zich overal in hun kippenparadijs nestelen.  Bloedluizen vormen een vervelend probleem voor de kippenhouders. Kippen die gebeten worden, leggen daardoor minder eieren en dat betekent op termijn dat de scharrelkweker minder in het laatje krijgt.  Om te voorkomen dat de eierenboer, zonder actie te ondernemen zijn kip met de gouden eieren zou slachten, koos hij snel eieren voor zijn geld. Als een kip zonder kop gaf de Nederlandse kiekenbaron zijn scharrelkippen een ‘anti bloedluis bestrijdingsmiddel Fipronil douche’. Nederland stond op zijn kop! Volgens het Nederlandse voedselagentschap was er Fipronil vergif in de eitjes terechtgekomen en dat was gevaarlijk voor de volksgezondheid. De Belgische pluimveehouders zouden het gifbadschuim niet over hun kakelhennen gesproeid hebben maar er alleen de nesten, zitstokken en voederbakken in de kippenhokken mee behandeld hebben. Toch kwam er een hoeveelheid mijtenshampoo in onze Vlaamse eitjes terecht. Het Belgisch Voedselagentschap, dat al meer dan twee maanden hiervan op de hoogte was, beweert echter dat er met onze eitje niets gevaarlijks aan de hand is. Wij mogen lustig ons gekookte eitjes blijven uitlepelen en probleemloos ons cholesterolgehalte blijven opdrijven. Als U dan zo, ’s zondagsmorgens uw reepje brood in de gele dooier duwt, denk U dan nu ook niet spontaan aan een geel zwavelmeer?  U kan er vergif op innemen dat U onmiddellijk verbanden gaat leggen met de volgende eigerechtjes: Opgelet, dit wordt een kippenboeren-gif-omelet! Of er is geen smaakverschil aan een roerei met Fipronil. Of een broodje Russisch ei op een bedje van sla met mijtenvergif.  Ei benedict, ‘t is nu geen mosterd maar Fipronil dat pikt. Gebakken paardenoog, sunny side up, met snuifje zout en gemalen mijtenkorrels. En als dessert meringues met bloedluizensuiker.
De Fipronil fraude is stukken groter dan gedacht. De pluimveesector beweert dat de kippenboeren heel goed wisten waarmee ze bezig waren en nu worden de voor de bevolking ‘onschadelijke’ vergiftigde eieren alsnog uit de Belgische winkelrekken gehaald en preventief vernietigd.
Zijn wij zulke zachte eitjes geworden, dat wij alles letterlijk en figuurlijk blijven slikken? Dioxinekippen, gekke koeienbiefstukken, slechte kwaliteit olijfolie met een label van extra virgine, hinnikend paardenvleesgehakt in de rundvlees-hamburgers en diepvrieslasagnes,  salmonella in de zalm, nepchianti in de wijnrekken, kortom fraude, list en bedrog op ons bord…en dit alles voor het grote geld.
En dan stellen wij ons plots de vraag, waar komen toch al die kankers vandaan? Ach ik heb deze ochtend lekker een zachtgekookt eitje weg gesopt en ik voel me nog steeds kiplekker en U??




Sim, 5 augustus 2017