zaterdag 20 juni 2015

LE NOUVEAU PENSIONNE EST ARRIVE


Als je een wat mondainere vakantiebestemming, zoals aan het meer van Annecy, uitkiest dan behoor je met je tent of caravan ondertussen tot de arme tak van de vakantiefamilie. Voor je het weet, sta je tussen de meters hoge, lange witglanzende muren van de campers. De grijze gepensioneerde naoorlogse babyboomers, die graue Welle, nemen het campinggebeuren volledig over. Ze stallen hun appartement op wielen op tien centimeter van je luifeltouwen en haringen, zonder je ook maar één blik, een woord of groet te gunnen. De schotelantennes op hun dak draaien piepend richting satelliet en indien die niet gevonden wordt, dan wordt er met de camper heen en weer gemanoeuvreerd. Zoals vorige generaties destijds uitpakten met hun nieuwe auto, de chiquere BMW of Mercedes, zo is nu de camper het nieuwe statussymbool geworden. Groot, groter, grootst. Zo ook wensen zij, om geen gezichtsverlies te lijden, dat er nergens op de camper een labeltje kleeft, waarop staat dat ze de luxevrachtwagen niet gekocht maar gewoon gehuurd hebben. Zij hebben vermoedelijk nooit in een tent gelegen noch met een caravan rondgereden en missen dan ook het samenhorigheidsgevoel dat er vroeger op de campings heerste. Het elkaar groeten en elkaar helpen .

Als er een caravan zonder mover de camping opdraait en de mensen hebben het een beetje moeilijk om het ding op zijn plaats te krijgen, dan had je vroeger onmiddellijk een tiental medekampeerders die een handje kwamen toesteken. Deze nieuwe campervakantievierders trekken eventjes de wenkbrauwen op, laten hun lippen wat minachtend zakken, blijven onbewegelijk voor hun mobiele hut zitten en steken geen poot uit.  Je voelt je met je kleinere behuizing al snel de asielzoeker tussen de Europese camperpatsers. Alleen voor een nog grotere twee-assige mobiele pronkwagen, met uitschuifbare zijwanden, laten de camperaars nog interesse blijken en voelen zelfs zij een zekere afgunst.

’s Morgens zie je ze in hun witte wollige Paul en Shark kamerjassen, gouden sandaaltjes en fluo Nike sneakers, met de Louis Vuitton toiletzak onder de arm, naar het sanitair flaneren met in hun vrije hand de rol toiletpapier. Ze spieden wat ongemakkelijk rond of iemand deze wat onaangename situatie gezien heeft. Ze moeten spijtig genoeg net zoals het campinggepeupel de campingdouche gebruiken en evengoed omdat ze hun eigen toiletje niet willen bevuilen, in het campingsanitair een drol draaien. Nu zijn niet alle camperkampeerders zo’n onsociale mensen, maar de overgrote meerderheid is toch van een ander kaliber en een andere mentaliteit dan de doorsnee tent- en caravanbezitter. Ik begrijp nog steeds niet waarom dit soort mensen met hun statussymboolgeld geen hotelkamer in een vijfsterren resort reserveren, waar ze ’s avonds ongestoord in hun Armani jurkjes, met hun D&G zonnebrillen,Versace colbertjes en Ferrari petjes kunnen paraderen. Nu hebben wij ondertussen een gewone caravan aangekocht, maar ik kan mij voorstellen hoe minachtend ze vroeger op onze compacte plooicaravan zouden neergekeken hebben. Destijds noemden wij onze Esterel vouwwagen nog ons naaidoosje, maar toen waren we natuurlijk wel een kwart eeuw jonger en dus veranderde de naam stilaan in onze kleine koekendoos. Wij reisden gans Europa af, zonder mover, zonder ingebouwd toilet, zonder lavabo, zonder satelliet, maar met zoveel meer kampeerplezier.

Nu zoeken wij ons een leuk kampeerplaatsje uit, parkeren onze villa en bezoeken met de auto in een grote straal alle bezienswaardigheden. Niet elke camping heeft een inkoopmogelijkheid om de hoek en dus rijden wij regelmatig eventjes met de auto naar de soms 10 kilometer verder gelegen winkel. De nieuwe kampeerder sleurt met winkelzakken of stalt zijn tafeltje en stoelen op de door hem gereserveerde campingplaats en moet met heel zijn hebben en houwen op uitstap of richting supermarkt. Dus moeten er volgende keer minstens fietsen mee.

Het is niet dat wij jaloers zijn op deze nieuwe rage, maar wij lachen toch in ons vuistje als deze ‘nouveau riche campeurs’ straks, met hun gigantische kermiswagens, uitstapjes naar de bergdorpjes in de Provence of het Côte d’Azur achterland willen maken. In Bormes- les- Mimosas bijvoorbeeld, kunnen ze net tot aan de ingang van het dorpje rijden om vervolgens via de rotonde opnieuw naar beneden te moeten. Dus volgende keer moet er achteraan een haak gemonteerd en een trailer met een moto mee. Ook de Italiaanse stadjes kom je met die vakantiemastodonten niet meer in. Even een uitstapje naar Portofino eindigt aan de enige ondergrondse auto- parkeergarage, waar zij met hun hoge campers nog niet eens binnen kunnen rijden. Op de terugweg vinden ze op zo’n 40 km geen enkele normale autoparkeerplaats meer, laat staan een camperplaats, want Italië slibt net als heel Europa volledig toe. De kampeerplaatsen in de Golf van Napels zijn zo klein, dat deze autobussen zelfs op sommige kampeerterreinen geweigerd worden. De prachtige Amalfi kust is al jaren verboden terrein voor zulke patservoertuigen. De mooiste delen van Italië kunnen niet bezocht worden, dus volgende keer moet er minstens een autootje achteraan. Het campergebeuren is duidelijk uit Amerika overgewaaid. De gepensioneerden verkopen daar hun huizen en trekken met een super-de-luxe camper het ganse land rond. Je hebt er speciale campercampings met alles erop en eraan. Met zulke gigantische afstanden kan je dan ook begrijpen dat mensen met zo’n mobiel- huis- op- wielen willen rondtrekken. Het oogt mooi, maar is het praktisch in Europa?  Wij vinden van niet. Laatst stonden wij op een camping in de Mont Blanc regio waar een wat ouder Duits camperechtpaar ons kwam vragen of ze samen met ons, met onze auto, een keertje mee de bergen in mochten. Met hun twee- as- zonreflecterende witte camper konden ze en durfden ze niet de bergbaantjes op en waren dus gedoemd om de vakantie onbewegelijk op de camping door te brengen. We vonden het heel spijtig, maar wat babysitten op neue Pensionierten en ons wandelritme aan anderen te moeten aanpassen, zagen wij totaal niet zitten. Bezint voor je begint! Wij weten uit ondervinding wel beter. Sommige van onze vrienden en familie hebben de mobilhome een jaartje uitgeprobeerd, maar hebben snel opnieuw een caravannetje aangekocht. Het begon zo’n decennia geleden toen Duitsers met hun onbedwingbare drang om zich te profileren en hun rijkdom uit te stallen met hun gemotoriseerde flat begonnen rond te rijden. Nu een vijftal jaar later,vervolmaken de Fransen, de Britten en de Italianen de camperstatistieken. Alleen het merendeel van de Nederlanders blijft trouw aan zijn sleurhut en zijn tentje. De Belg daarentegen denkt nog steeds dat campings negerdorpen zijn en koopt zich een appartement of een residentiële stacaravan aan de Belgische kust of resideert in een appartementje in Benidorm. De enige die aan de caravan blijven vasthouden zijn de zigeuners.  De campermania is ondertussen echter niet meer tegen te houden, de camperfanaten zijn de nieuwe nomaden. Het zijn ondertussen niet alleen de gepensioneerden maar ook de twee weekjestoeristen die met zo’n autobussen rondrijden. De camperepidemie  breidt dusdanig uit, zodat men in Frankrijk en Italië al de meeste parkeerplaatsen met een hoogteslagboom afgesloten heeft.  Daarnaast worden er nu grote betalende parkings aangelegd waar de rondtrekkende campers voor maximum 48 u, op 1 meter van elkaar op het zinderende beton, mogen blijven ‘parkeerkamperen’. Elke zichzelf respecterende nieuwe Europese pensioengerechtigde en de wat betere vakantieklasse wil met heel zijn thuisinhoud in zo’n grote bak rondtoeren en elkaar liefst zoveel mogelijk de ogen uitsteken. Groot, groter, grootst. Duur, duurder, duurst! Les nouveaux pensionnés sont arrivés!


Sim,          Lac d’Annecy    21/6/2015

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ik hoor heel graag van jullie wat jullie van mijn verhaaltjes vinden ?