woensdag 17 juni 2015

NINE TO FIVE JOB

Wat is het toch met al die Nederlanders die in Frankrijk campings willen opstarten of beheren? Zaten die vroeger samen met ma en pa of met een vakantielief in een tentje in Frankrijk vakantie te vieren en willen die nu voor de rest van hun leven een goedgevoel- vakantie- job?  En wat is dat dan toch met die Nederlanders die allemaal juist op zulke, door Nederlanders uitgebate campings willen samenhokken? Begrijp me niet verkeerd, de meeste Nederlanders die wij op ons reistraject tegenkwamen, waren heel joviale en geïnteresseerde mensen altijd in voor een leuke babbel of een borrel. Wij vinden dit volk zo leuk, dat wij, twee Belgjes, al onze wereldreizen met een groep Nederlanders via een Nederlandse reisorganisatie gemaakt hebben en hieraan ook een paar heel goede vrienden aan overgehouden hebben. Ze krijgen door de meeste Belgen het etiket gierig en zuinig opgekleefd, want een Belg ziet nog steeds caravanreizigers als een troep sukkelaars. In plaats dat die met hun vakantiebudget twee maanden met een caravan gans Europa doorkruisen, gaan die liever voor viermaal het vakantiegeld twee weekjes met hun krent in het Mexicaanse zand zitten of huren voor dit bedrag een appartementje op de Belgische zeedijk om twee weekjes achter de beslagen ruiten naar de regendruppels te staren. Dus laat de Nederlanders maar prijsbewust de wereld veroveren en met hun sleurhutten uitzwermen.  Maar, hier, op zo’n 8 km van Crest in de Drôme-Provence, is er weer zo’n camping met Nederlandse uitbaters die met een oranjemagneet een speciaal soort landgenoten aantrekt. Hier huist zo’n nest ‘wollengeitensokkenbreiende’ Nederlanders. U kent ze wel, de heren met de geruite hemdjes in de vooroorlogse shorts, opgetrokken tot onder hun oksels en de bijbehorende witte sokken in de open sandalen. De dames met een lekker kort geknipt jongenskopje en makkelijke schapenpermanentjes. Ze spreken geen letter Frans en vinden het “Hartstikke leuk toch joh.. elke keer weer dezelfde mensen, je plaatsje aangewezen en je stokbroodje besteld in het Nederlands. Geen gezeur, lekker hoor!” Het zijn zo van die senioren die elk jaar opnieuw naar dezelfde camping trekken en liefst nog op hetzelfde plaatsje staan. Op deze camping heerst er een speciale jaarlijkse licht gereformeerde samenhorigheid en als nieuweling word je al snel heel benieuwd nagekeken. Ze kennen elkaar met naam en voornaam en als Huub, Treintje, Onno of Willemien met het papierafval, de lege blikjes, de lege glasflessen richting sorteerstraatje slenteren, kunnen ze niet aan een aantal caravans voorbij zonder het obligate weerpraatje en een hoop idioot geleuter. Dit is voor deze terugkerende oranjereizigers al het evenement van de dag. Sommigen zitten elke dag met hun stoeltje voor de caravan te bruinen en klampen iedere langs wandelende nieuwkomer aan om een praatje te maken. Nu vind ik het meestal heel prettig om met andere vakantiegangers, van welke nationaliteit ook, een babbeltje te maken. Aan ze te vragen wanneer en waar ze hun tocht begonnen zijn, waar ze naartoe reizen, wat ze al allemaal in de omgeving gezien en beleefd hebben en of er soms speciale aanbevelingswaardige campings op hun lijstje staan. Maar van de Noord- Limburgers naast ons word ik niet bijster slimmer. “Nou Toos, waar was dat alweer, waar ze die lekkere broodjes verkochten?” Nou Joop, was dat niet waar het constant zo regende?” “Macon, was het niet Macon Toos?” “Ho hebben jullie Macon bezocht, leuk stadje niet?” “Ach buurvrouw, we zijn er al na één nachtje doorgereden”. “En waar gaan jullie nu nog verder kamperen?”  “We blijven eerst nog een paar weekjes gezellig hier staan en dan, ja Joop, hoe heet die camping nu alweer, iets met Planes of zo iets in de naam...ja ’t is een Acsi camping iets verder de Provence in..” zingt zij.  ”Nee Toos het is geen Acsi camping maar eentje met Camping Cheques hoor!” “Vinden jullie vanuit deze camping een bezoek aan Crest de moeite waard?” “Ja Crest, daar kampeerden wij ook al een keer.” “Ho wat spijtig nou, blijven jullie maar twee nachtjes? Waar gaat de volgende rit naartoe?” “Wij trekken zo’n 200 km verder naar het Lac d’Annecy.” “Zeg Joop, kampeerden wij ook niet in Dannesi?” Joop kijkt glazig, lacht een beetje stupide en zegt er zangerig achteraan : ”Nee Toos, nu sla je de dingen weer volledig door elkaar meid!” Ach al snel krijg ik door dat ik geen nieuwe kampeerideeën aan deze reizigers zal overhouden en dat ons praatje samen waarschijnlijk het hoogtepunt van hun vakantie wordt.
Deze camping, met ecologisch zwembad, ecologische wasmachines, bio dit en bio dat,  ligt zo’n 10 km van de snelweg verwijderd en wordt dan ook in het campingboekje gepromoot als doorgangcamping. Alleen als je op zondagavond aankomt, krijg je te horen dat je geen brood kan bestellen want dat de bakker, die het brood rondbrengt op maandag gesloten is. Je moet dan zelf naar het eerstvolgende dorpje rijden om je eigen stokbroodje te gaan kopen. Nu wil je als doorgangkampeerder, die amper één nachtje op deze camping doorbrengt, ’s morgens toch zo snel mogelijk je sleurhut terug aan de haak hangen en als de bliksem naar het zonnige zuiden doorrijden, zonder dat er nog eerst een rondje bakker zoeken aan vooraf moet gaat. Dus op maandagochtend gaan er een vijftigtal auto’s en campers de camping in en uit rijden om het begeerde baguetje te gaan kopen.  De lieverdjes die deze camping zo ecologisch uitbaten, hebben er gewoon niet bij stilgestaan, dat ze gewoon eventjes, na een lijstje broodbestelling op zondag,  zelf veel eco- en klantvriendelijker met één auto dit traject zouden kunnen afleggen dan dat er vijftig benzine- en dieseldampende vervuilers op en aan moeten rijden. Misschien één keertje in de week wat vroeger dan de campinggasten opstaan en niet zo vasthouden aan die ambtenaartjesuren van 9 tot 12 en van 14 tot 18 uur? Maar ja, je kan organiseren of je kan het niet! Moesten ze meer hersencellen hebben, dan zouden ze nu geen verstopte toiletpotten ontstoppen maar advocaat geworden zijn en ergens in een riante villa in het Gooi of in belastingvrij over de grens in Brasschaat wonen, met een tweede verblijf in het zuiden. Moesten ze wat slimmer zijn, dan zouden ze nu geen camping maar met het grote geld een heuse voetbalploeg of een slikkende wielerploeg beheren. Alhoewel, al diegene die nu nog in de sport voor de sport gelooft, gelooft waarschijnlijk ook nog in Sinterklaas. Of nog een beter idee, misschien hadden ze nu afgevaardigde bij de FIFA kunnen zijn en met de corrupte ‘sportieve’ zwarte kas, een volledig tropisch eiland kunnen afhuren.  Och, gelukkig zijn ze tevreden en voelen ze zich een beetje thuis in hun camping vol met hun speciaal slag kamperende licht dementerende oranjevedetten.
Nog eventjes iets over die campingbureaucratie: Als echte staatsbediendes werken ze van 9 tot 12 en van 2 tot 6 uur. Nergens stond er in het campingboekje vermeld dat de camping in Les Saintes Maries-de-la-Mer van 12 tot 14 uur gesloten zou zijn. Dus kom je daar nietsvermoedend om vijf na twaalf aanrijden en sta je voor een donkere receptie en een neergelaten slagboom. Je caravan staat dan twee uur in de blakende zon met een temperatuur van 35 gr in de schaduw als een crematoriumoven op te warmen. Je kan dan alleen eventjes te voet op de camping rondwandelen en de enkele nog vrije plaatsjes bekijken. Zelf sta je er dan daarna als dubbel gebakken broodjes voor de receptie rond te draaien want na ons arriveren er nog een vijftiental caravans en campers die allemaal als een langgerekte file de campingingang blokkeren en de klok van twee uur afwachten. Er ontstaat een samenscholing en een zekere samenhorigheid van ontevreden oververhitte wachtende vakantiegangers, die het allemaal even schandalig vinden. Nu zijn wij zelf nogal van het organiserende type en omdat wij als eerste aankwamen, geven alle volgers een nummer. Gelukkig vinden de meeste dit allemaal prima. Het zal je maar gebeuren dat je voor een plaatsje in de Camargues- zon nog eerst een robbertje moet vechten. Wij zijn het er volledig mee eens dat iedere receptionist het recht heeft om ongestoord zijn boterhammetje te eten, maar om nu iedere, tijdens de siësta aangekomen, wachtende campinggast een zonneslag te bezorgen is wel een brug te ver. Om tien na twee uur gaat dan eindelijk het licht aan in het receptiegebouw en nemen er drie, ja u leest het correct, DRIE receptionisten plaats achter de balie. Nog nooit gehoord van om beurten te gaan lunchen, zodat er niet zo’n opgefokte en oververhitte caravan- en camperoptocht voor de slagboom staat?  Ach zoals ik al schreef…als er wat meer organiserende hersencellen aanwezig zouden zijn…
Maar het kan nog erger..als je vanuit het noorden, na een marathonrit van een 12 tot 14 uur of langer,na uren snelweg fileleed en tolstation bumperen eindelijk iets na zessen op je vakantieadres aankomt, dan sta je voor een afgesloten kampeerterrein. Je komt er zonder code niet meer in. Je kan dan kiezen, de nacht in je tentje, caravan of camper voor de gesloten afsluiting doorbrengen, of ergens in Les Saintes Maries een hotelkamertje zoeken, want om 18 uur stipt sluit de camping gewoon de boel af. Klantvriendelijk, mon oeil! Of we moeite doen, of niet ze komen toch!
Nog eventjes ter informatie, ik geloof dat manlief niet alleen zijn gehoor, maar nu ook stilaan zijn zicht aan het verliezen is. Hij beweert dat hij al flink vermagerd is en dat zijn buik al minstens met het helft geslonken is…Volgens mij moet hij dringend naar de oogarts!

Morgen rijden we naar het meer van Annecy, de meer gecultiveerde Nederlanders achterna.


Sim,                               Grâne, bij Crest/Annecy                17 juni 2015


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ik hoor heel graag van jullie wat jullie van mijn verhaaltjes vinden ?