maandag 19 september 2016

HOW MUCH IS THAT DOGGY IN THE WINDOW?

Elke morgen worden wij wakker geblaft door de hond van de campingeigenaar.
Deze bewaakt de privévertrekken en loert door het houten hekje naar de containers in het vuilnisstortstraatje. De hond heeft zijn hondenpoten vol met het afblaffen van de brave rondtoerende ‘selecteerkampeertoeristen’, die ’s morgens vroeg hun vuilnis in de desbetreffende containers komen dumpen alvorens ze opnieuw op pad gaan. Ze schrikken zich telkens een zonnehoedje. Het geblaf wordt erger als hij door het houten poortje andere honden ziet voorbij trippelen.
Helemaal erg wordt het geblaf en gegrom als de lange Hollandse anorexia overgrootmoeder,  met een racesnelheid van een kreupele naaldslak, haar mankepoothondje voorbij sleept. Keesje, haar driepikkelende reumatische hondje zwalpt met zijn tong tot op zijn poten achter haar aan. Eén pootje komt nooit meer tegen de grond. Het duurt eeuwen alvorens ze de ingang naar het sorteerstraatje voorbij gewandeld zijn. Als we opmerken, dat ze voor Keesje nog te snel doorschuift, zegt ze, dat het diertje bijna 16 jaar oud is en dat, als zij nu nog trager moet stappen, ze met die mistral wind, zelf omver valt. Keesje had het liefst zo snel mogelijk zijn mankepootje tegen de eigen caravan opgeheven. Ergens onderweg had hij ook al op de camping een paar naar andere honden geurende plasstopjes ontdekt, maar dat mag niet van de campingeigenaar en dus wordt het hondje door die magere wandelende tak onverbiddelijk helemaal de camping door getrokken. Dat zo’n reumatisch oud reutje in een hondenkinderwagen zou voortgeduwd worden, zou men nog kunnen begrijpen, maar als je op straat ziet, welke soort honden er als babies in draagzakken op de borst of in handtassen gedragen worden, dan vraag ik mij af wat die mensen bezielt. Die diertjes grommen soms uit frustratie als ze hun soortgenootjes als echte honden snuffelend aan de leiband zien flaneren. De meeste honden zijn echte schatten, echt de beste vriend van de mens, het zijn meestal de baasjes die niet deugen! Blijkbaar is het een nieuw fenomeen, dat zowel mijnheer als mevrouw hun eigen hond moeten hebben. Beiden gaan ze de ganse dag uit werken en dan vinden ze het zo zielig als er één hondje eenzaam, zielig en alleen de ganse dag op hun moet wachten. Dat noemen ze dan dierenliefde.
Als we ’s middags op het terras van een restaurant lunchen, komt er een echtpaar met een hond aan een tafel recht tegenover ons zitten. De hond wordt door mevrouw als een kind vertroeteld en van elke schotel wordt er een stukje in het hondenbekje geschoven. Als het baasje binnen in het restaurant de rekening gaat betalen, laat mevrouw het kroezelsmoeltje los en het dier loop door het restaurant recht naar zijn baasje. Als de restauranteigenaar zegt, dat hij niet kan tolereren dat honden loslopen tussen zijn gedekte tafels, roept de beledigde mevrouw haar pluizenbol terug. Hij wordt op de arm genomen en begint zijn bazinnetjes mond af te likken. Zij opent haar mond en de twee likken aan elkaars tong. De rillingen lopen over onze rug. Manlief houdt het niet meer en zegt dat dit heel onhygiënisch is, zeker in een restaurant. De vrouw antwoordt, dat haar hondje veel properder is dan de meeste mensen. Hierop reageert manlief,  dat dit misschien wel zo kan zijn, maar dat de mensen niet aan hun eigen ballen likken, niet met hun neuzen aan alleman's urine lopen te snuffelen en niet eerst willen neuzelen welk ras die enorme stinkende grote bruine bolus gelegd heeft alvorens zijn eigen keuteltje ernaast te leggen. De vrouw haalt verontwaardigd haar schouders op en laat opnieuw het hondje met zijn kleine roze tongetje aan haar tong likken. De echtgenoot staat er wat beschaamd bij en denkt waarschijnlijk met enige weemoed aan de tijd, dat hij zijn vrouw nog niet moest delen met een tongende poedel.
Sinds 15 september mogen de honden terug op het strand.  Ze lopen en zwemmen uitgelaten achter de bal aan die hun baasjes in de zee gooien. Sommigen rennen totdat de eerste golf zeewater tegen hun pootjes komt en blijven dan plots als een versteend standbeeld staan. Ze zetten zich in hun achteruit en gluren verontwaardigd naar hun baasjes om te zien of die idioot nu werkelijk zou verwachten dat ze de grote zee zouden ingaan. Anderen kwispelen langs de vloedlijn en leggen er een grote drol. De baasjes kijken dan, zogezegd per toeval, juist de andere kant op. Als wij ze blijven aanstaren komen ze betrapt op hun stappen terug en wriemelt de man een plastiek zakje uit zijn zwembroek. Daarna loopt hij met zijn stronttrofee naar de eerstvolgende vuilnisbak.

In de namiddag gaan ook wij naar het strand. Juist naast de strandingang zit de schriele Tante Sidonia, in monokini, in een stoel te zonnen. Iedere campinggast die het strand betreedt, staart vol ongeloof naar die twee necrofiele bruine theezakjes. Het doet bijna pijn aan de ogen. Misschien is die Nederlandse mevrouw wel degelijk ziek, of ziek geweest en geniet ze nu van de weldadige zonnestralen op haar  lichaam. Wie zal het zeggen? Van Keesje, haar hondje is niets te bespeuren. Die heeft misschien zijn Hollandse laatste adem op Zuid Franse bodem uitgeblazen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ik hoor heel graag van jullie wat jullie van mijn verhaaltjes vinden ?